Onwaardiglijk eten en drinken – 1 Korinthe 11

Preek over: Onwaardiglijk eten en drinken
1 Korinthe 11:27-28: Zo dan, wie onwaardig dit brood eet of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelf en ete alzo van het brood en drinke van de drinkbeker.

In verdeeldheid en misbruik rond de liefdemaaltijden in Korinthe legt Paulus een blijvende regel neer voor de bediening van het Heilig Avondmaal: “Zo dan, wie onwaardig dit brood eet of de drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelf” (1 Korinthe 11:27-28). Deze leespreek uit 1 Korinthe 11 laat zien wat het betekent om jezelf te beproeven en wat onwaardig eten en drinken inhoudt, als voorbereiding op de bediening van het sacrament.

Bijbelgedeelte 1 Korinthe 11: Onwaardiglijk eten en drinken

27 Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren.
28 Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood en drinke van den drinkbeker.
29 Want die onwaardiglijk eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelven een oordeel, niet onderscheidende het lichaam des Heeren.

30 Daarom zijn onder u vele zwakken en kranken, en velen slapen.
31 Want indien wij onszelven oordeelden, zo zouden wij niet geoordeeld worden.
32 Maar als wij geoordeeld worden, zo worden wij van den Heere getuchtigd, opdat wij met de wereld niet zouden veroordeeld worden.

33 Zo dan, mijne broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
34 Doch zo iemand hongert, dat hij te huis ete, opdat gij niet tot een oordeel samenkomt. De overige dingen nu zal ik ordineren als ik zal gekomen zijn.