Bidt, en u zal gegeven worden – Mattheüs 7
| Preek over: Bidt, en u zal gegeven worden Mattheüs 7: 7-11: Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en u zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. Want een iegelijk, die bidt, die ontvangt en die zoekt, die vindt en die klopt, die zal opengedaan worden. |
Aan het begin van een nieuw kerkelijk seizoen klinkt in Mattheüs 7 een woord vol belofte: „Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en u zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden” (vers 7). Deze leespreek over Mattheüs 7:1-11 gaat in op deze drievoudige weg van vragen, zoeken en kloppen, en biedt bemoediging voor wie worstelt met het gebed en verlangt naar een leven met de Heere.
Bijbelgedeelte Mattheus 7: Bidt, en u zal gegeven worden
| 1 Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt. 2 Want met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zal u wedergemeten worden. 3 En wat ziet gij den splinter die in het oog uws broeders is, maar den balk die in uw oog is, merkt gij niet? 4 Of hoe zult gij tot uw broeder zeggen: Laat toe dat ik den splinter uit uw oog uitdoe; en zie, er is een balk in uw oog? 5 Gij geveinsde, werp eerst den balk uit uw oog, en dan zult gij bezien om den splinter uit uws broeders oog uit te doen. 6 Geeft het heilige den honden niet, en werpt uw parelen niet voor de zwijnen; opdat zij niet te eniger tijd dezelve met hun voeten vertreden en zich omkerende u verscheuren. 7 Bidt, en u zal gegeven worden; zoekt, en gij zult vinden; klopt, en u zal opengedaan worden. 8 Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, dien zal opengedaan worden. 9 Of wat mens is er onder u, zo zijn zoon hem zou bidden om brood, die hem een steen zal geven? 10 En zo hij hem om een vis zou bidden, die hem een slang zal geven? 11 Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal uw Vader, Die in de hemelen is, goede gaven geven dengenen die ze van Hem bidden. |
