Gij zijt mensen, Ik ben uw God – Ezechiël 34
Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide, gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.
Gij nu, o Mijn schapen, schapen Mijner weide, gij zijt mensen; maar Ik ben uw God, spreekt de Heere HEERE.
Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken.
Ik zwoer u en kwam met u in een verbond, spreekt de Heere HEERE, en gij werd Mijne.
En Ik zal u een nieuw hart geven, en zal een nieuwe geest geven in het binnenste van u en Ik zal het stenen hart uit uw vlees wegnemen, en zal u een vlesen hart geven
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.