1Een lied Hammaaloth. Uit de diepten roep ik tot U, o HEERE!
2HEERE! hoor naar mijn stem; laat Uw oren opmerkende zijn op de stem mijner smekingen.
3Zo Gij, HEERE! de ongerechtigheden gadeslaat; HEERE! wie zal bestaan?
4Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
5Ik verwacht den HEERE; mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn Woord.
6Mijn ziel wacht op den HEERE, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
7Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing.
8En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.
PREKEN UIT PSALM 130
De ware bidder - Psalm 130
Psalm 130:3-4: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
HEERE, wie zal bestaan? - Psalm 130
Psalm 130:3: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?
Ik verwacht de HEERE - Psalm 130
Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Hij zal Israël verlossen - Psalm 130
Psalm 130:7-8: Israël hope op den HEERE; want bij den HEERE is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden.