PREEK · VRIJE STOFFEN

Zacheüs, de tollenaar - Lukas 19

17 augustus 2025

Lukas 19:5: En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende zag Hij hem, en zeide tot hem: Zachéüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

INLEIDING

Zacheüs, een rijke, maar verachte tollenaar te Jericho, klimt uit nieuwsgierigheid in een vijgenboom om Jezus te zien, en wordt daar door Hem aangesproken met de bekende roepstem uit Lukas 19:5: “Zacheüs, haast u en kom af, want Ik moet heden in uw huis blijven.” Deze leespreek over Lukas 19 laat zien dat niet onze geschiktheid, maar Christus’ zoekende liefde zondaars welkom heet, en roept ook u vandaag op tot haastige bekering.

THEMA

Jezus zoekt Zacheüs

KERNPUNTEN

  1. 1a. Zacheüs, zijn persoon
  2. Zacheüs, zijn moeilijkheden.
  3. Jezus, Zijn blik
  4. Jezus, Zijn woorden, Zijn roep.
  5. Jezus, Zijn werk.

LUKAS 19:1-6

1 En Jezus ingekomen zijnde, ging Hij door Jericho.
2 En zie, daar was een man, met name geheten Zachéüs; en deze was een overste der tollenaars, en hij was rijk;
3 En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was.
4 En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgenboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan.
5 En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende zag Hij hem, en zeide tot hem: Zachéüs, haast u en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.
6 En hij haastte zich en kwam af, en ontving Hem met blijdschap.

VOLLEDIGE TEKST

Zacheüs, de tollenaar - Lukas 19

ds. J. IJsselstein - Lukas 19:5

THEMA

Jezus zoekt Zacheüs

AANDACHTSPUNTEN

  1. 1a. Zacheüs, zijn persoon
  2. Zacheüs, zijn moeilijkheden.
  3. Jezus, Zijn blik
  4. Jezus, Zijn woorden, Zijn roep.
  5. Jezus, Zijn werk.

Gemeente, de preek van vanmorgen gaat over het welkom van zondaars bij God. En ik roep u, die onbekeerd bent, in het bijzonder op om vanmorgen goed te luisteren. Terwijl u ondertussen ernstig nadenkt over uw gevaarlijke toestand. U bent alleen op de wereld, zonder God. U bent verloren, u leeft onder de toorn van God. U bent veroordeeld, en er is maar één voetstap tussen u en uw eeuwige ondergang in de hel. En, althans dat geldt de meesten van u, u leeft ondanks dat rustig door.

U kunt verlost worden van al uw zonden, van uw ellende en van de toekomende toorn. Dat verloren leven, dat schuldige verleden, kan voor altijd uitgewist worden. Want het bloed van Jezus Christus, Gods zoon, reinigt van alle zonde (1 Joh. 1:7). Indien wij onze zonden belijden, Hij is getrouw en rechtvaardig, dat Hij ons de zonden vergeve en ons reinige van alle ongerechtigheid (1 Joh. 1:9).

Maar de meesten van u, lieve vrienden, vergissen zich in de manier waarop God zonden vergeeft en barmhartigheid schenkt. U denkt bij uzelf: ‘Ik moet eerst diep berouw hebben, ik moet eerst wekenlang geworsteld hebben in het gebed, tot tranen toe bewogen zijn, en veel liefde hebben tot het Woord van God, waardoor ik niet meer zonder mijn Bijbel kan.’ Maar u vergist zich.

De grote vraag van het Evangelie is niet: Wilt u uzelf geschikt maken voor Jezus? Wilt u hartelijk berouw hebben, uw liefde bewijzen, uw hart en leven verbeteren, en dan, en zo, tot Christus komen? Als dat zo was, dan had u een excuus. Dan zou u kunnen zeggen (wat u volgens mij ook regelmatig denkt): Helaas, zover is het bij mij nooit gekomen. En dus: Wat kan ik eraan doen? Maar de grote vraag van het Evangelie is: Wilt u Christus hebben, om al die dingen voor u te doen? Want Hij is geschikt voor zondaars. En dan, en dus kunt u niet zeggen: Ik ben te ongelovig, ik ben te hard, te koud of te blind. Want zo zegt het Evangelie: Wilt u uw hart laten breken? Kom dan tot Christus! Wilt u breken met uw zonden? Kom dan tot Christus!

Wilt u ogenzalf op dat u zien zou? Kom dan tot Christus! Wilt u vergeving van uw hemelhoge schuld? Kom dan tot Hem! Want het bloed van Jezus Christus, Gods zoon, reinigt van alle zonde.

En daar hoeft niets van u bij. Daar mag niets van u bij. Want alles is volbracht. U bent welkom, zoals je bent en zoals u altijd geweest bent. Wend u naar God toe en word behouden (Jes. 45:22). Genade is vrij, voor de grootste van de zondaars. Die Hij roept: kom tot Mij!

Zo is het ook vanmorgen. En ik bid dat de Heere u met zoveel kracht zal roepen, dat u niet anders kunt doen, dan komen. Dan komen, met u verloren jaren, uw verloren leven, en uw verloren hart. Zoals Zacheüs kwam.

Over hem gaat de preek van vanmorgen. Over Lukas 19:1-10. Over Zacheüs, de tollenaar. We hebben de geschiedenis samen gelezen. Ik lees u als samenvatting van dit Bijbelgedeelte nu alleen het vijfde vers nog een keer voor: En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven.

De preek van vanmorgen gaat over (dat is het thema van de preek): Jezus zoekt Zacheüs

We letten in de eerste plaats op Zacheüs: op zijn persoon en op zijn moeilijkheden. Wie is hij eigenlijk en wat doet hij precies? En daarna letten in de tweede plaats op de Heere Jezus: op Zijn blik (Zijn kijken), op Zijn woorden en op Zijn werk. Dus, de preek heeft twee punten: 1. Zacheüs (zijn persoon en zijn moeilijkheden) 2. Jezus (Zijn blik, Zijn woorden en Zijn werk) Als eerste dus:

1a. Zacheüs, zijn persoon Wie is Zacheüs de tollenaar eigenlijk? Tollenaars, jongens en meisjes, dat waren mensen die belasting, die geld inden voor de Romeinen. De Joden moesten geld, zij moesten belasting betalen aan de Romeinen. Dat waren vijanden van het volk Israël, die in die tijd de baas waren in het land Israël. En tollenaars waren mensen die dat geld, die die belasting ophaalden voor de Romeinen. En alles wat ze meer binnen wisten te krijgen, dat was voor hen. Dat was winst!

Ja, want de tollenaars lieten de mensen niet alleen gewoon betalen wat ze moesten betalen. Later zegt Zacheüs het zelf (in vers 8): ze ontvreemdden mensen ook geld door bedrog. Ze zetten mensen onder druk, ze intimideerden mensen, ze deden boos en lelijk tegen ze. En met gemeen doen, liegen en bedriegen, kregen ze heel veel geld binnen. En dus (het staat in vers 2) was Zacheüs rijk.

Zacheüs is dus een soort belastingambtenaar. De mensen moeten belasting aan hem betalen. En hij geeft het weer door aan de Romeinen. Behalve dat wat hij extra verdiend heeft. Dat is voor hem. Zacheüs is belastingambtenaar. Ja, meer nog: hij is het hoofd van de belastingdienst, hij is de directeur van het belastingkantoor in Jericho. Zijn werk, zijn geld, zijn geluk in zijn leven. En dat is al jaren zo. Dat is altijd al zo geweest. Herkent u dat misschien? Is uw leven ook zo, en altijd al zo geweest?

Hij was rijk. En (vers 3) zocht Jezus te zien, wie Hij was. Dat is bijzonder. Zacheüs is rijk, hij heeft een heel goede baan, hij heeft alles wat zijn hartje begeert. Waarom zou hij Jezus willen zien? Zacheüs zoekt Jezus… Nee, dat staat er niet. Hij zoekt Jezus te zien. Dat wil zeggen: hij zou Hem heel graag een keer willen zien, die Jezus van Nazareth, over Wie hij zoveel gehoord heeft… Wij zouden zeggen: Zacheüs is nieuwsgierig, maar verder niets.

Waarom is Zacheüs zo nieuwsgierig? Nou, daar zijn wel een paar redenen voor. a. Vlak hiervoor had de Heere Jezus een blinde bedelaar genezen (Luk. 18:43). En iedereen die dat zag, gaf God de eer. Het gaat als een lopend vuurtje door de stad: ‘Heb je het ook al gehoord?’ Nou, Zacheüs heeft het vast ook gehoord. b. En er is nog iets: de Heere Jezus had hiervoor al een paar keer iets in het openbaar gezegd, over…? Over hem en zijn kantoor, over de tollenaars. En iedere keer als Jezus iets over hem zei, noemde Hij hem en zijn collega’s in één adem met zondaars (Mat. 11:19, 21:31). Dat hebben de mensen van zijn kantoor vast aan hem doorgegeven! c. Maar er is ook nog iets anders, en dat heeft Zacheüs vast ook gehoord. Aan de ene kant deed de Heere Jezus heel scherp over de tollenaars. Hij zei het heel duidelijk: dat zijn zondige mensen. Maar aan de andere kant was Hij ook vriendelijk. Hij riep de tollenaars op tot bekering! Hij zei: Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars tot bekering (Mat. 9:13). d. En, nog iets, Zacheüs had zelfs gehoord dat Jezus met tollenaars aan één tafel gezeten had. Er staat in de Bijbel: En het geschiedde, als Hij in het huis van Mattheüs aanzat (dat is een vroegere collega van hem!), ziet, vele tollenaars en zondaars kwamen en zaten mede aan, met Jezus en Zijn discipelen. (Mat. 9:10). Nou, dat heeft de baas van het kantoor in Jericho vast en zeker ook gehoord. e. Sterker nog, de tollenaars kregen bijzondere interesse in Jezus van Nazareth. Er staat een paar hoofdstukken terug, in Lukas 15: En al de tollenaars en de zondaars naderden tot Hem, om Hem te horen (Luk. 15:1). Iedereen, zij allemaal, al zijn medewerkers, zij kwamen tot Jezus om naar Hem te luisteren. En wat ze gehoord hebben? Die drie bekende gelijkenissen, die jullie, jongens en meisjes, ook kennen: over het verloren schaap, over de verloren penning en over de verloren zoon. Ze hebben het vast en zeker ook aan hun directeur, aan Zacheüs verteld.

f. Maar er is nog meer. Er komen zelfs tollenaars tot bekering. Eén van hen, Mattheüs of Levi, heeft zelfs zijn oude beroep van tollenaar vaarwelgezegd en is Jezus gevolgd (Mat. 9:9). g. En weet je, jongens en meisjes, wat ook zo bijzonder is: vlak hiervoor heeft de Heere Jezus nog een gelijkenis verteld, de gelijkenis van de farizeeën en de… tollenaar. En wie ging er gerechtvaardigd, met een gelukkig hart en met vergeven zonden naar huis? Precies: de tollenaar!

Al die dingen heeft Zacheüs vast gehoord. En het heeft hem geraakt… Zoals het u ook misschien wel eens geraakt heeft: die wonderlijke Man, Jezus van Nazareth. Voorbeeldig in alles, liefdevol, bewogen…, en tegelijkertijd zo begaan met het slechte, met het verlorene... Waarbij u helaas meestal aan anderen dacht… Wie zou die Man toch zijn? ‘Ik zou Hem weleens van dichtbij willen zien.’ Zo staat het ook in vers 3: Hij zocht Jezus te zien, wie Hij was...

Zacheüs, wie hij is? Hij is de directeur van de tollenaars. Hij is rijk. Hij is nieuwsgierig, en… hij is verloren. Dat staat letterlijk aan het einde van deze geschiedenis, in vers 10. Daar zegt de Heere Jezus: Ik ben gekomen om te zoeken en zalig te maken… Wie? Zacheüs, die verloren was. Zoals ook u, verloren bent. Een verloren zoon, een verloren dochter. Ja, u weet het wel, maar het is nog nooit echt tot u doorgedrongen. Levend zonder God, zonder te zien hoe gevaarlijk dat is. Geestelijk blind. U voelt niet, dat u Hem nodig hebt, als Zaligmaker. Anders had u Hem wel gezocht, anders had u uw bijbel wel stuk gelezen, uw knieën wel stuk gebeden. Anders was hij niet in de boom geklommen. Anders had hij geroepen: Zone Davids, ontferm u over mij! Zacheüs is nieuwsgierig. En zo gaat hij op pad. En zo zit u hier in de kerk of thuis ook te kijken…

Maar dat gaat niet zo gemakkelijk als gedacht. Hij komt allerlei moeilijkheden tegen. Daarop letten we in het vervolg van punt 1:

1b. Zacheüs, zijn moeilijkheden. Want we lezen in vers 3 en 4: En zocht Jezus te zien, wie Hij was; en kon niet vanwege de schare, omdat hij klein van persoon was. En vooruitlopende, klom hij op een wilden vijgenboom, opdat hij Hem mocht zien; want Hij zou door dien weg voorbijgaan. Hij wil die Jezus van Nazareth wel eens een keer zien. Wie is dat toch? Wat is dat toch voor een Man? Iedereen heeft het over Hem…

Maar… eerste moeilijkheid: hij kon niet vanwege de schare, vanwege de menigte mensen. Al die mensen die voor hem staan… Niemand wil aan de kant! En, ja, dat vast ook: iedereen kijkt hem met de nek aan. ‘Dat? Dat is Zacheüs, die tollenaar. Dief! Gemenerd!’

Zoals je de blikken van medekerkgangers in je rug kan voelen prikken. Als je denkt aan wie je bent, aan hoe je leeft en altijd geleefd hebt.

Zacheüs is maar een klein mannetje. En dus: vooraan staan lukt niet. Achteraan dan misschien, en dan een beetje op je tenen staan? Maar… tweede moeilijkheid: Als je klein bent, dan kan je wel proberen op je tenen te gaan staan, maar dan zie je nog steeds niets…

Waarom zou dit eigenlijk in de Bijbel staan? Is dit nu zo belangrijk? Wat zou dat precies te betekenen hebben? Het laat zien jongens en meisjes, dat mensen die op weg zijn naar de Heere Jezus last hebben van…? (a) Van andere mensen. Andere mensen kunnen ervoor zorgen, dat je de Heere Jezus niet kan zien. Ze zeggen: ‘De Heere Jezus? Die is niet voor jou, daar ben jij veel te slecht voor…’ Dat is heel erg. (b) Maar het is veel erger en het is een veel groter probleem, dat Zacheüs last heeft van zichzelf. Hij zal wel gedacht hebben: ‘als ik nu groter was, dan…’ Zoals u, zoals jij misschien ook wel denkt… Als ik nu groter was, als ik beter was, als ik minder zonden had… Als ik nu meer bad, meer in mijn Bijbel las, meer geraakt was, meer tranen van berouw had… Of: als ik nog beter zou worden, dan dat ik al ben, dan zou ik… Maar nee, dat gaat allemaal niet lukken. Want u bent te klein om Jezus te zien. En te groot om voor Hem te buigen. U moet niets eerst zelf al uw gebreken oplossen en dan tot Jezus komen. U mag met al die gebreken aan Zijn voeten terechtkomen. U bent meer welkom, dan dat u ooit hebt kunnen denken.

Zacheüs is te klein. Zo kan hij Jezus niet zien. Weet je wat? Hij rent voor de menigte mensen uit en… kijk, zijn laatste redmiddel! Daar staat er één: een wilde vijgenboom. Een boom waarvan de takken tot heel laag boven de grond komen. Dus, met zijn kleine beentjes komt hij er wel in. Zo staat hij net een treetje hoger. En bovendien: niemand ziet hem hier. Hopelijk… Zo kan hij van bovenaf naar beneden kijken. Terwijl, als hij een beetje geluk heeft, de mensen hem niet kunnen zien. Stil staan! Daar komt Jezus aan! Zacheüs kijkt van bovenaf op Jezus neer. Dat voelt niet goed: van boven naar beneden, op Jezus neerkijken. Nee, maar het zit ook niet goed in het hart van Zacheüs.

We gaan het verder zien in ons tweede punt, maar laten we eerst samen zingen uit Psalm 139:1: Niets is, o Oppermajesteit bedekt voor Uw alwetendheid. Gij kent mij; Gij doorgrondt mijn daân; Gij weet mijn zitten en mijn staan; Wat ik beraad', of wil betrachten, Gij kent van verre mijn gedachten.

Gemeente, we gaan verder met ons tweede aandachtspunt, met punt 2a:

2a: Jezus, Zijn blik (dat wil zeggen: Zijn kijken) Want we lezen in vers 5: En als Jezus aan die plaats kwam, opwaarts ziende, zag Hij hem, en zeide tot hem: Zacheüs! haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven. Ineens is hij daar… Jezus van Nazareth! En precies onder de boom staat Hij stil en kijkt, recht omhoog! Opwaarts ziende, omhoog kijkend, ziet Jezus Zacheüs. Hij kijkt hem recht in de ogen! Jezus ziet Zacheüs!

En dat, jongens en meisjes, is heel bijzonder. Want het was logisch geweest als de Heere (want Hij weet alles en ziet alles), als de Heere gedacht zou hebben: ‘Ja, Ik weet en zie alles, ook daar in die boom…. Ik weet het wel, daar zit dat kleine, gemene mannetje. Lekker laten zitten…!’ Daar in de kerk zit hij, daar thuis voor het computerscherm zit zij… Laat maar lekker zitten…! Maar nee, de Heere staat stil. Hij kijkt omhoog. Hij ziet Zacheüs. Hij kijkt hem aan. En de Heere kijkt u aan: hier in de kerk, en thuis. En je weet, jongens en meisjes, (we weten dat van Petrus in de zaal van Kajafas), als de Heere je aankijkt, dan kijkt Hij dwars door je heen. Hij ziet alles aan de buitenkant, maar ook alles vanbinnen in ons hart. Niets is bedekt voor Zijn alwetendheid.

De blik van Jezus raakt Zacheüs. De blik van Jezus raakt u, raakt jou. De doordringende blik van Hem Die alles ziet en weet. Zijn blik is ontmaskerd. Zijn blik overtuigt van zonde: ‘Ik zie je, Ik ken je, door en door’.

Ineens ziet Zacheüs het. Ineens ziet u het, zie jij het. Ineens, hoop en bid ik: nu! Terwijl hij in de boom nieuwsgierig naar beneden kijkt. Terwijl u hier in de kerk, terwijl jij thuis nieuwsgierig meekijkt. Ineens raakt het u. Ineens haakt het vast in je hart. Zijn alles doordringende blik, vanuit Zijn Woord. Kijkend tot in het diepst van je zondige hart. Ontdekkend! Je schrikt, je beeft. Want Hij ziet alles. En Hij weet alles.

Jezus komt naar hem toe. Jezus komt naar u, naar jou toe. Zelf heb je nooit God gezocht, zelf heb je nooit naar God gevraagd. Wat een wonder van eenzijdige liefde en bewogenheid.

We gaan verder met ons volgende punt, 2b:

2b. Jezus, Zijn woorden, Zijn roep. Zacheüs! Haast u, en kom af; want Ik moet heden in uw huis blijven

De Heere roept Zacheüs. Maar niet zomaar. Hij roept hem (als eerste) heel persoonlijk, bij zijn naam. Zoals later ook bij Paulus: Saul, Saul, wat vervolgt u Mij (Hand. 9:4)! Nu zegt de Heere: ‘Zacheüs!’ Zijn naam betekent eigenlijk: zuiver, rein, puur, onschuldig. Maar nee, dat is hij niet! En Zacheüs voelt het ongetwijfeld: de Heere ziet dat, de Heere weet dat. Want Hij doorgrondt en kent mij. Hij kijkt dwars door me heen en weet alle dingen. Het uitspreken van die naam Zacheüs moet hem pijnlijk getroffen hebben in zijn hart.

De roep van de Heere is (als tweede) ook vol Goddelijke kracht en majesteit. De stem van de Heere Jezus trekt hem als het ware van zijn tak, van zijn laatste redmiddel, naar beneden. Zoals ik hoop en bid dat de Heere u en jou, nu, ook naar beneden tot voor Zijn voeten zal halen. Vernederd. Uw trotse hart gaat buigen. Uw hoogmoed gaat breken.

Het is ook een roep die (als derde) Zacheüs dringt tot grote haast: ‘Zacheüs, haast u en kom af! Wat kunnen we aarzelen, wat kunnen we ons komen tot Christus lang uitstellen. Hoe lang hinkt u al op twee gedachten? Maar als Hij komt, en ik hoop en bid dat het vanmorgen zo zal zijn, dan komt Zacheüs. Dan komt u ook, dan kom jij ook. Zonder aarzeling, tot aan de voeten van Jezus.

Zacheüs, haast u, en kom af! Kom naar beneden. Zacheüs, kom! Wat ligt er een zeldzame overtuigingskracht in dat ene woordje: kom! Kom, want Ik ben bereid, gewillig en machtig je los te maken van de macht van het geld, van de slavernij van de zonde. Kom, wat Ik ben bereid, gewillig en machtig je los te maken van het alleen maar leven\ voor nu, van het genieten van deze tijd, van de tevredenheid met je nette leven. Kom tot Mij, Die door de Vader gezonden ben als Zaligmaker van de wereld (1Joh. 4:14), opdat de wereld door Mij behouden zou worden (1Joh. 3:17).

Kom! Je hebt het al zo vaak gehoord: Mijn zoon, Mijn dochter, kom, geef Mij je hart! Altijd is het langs je heen gegaan. Totdat, zoals hier, de Heilige Geest het Woord met macht en gezag binnendraagt in je hart. Je durft Hem niet meer te wantrouwen. Je verliest je trots en je hoogmoed. Je staat als een arme zondaar voor God, de Alwetende. En zo wordt je uit de boom getrokken. Zoals Jezus zei: Ik zal ze tot Mij trekken! En je zegt: Heere, hier ben ik. Wat moet ik doen? Uw gewilligheid overtuigt mijn onwil. Uw macht overtreft mijn tegenstand. Uw liefde breekt mijn verzet. Hier ben ik, Heere, wat moet ik doen om zalig te worden?

Zacheüs, kom! Want Ik moet heden in uw huis blijven. De Heere nodigt Zichzelf uit om bij Zacheüs thuis te komen. Thuis, waar overal te zien is, hoe hij leeft en wat hij doet. Daar liggen alle valse rekeningen. Daar is te zien, dat alles alleen maar draait om geld en om gestolen bezit. Zacheüs, laat het allemaal maar aan Mij zien. Niet hoe goed u bent, maar hoe slecht u bent.

Alles is voelbaar doortrokken van de liefde van de Zaligmaker. Zacheüs, man of vrouw, jongen of meisje, laat je verlorenheid maar aan mij zien. Want Ik ben juist gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was (vers 10). Laat Mij, ouderen, uw verloren leven maar zien. Laat Mij, jongelui, je kamer maar zien. Laat Mij, volwassenen, uw computer, uw telefoon naar zien. Laat Mij uw hart zien. En geef dat verloren hart aan Mij!

Dat moet voor Zacheüs een geweldige schok zijn geweest. De schrik van zijn leven! Dat Jezus met hem meegaat naar huis. En toch voelt het direct ook als genade. Want had deze Jezus niet kortgeleden met andere tollenaars vriendelijk aan een tafel gegeten? Deze Jezus (het is voelbaar, het is tastbaar!) wil eten en drinken met…, wil dichtbij zondaars zijn. Geen leven is te slecht, geen hart te werelds, te ongevoelig, te koud, of Hij is bereid om met u mee naar huis te gaan. Punt 2c:

2c. Jezus, Zijn werk. Een deel ervan hebben we al gezien. a. Eerst riep de Heere Jezus Zacheüs als Profeet. Een profeet is iemand die spreekt, die roept. De Heere spreekt en roept met kracht. Hij zei niet tegen Zacheüs: ‘Ben Ik misschien welkom in je huis?’ Nee, Hij zei: ‘Ik moet er zijn, en Ik moet en wil er blijven ook!’ Ik moet. Dat is Gods plan. Dat komt bij God Zelf vandaan. Bij Zijn liefde, bij Zijn eenzijdige liefde voor jou, verloren mens. Ik moet met je mee. Want Mijn Naam is Immanuel: God met ons, Ik met u.

b. Maar we zien in deze geschiedenis ook iets van de Heere Jezus als Priester. Je weet wel, jongens en meisjes, de Heere Jezus heeft drie ambten. Hij is een Profeet die spreekt en roept, maar hij is ook Priester en Koning. Je zegt: waar ziet u dan dat Priester-zijn? In vers 7. Daar staat: En allen, die het zagen, murmureerden, zeggende: Hij is tot een zondige man ingegaan, om te herbergen. Wie verdiende het om bespot en gelasterd te worden? Hij! Zacheüs! En op wie wordt er gemopperd, wie wordt er bespot, en wie moet er straks sterven? Hij! De Heere Jezus. Ze mopperen op Hem, ze spotten met Hem omdat Hij Zich zo diep vernedert. Omdat Hij met een zondaar meegaat, naar zijn eigen huis, naar het tolhuis nota bene!

Hij, de Onschuldige, Die nooit zonden gedaan heeft, Die nooit iemand bedrogen of bestolen heeft, Hij gaat mee met deze witteboordencrimineel. Het is zoals Jesaja profeteerde: Hij is, Hij wilde met de misdadigers gerekend worden (Mark. 15:28). Zo wil Hij ook uw misdaden dragen. Nooit was Hij welkom bij u. Maar u bent welkom bij Hem. Met uw nood en met uw dood, met uw zonden en met de schuld. Kom toch tot Hem!

Gemeente, uit alles blijkt de gewilligheid van de Heere Jezus om Zacheüs te ontmoeten en met hem mee te gaan. Zijn gewilligheid, dat wil zeggen: ‘de Heere wil het zo graag’. Daarom nodigt Hij Zichzelf uit in het huis van Zacheüs. Want Hij wil het zo graag. Het is het liefste werk van de Heere Jezus, om u en om jullie (jongens en meisjes) zalig te maken. Zoals dat ook staat aan het einde van deze geschiedenis: Ik ben gekomen, juist daarom, om te zoeken en zalig te maken dat verloren was.

c. De Heere Jezus is, dat is Zijn werk, Profeet, Priester en ook Koning. Want even later stapt de Heere Jezus het huis van Zacheüs binnen: als een Koning. ‘U, Zacheüs was hier de baas, maar van nu af aan ben Ik hier de baas.’ Hij stapt als Koning, als nieuwe Eigenaar het tolhuis binnen. Dat huis dat vast vol ligt van tekenen en bewijzen van Zacheüs’ eerdere zondige leven: opgestapelde papieren, valse rekeningen, foute belastingaangiftes, gestolen spullen, en ga zo maar door…

Samen zijn ze in het tolhuis. Niemand is erbij. Dat is nog zo, als de Heere je je zonden laat zien, en je genade geeft om Zijn genade aan te nemen. Daar is niemand anders bij. Als Hij je laat zien, onder vier ogen: (1) wie je zelf bent voor de Heere: slecht en zondig. En ook (2) Wie Hij is en wil zijn voor zo’n slecht mens: Profeet, Priester en Koning.

Lieve mensen, Jezus wil met u mee naar huis. Je mag hem eerlijk laten zien, alles wat je in je huis, alles wat je in je hart hebt. Hij wil met u mee naar huis, om zaligheid te brengen. Zoals staat in vers 9: heden is dezen huize zaligheid geschiedt. Zacheüs heeft van de Heere zaligheid gekregen, zaligheid voor een verloren mens.

Nog één ding, jongens en meisjes. Fijn dat je zo goed luistert vanmorgen. Let nog heel even goed op. Kijk eens goed, er zijn aan het einde van deze geschiedenis ook nog twee andere dingen veranderd. De Heere Jezus noemde Zichzelf eerst gewoon, zoals Hij heette ‘Jezus’. En Zacheüs heette eerst gewoon ‘Zacheüs’. Maar kijk eens wat er nu veranderd is. Nu noemt Heere Jezus Zichzelf aan het einde van deze geschiedenis ‘de Zoon des mensen’, dat wil zeggen de Middelaar, de Verlosser, de Zaligmaker. En Zacheüs heet ineens ‘een verloren mens’. Want (zo zegt de Heere Jezus) de Zoon des mensen is gekomen, om te zoeken en zalig te maken, dat verloren was (vers 10). Daarom, gemeente, kunt u allemaal zalig worden.

Daarom, jongens en meisjes, kunnen jullie allemaal, kind van de Heere worden. De Heere kan en wil het doen.

Let, gemeente, tot slot nog op een groot gevaar dat dreigt. Ik bedoel dit gevaar: Heel veel mensen zagen Jezus voorbijgaan. Maar er kwam er maar één aan Zijn voeten. En dat was deze tollenaar. Pas op voor het gevaar, dat u Jezus wel heel vaak voorbij zag gaan, uit de boom of uit de bank… U hoorde Zijn woorden, u zag de liefde op Zijn gezicht, maar het heeft u nooit aan Zijn voeten gebracht bent. Eén kwam er aan Zijn voeten. En daar hebben heel veel mensen (toen en nu) aan geërgerd. Want zij dachten dat als iemand uitverkoren was, zij dat wel moesten zijn. Omdat ze netjes meeliepen in de voorste rij. Maar hij was uitverkoren, die een zondaar was (Matt. 19:30). Want God heeft zondaars uitverkoren. En zolang u zo slecht niet wilt zijn, gaat Jezus (of u nu meeloopt, of in de boom zit of in uw bank), zolang u zo slecht niet wilt zijn, gaat Jezus aan u voorbij.

Dit zijn de mensen, die de Heere Jezus zoekt: verloren zondaars! Kom dan, haast u, zondaars tot Hem! Want wie tot Hem komt zal Hij geenszins uitwerpen (Joh. 6:36).

Amen.

Slotzang Psalm 81:12 Opent uwen mond; Eist van Mij vrijmoedig, Op mijn trouwverbond; Al wat u ontbreekt, Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.