PREEK · VRIJE STOFFEN

Roeping van Mattheüs of Levi - Mattheüs 9

2 februari 2025

Mattheüs 9:9: En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.

INLEIDING

Aan de zee van Galiléa, in zijn tolhuis, zit een tollenaar die naar God nooit gevraagd heeft, totdat Jezus hem ziet en zegt, zoals te lezen staat in Mattheüs 9:9: Volg Mij! En hij, opstaande, volgde Hem. Deze leespreek overdenkt de vrije, ontfermende genade die in deze roeping van Mattheüs, oftewel Levi, schittert, en wijst de lezer op de stem van Christus die ook heden nog klinkt: Volg Mij!

THEMA

Jezus roept Mattheüs

KERNPUNTEN

  1. Wie Mattheüs is
  2. Hoe Jezus hem roept
  3. Wat Mattheüs doet
  4. Hoe daarop wordt gereageerd

MATTHEÜS 9:9-13

9 En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem.
10 En het geschiedde als Hij in het huis van Matthéüs aanzat, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen.
11 En de farizeeën dat ziende, zeiden tot Zijn discipelen: Waarom eet uw Meester met de tollenaren en zondaren?
12 Maar Jezus zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.
13 Doch gaat heen en leert wat het is: Ik wil barmhartigheid, en niet offerande; want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

VOLLEDIGE TEKST

Roeping van Mattheüs of Levi - Mattheüs 9

ds. J. IJsselstein - Mattheüs 9:9

THEMA

Jezus roept Mattheüs

LITURGIE

Bedezang voor de Predicatie:1

Lezen Mattheüs 9:1-13

Psalm 25:2,3,4

Psalm 139:1,2

Psalm 86:3,6

Mattheüs heeft ondertussen al een heel stuk van zijn Evangelie geschreven. Hij begon met nauwkeurige en vaardige pen met de stamboom van de Heere Jezus, de Zoon van David, de Zoon van Abraham. Daarna ging hij verder over de geboorte van de Heere Jezus, en over al de dingen die in die tijd gebeurden. Toen de Zaligsprekingen en het vervolg van de Bergrede. Daarna heeft hij geschreven over de storm op zee, over de genezing van een bezetene en van een verlamde…

En nu… Ja, hoe zou dat gegaan zijn? Misschien heeft hij zijn pen wel even neergelegd… Vol verwondering terugdenkend aan toen...

En dan schrijft hij toch maar verder. Over het meest wonderlijke uit zijn eigen levens- geschiedenis. Hij houdt het kort. Korter kan het bijna niet. Wat hij schrijft in hoofdstuk 9:9 van zijn Evangelie: En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. Twee zinnen maar. Je hoort hem denken: Dit is genoeg… Want het gaat niet om mij, maar om Jezus.

En zo is het ook vanmorgen, als wij met Gods hulp gaan nadenken over hoe Jezus Mattheüs roept. In de hoop en met het gebed, dat ook u en jij, met een enkel woord door de Heere Zelf geroepen zult worden.

De preek van vanmorgen gaat over: Jezus roept Mattheüs

We samen gaan zien: 1. Wie Mattheus is 2. Hoe Jezus hem roept 3. Wat Mattheüs vervolgens doet 4. Hoe daarop wordt gereageerd

Als eerste dus:

1. Wie Mattheüs is

a. Als eerste maar even iets over zijn naam. Want hij heeft er twee. In het Lukas-evangelie en in het Markus-evangelie heet hij: Levi. Wat zoiets als ‘aanhankelijkheid’ betekent. Maar in het Mattheüs-evangelie heet hij: Mattheüs. Wat letterlijk ‘geschenk van God’ betekent. Misschien heeft hij altijd al twee namen gehad, dat zou kunnen. Net als Thomas, die ook Didymus heette. En als Nathaniël, die waarschijnlijk ook Bartolomeüs heette. Het kan ook zijn dat hij (net als Simon Petrus) van de Heere Jezus een nieuwe naam gekregen heeft: Mattheüs, Godsgeschenk.

b. Hij heet Mattheüs, Levi. En hij is een tollenaar. Markus zegt (in Markus 2:13): bij de zee. Bij het meer van Galilea dus, bij de zee van Tiberias. Daar int hij als tollenaar belastinggeld voor de Romeinen. Bij de zee. Langs de internationale weg tussen Syrië en Egypte. En ook van de passagiers van aankomende en vertrekkende schepen, bij de oever van de zee van Tiberias.

En dat was bepaald geen erebaan, om belasting te innen voor de vijand, voor de Romeinen. Dat was geen blijk van vaderlandsliefde. In de ogen van de Joden waren dat toch een soort NSB’ers. En het was vaak ook oneerlijk werk, werk vol bedrog. Waarbij men zich weinig of niets aantrok van de wetten van God.

Waarom hij(!) zo meteen? Waarom geen nette farizeeër, of gewoon een nette, eerlijke Joods man of vrouw? Calvijn zegt: Om hem tot een toonbeeld (tot een voorbeeld) van vrije genade te stellen! En zo bid en hoop ik, dat u vanmorgen ook een voorbeeld van vrije genade gaat worden.

c. Hij heet Mattheüs of Levi. Hij is een tollenaar. En ja, wat is er verder nog van hem te zeggen? Dat hij nederig en bescheiden is. Lukas wijst er bijvoorbeeld op dat hij (als de Heere hem roept) alles verlaat. Maar zelf schrijft Mattheüs daar niets over. Hij is bescheiden. Maar of dat vóór zijn bekering ook al zo was, dat is nog maar de vraag. Wat we wel weten, is dat het geen prater is. Nergens in de vier Evangeliën zegt hij iets. Hij heet Mattheüs of Levi. Hij is een tollenaar. Hij is bescheiden, geen prater…

d. En hij woont (als vierde) waarschijnlijk in of vlak bij Kapernaüm. In de plaats waar Jezus ook woont. Dus Jezus is ongetwijfeld geen onbekende voor hem. Hij heeft Hem vaker zien langskomen. Mattheus heeft Jezus vaker gezien.

Zoals u Jezus ook vaker hebt zien langskomen. U zag Hem in het Evangelie. Hij werd u voor ogen geschilderd. Maar tot nu toe is er verder nooit iets gebeurd. Tot nu toe…

Trouwens, waarom zou Jezus oog hebben voor Mattheüs? Er zijn immers veel meer mensen om Hem heen? Markus schrijft: en de gehele schare kwam tot Hem (Mark. 2:13) Zoals er ook nu, zoveel meer mensen hier in de kerk zijn, dan u of jij alleen… Maar nee, er staat: Hij zag een mens… Die Hem niet zag. Want dat is wat we ook van Mattheüs weten:

e. Hij loopt niet achter Jezus aan. U en jij misschien ook wel niet. Hij zit gewoon in zijn tolhuis, in zijn belastingkantoortje. Hij denkt niet aan Jezus. En al helemaal niet aan de mogelijkheid dat hij Jezus zal gaan volgen. Hij is druk met zijn job. Hij is druk met zijn geld. Hij is druk met de vraag, hoe hij nog meer kan verdienen. Zoals u of jij hier vanmorgen misschien ook wel zit… Te denken… aan je werk, aan je inkomen, aan je promotiekansen, aan die nieuwe auto waar je van droomt…

Luister eens: Zo zegt Heere (in Jesaja 65:1): Ik ben gevonden van hen die naar Mij niet vraagden, Ik ben gevonden van degenen die Mij niet zochten; tot het volk dat naar Mijn Naam niet genoemd was, heb Ik gezegd: Zie, hier ben Ik, zie, hier ben Ik. U zoekt Mij niet, maar Ik zoek wel mensen zoals u!

Trouwens ‘t kan zijn, dat je al zittend hier in kerk, er wél eens aan gedacht hebt… Aan Jezus volgen… Maar, dacht je (denkend aan wie je was): ‘Dat zal voor mij wel niet weggelegd zijn. Dat zal eerder zijn voor al die andere, nette mensen hier om me heen.’ Je vergist je. Jezus zoekt mensen als Mattheüs: zondaars, die Hem nooit gezocht hebben.

Jezus zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. Dit is het bekeringsverhaal van Mattheüs. Slechts twee regels. Alles wat je meer nodig hebt om het te vertellen, dan dit ‘Ik zocht Jezus niet, maar Hij zocht mij wel’, dat is te veel. En… als het anders is, dan klopt het niet.

2. Hoe Jezus hem roept

Vers 9 zegt: En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. Voor Mattheüs is het totaal onverwachts! Jezus ziet hem zitten, in het tolhuis. Zoals Hij ook u en jou ziet zitten, hier in de kerk. Niet lettend in de eerste plaats op je uiterlijk. Maar kijkend naar wie je echt bent.

Hij weet alles van je. Zoals staat in Psalm 139: Hij weet je zitten en je opstaan, Hij verstaat van verre je gedachte. Hij weet wat je gedaan hebt en doet. Hij weet wat je denkt. Hij weet wie je bent. Niet is voor Hem verborgen. Hij proeft je nieren en je hart.

Zo ziet Jezus… een mens. De arm geworden Zaligmaker, ziet een mens, die alleen maar bezig is met… meer… Met meer geld verdienen, met meer rijkdom, met meer aards geluk…

Maar Jezus ziet meer. Hij ziet ook een mens, die Hij liefheeft. Die Zijn vader van eeuwigheid heeft liefgehad. Voor deze man, heeft Hij al hemelse heerlijkheid afgelegd. Om deze zondaar te redden van het verderf.

Hij ziet ongetwijfeld ook een man voor Zich, die Hij wil gaan gebruiken in Zijn dienst. En man met talenten en gaven. Die kan schrijven. Die meerdere talen machtig is. Die zelf niet solliciteert, en die dat ook nooit zou doen. Die zelf niet zoekt, en die dat ook nooit zou gaan doen. Zoals u en jij, misschien ook wel een mens bent met bijzondere van God gekregen talenten. Die zo bruikbaar zouden zijn in de dienst van de Heere. Maar solliciteren om de Heere te volgen, doe je niet. Laat staan: Hem zoeken, liefhebben en dienen.

Maar Jezus ziet hem en zegt (in vers 9) tot hem: Volg Mij! Zoals ook nu de stem van Christus klinkt in de roep van het Evangelie: Volg Mij!

a. En dat is een roep vol van genade. Aan het adres van een slecht mens. Kan de Heere dit niet beter zeggen tegen goede mensen? Ja, kan wel, maar Hij wil u en jou hebben! En dus: Volg Mij!

b. Het is (als tweede) de persoonlijke roep van Christus. Dit is niet mijn roep. Dit is geen roep van een ouderling of diaken. Dit is de roep van de Almachtige, van de Zoon van God. Die roept de dingen die niet zijn, alsof zij waren: Leef in uw bloed! Leef! Ik zeg u: Sta op! Verlaat de zonde, en leef! Geloof in Mij, en u zult zalig worden! Volg Mij!

c. Het is (als derde) ook een roep vol eenvoud en kracht. Het zijn maar twee woorden. En het is genoeg. En zo zal het ook vanmorgen zijn, als de Heere u of jou persoonlijk roept. Met almachtige, met hemelse kracht. Met niet tegen te stane liefde.

Breek met die zonden! Weg met dat geld, en met al dat bezig zijn met dingen die voorbij gaan! Geen geaarzel, geen gedraai! Maar ga in door de enge poort! Sprekend met macht, met innerlijke overtuiging. Gewillig makend: Volg Mij! Zoals de stem van Christus ook nu klinkt, in het Evangelie: Verlaat de slechtigheden en leeft; en treedt in de weg des verstands (Spr. 9:6). En: Volg Mij!

Ga niet redeneren. Ga niet tegenspreken. Maar luister. En wees gehoorzaam aan dit hemelse bevel. Want, als u dat niet doet, als u blijft zitten in uw tolhuis, dan komt u straks voor eeuwig om!

Ja, ik weet het, de Heere weet het: U, o medezondaars, hebt naar God nooit gevraagd, u hebt Hem nooit gezocht! Maar Hij zoekt u wel. Hij komt naar u toe. Zeldzaam voorrecht valt u te beurt. Miljoenen mensen in deze wereld hebben deze twee woorden nog nooit gehoord: Volg Mij! Moeten zij u dan voorgaan? Terwijl u de weg weet?

Ga niet redeneren. Ga niet tegenspreken. En… ga ook niet vragen! Want dat valt op! Mattheus zit midden in zijn werk. Hij hoort de stem van Jezus: Volg Mij! En…, hij vraagt niet: ‘Wat bedoelt U? Waarheen moet ik U volgen?’

Dat doet er niet toe! Want de vraag is niet waarheen u volgen moet, maar de vraag is: Wie u volgen moet. En wie u volgen mag. Want nogmaals: Dit is een zeldzaam voorrecht. Dat Christus in het Evangelie tegen u zegt: Volg Mij!

Dat u Hem volgen mag. De Zaligmaker van zondaars. Dat is een zeldzaam voorrecht. En dus is ‘t niet verstandig, lieve mensen, om dit hemelse liefdebevel naast je neer te leggen. Om te blijven zitten waar je zit. Zo gij Zijn stem dan heden hoort, verhard u niet! Want dan kom je straks voor eeuwig om.

We gaan, voordat we verder gaan met ons derde aandachtspunt, nu eerst samen zingen uit Psalm 139 vers 1 en 2 Niets is, o Oppermajesteit, Bedekt voor Uw alwetendheid. Gij kent mij; Gij doorgrondt mijn daân; Gij weet mijn zitten en mijn staan.

G' omringt mijn gaan en liggen, Gij, O HEER, zijt altoos nevens mij; Uw onbepaalde wetenschap Kent mijnen weg van stap tot stap. En wat er verder volgt in Psalm 139 vers 1 en 2.

Ons derde aandachtspunt:

3. Wat Mattheüs doet

Mattheüs zelf schrijft in vers 9: En Jezus vandaar voortgaande, zag een mens in het tolhuis zitten, genaamd Matthéüs, en zeide tot hem: Volg Mij. En hij opstaande, volgde Hem. En zo schrijft ook de evangelist Markus het in zijn Evangelie. Maar Lukas schrijft in Lukas 5:28: En hij, alles verlatende(!), stond op en volgde Hem.

Wie had dat ooit verwacht? Wat schittert hier vrije, soevereine genade! Zonder dat de Heere Jezus tegen hem zegt of hoeft te zeggen: wat hij moet gaan doen, of hoe hij moet leven… Zonder dat Mattheüs na hoeft te denken… Zonder aarzeling staat hij op, verlaat hij alles en volgt Jezus.

Hier schittert vrije, eenzijdige, onverdiende genade voor een van de slechtsten. En dat zeg ik niet om u een excuus te geven, om te blijven zitten. Maar alleen om God al de eer te geven van wat hier gebeurt. Nu Christus de banden van de zonde in het leven van Mattheus breekt. Nu Hij hem losbreekt uit de slavernij van dat alleen maar leven voor nu. En hem (die nooit naar God gevraagd heeft) zonder aarzelen gewillig maakt, om de Heere te volgen. Dit is een machtige daad van de Heere Zelf. En wij bidden dat de Heere dat ook vanmorgen zo zal doen. Bij u, bij jou.

Hier schittert vrije genade voor een van de slechtsten. En dat wil tegelijkertijd hoop geven aan mensen die even slecht zijn. Aan mensen die ook niet zoeken, die ook niet vragen. Aan mensen die ook alleen maar bezig zijn met de verkeerde dingen, die er niet toe doen op weg naar de grote eeuwigheid. Aan mensen die ook lopen op de brede weg.

Luister, vanmorgen komt Jezus langs uw tolhuis. Hoort u Zijn stem niet? Zijn liefdevolle nodiging? Zijn hemelse bevel? O, ik wens en bid, dat ook u de stem van de Heere Zelf zult horen in deze enkele woorden: Volg Mij! Mijn juk is zacht en Mijn last is licht (Matth.11:30). Als u zich bekeert, dan zal er blijdschap zijn in de hemel, om u!

En hij, alles verlatende (schrijft Lukas) stond op en volgde Hem. Dat is de prijs: alles verlaten. Ga in door de enge poort. En laat alles van uzelf achter. Uw oude, zondige natuur. Uw zelfgenoegzaamheid, uw trots en uw hoogmoed. Uw liefde tot de wereld en tot uw aardse bezittingen. Uw eigen idee dat u goed bent en dat u goed bezig bent. Laat het achter!

Mattheüs verlaat: a. Zijn rust. Dat rustig zitten werken in zijn tolhuis. Dat gewoon bezig zijn met zijn geld. Dat rustig bezig zijn met het zoeken van de dingen van hier en nu. Maar nu…, is de rust ongetwijfeld voorbij. Zal Mattheüs niet met tranen teruggekeken hebben naar zijn vroegere werk? Wat heeft hij veel tijd verprutst. Wat heeft hij veel kwaad gedaan, tegen een zo goeddoend God. Wat zal dat zijn hart gebroken hebben. Mattheüs verlaat zijn rust. De rust van zijn leven en van zijn oneerlijke werk.

b. Maar hij verlaat ook zijn gewone dagelijkse werk. Terwijl die man misschien ook wel gewoon een gezin had, en de kost moest verdienen. Maar ineens komt er iets in zijn leven. Ineens komt er Iemand in zijn leven. En dat brengt een radicale verandering teweeg, ook wat betreft zijn werk, zijn bezig zijn en zijn tijdbesteding.

Vroeger dacht hij misschien wel: De Heere zoeken, ja, zo ben ik wel opgevoed… Maar man, daar heb ik geen tijd voor! Ik heb een drukke baan! ‘s Avonds dan? Nee, man, dan heb ik cursus! Dan moet ik bijscholen! Om? Om vooruit te komen, om hogerop te komen! Om? Om nog meer te verdienen! ’s Nachts dan? Nee, dan ben moe. Dan moet ik slapen. Want morgen moet ik weer werken en studeren. Nooit tijd voor het zoeken van de Heere, voor het dienen van Hem. Maar nu verlaat Mattheüs zijn werk, zijn verkeerde tijdbesteding. Hij verlaat alles en volgt Jezus.

c. En daarbij onderhandelt hij niet over voorwaarden om Jezus te volgen. Hij zoekt geen garanties. Hij zegt niet: Dat wil ik wel doen, maar wat krijg ik ervoor terug? En welke garanties biedt U mij, voor het geval dat…? Niets van dat alles!

Hoe komt dat? Dat komt door (en ik hoop en bid dat u dat vanmorgen ook voelt in uw hart), dat komt door de trekkende liefde van Christus. Omdat de Heere zijn ogen opent, voor de waarde van een heel ander leven. Zijn geld verbleekt, nu de Parel van grote waarde tot hem komt. Hem moet Hij hebben! En hij volgt Hem.

De liefde van Christus trekt hem uit zijn tollenaarskantoor. Het is ongetwijfeld in zijn hart, wat dominee Ledeboer ooit zei, toen hij samen met een ouderling op pad was om

naar een perceel grond te kijken. Halverwege zei hij: ‘Roos (zo heette die ouderling), we gaan terug. ‘k Ben mis. Mijn land is boven. Voor één kus van Jezus’ mond, geef ik al die zwarte grond!’

‘Nu mijn hart voor Jezus smelt, geef ik al dit zwarte geld!’ Mijn oude leven is voorbij!

Als je iets van Jezus gaat zien, van Zijn heerlijkheid, dan ga je vanzelf volgen. Dan kan je niet meer terug, dan wil je niet meer terug. Als je iets ziet van Zijn liefde. Door jou nooit gevraagd en nooit gezocht. Weergaloze liefde! Dat Hij in de wereld kwam om armen (ze dachten dat ze rijk waren), maar om armen rijk te maken. Door ze terug te brengen tot de vrede met God. Als je daar iets van ziet, dan kan je niet meer terug, dan wil je niet meer terug.

Mattheüs verlaat alles en volgt Jezus. Zelf is hij er niet trots op. Hij noemt niet eens. ’t Is Lukas die er over vertelt. Zijn leven is vanaf nu voor de Heere. En Die bepaalt vanaf nu zijn weg.

U, die door genade eerder al de roepstem van de Zaligmaker gevolgd bent, vergeet deze woorden niet... Ze stonden aan het begin van onze weg met de Heere. Toen Hij ons riep uit de duisternis van onze verlorenheid, tot het licht van Zijn genade. Maar die woorden gelden nog steeds. Ons leven is niet van onszelf, maar van Christus. Die ons kocht met de hoge prijs van Zijn bloed.

Dus, als de Heere u nu roept, net als Mattheüs trouwens, ook tot een bijzondere taak in Zijn koninkrijk, aarzel dan niet. Vraag dan niet: Waarheen? Of: Hoe? Of: Kan dat wel? En wat dan met mijn werk? En met mijn huis? En met mijn gezin…? Nee, volg de Heere!

Zoals Abraham deed (het staat in Genesis 12:1 en 4): De HEERE nu had tot Abram gezegd: Ga gij uit uw land en uit uw maagschap en uit uws vaders huis, naar het land dat Ik u wijzen zal (…) En Abram toog heen, gelijk de HEERE tot hem gesproken had. Zonder te vragen. En de Heere zegende hem. Meer zegen kan u niet van de Heere verwachten, dan wanneer u Hem volgt. Want dan zal de Heere met u zijn. En dan hebt u alles! Tot slot ons vierde aandachtspunt:

4. Hoe daarop wordt gereageerd

Vers 10 zegt: En het geschiedde als Hij in het huis van Matthéüs aanzat, zie, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen. In het hart van Mattheüs is niet alleen liefde gekomen tot de Heere Jezus. Maar ook (hoe kan het ook anders?) tot zijn medemensen, tot zijn vroegere collega’s.

Hij (schrijft Lukas in Lukas 5:29) richtte Hem een groten maaltijd aan in zijn huis. Dus dit wordt een maaltijd voor de Heere Jezus. Als dank aan Hem! Maar dit wordt ook een maaltijd om zoveel mogelijk mensen in contact te brengen met de Heere Jezus. En de uitnodiging wordt gretig geaccepteerd. Lukas schrijft dat een grote schare van tollenaars en van anderen kwam. En Mattheüs schrijft: vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten aan met Jezus en Zijn discipelen.

Maar, dan komt vers 11: En de farizeeën dat ziende (waarschijnlijk na afloop van het diner), zeiden tot Zijn discipelen (kennelijk durven ze het niet rechtstreeks aan Jezus Zelf te vragen): Waarom eet uw Meester met de tollenaren en zondaren? Waarom doet Hij dat? En waarom hebben jullie zo’n Meester uitgekozen, om Die te volgen?

Wat heeft de Heere Jezus toch veel tegenspreken van zondaars tegen Zich verdragen (Hebr. 12:3). En dus mogen Zijn discipelen dat ook doen, in navolging van Hem.

Vers 12: Maar Jezus zulks horende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn. Een dokter is niet voor mensen die zich prima en gezond voelen. Een dokter is voor zieken en hulpbehoevenden.

Over welke ziekte gaat het hier? Over de zonde. De zonde is de ziekte van zondaars. De zonde die u verzwakt, die u misvormt, die u misschien wel verontrust. Die u uiteindelijk verteert. Uw ziekte, zondaars, is gevaarlijk. Vooral omdat u hem van uzelf niet ziet. Uw ziekte, de zonde, is dodelijk. Maar, Gode zij dank, niet ongeneeslijk.

Alleen het ontbreekt de farizeeën aan het inzicht dat ze ziek zijn. Ze denken met de gemeente van Laodicea: wij zijn rijk en verrijkt en hebben geen ding gebrek. Zonder te weten dat ze ellendig en jammerlijk en arm en blind en naakt zijn (Openb. 3:17). Beste vrienden, zalf uw ogen met ogenzalf, opdat u zien moogt. Met ogenzalf, die bij de Heere te krijgen is.

De farizeeën irriteren zich mateloos, aan het feit dat Jezus eet met types als Mattheüs, met tollenaars en zondaars. Want, zegt de Heere Jezus, waarom doet Hij dat? Want zij hebben een dokter nodig voor hun ziel. Maar u ziet uw nood niet. En misschien geldt dat ook wel voor u en jou…

En dus zegt de Heere in vers 13: Doch gaat heen en leert wat het is… U wordt zo meteen naar huis gestuurd, om te gaan onderzoeken wat het betekent, wat Hosea schrijft in Hosea 6:6: Ik (de Heere) wil barmhartigheid, en niet offerande. Want Ik ben niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaars tot bekering.

Is dat een afwijzing? Nee, dat is bedoeld om u te ontdekken. Met het doel dat u alsnog naar de Zaligmaker toe zou komen, met de nood van uw ziel. Die u nu nog niet ziet. Vragend om redding en behoud.

U, die lijkt op deze farizeeën, u wilt iets anders, dan wat de Heere wil. U wilt uiterlijk aanzien, u wilt formele plichten doen, u wilt regels naleven, u wilt offers brengen. U wilt schijn, u wilt schaduw. U (zegt de Heere Jezus in Mattheüs 23:23): u vertiendt de munt en de dille en de komijn. U bent uitermate precies in het ogenschijnlijk stipt naleven van de wet. Maar, u laat na het zwaarste der wet, namelijk het oordeel (eerlijkheid) en de barmhartigheid en het geloof. Deze dingen moest men doen en de andere niet nalaten.

Die dode orthodoxie, dat alleen maar naleven van uiterlijke rituelen, en uw trots daarop, daaraan (zegt Hosea 8:13), daaraan heeft de Heere geen welgevallen.

En dus, ga heen en leert wat het is. Dat wil zeggen: ga thuis in uw Bijbel lezen. Niet om nog meer de letter van de wet te weten. Maar om biddend de echte betekenis ervan te gaan verstaan. Van woorden die mij en u bestraffen en veroordelen. Van woorden die mij en u eerlijk aanwijzen, niet als vrome en goede mensen, maar als vijanden van God en Christus. Lees uw Bijbel, biddend om het licht van de Heilige Geest en om de opening van uw verstand.

Dan zult u al uw kritiek en misplaatste zelfvertrouwen kwijtraken. En ongetwijfeld ook komen. Als…? Als iemand die met een dodelijke kwaal niet anders kan, dan komen naar deze Dokter. En u scharen bij de zondaars, bij de verlorenen, de dwalenden, de bedelaars, de belasten, de hongerigen en de dorstenden. Voor welk soort van mensen de Zaligmaker in deze wereld kwam. Want Christus is niet gekomen om te roepen rechtvaardigen (de kanttekening zegt: want die zijn er niet!), maar zondaars (die zijn er wel!) tot bekering.

Zo zegt de Heere Christus: O zondaars, u die Mij en God niet zoekt, u die naar Mijn Naam niet bent genoemd, u die vast zit aan alles wat van deze wereld is, tollenaars, zondaars: Kom, en volg Mij! De Heere Zelf moge in vrije goedheid en genade uw hart in liefde nemen om alles te verlaten en Hem te volgen. Amen.