Zij meenden dat het een spook was – Markus 6

Preek over: Zij meenden dat het een spook was
Markus 6:49: En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer.

Midden in de nacht worstelen de discipelen op woelig water met de riemen, terwijl hun Meester alleen op de berg blijft bidden – tot Hij hun, wandelend op de zee, tegemoetkomt en zij, naar Markus 6:49 en 50, in hun schrik menen dat het een spooksel was. Deze leespreek nodigt uit om mee te gaan met Zijn zwoegende discipelen en te ontdekken hoe Christus’ waakzame liefde ook heden vertroosting biedt in de stormen van het leven.

Bijbelgedeelte Markus 6: Zij meenden dat het een spook was

45 En terstond dwong Hij Zijn discipelen in het schip te gaan en vooruit te varen aan de andere zijde tegenover Bethsáïda, terwijl Hij de schare van Zich zou laten.
46 En als Hij denzelven hun afscheid gegeven had, ging Hij op den berg om te bidden.
47 En als het nu avond was geworden, zo was het schip in het midden van de zee, en Hij was alleen op het land.
48 En Hij zag dat zij zich zeer pijnigden om het schip voort te krijgen (want de wind was hun tegen). En omtrent de vierde wake des nachts kwam Hij tot hen, wandelende op de zee, en wilde hun voorbijgaan.
49 En zij, ziende Hem wandelen op de zee, meenden dat het een spooksel was, en schreeuwden zeer.
50 Want zij zagen Hem allen en werden ontroerd; en terstond sprak Hij met hen en zeide tot hen: Zijt welgemoed, Ik ben het, vreest niet.
51 En Hij klom tot hen in het schip, en de wind stilde; en zij ontzetten zich bovenmate zeer in zichzelven en waren verwonderd.
52 Want zij hadden niet gelet op het wonder der broden; want hun hart was verhard.