PREEK · KERKELIJK JAAR

Vervulling op de Pinksterdag - Handelingen 2

Pinksteren - 23 mei 2021

Handelingen 2:4: En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.

INLEIDING

Op de Pinksterdag wordt alles vervuld: de belofte van Christus, de dag, het huis en de honderdtwintig zelf, die begonnen te spreken met andere talen, gelijk de Geest hun gaf uit te spreken (Handelingen 2:4). Deze leespreek over Handelingen 2 laat zien hoe de Heilige Geest ook nu nog harten wil vervullen met Zichzelf, tot troost, tot verwondering en tot een biddend leven.

HANDELINGEN 2:1-13

1 En als de dag van het pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen.
2 En er geschiedde haastelijk uit den hemel een geluid, gelijk als van een geweldigen gedreven wind, en vervulde het gehele huis waar zij zaten.
3 En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen.
4 En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.
5 En er waren Joden te Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen, van allen volke dergenen die onder den hemel zijn.
6 En als deze stem geschied was, kwam de menigte tezamen en werd beroerd, want een iegelijk hoorde hen in zijn eigen taal spreken.
7 En zij ontzetten zich allen en verwonderden zich, zeggende tot elkander: Zie, zijn niet al dezen die daar spreken, Galileeërs?
8 En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn?
9 Parthers en Meders en Elamieten, en die inwoners zijn van Mesopotámië, en Judéa, en Cappadócië, Pontus en Azië,
10 En Frygië, en Pamfylië, Egypte en de delen van Libië, hetwelk bij Cyréne ligt, en uitlandse Romeinen, beide Joden en Jodengenoten,
11 Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.
12 En zij ontzetten zich allen en werden twijfelmoedig, zeggende de een tegen den ander: Wat wil toch dit zijn?
13 En anderen spottende, zeiden: Zij zijn vol zoeten wijn.

VOLLEDIGE TEKST

Vervulling op de Pinksterdag - Handelingen 2

ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:4

Jongens en meisjes, Pinksteren is het feest van de vervulling. En wat dat betekent, dat woord vervulling, dat zal ik je proberen uit te leggen. Het woord ‘vervulling’ komt van het woord ‘vullen’. Je hebt een lege beker, en die wil je vullen, die wil je vol gieten met melk of karnemelk. Dat doe je natuurlijk het liefste zelf. Je giet, en je giet, totdat… ‘Stop!’ zegt mamma, ‘je beker is al tot het randje vol. Anders loopt die over!’

Vervulling is vol gieten. Zó vol, dat het bijna, of eigenlijk… totdat het helemaal over de rand heen stroomt. Goed onthouden: vervullen is vol maken.

Pinksteren, zei ik, is het feest van de vervulling. En vanmorgen gaan we met de hulp van de Heere kijken naar wat er dan allemaal met Pinksteren vol gemaakt wordt, naar wat er allemaal vervuld wordt.

1. Met Pinksteren wordt, dat is het eerste, de belofte van de Heere Jezus vervuld. Vlak voordat de Heere Jezus naar de hemel ging, had Hij tegen Zijn discipelen gezegd: Jullie moeten in Jeruzalem blijven wachten. Daar moet je blijven wachten op de vervulling (daar is dat woord weer!), op de vervulling van de belofte van de Vader, die Ik jullie verteld heb (Hand. 1:4). Namelijk dat de Vader de Trooster, de Heilige Geest sturen zal in Mijn Naam. Die zal jullie alles leren, en Die zal jullie in herinnering brengen, alles wat Ik tegen jullie gezegd heb (Joh. 14:26). Met andere woorden: De Vader zal aan iedereen gaan laten zien dat alles wat de Heere Jezus gedaan heeft door Hem aanvaard en goedgekeurd is.

En, daar wachten de discipelen nu op. Ze wachten blij en biddend op wat de Heere aan ze beloofd heeft. Terwijl ze ondertussen iedere dag in de tempel de Heere loven en danken (Luk. 24:52).

Daar moet je, jongens en meisjes, even goed over nadenken. Als papa of mama iets beloofd heeft, dan… Ja, dan geloof je, dat ze het ook zullen doen. Maar je bent pas echt blij, als het zover is. Maar, en dat is bijzonder, de discipelen zijn van tevoren al blij!

Omdat? Omdat ze echt geloven in wat de Heere Jezus hen beloofd heeft. Hij zal het doen. Daar vertrouwen ze op. Dat weten ze zeker. Dat geloven ze. Hij is naar de hemel gegaan, maar Hij zal de Trooster, de Heilige Geest naar hen toesturen. Want als de Heere iets belooft, dan zal Hij het doen.

Dat gold toen voor de discipelen. Dat geldt ook nu voor jou en voor ons. Onze Heere is betrouwbaar. Hij doet wat Hij beloofd heeft. Wat het ook is. Want Zijn macht is groot en Zijn trouw zal nooit vergaan. Hij houdt Zijn woord.

Hoop jij, net als de discipelen toen, óók op wat de Heere beloofd heeft? Verwacht u Hem, gemeente, op grond van Zijn beloftewoord?

Jongens en meisjes, als je bidt, zoals de discipelen en de vrouwen in Jeruzalem toen baden, vertrouw er dan op, geloof het dan, dat de Heere zal doen wat Hij beloofd heeft. Dan hoef je niet moedeloos te zijn in je bidden. Want de Heere houdt Zich aan Zijn belofte, Hij houdt Zich aan Zijn Woord.

En dat blijkt ook. Want op de tijd van de Heere Zelf, op Gods tijd wordt de belofte vervuld. We hebben het gelezen in Handelingen 2:1, die bekende woorden: En als de dag van het Pinksterfeest vervuld werd, waren zij allen eendrachtelijk bijeen. Dus als eerste wordt de belofte van de Heere vervuld.

2. Maar er wordt als tweede nog iets vervuld. De dag van het Pinksterfeest wordt vervuld. Na tien dagen uitzien, bidden en wachten sinds Hemelvaart is het vandaag toevallig Pinksteren? Nee, er staat in de Bijbel: de dag wordt vervuld! Door wie? Door de Heere Zelf.

Denk nog maar even terug aan je beker melk of karnemelk. Die werd gevuld, die werd vol gegoten. Door wie? Door jou,

En nu is de tijd vol gemaakt. En wordt de dag vervuld. Door wie? Door de Heere Zelf.

Met andere woorden: dit is Gods tijd. De Heere Zélf maakt het Pinksteren. De dag van de uitstorting van Zijn Heilige Geest. En dat de Heere dat juist vandaag op het Joodse Pinksterfeest doet, dat is heel bijzonder!

Want wat deden de mensen in die tijd eigenlijk op dat Pinksterfeest? Eigenlijk was dat Pinksterfeest de laatste dag van een hele lange feestperiode. Zeven weken lang duurde wat heette: het Feest van de Weken. Dat begon met Pasen. Direct daarna bewoog men een bos halmen van de gersteoogst heen en weer als offer voor God.

En precies zeven weken na die dag, dus precies op de vijftigste dag na Pasen, was het het einde van het Feest der Weken. De oogst van de gerst was dan al binnen. Dan was de tarweoogst in volle gang. Daarom duurde het Pinksterfeest ook maar één dag. Iedereen was druk met de oogst.

Pinksteren was dus het feest van de tarweoogst. Vijftig dagen daarvoor was er nog maar heel weinig, een bosje korenhalmen van de gerst. Maar nu is de oogst van de tarwe in volle gang. Nu is er koren in overvloed. En dus beweegt de priester als offer nu twee grote broden op en neer. Als teken van dank voor de overvloed die ze van de Heere gekregen hebben. Dus Pinksteren wees vooral naar de grote zegen die men van de Heere gekregen had.

En nu, juist nu op die dag waarin alles zingt van hoe groot Gods goedheid en genade is… Juist op deze dag, nu de tarweoogst wordt binnengehaald… Juist op deze dag is de tijd vol en gaat de Heere doen wat Hij beloofd heeft. De tijd is vol. De dag van het Pinksterfeest wordt vervuld.

En zo bidden we ook samen met elkaar, dat de Heere ook op deze dag Zijn zegeningen geven zal. Zoals we samen zongen: Och Heere, geef thans Uw zegeningen, geef heil op deze dag.

De belofte wordt vervuld. De dag wordt vervuld. En, wat gebeurt er dan?

3. Dan wordt, als derde, ook het huis vervuld. Kijk maar in vers 2: En er geschiedde haastelijk uit de hemel een geluid, gelijk als van een geweldige, gedreven wind, en vervulde het gehele huis, waar zij zaten. Het huis wordt vol. Waarmee eigenlijk? Jouw beker wordt vol van de melk of karnemelk die jij erin giet. Maar dit huis, waar honderdtwintig mensen bij elkaar zijn, waar wordt dat vol van?

Dat wordt vol van een geluid, dat komt uit de hemel. Het is een geluid als van een geweldige, gedreven wind. Het lijkt wel het geluid van een storm. Maar… het is windstil. En dus, jongens en meisjes, is dat geluid een beeld, een teken dat ergens heen wijst. Het is een teken van de gekomen Geest van God, van de Heilige Geest. Die in de Bijbel vaker vergeleken wordt met de wind. Dus: de Heere Zelf, God de Heilige Geest, vervult het huis waar ze zijn.

Het is trouwens niet in de tempel waar het gebeurt, maar waarschijnlijk in een huis vlak bij de tempel. In een vrij groot huis, want er zijn honderdtwintig mensen bij elkaar in dat huis. De Heilige Geest vervult dat huis waar zij samen zijn. Als verhoring van het gebed van het Oude Testament, waar de profeet Jesaja bad om een geestelijke opwekking: Och, dat U de hemelen scheurde, dat U neder kwam, dat de bergen van Uw aangezicht mochten smelten (Jes. 64:1). En nu kómt de Heere en vervult het huis.

Zoals Hij in het verleden in het Oude Testament de tabernakel vervulde. Als de wolk neerdaalde en de heerlijkheid en glorie van God de tabernakel vervulden (Ex. 40:34-35). Zoals de Heere in het verleden de tempel van Salomo vervulde. En zoals de profeet Ezechiël het zag in zijn visioen: De heerlijkheid van de Heere vervulde de tempel (2 Kron. 5:8, Ezech. 43:5). Zo wordt ook nu dit huis vol van God, vol van de Heilige Geest.

Zeker, als beeld, als bewijs dat er nu een nieuwe tijd aanbreekt. De tijd waarin God de Heilige Geest Zijn Koninkrijk op aarde gaat bouwen. In die zin is dit iets unieks, iets eenmaligs: iets wat toen gebeurde, en zo, met deze tekenen, daarna niet meer gebeuren zal.

Maar dat neemt niet weg, gemeente, dat wij ook nu in deze tijd nog steeds mogen bidden om de vervulling met de Heilige Geest, zoals Jesaja bad: Och, Heere, dat U de hemelen scheurde, dat U neder kwam, dat de bergen van Uw aangezicht mochten smelten (Jes. 64:1). Biddend: Vul zo ook onze huizen, onze gezinnen, Heere, met Uzelf. En vul zo ook dit huis, deze kerk, met Uw heerlijkheid en glorie. En maak zo ook dit huis door Uw genadige werk tot een plaats waar U meer dan ooit woont en werkt. En laat zo dit Uw huis vol worden. Door het te vervullen met de volheid van Uzelf. Door het te vervullen met de geur van Christus. Als een plaats waar U de volheid van Uw genade uitstort op arme zondaars, en waar genezing gevonden zal worden onder Uw vleugels. Zodat dit huis vol zal worden van Uw Christus. Immers, de Heilige Geest zal Christus verheerlijken.

Gemeente, laten we niet bidden om uiterlijke voorspoed en zegeningen, om fijne contacten en gezelligheid (hoewel ook dat een zegen kan zijn), maar laten we toch vooral bidden om de krachtige werking van de Heilige Geest. Waardoor ook dit huis, deze Bethlehemkerk, vervuld zal worden, vol van de heerlijkheid van de Heere. Waardoor we uit gaan roepen, met vrees en aanbidding: Dit is niet dan een huis Gods, en dit is de poort des hemels (Gen. 28:17).

We lezen verder in vers 3: En van hen werden gezien verdeelde tongen als van vuur, en het zat op een iegelijk van hen. Ineens, jongens en meisjes, is er nog een teken van de komst van de Heilige Geest: verdeelde, dat wil zeggen gespleten tongen als van vuur. En vuur wijst op…? Vuur wijst op licht: De Heilige Geest steekt licht aan in de duisternis van zondige harten. Vuur wijst ook op warmte: De Heilige Geest verwarmt koude en ongevoelige harten. Vuur zuivert ook, vuur maakt schoon, vuur brandt het verkeerde weg: De Heilige Geest gaat zonden wegnemen. Vuur wijst ook op vurige ijver en op vurige liefde: De Heilige Geest gaat mensen dringen tot liefde en gehoorzaamheid.

En die vorm van die gespleten tongen, die wijst er ook op, hoe de Heilige Geest tongen van mensen, zoals we dat zeggen, vurig maakt. IJverig en gedreven om het Evangelie van de Heere Jezus Christus te delen met anderen.

Dus, even terug: de belofte wordt vervuld, de dag wordt vervuld, het huis wordt vervuld…

4. En dan, dan lezen we nog over een vierde vervulling. Kijk maar in vers 4: En zij, die honderdtwintig mensen(!), zij werden allen vervuld met de Heilige Geest, en begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. Dus, zoals jij je beker vol giet met melk of karnemelk (daar wees het woord vervulling op), zo worden ook al die honderdtwintig ménsen vervuld met, vol van de Heilige Geest.

Wat hier gebeurt, en hoe dat gebeurt, dat is iets heel bijzonders. Het is (zie ik eerder) ook iets eenmaligs. Een eenmalig punt uit de geschiedenis van het heil. De apostelen ontvangen een bijzondere toerusting, de kerk krijgt bijzondere kracht van de Heilige Geest, Die nu op aarde wereldwijd Zijn Koninkrijk gaat bouwen.

Maar, gemeente, er is ook een betekenis van dit alles voor nu. Als je een nieuw hart krijgt, jongens en meisjes, dan komt de Heere (zo noemt de Bijbel dat) wonen in je hart. Dus, dan is de Heere altijd bij je, altijd in je. Hij zorgt voor je. Hij geeft je liefde tot Hem. Hij houdt je weg van de zonde. En als je toch zonde doet, trekt Hij je weer terug naar Hem toe. Hij bidt voor je, dat je bidden zult, dat je de woorden van de Heere geloven zult. Niets is ons meer waard dan dit: dat de Heere in ons woont en in ons werkt.

Om ons hart en leven te vernieuwen tot een heilige tempel. Zoals Paulus zegt: Weet u niet dat u Gods tempel bent en dat de Geest van God in u woont? (1 Kor. 3:16) Zo woonde de Heilige Geest in die tijd van Pinksteren in de harten van die honderdtwintig mensen. En zo woont de Heere ook nu in deze tijd in de harten van al Zijn kinderen.

Maar nu gaat de Heere hier met Pinksteren nóg iets doen, iets heel bijzonders. Hij gaat de harten van de mensen vol gieten, helemaal vol. Hij gaat de harten van Zijn kinderen vervullen met Zichzelf. En wat gebeurt er dan, als de Heilige Geest, ook in deze tijd, harten van mensen vol maakt van Zichzelf?

Dan worden we bijzonder verlicht. Dan verdwijnt alle twijfel. Dan valt het licht meer dan ooit op Christus, op wat Hij gedaan heeft, op de grote werken van God. Dan komt er groei, dan komt er opwas in de genade en in de kennis van de Heere Jezus Christus.

Dan komt er een geloofsleven dat dichter aan de Heere verbonden is: Meer vervuld met liefde, met besef van Gods majesteit en heerlijkheid. Meer vervuld met ootmoed, met diep ontzag voor God. Meer vervuld met verdriet over de zonde. Meer vervuld met vreugde en blijdschap in God, en met vrede met Hem. Meer vervuld met verwondering, en met vuur en ijver om heilig voor de Heere te leven.

Dan krijgen we meer troost en zekerheid. Meer zekerheid over ons kind-zijn van de Heere. Doordat de Heilige Geest het zegel van Zijn bevestiging drukt op ons hart. Als Hij getuigt met onze geest dat wij kinderen Gods zijn (Rom. 8:16). Dan komt er een doorbraak in het geestelijke leven van Gods kinderen.

Maar wel een doorbraak die je niet tot een gearriveerd mens maakt, die het allemaal voor eens en altijd in zijn of haar zak heeft. Want dat leven, die vervulling, die volheid, die heb je niet uit jezelf! Die komt, net als dat geluid van die geweldige, gedreven wind, uit de hemel! Dan krijg je dus ook meer dan ooit de Heilige Geest nodig in je persoonlijke leven, en ook (als je ambtsdrager mag zijn) in je ambtelijke leven. Dan wordt je leven dus meer dan ooit een biddend leven.

Dus die vervulling leidt niet alleen tot meer troost en zekerheid, maar ook tot meer afhankelijkheid en tot meer gebed. Tot het gebed van David: Ai, laat van mij Uw Heil'ge Geest niet scheiden; Die kan alleen op 't rechte spoor mij leiden (Ps. 51:6, ber.).

Want, jongens en meisjes, waarom hebben de kinderen van de Heere niet één keer maar steeds weer de Heilige Geest nodig? Denk nog eens terug aan je beker... Omdat onze bekers lek zijn. Ze worden vol gegoten en… ze lopen weer leeg. En dus hebben we steeds weer nodig dat de Heilige Geest ons hart en leven weer vol maakt van Hem. We hebben steeds weer nodig wat Paulus schrijft in Efeze 3, dat we door de Geest versterkt worden opdat: opdat Christus door het geloof in onze harten zou wonen en wij vervuld zouden worden tot al de volheid Gods (Ef. 3:16-19).

En dat moeten we zóeken, daar moeten we om bidden, dat mogen we vragen. Dat we vervuld mogen worden met de Heilige Geest (Ef. 5:18). Ja, Paulus zegt het zelfs in de gebiedende wijs in Efeze 5:18: Wordt(!)vervuld met de Geest. Sta daarnaar. Zoek dat. Bid daar steeds weer om. En breek met de zonde, want die maakt je hart lek. En pleit op Gods beloften. Op de belofte van de Heere Jezus: Ik zál u de Trooster zenden. En leef bij die Bron. En laat je vullen met de volheid van Gods genade, met genade voor genade. Met de volheid ook van kracht om de Heere echt te dienen. Is, geliefde gemeente, dat ook ons gebed, dat de Heere niet alleen dit huis, en onze huizen, maar ook onze harten vervullen zal met Zichzelf?

Onze God is een Hoorder van zulke gebeden. En laat de Heere niet alleen dit huis en onze huizen vullen, en laat niet alleen ons hart vol zijn van Hem, maar ook… onze mond. Daar gaan we zo meteen verder naar kijken; over hoe de Heere ook de mond van die honderdtwintig mensen vervult en vol maakt van Hem. Maar eerst gaan we zingen van Psalm 103 vers 3: Loof Hem, die u vergunt uw zielsverlangen, En 't goede tot verzading doet ontvangen; Uw jeugd vernieuwt, gelijk eens arends jeugd. De HEER doet recht, is heilig in Zijn richten; Treft iemand druk, Hij wil den druk verlichten, En hart en mond vervullen met Zijn vreugd. - - -

Gemeente, jongens en meisjes, de belofte werd vervuld, de dag werd vervuld, het huis werd vervuld, de mensen werden vervuld en…,

5. Dat is het vijfde, ook hun mond werd vervuld. Want, kijk eens in vers 4b: zij, die honderdtwintig mensen, begonnen te spreken met andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken. En de mensen om hen heen hóren het, ze zeggen in vers 8: En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal, in welke wij geboren zijn? Waar we ook vandaan komen, wij allemaal (zo staat in vers 11), wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.

Jongens en meisjes, dit is bijzonder, vind je niet? Een poosje geleden zaten de discipelen nog bang in huis, met de deur op slot. En nu gaan ze samen, met alle andere mensen die erbij zijn, ineens in het openbaar, iedereen hoort het, vertellen wat de Heere gedaan heeft! Er staat: ze vertellen de grote werken van God. Al de grote dingen die de Heere in het verleden heeft gedaan. Ze vertellen over het grote werk van God de Vader in het sturen van Zijn Zoon naar deze aarde. Ze vertellen over het werk van de Heere Jezus Christus. Over alles wat Hij gedaan heeft. Over Zijn leven, sterven, opstanding en hemelvaart. Over dat Hij zo Zijn volk zalig gemaakt heeft van hun zonden.

Hoe komt het, dat ze daarover gaan vertellen? Want van onszelf doen we dat niet, toch? Van onszelf praten we niet over de grote dingen die de Heere gedaan heeft en doet. Je zou het zó kunnen zeggen: door onze zonden is onze mond dichtgegaan. Door ons weglopen van de Heere zijn we gaan zwijgen over Hem. Zoals je ook nooit meer wilt praten over iemand, met wie je niets te maken wilt hebben.

Totdat… Totdat de Heere je hart levend maakt.

Je gaat van de Heere houden. De zonde, die wil je niet meer doen. Je gaat de Heere Jezus nodig krijgen voor de vergeving van je zonden. Dus, wat krijg je dan nodig? Die grote werken van de Héére, waar zij over praten!

En nu zie je hier wat er gaat gebeuren, als de Heere dat werk doet in je hart. Namelijk dit: hoe méér de Heere je hart gaat vol gieten met genade, liefde en vergeving, hoe méér je mond eigenlijk wil vertellen over hoe goed de Heere is. Misschien vind je dat in het begin nog wel moeilijk. Maar, hoe voller jij je beker giet, hoe méér die bijna gaat overstromen. Zo is het ook met je hart. Hoe voller de Heere je hart giet met Zijn liefde en genade, hoe moeilijker het wordt om over Hem te zwijgen.

Totdat… de beker van je hart vol is. Vol van de Heere. Vol van de Heilige Geest. En… je mond loopt ervan over! Je tong, die vastgeknoopt was door zonde, door twijfel en ongeloof schiet los. En je gaat vertellen!

Over wie, over wat? Niet over jezelf. Maar over de grote dingen die de Heere gedaan heeft en doet. Over dat wat je niet begrijpt, maar waar je zo gelukkig mee bent. Over dat de Heere Jezus naar deze wereld kwam, om het weer goed te maken tussen God en mensen die Zijn vijanden waren. Over dat Hij leed en stierf in de plaats van die vijanden. Over dat Hij nu leeft. En leven geven wil en geeft, ja, genade aan de grootste van de zondaars. ‘En dus, mensen, (zeg je) kan het voor u allemaal. Om die grote werken van God!’

En zo gaan de tongen van Gods kinderen branden, vurig branden, vol liefde en ijver om de grote werken van de Heere te vertellen, gericht op Zijn eer en heerlijkheid. Zijn grote werken in de schepping. Zijn grote werken in de leiding van ons leven. Vaak zo anders dan wij gedacht hadden, maar zoveel beter voor Hem, voor de eer en glorie voor Zijn grote Naam, en voor ons. Ze vertellen Gods grote daden in de schepping, in de leiding van ons leven, maar vooral: Gods grote werken in de redding van zondaars. Gericht op Gods eer, maar ook gericht op het behoud van onze medezondaars.

Hoe is het, gemeente, met onze mond? Waar loopt, jongelui, jullie hart van over? Waar, jongens en meisjes, praten jullie over? Vertellen wij ook (natuurlijk met wijsheid en voorzichtigheid zoekend naar de meest geschikte momenten en altijd rekening houdend met de eer van God), maar vertellen wij ook met onze mond de grote werken van God? Zingt onze mond Gods lof? Of…? Ja, want het kán ook anders!

Want er is op de Pinksterdag ook een andere reactie. Er worden er in het Bijbelgedeelte wat we gelezen hebben twee genoemd.

a. Vers 5 zegt (dat is de eerste reactie): Er waren Joden, in Jeruzalem wonende, godvruchtige mannen van alle volken van al degenen die onder de hemel zijn. Joden dus, die waarschijnlijk hun leven lang ergens anders gewoond hebben, maar nu ze wat ouder geworden zijn, zijn ze in Jeruzalem komen wonen. En nu het duidelijk wordt, dat er wat gaande is, nu stromen (zegt vers 6) die mensen toe. Er staat: Als deze stem geschied was, kwam de menigte samen en werd beroerd.

Ze zijn in totale verwarring, als aan de grond genageld, perplex! Innerlijk volledig de greep op zichzelf kwijt. Want…? Wat is er dan…? Vers 6b zegt: want een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken. Jarenlang, hun leven lang, hebben die mensen in het buitenland gewoond. Daar zijn ze, staat in vers 8, geboren. En nu ineens, moet je nu horen! Dit zijn gewone mensen uit Galilea! Die zijn nog nooit in het buitenland geweest. Die zijn nog nooit de grens over geweest. En ze praten onze moedertaal!

Ze ontzetten zich allen (zegt vers 7) en verwonderden zich. Ze zijn verbaasd, ze zijn verwonderd, ze zijn verward. En zeggen tegen elkaar: Ziet, zijn niet allen die daar spreken Galileeërs? En hoe horen wij hen een iegelijk in onze eigen taal in welke wij geboren zijn? Mensen, hoe is dit mogelijk! Wij horen hen in onze eigen talen de grote werken van God spreken.

Ze horen het in hun eigen taal. Ze kunnen, met andere woorden gezegd, niet om dit wonderteken heen. Zoals u er vanmorgen ook niet omheen kunt…

Zij ontzetten zich, letterlijk. Ze raken in verwarring, aangeslagen, perplex. Ja, meer nog, ze gaan vragen. Ze zeggen: Wat heeft dit alles mij toch te zeggen?

Zoals jij, in het verleden misschien ook wel geraakt werd door het Woord van God. Het schudde je wakker. Het bracht je in verwarring. Plotseling werd je wakker geschud uit je geruste leventje. Wat je hoorde, greep je vast. Het schudde je door elkaar. Je kon er niet omheen. Je werd onrustig, bezorgd, verbaasd: Wat wil dit (wat er nu allemaal gebeurt in mijn leven), wat wil dit toch zeggen? Je voelde het: 't Was de Almachtige Zelf, Die sprak. Die je leven liet schudden, Die je hart liet beven, Die je knieën deed knikken.

Je was onder de indruk, je was bezorgd, je raakte ontroerd, je was in verwarring. Het liet je niet los. Je sliep er onrustig van.

Het was alsof je binnenste geweten wakker geschud werd door (zoals staat in vers 6): de 'stem die geschiedde'. Je was onder de indruk van wat er gebeurde. De tekenen van de hemel raakten je diep. Je kromp ineen. Je was voor een tijd onrustig…

Maar daarna…? Viel je weer langzaam in slaap…? Was jouw overtuiging ook, zoals Hosea zegt van Efraïm en Juda, als een morgenwolk, als een vroeg komende dauw die heenging (Hos. 6:4)? En slaap jij sindsdien ook dieper en geruster dan ooit tevoren…?

Wat u doen moet? Lieve mensen, luisteren naar dit Woord! Naar wat God gedaan heeft. Waardoor ook uw ziel gered kan worden van de eeuwige ondergang! Als de Geest als het ware Zijn hand op uw hart legt, als de Geest u voor ogen schildert de kostbaarheid en de waarde van het bloed van de Heere Jezus Christus, om u te lokken en u te trekken, om u aan Zijn voeten te brengen…, sta de Geest dan niet tegen! Maar kom en buig. Kom en buig nu! En erken wat u gedaan hebt. En bid om vergeving.

Zij, die Joodse mannen die in Jeruzalem wonen, zij zijn in totale verwarring. b. Maar, en dat is de tweede reactie (kijk maar in vers 13): Anderen spotten en zeggen: Ze zijn vol van zoete wijn. Misschien herkent u wel iets van die mensen in uw eigen hart. Ik hoop het niet, maar het zou zomaar kunnen… Nee, u zult het nooit (en dat begrijp ik), u zult het nooit hardop zeggen. Maar diep in uw hart glimlacht u erom. En het irriteert u ook mateloos. Eigenlijk spuugt u erop. Op die altijd maar weer geschetste tegenstelling tussen de grote werken van God en het waardeloze van onze werken. U had het liever andersom gehad.

Niemand kan kijken in uw hart. Maar diep in uw hart, daar is iets wat zegt: Dit klopt niet, hoor. Zo slecht ben ik niet. Wat is dit? Waar gaat dit over? Dit is raar. Zij…? Zij zijn vol van zoete wijn. Zij zijn dronken.

Beste vrienden, luister. Uw hart is hard. Maar niet te hard. En het is het grote werk (juist van God de Heilige Geest!) om, terwijl uw hart hermetisch gesloten is, om de koperen deuren van uw hart te verbreken en de ijzeren grendels van uw hart aan stukken te slaan. Hij is machtig om het hardste hart te openen. Ja, zelfs dat van u! Zijn pijlen zijn scherp, maar in liefde gedoopt. Ze treffen in het hart, niet van vrienden, maar van vijanden en spotters. Uw verzet is groot. Alstublieft, ga zo niet door, maar buig voor de Heere. Onze Heere Jezus Christus krijgt de meeste eer (echt waar!) wanneer het hardste hart buigt en de grootste van de zondaars breekt. Hij krijgt de meeste eer als u…, als u aan Zijn voeten valt en zegt: ‘O God, wees mij, zondaar, genadig’.

Tot slot, wij die kinderen van de Heere mogen zijn, mogen op deze Pinksterdag bidden met hoop om meer vervulling met de Heilige Geest. Pleitend op de belofte van de Heere Jezus Christus Zelf: En Ik zal de Vader bidden, en Hij zal u een andere Trooster geven, opdat Hij bij u blijve in der eeuwigheid (Joh. 14:16).

Maar is er ook hoop voor deze twee soorten van omstanders? Ja… Dat blijkt. Want als Petrus deze reacties ziet en hoort, dan neemt hij het woord. En dan gaat de Geest spreken door dat Woord. En dat is wat we hopen en bidden, onbekeerde vrienden, dat de Heere dat ook zal doen en zal blijven doen, ook onder ons, ook bij u. Want als de Geest gaat spreken dan…? Dan worden zelfs zij, die vrome Joden en die lachende spotters, echt gegrepen en innerlijk overrompeld. Dan gaat de Heilige Geest beslag leggen ook op hun leven.

En dan stopt hun gespot. En dan raken ze niet alleen aangeslagen en staan ze niet alleen perplex, maar dan worden ze (staat er): verslagen in hun hart. Dan prikt de Heilige Geest dwars door al hun verzet heen, tot in het binnenste van hun ziel. En dan gaan ze roepen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? (Hand. 2:37) Die roep in het hart geve de Heere ook u en jou op deze dag. Want een ieder die de Naam van de Heere zal aanroepen, zal zalig worden (Hand. 2:21).

Jongens en meisjes, denk vandaag terug aan dat voorbeeld waarmee ik begon. Aan dat voorbeeld van die beker, die je vol giet, en die overloopt. Waar is jouw hart vol van? Is het vol van zonde, van dingen die je leuk en mooi vindt? Of is het vol van de Heere God? Omdat Hij je hart vol gegoten heeft met Hemzelf? Bid veel, jongens en meisjes: ‘Heere vervul me, vul mij met Uzelf!’

Amen.

Slotzang Psalm 45:1

Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen; Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft; Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft. Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven, Gaat al het schoon der mensen ver te boven; Genâ is op uw lippen uitgestort, Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.