De drijvende bijl (Elisa 7) – 2 Koningen 6
| Preek over: De drijvende bijl 2 Koningen 6:5-6: En het geschiedde als een het timmerhout velde, dat het ijzer in het water viel; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer; want het was geleend. En de man Gods zeide: Waar is het gevallen? En toen hij hem de plaats gewezen had, sneed hij een hout af en wierp het daarheen en deed het ijzer boven zwemmen. |
Bij de Jordaan verliest een van de profetenzonen zijn geleende bijl in het water en roept ontsteld uit: ‘Ach, mijn heer; want het was geleend’ (2 Koningen 6:5). In deze leespreek over 2 Koningen 6:1-7 wordt zichtbaar hoe de Heere door de hand van Elísa het wonder van de drijvende bijl doet, tot bemoediging voor wie in kleine en grote nood tot Hem vlucht.
Bijbelgedeelte 2 Koningen 6: De drijvende bijl
| 1 EN de kinderen der profeten zeiden tot Elísa: Zie nu, de plaats waar wij wonen voor uw aangezicht, is voor ons te eng. 2 Laat ons toch tot aan de Jordaan gaan en elk vandaar een timmerhout halen, dat wij ons daar een plaats maken om er te wonen. En hij zeide: Gaat heen. 3 En er zeide een: Het believe u toch te gaan met uw knechten. En hij zeide: Ik zal gaan. 4 Zo ging hij met hen. Als zij nu aan de Jordaan gekomen waren, hieuwen zij hout af. 5 En het geschiedde als een het timmerhout velde, dat het ijzer in het water viel; en hij riep en zeide: Ach, mijn heer; want het was geleend. 6 En de man Gods zeide: Waar is het gevallen? En toen hij hem de plaats gewezen had, sneed hij een hout af en wierp het daarheen en deed het ijzer bovenzwemmen. 7 En hij zeide: Neem het tot u op. Toen stak hij zijn hand uit en nam het. |
