Zo de HEERE het huis niet bouwt – Psalm 127
| Preek over: Zo HEERE het huis niet bouwt Psalm 127:1-2: Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan. |
Op deze biddag buigen wij ons over Psalm 127, waar Salomo ons voorhoudt: “Zo de Heere het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan.” Deze preek neemt u mee in de vraag of uw werk en zorgen rusten op eigen kracht of op de zegen des Heeren, en wijst de weg naar de gerustheid die God Zijn beminden als in den slaap geeft.
[ss_social_share align=”center” shape=”rounded” size=”regular” labels=”none” spacing=”1″ hide_on_mobile=”1″ total=”0″ all_networks=”0″]
BIjbelgedeelte Psalm 127: Zo de HEERE het huis niet bouwt
| 1 Een lied Hammaäloth, van Sálomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter. 2 Het is tevergeefs dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij het Zijn beminde als in den slaap geeft. 3 Zie, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning. 4 Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd. 5 Welgelukkig is de man die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort. |