Terug naar Nederlandse Geloofsbelijdenis

Artikel 28

Nederlandse Geloofsbelijdenis

Dat een iegelijk schuldig is zich bij de ware Kerk te voegen

Wij geloven, aangezien deze heilige vergadering is een verzameling dergenen, die zalig worden, en dat buiten haar geen zaligheid is, dat niemand, van wat staat of kwaliteit hij zij, zich behoort op zichzelf te houden, om op zijn eigen persoon te staan; maar dat zij allen schuldig zijn, zichzelf daarbij te voegen en daarmede te verenigen; onderhoudende de enigheid der Kerk, zich onderwerpende aan haar onderwijzing en tucht, de hals buigende onder het juk van Jezus Christus, en dienende de opbouwing der broederen, naar de gaven, die hun God verleend heeft, als onderlinge lidmaten eenszelfden lichaams.

En opdat dit te beter onderhouden zou kunnen worden, zo is het ambt aller gelovigen, volgens het Woord Gods, zich af te scheiden van degenen die niet van de Kerk zijn, en zich te voegen tot deze vergadering, het zij op wat plaats dat God ze gesteld heeft; ook ofschoon het zo ware, dat de magistraten en plakkaten der prinsen daartegen waren, en dat de dood of enige lichamelijke straf daaraan hing. Daarom, al degenen, die zich van haar afscheiden of niet daar bijvoegen, die doen tegen de ordinantie Gods.