Gods spreken in Mizpa – 1 Samuel 10

Gods spreken in Mizpa

Preek 1 Samuel 10:17-27: Doch Samuel riep volk tesamen tot de HEERE, te Mizpa. En hij zei tot de kinderen Israëls: Alzo heeft de HEERE, de God Israëls, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte opgebracht, en Ik heb u van hand Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar u hebt heden uw God verworpen

Citaat preek 1 Samuel 10: Gods spreken in Mizpa

1. Gods spreken in Mizpa is scherp

Doch Samuël (leest u maar mee in vers 17, 18 en 19) riep het volk samen tot de HEERE, te Mizpa. En hij zei tot de kinderen Israëls: Alzo heeft de HEERE, de God Israëls, gesproken: Ik heb Israël uit Egypte opgebracht, en Ik heb u van de hand der Egyptenaren gered, en van de hand van alle koninkrijken, die u onderdrukten. Maar u hebt heden uw God verworpen, Die u uit al uw ellenden en uw noden verlost heeft, en hebt tot Hem gezegd: Zet een koning over ons; nu dan, stelt u voor het aangezicht des HEEREN, naar uw stammen en naar uw duizenden.

Samuël, dit is een blijde dag! Dit is een feestdag! Onze Koningsdag!
Goed, je wilt het woord van de Heere brengen, maar kan het misschien met een beetje meer tact? Kan het misschien wat fijngevoeliger? In plaats van zo stellig en streng: God heeft u verlost uit Egypte, uit nood en dood gered, maar u (!) hebt Hem verworpen, toen u zei: zet een koning over ons!
Samuël, moet dat nou? Moet dat nu zo?

U zegt: ja, dat ik verkeerde dingen doe, dat weet ik wel. Ik ben geen volmaakt mens, ik ben een zondig mens. Maar waarom moet ik dat iedere zondag weer horen? En waarom altijd zo scherp? Kan het niet gewoon wat vriendelijker, wat fijnbesnaarder?
In plaats van: God heeft u altijd gedragen, gered en bewaard, maar u hebt Hem verworpen!

Waarom? Misschien wel omdat God te veel bewogen is met uw lot. Hij heeft u te lief om vriendelijk te zijn. Ja, u hoort het goed: Hij heeft u te lief om vriendelijk te zijn.
Zijn woord wil u overtuigen, scherp en snijdend, totdat u toegeeft.
Zijn woord wil u raken, totdat u buigen gaat.
Zijn woord wil hameren op uw stenen hart, totdat u uiteindelijk breken gaat.

Is dat onvriendelijkheid? Nee, dat is… liefde. Dat God alle omstandigheden van uw leven, alle gelegenheden, zelfs de gelukkigste dagen en perioden van uw leven wil gebruiken om uw hart te raken. Als Hij zegt: kijk, wat Ik gedaan heb! Ik heb voor u gezorgd, ik heb gespaard en gedragen: 40, 50, 60 jaar getrouwd, uw verjaardag gevierd: 70, 80, 85 jaar geworden.
Kijk toch wat Ik gedaan heb! En zie toch wat u gedaan hebt: u hebt met Mij gebroken!
Het is liefde die uw hart wil raken. Het is enkele trouw. Hier kijkt u de God van Israël, hier kijkt u onze God in Zijn hart.

En… de plaats, Israël, waar u staat, is een stille getuigen: Mizpa…
Wat was daar ook alweer? Wat gebeurde daar ook alweer?
Daar riepen ze tot de Heere (zoals we gezien hebben in 1 Samuël 7). Daar klaagden ze Hem achterna, daar beleden zullen hun zonden. En daar staat die stille getuige. Kijk, daar…, die grote steen, Eben-Haëzer. Tot hiertoe heeft de Heere (de God, de Koning van Israël) ons geholpen.
En nu, jaren later zegt de Heere (in liefde; kon Hij tranen hebben in Zijn ogen, u zou ze zien!): U hebt met Mij gebroken.

Dat huisje in [plaatsnaam], waarvan u zegt: daar wonen wij nu alweer 30, 40, 50 jaar, dat huisje is een stille getuige tegen u. Daar hebt u vroeger wel eens gezeten met tranen in uw ogen. Daar hebt u wel eens zonden voor de Heere beleden. Maar, daarna bent u toch weer doorgegaan. Inmiddels al weer jaren lang…

En nu… Nu komt de Heere nog een keer. Jaren later, en Hij zegt: keert toch terug! Buig toch opnieuw! Hier, in Mizpa!
Het is zonder twijfel ook de stille hoop geweest in het hart van Samuël: zou het weer gebeuren, hier, in Mizpa? Maar nee, er gebeurt helemaal niets.”