Westminster Grote Catechismus
VRAAG 25
Waarin bestaat de zondigheid van de staat waarin de mens gevallen is?
De zondigheid van de staat waarin de mens gevallen is, bestaat in de schuld van Adams eerste zonde, het ontbreken van de gerechtigheid waarin hij geschapen was, en de verdorvenheid van zijn natuur. Daardoor is hij volkomen ongeschikt, onbekwaam en vijandig tegenover alles wat geestelijk goed is, en geheel geneigd tot alle kwaad, en dat voortdurend. Dit wordt gewoonlijk de erfzonde genoemd. Uit haar komen alle daadwerkelijke overtredingen voort.