Preken rondom de christelijke feestdagen.
Moet Mijn aangezicht met u gaan? - Exodus 33
Exodus 33:14-15: Hij dan zeide: Zou Mijn aangezicht moeten medegaan om u gerust te stellen? Toen zeide hij tot Hem: Indien Uw aangezicht niet medegaan zal, doe ons vanhier niet optrekken.
Twee wegen aan het begin van het nieuwe jaar - Psalm 1
Psalm 1:1: Welgelukzalig is de man die niet wandelt in den raad der goddelozen, noch staat op den weg der zondaren, noch zit in het gestoelte der spotters.
Wie zal ons het goede doen zien? - Psalm 4
Psalm 4:7: Velen zeggen: Wie zal ons het goede doen zien? Verhef Gij over ons het licht Uws aanschijns, o HEERE.
Hoog vertrek in tijden van benauwdheid – Psalm 9
Psalm 9:10-11: En de HEERE zal een hoog Vertrek zijn voor den verdrukte; een hoog Vertrek in tijden van benauwdheid. En die Uw Naam kennen, zullen op U vertrouwen, omdat Gij, HEERE, niet hebt verlaten degenen die U zoeken.
De HEERE regeert – Psalm 99
Psalm 99:1: De HEERE regeert, dat de volken beven; Hij zit tussen de cherubs; de aarde bewege zich.
Bergen wijken, heuvels wankelen – Jesaja 54
Jesaja 54:10: Want bergen zullen wijken en heuvelen wankelen, maar Mijn goedertierenheid zal van u niet wijken, en het verbond Mijns vredes zal niet wankelen, zegt de HEERE, uw Ontfermer.
Gisteren en heden Dezelfde – Hebreeën 13
Hebreeën 13:8: Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en in der eeuwigheid.
De grote nieuwjaarsmorgen – Openbaring 19
Openbaring 19:1: En na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in den hemel, zeggende: Hallelujah; de zaligheid en de heerlijkheid en de eer en de kracht zij den Heere onzen God;
Alle tranen van hun ogen afwissen – Openbaring 21
Openbaring 21:4: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.
Wilde kolokwinten, dood in pot (Elisa 6) - 2 Koningen 4
2 Koningen 4:39: Toen ging een uit in het veld om moeskruiden te lezen, en hij vond een wilden wijnstok en las daarvan zijn kleed vol wilde kolokwinten, en kwam en sneed ze in den moespot, want zij kenden ze niet.
Elisa en zijn knecht in Dothan – 2 Koningen 6
2 Koningen 6:16: En hij zeide: Vrees niet; want die bij ons zijn, zijn meer dan die bij hen zijn.
Ezra bidt, een gebed voor zijn volk - Ezra 9
Ezra 9:15: O HEERE, God Israëls, Gij zijt rechtvaardig; want wij zijn overgelaten ter ontkoming, als het is te dezen dage. Zie, wij zijn voor Uw aangezicht in onze schuld; want er is niemand die voor Uw aangezicht zou kunnen bestaan, om zulks.
De HEERE is mijn Herder – Psalm 23
Psalm 23:1-2: Een psalm van David. De HEERE is mijn Herder, mij zal niets ontbreken. Hij doet mij nederliggen in grazige weiden; Hij voert mij zachtkens aan zeer stille wateren.
Jonge leeuwen of de Heere zoeken - Psalm 34
Psalm 34:11: Caph. De jonge leeuwen lijden armoede en hongeren, maar die den HEERE zoeken, hebben geen gebrek van enig goed.
Wentel uw weg op de HEERE - Psalm 37
Psalm 37:5-6: Wentel uw weg op den HEERE, en vertrouw op Hem, Hij zal het maken; En zal uw gerechtigheid doen voortkomen als het licht, en uw recht als den middag.
Doe verzoening om Uws Naams wil - Psalm 79
Psalm 79:9: Help ons, o God onzes heils! ter oorzake van de eer Uws Naams; en red ons, en doe verzoening over onze zonden, om Uws Naams wil.
Zo de HEERE het huis niet bouwt - Psalm 127
Psalm 127:1: Een lied Hammaäloth, van Sálomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, tevergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, tevergeefs waakt de wachter.
De ware bidder - Psalm 130
Psalm 130:3-4: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan? Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt.
Och, dat U hemelen scheurde - Jesaja 64
Jesaja 64:1: Och, dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt, dat de bergen van Uw aangezicht vervloten;
O HEERE! doe het om Uws Naams wil - Jeremia 14
Jeremia 14:7: Hoewel onze ongerechtigheden tegen ons getuigen, o HEERE, doe het om Uws Naams wil; want onze afkeringen zijn menigvuldig, wij hebben tegen U gezondigd.
Daniël in de leeuwenkuil – Daniël 6
Daniël 6:17-18: Toen beval de koning, en zij brachten Daniël voor, en wierpen hem in den kuil der leeuwen; en de koning antwoordde en zeide tot Daniël: Uw God, Dien gij geduriglijk eert, Die verlosse u. En er werd één steen gebracht en op den mond des kuils gelegd; en de koning verzegelde denzelven met zijn ring en met den ring zijner geweldigen, opdat de wil aangaande Daniël niet zou veranderd worden.
Gebed van Daniël: Wij hebben gezondigd – Daniël 9
Daniël 9:7: Bij U, o Heere, is de gerechtigheid, maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage; bij de mannen van Juda en de inwoners van Jeruzalem en geheel Israël, die nabij en die verre zijn, in al de landen waar Gij hen heen gedreven hebt om hun overtreding waarmede zij tegen U overtreden hebben.
Stel uw hart op uw wegen - Haggaï 1
Haggaï 1:7: Alzo zegt de HEERE der heirscharen: Stelt uw hart op uw wegen.
Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede - Mattheüs 26
Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
De farizeeër en de tollenaar – Lukas 18
Lukas 18:13: En de tollenaar van verre staande, wilde ook zelfs de ogen niet opheffen naar den hemel, maar sloeg op zijn borst, zeggende: O God, zijt mij zondaar genadig.
Saulus van Tarsen bidt - Handelingen 9
Handelingen 9:11: En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de straat genaamd de Rechte, en vraag in het huis van Judas naar een, met name Saulus, van Tarsen; want zie, hij bidt;
Bidt zonder ophouden – 1 Thessalonicenzen 5
1 Thessalonicenzen 5:17: Bidt zonder ophouden.
Het brandoffer – Leviticus 1
Leviticus 1:4: En hij zal zijn hand op het hoofd des brandoffers leggen, opdat het voor hem aangenaam zij om hem te verzoenen.
Hij zal vele heidenen besprengen - Jesaja 52
Jesaja 52:15: Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welke het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan.
Wie heeft onze prediking geloofd - Jesaja 53
Jesaja 53:1: Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
Onze smarten heeft Hij gedragen – Jesaja 53
Jesaja 53:4: Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten, die heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
Als een lam ter slachting geleid – Jesaja 53
Jesaja 53:7: Als dezelve geëist werd, toen werd Hij verdrukt; doch Hij deed Zijn mond niet open; als een lam werd Hij ter slachting geleid, en als een schaap dat stom is voor het aangezicht zijner scheerders, alzo deed Hij Zijn mond niet open.
Petra; Wie zegt u, dat Ik ben? - Mattheüs 16
Mattheüs 16:15-16: Hij zeide tot hen: Maar gij, wie zegt gij dat Ik ben? En Simon Petrus antwoordende zeide: Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods.
Petrus, ga achter Mij, satanas! - Mattheüs 16
Mattheüs 16:23: Maar Hij Zich omkerende, zeide tot Petrus: Ga weg achter Mij, satanas, gij zijt Mij een aanstoot; want gij verzint niet de dingen die Gods zijn, maar die der mensen zijn.
Verheerlijking op de berg - Mattheüs 17
Mattheüs 17:5: Terwijl hij nog sprak, zie, een luchtige wolk heeft hen overschaduwd; en zie, een stem uit de wolk, zeggende: Deze is Mijn geliefde Zoon, in Denwelken Ik Mijn welbehagen heb; hoort Hem.
Hosanna, de Zone Davids – Mattheüs 21
Mattheüs 21:15: Als nu de overpriesters en schriftgeleerden zagen de wonderheden die Hij deed, en de kinderen, roepende in den tempel en zeggende: Hosanna den Zone Davids! namen zij dat zeer kwalijk,
De lofzang gezongen, het Hallel - Mattheüs 26
Mattheüs 26:30: En als zij den lofzang gezongen hadden, gingen zij uit naar den Olijfberg.
Niet mijn wil, maar de Uwe geschiede - Mattheüs 26
Mattheüs 26:39: En een weinig voortgegaan zijnde, viel Hij op Zijn aangezicht, biddende en zeggende: Mijn Vader, indien het mogelijk is, laat dezen drinkbeker van Mij voorbijgaan; doch niet gelijk Ik wil, maar gelijk Gij wilt.
De overval, het oor van Malchus - Mattheüs 26
Mattheüs 26:51: En zie, een van degenen die met Jezus waren, de hand uitstekende, trok zijn zwaard uit, en slaande den dienstknecht des hogepriesters, hieuw zijn oor af.
Verloochening door Petrus - Mattheüs 26
Mattheüs 26:75: En terstond kraaide de haan; en Petrus werd indachtig het woord van Jezus, Die tot hem gezegd had: Eer de haan gekraaid zal hebben, zult gij Mij driemaal verloochenen. En naar buiten gaande, weende hij bitterlijk.
Zijn bloed kome over ons - Mattheüs 27
Mattheüs 27:25: En al het volk antwoordende zeide: Zijn bloed kome over ons en over onze kinderen.
Purperen kleed, doornenkroon, rietstok - Mattheüs 27
Mattheüs 27:28: En als zij Hem ontkleed hadden, deden zij Hem een purperen mantel om;
Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? – Mattheüs 27
Mattheüs 27:46: En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI? Dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
Jezus zweeg stil - Markus 14
Markus 14:61: Maar Hij zweeg stil en antwoordde niets. Wederom vraagde Hem de hogepriester en zeide tot Hem: Zijt Gij de Christus, de Zoon des gezegenden Gods?
Verraad van Judas - Lukas 22
Lukas 22:3-4: En de satan voer in Judas, die toegenaamd was Iskáriot, zijnde uit het getal der twaalve. En hij ging heen en sprak met de overpriesters en de hoofdmannen, hoe hij Hem hun zou overleveren.
Grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten – Lukas 22
Lukas 22:15: En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
Begeerd te ziften als de tarwe – Lukas 22
Lukas 22:31-32: En de Heere zeide: Simon, Simon, zie, de satan heeft ulieden zeer begeerd, om te ziften als de tarwe; Maar Ik heb voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en gij, als gij eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders.
Heere! zie hier twee zwaarden - Lukas 22
Lukas 22:38: En zij zeiden: Heere, ziehier twee zwaarden. En Hij zeide tot hen: Het is genoeg.
En in zware strijd, bad Hij te ernstiger – Lukas 22
Lukas 22:44: En in zwaren strijd zijnde, bad Hij te ernstiger. En Zijn zweet werd gelijk grote droppelen bloeds, die op de aarde afliepen.
Simon van Cyrene, kruis dragen - Lukas 23
Lukas 23:26: En als zij Hem wegleidden, namen zij enen Simon van Cyréne, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.
Tranen van dochters van Jeruzalem - Lukas 23
Lukas 23:27: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.
Vader, vergeef het hun - Lukas 23
Lukas 23:34: En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.
Het gescheurde voorhangsel – Lukas 23
Lukas 23:45: En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde midden door.
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest - Lukas 23
Lukas 23:46: En Jezus roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.
Omstanders op Golgotha - Lukas 23
Lukas 23:47-49: Als nu de hoofdman over honderd zag wat er geschied was, verheerlijkte hij God en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschied waren, keerden weder, slaande op hun borsten. En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
Jezus weende - Johannes 11
Johannes 11:35: Jezus weende.
Liefgehad tot het einde - Johannes 13
Johannes 13:1: En vóór het feest van het pascha, Jezus wetende dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Waarschuwing aan Petrus: De haan zal kraaien! - Johannes 13
Johannes 13:38: Jezus antwoordde hem: Zult gij uw leven voor Mij zetten? Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: De haan zal niet kraaien, totdat gij Mij driemaal verloochend zult hebben.
Zonder oorzaak gehaat - Johannes 15
Johannes 15:25: Maar dit geschiedt opdat het woord vervuld worde dat in hun Wet geschreven is: Zij hebben Mij zonder oorzaak gehaat.
Ik heb voleindigd het werk - Johannes 17
Johannes 17:4: Ik heb U verheerlijkt op de aarde; Ik heb voleindigd het werk dat Gij Mij gegeven hebt om te doen.
Bewaar ze in Uw Naam – Johannes 17
Johannes 17:11: En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom tot U. Heilige Vader, bewaar hen in Uw Naam, die Gij Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, gelijk als Wij.
Zo laat dezen heengaan - Johannes 18
Johannes 18:8: Jezus antwoordde: Ik heb u gezegd dat Ik het ben. Indien gij dan Mij zoekt, zo laat dezen heengaan.
Voor een stervende moordenaar - Johannes 19
Johannes 19:18: Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.
Derde kruiswoord: Vrouw, zie uw zoon - Johannes 19
Johannes 19:26-27: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
Vijfde kruiswoord: Mij dorst - Johannes 19
Johannes 19:28: Hierna Jezus, wetende dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.
Zesde kruiswoord: Het is volbracht - Johannes 19
Johannes 19:30: Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht; en het hoofd buigende, gaf den geest.
Terstond kwam er bloed en water uit - Johannes 19
Johannes 19:34: Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.
Izak geofferd - Hebreeën 11
Hebreeën 11:17: Door het geloof heeft Abraham, als hij verzocht werd, Izak geofferd, en hij die de beloften ontvangen had, heeft zijn eniggeborene geofferd
De keus van Mozes aan hof van Farao – Hebreeën 11
Hebreeën 11:24-25: Door het geloof heeft Mozes, nu groot geworden zijnde, geweigerd een zoon van Farao’s dochter genaamd te worden; Verkiezende liever met het volk Gods kwalijk behandeld te worden, dan voor een tijd de genieting der zonde te hebben;
Zijn bloed reinigt ons van alle zonde - 1 Johannes 1
1 Johannes 1:7: Maar indien wij in het licht wandelen, gelijk Hij in het licht is, zo hebben wij gemeenschap met elkander, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.
Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten? – Mattheüs 27
Mattheüs 27:46: En omtrent de negende ure riep Jezus met een grote stem, zeggende: ELI, ELI, LAMA SABACHTHANI? Dat is: Mijn God, Mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten?
Vader, vergeef het hun - Lukas 23
Lukas 23:34: En Jezus zeide: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen. En verdelende Zijn klederen, wierpen zij het lot.
Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest - Lukas 23
Lukas 23:46: En Jezus roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.
Omstanders op Golgotha - Lukas 23
Lukas 23:47-49: Als nu de hoofdman over honderd zag wat er geschied was, verheerlijkte hij God en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschied waren, keerden weder, slaande op hun borsten. En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
De begrafenis van Jezus – Lukas 23
Lukas 23:50-52: En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man (Deze had niet medebewilligd in hun raad en handel), van Arimathéa, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus.
Voor een stervende moordenaar - Johannes 19
Johannes 19:18: Alwaar zij Hem kruisten, en met Hem twee anderen, aan elke zijde een, en Jezus in het midden.
Derde kruiswoord: Vrouw, zie uw zoon - Johannes 19
Johannes 19:26-27: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
Vijfde kruiswoord: Mij dorst - Johannes 19
Johannes 19:28: Hierna Jezus, wetende dat nu alles volbracht was, opdat de Schrift zou vervuld worden, zeide: Mij dorst.
Zesde kruiswoord: Het is volbracht - Johannes 19
Johannes 19:30: Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht; en het hoofd buigende, gaf den geest.
Terstond kwam er bloed en water uit - Johannes 19
Johannes 19:34: Maar een der krijgsknechten doorstak Zijn zijde met een speer, en terstond kwam er bloed en water uit.
Ik weet mijn Verlosser leeft - Job 19
Job 19:25: Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;
De vrouwen bij het graf - Mattheüs 28
Mattheüs 28:5: Maar de engel antwoordende zeide tot de vrouwen: Vreest gijlieden niet; want ik weet dat gij zoekt Jezus, Die gekruisigd was.
Het verhaal van de wachters – Mattheüs 28
Mattheus 28:12-13: En zij vergaderd zijnde met de ouderlingen en tezamen raad genomen hebbende, gaven zij den krijgsknechten veel geld, En zeiden: Zegt: Zijn discipelen zijn des nachts gekomen en hebben Hem gestolen, als wij sliepen.
Doch sommigen twijfelden - Mattheüs 28
Mattheüs 28:17: En als zij Hem zagen, baden zij Hem aan; doch sommigen twijfelden.
Jongeling van Naïn - Lukas 7
Lukas 7:12: En als Hij de poort der stad genaakte, ziedaar, een dode werd uitgedragen, die een eniggeboren zoon zijner moeder was, en zij was weduwe, en een grote schare van de stad was met haar.
Wat zoekt u de Levende bij de doden? - Lukas 24
Lukas 24:5-6: En als zij zeer bevreesd werden en het aangezicht naar de aarde neigden, zeiden zij tot haar: Wat zoekt gij den Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Gedenkt hoe Hij tot u gesproken heeft, als Hij nog in Galiléa was,
De Emmaüsgangers – Lukas 24
Lukas 24:25-27: En Hij zeide tot hen: O onverstandigen en tragen van hart om te geloven al hetgeen dat de profeten gesproken hebben; Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en van al de Profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.
De verschijning aan de discipelen - Lukas 24
Lukas 24:36: En als zij van deze dingen spraken, stond Jezus Zelf in het midden van hen, en zeide tot hen: Vrede zij ulieden.
Voor de grootste van de zondaars - Lukas 24
Lukas 24:47: En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
De opwekking van Lazarus - Johannes 11
Johannes 11:25: Jezus zeide tot haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; die in Mij gelooft, zal leven, al ware hij ook gestorven;
Jezus weende - Johannes 11
Johannes 11:35: Jezus weende.
Petrus en Johannes bij het graf - Johannes 20
Johannes 20:8-9: Toen ging dan ook de andere discipel daarin, die eerst tot het graf gekomen was, en zag het en geloofde. Want zij wisten nog de Schrift niet, dat Hij van de doden moest opstaan.
Maria Magdalena (I) - Johannes 20
Johannes 20:15: Jezus zeide tot haar: Vrouw, wat weent gij? Wien zoekt gij? Zij, menende dat het de hovenier was, zeide tot Hem: Heere, zo gij Hem weggedragen hebt, zeg mij waar gij Hem gelegd hebt, en ik zal Hem wegnemen.
Raak Mij niet aan (II) - Johannes 20
Johannes 20:17: Jezus zeide tot haar: Raak Mij niet aan, want Ik ben nog niet opgevaren tot Mijn Vader; maar ga heen tot Mijn broeders, en zeg hun: Ik vaar op tot Mijn Vader en uw Vader, en tot Mijn God en uw God.
Vrede zij ulieden - Johannes 20
Johannes 20:19: Als het dan avond was op denzelven eersten dag der week, en als de deuren gesloten waren waar de discipelen vergaderd waren, om de vreze der Joden, kwam Jezus en stond in het midden en zeide tot hen: Vrede zij ulieden.
Ongelovige Thomas - Johannes 20
Johannes 20:27-28: Daarna zeide Hij tot Thomas: Breng uw vinger hier, en zie Mijn handen, en breng uw hand en steek ze in Mijn zijde; en zijt niet ongelovig, maar gelovig. En Thomas antwoordde en zeide tot Hem: Mijn Heere en mijn God.
Kolenvuur, vis en brood - Johannes 21
Johannes 21:9: Als zij dan aan het land gegaan waren, zagen zij een kolenvuur liggen, en vis daarop liggen, en brood.
Hebt gij Mij lief? - Johannes 21
Johannes 21:17: Hij zeide tot hem ten derden male: Simon, Jona’s zoon, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden male tot hem zeide: Hebt gij Mij lief? en zeide tot Hem: Heere, Gij weet alle dingen, Gij weet dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.
Toen u jonger was, gordde u uzelf - Johannes 21
Johannes 21:18: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Toen gij jonger waart, gorddet gij uzelven, en wandeldet alwaar gij wildet; maar wanneer gij zult oud geworden zijn, zo zult gij uw handen uitstrekken, en een ander zal u gorden, en brengen waar gij niet wilt.
Wat gaat het u aan? Volg gij Mij - Johannes 21
Johannes 21:22: Jezus zeide tot hem: Indien Ik wil dat hij blijft totdat Ik kom, wat gaat het u aan? Volg gij Mij.
Dood, waar is uw prikkel? - 1 Korinthe 15
1 Korinthe 15:55: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?
Levend gemaakt met Christus - Efeze 2
Efeze 2:4-5: Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft, Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden),
Wedergeboren tot een levende hoop - 1 Petrus 1:3
1 Petrus 1:3: Geloofd zij de God en Vader van onzen Heere Jezus Christus, Die naar Zijn grote barmhartigheid ons heeft wedergeboren tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden;
Ik ben dood geweest, Ik ben levend - Openbaring 1
Openbaring 1:17: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
Elia’s hemelvaart – 2 Koningen 2
2 Koningen 2:11: En het gebeurde als zij voortgingen, gaande en sprekende, zie, zo was er een vurige wagen met vurige paarden, die tussen hen beiden scheiding maakten. Alzo voer Elía met een onweder ten hemel.
Gaven voor wederhorigen - Psalm 68
Psalm 68:19: Gij zijt opgevaren in de hoogte, Gij hebt de gevangenis gevankelijk gevoerd, Gij hebt gaven genomen om uit te delen onder de mensen; ja, ook de wederhorigen, om bij U te wonen, o HEERE God!
De hemelvaart van de Heere Jezus Christus – Lukas 24
Lukas 24:50-51: En Hij leidde hen buiten tot aan Bethanië, en Zijn handen opheffende, zegende Hij hen. En het geschiedde als Hij hen zegende, dat Hij van hen scheidde, en werd opgenomen in den hemel.
Ik ga heen om u plaats bereiden - Johannes 14
Johannes 14:2: In het huis Mijns Vaders zijn vele woningen; anderszins zo zou Ik het u gezegd hebben; Ik ga heen om u plaats te bereiden.
Thuiskomen in de hemel - Handelingen 1
Handelingen 1:9: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Opgenomen in de hemel - Handelingen 1
Handelingen 1:9: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
Deze Jezus zal alzo komen - Handelingen 1
Handelingen 1:10-11: En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
Troost voor achterblijvende kinderen - Romeinen 8
Romeinen 8:34: Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Vrijmoedig toegaan tot troon der genade - Hebreeën 4
Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd.
Henoch wandelde met God – Genesis 5
Genesis 5:24: Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.
Judas vervangen - Handelingen 2
Handelingen 1:16-17: Mannen broeders, deze Schrift moest vervuld worden, welke de Heilige Geest door den mond van David voorzegd heeft van Judas, die de leidsman geweest is dergenen die Jezus vingen; Want hij was met ons gerekend en had het lot dezer bediening verkregen.
Troost voor achterblijvende kinderen - Romeinen 8
Romeinen 8:34: Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.
Zoek de dingen die boven zijn - Kolossenzen 3
Kolossenzen 3:1-2: Indien u dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen die boven zijn, niet die op de aarde zijn.
Vrijmoedig toegaan tot troon der genade - Hebreeën 4
Hebreeën 4:16: Laat ons dan met vrijmoedigheid toegaan tot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen, en genade vinden om geholpen te worden te bekwamer tijd.
Eldad en Medad profeteren - Numeri 11
Numeri 11:29: Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!
Ik zal Mijn Geest ulieden uitstorten - Spreuken 1
Spreuken 1:22-23: Gij slechten, hoelang zult gij de slechtigheid beminnen, en de spotters voor zich de spotternij begeren, en de zotten wetenschap haten? Keert u tot Mijn bestraffing; zie, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekendmaken.
Ik zal water gieten, stromen op het droge - Jesaja 44
Jesaja 44:3: Want Ik zal water gieten op den dorstige en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten en Mijn zegen op uw nakomelingen.
Die zal de wereld overtuigen van zonde (I) - Johannes 16
Johannes 16:8: En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:
Die zal Mij verheerlijken (II) - Johannes 16
Johannes 16:14: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en zal het u verkondigen.
De uitstorting van de Heilige Geest - Handelingen 2
Handelingen 2:1-2: En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten.
Twee soorten tongen - Handelingen 2
Handelingen 2:4: En als deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
Vervulling op de Pinksterdag - Handelingen 2
Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
Pinkstertekenen: wind, vuur, talen - Handelingen 2
Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
Het wonder van de talen - Handelingen 2
Handelingen 2:7-8: En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
Zij zijn vol van zoete wijn - Handelingen 2
Handelingen 2:12-13: En zij ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig, zeggende de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn? En anderen spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijn.
Zonen en dochters profeteren - Handelingen 2
Handelingen 2:17-18: En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
De Naam des Heeren aanroepen - Handelingen 2
Handelingen 2:21: En het zal zijn dat een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.
U hebt Jezus gekruisigd - Handelingen 2
Handelingen 2:23: Dezen, door den bepaalden raad en voorkennis Gods overgegeven zijnde, hebt gij genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood;
Prik in het hart - Handelingen 2
Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?
Toen werden zij verslagen in het hart - Handelingen 2
Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?
Het geneesmiddel voor verwonde harten – Handelingen 2
Handelingen 2:38: En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
U komt de belofte toe en uw kinderen - Handelingen 2
Handelingen 2:39: Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.
Lichaam tempel van de Heilige Geest - 1 Korinthe 6
1 Korinthe 6:19: Of weet gij niet dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien gij van God hebt, en dat gij uws zelfs niet zijt?
De vrucht van het werk van de Heilige Geest (deel 11) - Galaten
Galaten 5:5: Want wij verwachten door den Geest uit het geloof de hoop der rechtvaardigheid.
En die dorst heeft, kome - Openbaring 22
Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.
Reformatie in Mizpa - 1 Samuël 7
1 Samuël 7:9: Toen nam Samuël een melklam en hij offerde het geheel den HEERE ten brandoffer; en Samuël riep tot den HEERE voor Israël, en de HEERE verhoorde hem.
Niet verbergen voor hun kinderen - Psalm 78
Psalm 78:4: Wij zullen het niet verbergen voor hun kinderen, voor het navolgende geslacht, vertellende de loffelijkheden des HEEREN, en Zijn sterkheid en Zijn wonderen, die Hij gedaan heeft.
Bidt, en u zal gegeven worden – Mattheüs 7
Mattheüs 7:7-8: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden.
Storm op zee, doch Hij sliep - Mattheüs 8
Mattheüs 8:24: En zie, er ontstond een grote onstuimigheid in de zee, alzo dat het schip van de golven bedekt werd; doch Hij sliep.
Reformatie onder koning Josia - 2 Koningen 22
2 Koningen 22:19: Omdat uw hart week geworden is en gij u voor het aangezicht des HEEREN vernederd hebt, als gij hoordet wat Ik gesproken heb tegen deze plaats en derzelver inwoners, dat zij tot een verwoesting en vloek zullen worden, en dat gij uw klederen gescheurd en voor Mijn aangezicht geweend hebt, zo heb Ik u ook verhoord, spreekt de HEERE.
De rechtvaardiging van de goddeloze - Romeinen 3
Romeinen 3:23-24: Want zij hebben allen gezondigd, en derven de heerlijkheid Gods, En worden om niet gerechtvaardigd, uit Zijn genade, door de verlossing die in Christus Jezus is;
Het lied van Mozes (deel 6) – Exodus 15
Exodus 15:13: Gij leidt door Uw weldadigheid dit volk dat Gij verlost hebt; Gij voert hen zachtkens door Uw sterkte tot de lieflijke woning Uwer heiligheid.
Wie ben ik, Heere HEERE - 2 Samuël 7
2 Samuël 7:18: Toen ging de koning David in en bleef voor het aangezicht des HEEREN, en hij zeide: Wie ben ik, Heere HEERE, en wat is mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt?
Danken met lege handen – 1 Koningen 17
1 Koningen 17:11-12: Toen zij nu heenging om te halen, zo riep hij tot haar en zeide: Haal mij toch ook een bete broods in uw hand. Maar zij zeide: Zo waarachtig als de HEERE uw God leeft, indien ik een koek heb, dan alleen een handvol meel in de kruik en een weinig olie in de fles; en zie, ik heb een paar houten gelezen, en ik ga heen en zal het voor mij en voor mijn zoon bereiden, dat wij het eten en sterven.
Vrijwillig geven voor de tempel - 1 Kronieken 29
1 Kronieken 29:9: En het volk was verblijd over hun vrijwillig geven, want zij gaven met een volkomen hart den HEERE vrijwillig; en de koning David verblijdde zich ook met grote blijdschap.
Offer Gode dank - Psalm 50
Psalm 50:1: Een psalm van Asaf. De God der goden, de HEERE spreekt, en roept de aarde, van den opgang der zon tot aan haar ondergang.
De daden des HEEREN gedenken – Psalm 77
Psalm 77:11-13: Daarna zeide ik: Dit krenkt mij; maar de rechterhand des Allerhoogsten verandert. Ik zal de daden des HEEREN gedenken, ja, ik zal gedenken Uw wonderen van oudsher, En zal al Uw werken betrachten, en van Uw daden spreken.
Wat zal ik de HEERE vergelden? - Psalm 116
Psalm 116:12: Wat zal ik de HEERE vergelden voor al Zijn weldaden aan mij bewezen?
Lokken en voeren in woestijn - Hosea 2
Hosea 2:13: Daarom, zie, Ik zal haar lokken en zal haar voeren in de woestijn, en Ik zal naar haar hart spreken.
Penning van de weduwe - Markus 12
Markus 12:43: En Jezus Zijn discipelen tot Zich geroepen hebbende, zeide tot hen: Voorwaar Ik zeg u, dat deze arme weduwe meer ingeworpen heeft dan allen die in de schatkist geworpen hebben.
Rijke dwaas, een gelijkenis - Lukas 12
Lukas 12:16: En Hij zeide tot hen een gelijkenis en sprak: Eens rijken mensen land had wel gedragen;
Wees niet bezorgd - Lukas 12
Lukas 12:22: En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.
Genezing van tien melaatsen - Lukas 17
Lukas 17:17: En Jezus antwoordende zeide: Zijn niet de tien gereinigd geworden? En waar zijn de negen?
Vijf broden en twee vissen - Johannes 6
Johannes 6:9: Hier is een jonksken dat vijf gerstebroden heeft en twee visjes; maar wat zijn deze onder zovelen?
Geboorte van Noach, hij zal ons troosten – Genesis 5
Genesis 5:29: En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft.
Op Uw zaligheid wacht ik – Genesis 49
Genesis 49:18: Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE.
Mozes in biezen kistje – Exodus 2
Exodus 2:3: Doch als zij hem niet langer verbergen kon, zo nam zij voor hem een kistje van biezen en belijmde het met lijm en met pek; en zij legde het knechtje daarin en legde het in de biezen, aan den oever der rivier.
Zie, Ik kom - Psalm 40
Psalm 40:8-9: Toen zeide Ik: Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven. Ik heb lust, o Mijn God, om Uw welbehagen te doen; en Uw wet is in het midden Mijns ingewands.
Ik verwacht de HEERE - Psalm 130
Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Immanuël, maagd zwanger - Jesaja 7
Jesaja 7:14: Daarom zal de Heere Zelf ulieden een teken geven: Zie, een maagd zal zwanger worden, en zij zal een Zoon baren en Zijn Naam IMMÁNUËL heten.
Een Kind is ons geboren - Jesaja 9
Jesaja 9:5: Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij is op Zijn schouder; en men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raad, Sterke God, Vader der eeuwigheid, Vredevorst;
De Messias en Zijn Vrederijk - Jesaja 11
Jesaja 11:6: En de wolf zal met het lam verkeren, en de luipaard bij den geitenbok nederliggen; en het kalf en de jonge leeuw en het mestvee tezamen, en een klein jonksken zal ze drijven.
Zijn rust zal heerlijk zijn - Jesaja 11
Jesaja 11:10: Want het zal geschieden ten zelven dage, dat de heidenen naar den Wortel van Isaï, Die staan zal tot een Banier der volken, zullen vragen, en Zijn rust zal heerlijk zijn.
En die Man zal zijn, als een Verberging – Jesaja 32
Jesaja 32:2: En die Man zal zijn als een verberging tegen den wind en een schuilplaats tegen den vloed; als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.
Kudde weiden gelijk een herder - Jesaja 40
Jesaja 40:11: Hij zal Zijn kudde weiden gelijk een herder; Hij zal de lammekens in Zijn armen vergaderen en in Zijn schoot dragen; de zogenden zal Hij zachtkens leiden.
Gekrookte riet - Jesaja 42
Jesaja 42:3: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek, die zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
Om te openen de blinde ogen - Jesaja 42
Jesaja 42:6-7: Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen, Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.
Blinden leiden op de weg – Jesaja 42
Jesaja 42:16: En Ik zal de blinden leiden door den weg dien zij niet geweten hebben, Ik zal hen doen treden door de paden die zij niet geweten hebben; Ik zal de duisternis voor hun aangezicht ten licht maken en het kromme tot recht; deze dingen zal Ik hun doen en Ik zal hen niet verlaten.
Wanneer gij zult gaan door het water - Jesaja 43
Jesaja 43:2: Wanneer gij zult gaan door het water, Ik zal bij u zijn, en door de rivieren, zij zullen u niet overstromen; wanneer gij door het vuur zult gaan, zult gij niet verbranden, en de vlam zal u niet aansteken.
Maak u op, word verlicht - Jesaja 60
Jesaja 60:1: Maak u op, word verlicht, want uw Licht komt, en de heerlijkheid des HEEREN gaat over u op.
Het verlorene zal Ik zoeken - Ezechiël 34
Ezechiël 34:16: Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal hen weiden met oordeel.
De Zon der gerechtigheid - Maleachi 4
Maleachi 4:2: Ulieden daarentegen die Mijn Naam vreest, zal de Zon der gerechtigheid opgaan, en er zal genezing zijn onder Zijn vleugelen; en gij zult uitgaan, en toenemen als mestkalveren.
De stamboom van Jezus - Mattheüs 1
Mattheüs 1:1: Het boek des geslachts van JEZUS CHRISTUS, den Zoon van David, den Zoon van Abraham.
Zacharias, de vader Johannes Doper - Lukas 1
Lukas 1:13: Maar de engel zeide tot hem: Vrees niet, Zacharías, want uw gebed is verhoord, en uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, en gij zult zijn naam heten Johannes.
Deze zal groot zijn - Lukas 1
Lukas 1:32: Deze zal groot zijn en de Zoon des Allerhoogsten genaamd worden; en God de Heere zal Hem den troon Zijns vaders Davids geven;
Geen ding zal bij God onmogelijk zijn - Lukas 1
Lukas 1:37-38: Want geen ding zal bij God onmogelijk zijn. En Maria zeide: Zie, de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw woord. En de engel ging weg van haar.
In verwachting, Maria en Elizabet - Lukas 1
Lukas 1:41-42: En het geschiedde als Elisabet de groetenis van Maria hoorde, zo sprong het kindeken op in haar buik; en Elisabet werd vervuld met den Heiligen Geest; En riep uit met grote stem, en zeide: Gezegend zijt gij onder de vrouwen, en gezegend is de Vrucht uws buiks.
Lofzang van Maria, Magnificat - Lukas 1
Lukas 1:46-47: En Maria zeide: Mijn ziel maakt groot den Heere, En mijn geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker;
Gekomen tot het Zijne, niet aangenomen – Johannes 1
Johannes 1:11: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Het Woord is vlees geworden – Johannes 1
Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
Uit Egypte heb ik Mijn Zoon geroepen - Hosea 11
Hosea 11:1: Als Israël een kind was, toen heb Ik hem liefgehad, en Ik heb Mijn zoon uit Egypte geroepen.
Zaligmaker van zondaars - Mattheüs 1
Mattheüs 1:21: En zij zal een Zoon baren, en gij zult Zijn Naam heten JEZUS; want Hij zal Zijn volk zalig maken van hun zonden.
Wijzen uit het Oosten - Mattheüs 2
Mattheüs 2:1: Toen nu Jezus geboren was te Bethlehem, gelegen in Judéa, in de dagen van den koning Herodes, zie, enige wijzen van het oosten zijn te Jeruzalem aangekomen,
De kindermoord in Bethlehem - Mattheüs 2
Mattheüs 2:17-18: Toen is vervuld geworden hetgeen gesproken is door den profeet Jeremía, zeggende: Een stem is in Rama gehoord, geklag, geween en veel gekerm; Rachel beweende haar kinderen, en wilde niet getroost wezen, omdat zij niet zijn.
Het volk dat in duisternis wandelt - Mattheüs 4
Mattheüs 4:16: Het volk dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen die zaten in het land en de schaduw des doods, denzelven is een licht opgegaan.
In de volheid van de tijd - Lukas 2
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Het Kind van Bethlehem, gezien en geloofd – Lukas 2
Lukas 2:7: En er waren herders in diezelve landstreek, zich houdende in het veld, en hielden de nachtwacht over hun kudde.
In doeken gewonden - Lukas 2
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Zij baarde haar eerstgeboren Zoon - Lukas 2
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.
Ere zij God, vrede op aarde – Lukas 2
Lukas 2:14: Ere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de mensen een welbehagen.
Herders gaan heen Bethlehem – Lukas 2
Lukas 2:15: En het geschiedde als de engelen van hen weggevaren waren naar den hemel, dat de herders tot elkander zeiden: Laat ons dan heengaan tot Bethlehem en laat ons zien het woord dat er geschied is, hetwelk de Heere ons heeft kond gedaan.
De Vertroosting Israëls - Lukas 2
Lukas 2:25: En zie, er was een mens te Jeruzalem, wiens naam was Simeon; en deze mens was rechtvaardig en godvrezend, verwachtende de vertroosting Israëls; en de Heilige Geest was op hem.
Simeon: Laat mij heengaan in vrede naar Uw Woord - Lukas 2
Lukas 2:29: Nu laat Gij, Heere, Uw dienstknecht gaan in vrede, naar Uw woord;
Tot een val en tot een opstanding - Lukas 2
Lukas 2:34: En Simeon zegende henlieden en zeide tot Maria, Zijn moeder: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat wedersproken zal worden
Gekomen tot het Zijne, niet aangenomen – Johannes 1
Johannes 1:11: Hij is gekomen tot het Zijne, en de Zijnen hebben Hem niet aangenomen.
Het Woord is vlees geworden – Johannes 1
Johannes 1:14: En het Woord is vlees geworden, en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid aanschouwd, een heerlijkheid als des Eniggeborenen van den Vader), vol van genade en waarheid.
Alzo lief heeft God de wereld gehad – Johannes 3
Johannes 3:16: Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.
Arm geworden, daar Hij rijk was – 2 Korinthe 8
2 Korinthe 8:9: Want gij weet de genade van onzen Heere Jezus Christus, dat Hij om uwentwil is arm geworden, daar Hij rijk was, opdat gij door Zijn armoede zoudt rijk worden.
Alle aanneming waardig - 1 Timotheüs 1
1 Timotheüs 1:15: Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.
Zaligmakende genade Gods is verschenen - Titus 2
Titus 2:11-12: Want de zaligmakende genade Gods is verschenen aan alle mensen, En onderwijst ons dat wij de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matiglijk en rechtvaardiglijk en godzaliglijk leven zouden in deze tegenwoordige wereld;
Hemel zal als rook verdwijnen – Jesaja 51
Jesaja 51:6: Heft ulieder ogen op naar den hemel en aanschouwt de aarde beneden; want de hemel zal als een rook verdwijnen, en de aarde zal als een kleed verouden, en haar inwoners zullen desgelijks sterven; maar Mijn heil zal in eeuwigheid zijn, Mijn gerechtigheid zal niet verbroken worden.
Ik ben met ulieden - Mattheüs 28
Mattheüs 28:20: En zie, Ik ben met ulieden al de dagen tot de voleinding der wereld. Amen.
De tijd is voorts kort, de wereld gaat voorbij
1 Korinthe 7:29-30: Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende; En die wenen, als niet wenende; en die blijde zijn, als niet blijde zijnde; en die kopen, als niet bezittende;
Geen blijvende stad – Hebreeën 13
Hebreeën 13:14: Want wij hebben hier geen blijvende stad, maar wij zoeken de toekomende.
Dewijl dan deze dingen alle vergaan - 2 Petrus 3
2 Petrus 3:11: Dewijl dan deze dingen alle vergaan, hoedanigen behoort gij te zijn in heiligen wandel en godzaligheid,
Het boek van Gods raad – Openbaring 5
Openbaring 5:7: En Het kwam, en heeft het boek genomen uit de rechterhand Desgenen Die op den troon zat.
De boeken werden geopend – Openbaring 20
Openbaring 20:12: En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
Ik zag de doden klein en groot - Openbaring 20
Openbaring 20:12: En ik zag de doden, klein en groot, staande voor God; en de boeken werden geopend; en een ander boek werd geopend, dat des levens is; en de doden werden geoordeeld uit hetgeen in de boeken geschreven was, naar hun werken.
De Geest en de bruid zeggen: Kom! – Openbaring 22
Openbaring 22:17: En de Geest en de bruid zeggen: Kom. En die het hoort, zegge: Kom. En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.