PREEK · KERKELIJK JAAR

Toen werden zij verslagen in het hart - Handelingen 2

Pinksteren - 25 mei 2026

Handelingen 2:37: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?

INLEIDING

Petrus houdt de Pinksterschare hun kruisiging van Jezus scherp voor: "Deze Jezus hebt u gekruisigd." Diezelfde boodschap doorpriemt hun hart door de Heilige Geest, die zonde ontdekt maar tegelijk wijst op de beschikbare genade. Verslagen roepen ze: "Wat moeten wij doen?" Petrus roept op tot bekering en doop, tot vergeving van zonden. Wie zich zo aan Christus vasthoudt, ontvangt vergeving en de gave van de Heilige Geest.

THEMA

Hoe de Heilige Geest vijanden overtuigt en tot Christus brengt

KERNPUNTEN

  1. Het Woord dat zij horen
  2. Het werk van de Heilige Geest in hun harten
  3. De vraag van hun gewonde zielen en het antwoord daarop

HANDELINGEN 2:37-42

37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?
38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
39 Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.
40 En met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.
41 Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.
42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.

VOLLEDIGE TEKST

Toen werden zij verslagen in het hart - Handelingen 2

ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:37

THEMA

Hoe de Heilige Geest vijanden overtuigt en tot Christus brengt

Geliefde gemeente, we hebben gisteren gezien hoe de Heere Zijn belofte vervulde, de belofte dat Hij Zijn Heilige Geest, de Trooster zou zenden. De dag werd vervuld, het huis werd vervuld, en de monden en harten van die honderdtwintig mensen werden vervuld. En zij spraken over de grote werken van God.

En toen? Toen kwam er reactie. De reactie van ijverige en godsdienstige Joden die in Jeruzalem woonden. Ze raakten in grote verwarring, denkend en zeggend: Wat wil toch dit zijn? Wat heeft ons dit toch te zeggen? En anderen spotten en zeiden: Die mensen? Die zijn gewoon stomdronken.

En daar, na vers 13, had een grote dikke punt kunnen staan. Is je hart zó hard? Dan houdt alles op. Zoals de Heere, onbekeerde vrienden, ook in uw en jullie leven en bij ons allemaal terecht een grote dikke punt zou kunnen zetten: Nu is het genoeg geweest.

Maar tot op de dag van vandaag heeft de Heere dat nog niet gezegd en gedaan. En wat dat toen liet zien? En wat dat nu tekent? De onbegrijpelijke liefde van God tot verloren mensen. Daarom, om Zijn liefde tot de mensen, om Zijn liefde tot de wereld, werd het Kerst. Toen Hij Zijn Eniggeliefde Zoon naar de aarde stuurde. Daarom werd het Goede Vrijdag. Toen de Vader Zijn Zoon overgaf tot in de dood aan het kruis. Daarom werd het Pasen en Hemelvaart. Toen de Vader het werk van Christus aanvaardde. En daarom werd het Pinksteren. Omdat? Omdat God, onbekeerde vrienden, je behoud op het oog heeft en niet wil dat je verloren gaat.

We gaan vanmorgen met Gods hulp, biddend om het krachtige werk van de Heilige Geest ook onder ons, nadenken over wat de Heere toen gedaan heeft met die vrome en spottende omstanders. En over wat de Heere ook nu wil doen en doet in de harten van mensen die nog steeds Zijn vijanden zijn.

De tekst voor de preek van vanmorgen vindt u in Handelingen 2 vers 37 en 38. Daar lezen we: En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Het thema van de preek is: Hoe de Heilige Geest vijanden overtuigt en tot Christus brengt We letten, kijkend naar onze tekst, als eerste op: het Woord dat zij horen. Want er staat: En als zij dit hoorden. Daarna letten we als tweede op: het werk van de Heilige Geest in hun harten. Want er staat: Toen werden zij verslagen in het hart. En daarna letten we als derde op: de vraag van hun gewonde zielen en het antwoord daarop. Want zo gaat de tekst verder: En (zij) zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

Dus: Hoe de Heilige Geest vijanden overtuigt en tot Christus brengt. Drie aandachtspunten: 1. Het Woord dat zij horen 2. Het werk van de Heilige Geest in hun harten 3. De vraag van hun gewonde zielen en het antwoord daarop Als eerste dus:

1. Het Woord dat zij horen

Want de tekst zegt: En als zij dit hoorden. Wát zij precies horen, dat staat in de verzen die we gelezen hebben. Laten we daar nog even rustig naar terugkijken. Petrus neemt op vriendelijke toon het woord in vers 14, als hij zegt: ‘Gij Joodse mannen (u, godsdienstige Joden) en u allen (ook u, spotters) die in Jeruzalem woont.’ Laat me op vergelijkbare manier ook de preek van vanmorgen beginnen: ‘Geliefde gemeente, u allemaal, luister naar deze woorden en neem die vanmorgen ter harte.’

Dit wat u nu ziet, mannen uit Jeruzalem, dit wat u gisteren hoorde, gemeente, was de vervulling van Gods belofte. Namelijk dat u in deze laatste dagen grote tekenen zou gaan zien, en dat juist nu in deze tijd de Heilige Geest op een bijzondere manier zou gaan werken. En, daar liep de belofte van Joël destijds op uit (het staat in vers 21): En het zal geschieden, al wie de Naam des HEEREN zal aanroepen, die zal behouden worden (Joël 2:32, Hand. 2:21).

Dus, let goed op! Wat dóet de Heere daar met die godsdienstige mensen en met die vijandige spotters? Krijgen ze er als eerste eens even goed en stevig van langs?

Nee, het eerste wat God toen deed, en het eerste wat Hij vanmorgen doet, is dit: Zoals Rachab de prostituee destijds het dieprode koord uit haar huis over de muur naar beneden liet hangen als teken van Gods belofte, als vooruitwijzing naar het bloed van de toen nog komende Heere Jezus, als teken van genade voor de grootste zondaars; zo laat de Heere vanmorgen als eerste het zilveren koord van Zijn belofte voor u en jou uit de hemel naar beneden zakken. Namelijk van deze belofte: Als u de Naam van de Heere Jezus aanroept, dan zult u zalig worden. Als bewijs dat er ook voor ú redding beschikbaar is in het bloed van Christus. En dat er genade beschikbaar is juist voor de grootste van de zondaars.

Groot is de toezegging van de Heere aan uw adres. En Zijn belofte voor u (Hand. 2:38). Maar goudeerlijk zijn ook de woorden die daarna, en die nu volgen in de verzen 22 en 23: Israëlitische mannen, luister naar deze woorden: Jezus de Nazaréner, een Man van God onder ulieden door krachten en wonderen en tekenen, die God door Hem gedaan heeft in het midden van u, Deze, door de bepaalden raad en voorkennis van God overgegeven zijnde, hebt u genomen en door de handen der onrechtvaardigen aan het kruis gehecht en gedood.

Met andere woorden: God laat als eerste uit de hemel het zilveren koord van de belofte voor u en voor jou neer, wijzend naar de Heere Jezus Christus. En zegt vervolgens, en ook nu tegen u: ‘U, jij hebt Hem gekruisigd!’

Zeker, het was Gods bedoeling, het was Gods raadsplan dat Hij sterven zou om verloren zondaars te redden van de ondergang. Maar, dat hebt u gedaan: ‘U hebt Hem gekruisigd!’

U kende Hem, u hoorde Zijn stem, u luisterde naar Zijn preken. U zag de liefde in Zijn ogen, als Hij u wenkte: Kom tot Mij. U hoorde het, maar… u luisterde niet en u kwam niet. U hebt Hem, Die door God gegeven was, geweigerd. Ja, sterker nog: U hebt Hem gekruisigd!’

En dat gold niet alleen toen voor die vrome mannen en voor die schaamteloze spotters, maar dat geldt, onbekeerde vrienden, ook nu… van u… en van jou.

En om die beschuldiging kracht bij te zetten, gaat Petrus verder in de verzen 24 tot en met 35 met aan te tonen uit de Schriften dat deze Jezus, Die u gekruisigd hebt, écht de door God gezonden Messias was. Eerst vernederd, toen verhoogd, en uiteindelijk uitermate verhoogd en gezet aan Gods rechterhand.

Wie? Vers 36 zegt het nog een keer: Deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. Scherpe woorden zij het, maar vol liefde. Zoals die ook nu vanmorgen tot u gericht worden, onbekeerde vrienden: Deze Jezus, Die u gekruisigd hebt. De handen van de Romeinen hebben het gedaan, maar het kwam uit úw hart en uit úw gedachten. En datzelfde zit ook nu in jouw hart en in jouw gedachten, namelijk dít: ‘Jezus? Weg met Hem. Aan de kennis van Zijn wegen heb ik geen lust.’

U hebt Hem gekruisigd. Scherpe woorden zijn het, maar wel vol liefde. Want, mensen, deze woorden willen je harde hart zo graag breken. En dat is ook onze hoop, en daar bidden we ook om op deze Tweede Pinksterdag, dat de Heilige Geest Die met Pinksteren uitgestort is, Zijn scherpe woorden (ook nu op deze dag) wil gebruiken om harde harten van zondaars te breken, om die te brengen aan de voeten van de Heere Jezus Christus. Want dat is het bijzondere werk van God de Heilige Geest. Dat brengt ons bij het tweede punt.

2. Het werk van de Heilige Geest in hun harten

Want er staat: Toen zij dat hoorden, toen werden zij verslagen in het hart. De Geest Die onder grote tekenen is uitgestort over die honderdtwintig mensen die in dat huis samen zijn, breidt Zijn werk verder uit. Beginnende toen in Jeruzalem, beginnende ook nu vandaag bij de grootste van de zondaars.

En wat dóet Hij met die zondaars, met die vrome vijanden en met die schaamteloze spotters? Hij plaatst ze in gedachten aan de voet van het kruis en zegt: ‘Kijk eens omhoog. U hebt deze Jezus gekruisigd. U hebt Hem verworpen!’

De Geest doet een wonderlijk, bovennatuurlijk werk in de harten van die duizenden mensen. Hij richt hun blik omhoog. En ze zien het: zij hebben Hem doorstoken. Dat hebben zij écht gedaan. En de belofte van Zacharia 12 wordt vervuld: Doch over het huis van David en over de inwoners van Jeruzalem zal Ik uitstorten de Geest der genade en der gebeden, en zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitter kermen, gelijk men bitter kermt over een eerstgeborene (Zach. 12:10).

Dat in gedachten zien van de door hen gekruisigde Christus steekt diep in hun hart. Want dat staat er eigenlijk: ze werden verslagen, ze werden doorpriemd in hun hart. Met een scherpe prik, met een priem van scherpe woorden. Scherp geslepen door het machtige werk van de Geest, doordringend tot de meest verborgen hoeken van hun hart.

En ineens zien ze het weer voor hun ogen: hun haat, hun vijandschap tegen Jezus van Nazareth. Ineens horen ze in hun gedachten weer de echo van hun eigen roep: Kruis Hem, kruis Hem! Weg met Hem! En ineens… horen ze in gedachten ook Zijn woorden zo vol onbegrijpelijke liefde tot zondaars: Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.

Waar komt dat vandaan, dat wat daar van binnen in hun harten gebeurt? Dat komt uit de hemel. Zoals dat geluid als van een geweldige gedreven wind uit de hemel kwam als teken van het machtige werk van de Heilige Geest, zo komt de Heilige Geest nu ook Zelf uit de hemel om bezit te nemen van het hart van deze mensen. Het is God de Heilige Geest Die het doet. Want, zei de Heere Jezus ooit, niemand kan in eigen kracht, op eigen initiatief, tot Mij komen, tenzij de Vader hem of haar trekt (Joh. 6:44). Geen mens is in staat om zichzelf te bekeren, maar de Geest van God dóét het! Als Hij dode zondaars tot leven wekt. Als Hij licht ontsteekt in hun geestelijke duisternis. Als Hij droefheid in hun hart gaat geven, naar God, over de zonde.

Door, zoals we hier zien: a. De zonde werkelijk tot zonde te maken, en de schuld werkelijk tot schuld. Dat had de Heere Jezus trouwens Zelf ook voorzegd in Johannes 16: Die, Hij bedoelde de Heilige Geest, Die gekomen zijnde zal de wereld overtuigen van zonde. Van hoe slecht de zonde is. Van hoe de zonde ingaat tegen de heilige God. Van hoe verschrikkelijk het is, die opstand tegen God en Zijn heilige geboden. Die verwerping van de Zaligmaker en Zijn Evangelie. Die tegenstand tegen de Heilige Geest Die wilde verlichten.

Dat zien van zonde en schuld in het licht van Gods heiligheid, dat maakt (en dat zien we hier ook op de Pinksterdag): diep beschaamd. Dat laat Efraïm uitroepen in Jeremia 31 vers 19: Zekerlijk, nadat ik bekeerd ben, heb ik berouw gehad, en nadat ik mijzelf ben bekendgemaakt, heb ik op de heup geklopt; ik ben beschaamd, ja, ook schaamrood geworden, omdat ik de smaadheid mijner jeugd gedragen heb. Dat laat de verloren zoon zeggen: Ik zal opstaan en tot mijn vader gaan, en ik zal tot hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd (Luk. 15:18). Tegen U, tegen U alleen heb ik gezondigd, en gedaan dat kwaad was in Uw ogen (Ps. 51:6).

De Geest uit de hemel wijst scherp de zonde aan, terwijl (niet vergeten!) ondertussen het zilveren koord van de belofte uit de hemel neergelaten is: En het zal zijn dat een iegelijk die de Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden (vers 21).

En zo is het ook nu. Als de Heere ons onze zonden laat zien en als Hij ons de diepe ernst daarvan laat voelen, dan laat Hij zo'n ontdekte zondaar of zondares ook altijd iets voelen van Zijn liefde en barmhartigheid.

Dus hoef je, ook nu vanmorgen, als de last van je zonden brandt op je hart, niet te wanhopen. Kijk dan maar naar dat zilveren koord van de belofte: als u, die zoveel en zo vaak gezondigd hebt, als u de Naam van de Heere zult aanroepen, dan zult u zalig worden!’

b. En zo gaat de Heilige Geest ondertussen de mensen van toen en de zondaars van nu ook wijzen op Gods vergevende genade. Want, kijk eens: de beschuldiging is scherp: U hebt Hem gekruisigd. Dat staat er tot twee keer toe, in vers 23 en 36. Maar in al de verzen daartussen schildert Petrus verzenlang voor hun ogen de door God naar hen gezonden Zaligmaker. Die ook u, onbekeerde vrienden, op deze Tweede Pinksterdag voor ogen geschilderd wordt.

De Zaligmaker, door de Vader naar deze wereld gezonden uit onbegrijpelijke liefde tot zondaars. Gekomen in een wereld vol zonde en schuld, waar voor Hem geen plaats was. Maar desondanks kwam Hij, leed Hij, stierf Hij, stond Hij op uit de doden. En Hij ging terug naar de hemel, opdat een wederhorig kroost altijd bij Hem zou wonen.

Laten we dat eerst samen gaan zingen uit Psalm 68:9: Gods wagens, boven 't luchtig zwerk, Zijn tien- en tienmaal duizend sterk, Verdubbeld in getalen. Bij hen is Zijne Majesteit, Een Sinaï in heiligheid, Omringd van bliksemstralen. Gij voert ten hemel op, vol eer; De kerker werd Uw buit, o HEER! Gij zaagt Uw strijd bekronen Met gaven, tot der mensen troost, Opdat zelfs 't wederhorig kroost Altijd bij U zou wonen. - - -

Opdat zelfs 't wederhorig kroost, dat koppige en ongehoorzame nageslacht, altijd bij U zou wonen… Hebt u die zoveel last hebt van uw zonden, heb jij met je verwonde hart, ooit liefelijker woorden gehoord dan deze? Jezus is door de Vader overgegeven (zegt vers 23). Dat was Gods goede wil, om Hem over te geven tot in de dood van het kruis, om zondaars zalig te maken. Want de Vader Die Hem overgaf is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid. En de Zoon Die Zichzelf overgaf, roept u en jou vanmorgen toe: Kom herwaarts tot Mij, zondaars, u die vermoeid en belast bent, Ik zal u rust geven (Matt. 11:28).

Hij, mensen, is na alles wat u gedaan hebt, de enige weg terug naar God toe. Die weg is geen weg van zelf doen of van jezelf verbeteren. Die weg is een weg van erkennen en belijden dat je verloren bent. Van komen met smeking en geween, biddend om genade (Jer. 31:9). Van geloven wat de Heere zegt. Namelijk: dat wie zijn of haar bebloede handen legt op het hoofd van het geslachte Lam, vergeving zal ontvangen van al zijn of haar zonden. Zoals Paulus later zegt in Handelingen 13: Zo zij u dan bekend, mannen broeders, dat door Deze u vergeving der zonden verkondigd wordt; En dat van alles, waarvan u niet kon gerechtvaardigd worden door de wet van Mozes – je kon het niet zelf – door Deze(!) een ieder die gelooft, gerechtvaardigd wordt.

Dus, dit is de enige weg. En die enige weg (dat is de boodschap van Pinksteren voor u die nog onbekeerd bent, voor u die nog vijand bent), die enige weg is een geopende weg. Geopend door het bloed van de Man, Die u zelf gekruisigd hebt. Om Hem mag u vrijmoedig die weg gaan tot de troon van Gods genade. Niet door zelf langs dat beloftekoord omhoog te klimmen. Maar door er biddend en roepend als het ware aan te schudden. Door, terwijl u zich vasthoudt aan dat beloftewoord, Zijn Naam aan te roepen en te zeggen: Maar, Heere, U hebt het toch beloofd?

Zij zijn verslagen, pijnlijk en overtuigend geprikt in hun hart. Hun hart bloedt van verdriet, berouw en schaamte. En nu laat de tastbare liefde en de barmhartigheid van God in Christus hun hart smelten.

En zo wordt deze Pinksterdag een dag waarin opnieuw zoveel beloften vervuld worden. En we bidden dat die beloften op deze Tweede Pinksterdag ook opnieuw vervuld zullen worden. Ik bedoel de belofte die ik eerder citeerde uit Zacharia 12:10: En zij zullen Mij aanschouwen, Die zij doorstoken hebben; en zij zullen over Hem rouwklagen als met de rouwklage over een enige zoon; en zij zullen over Hem bitter kermen, gelijk men bitter kermt over een eerstgeborene. Ik bedoel de belofte van Jeremia 31:9: Zij zullen komen met geween en met smekingen zal Ik hen voeren; Ik zal hen leiden aan de waterbeken, in een rechte weg, waarin zij zich niet zullen stoten; want (hoor je Gods barmhartigheid?) Ik ben Israël tot een Vader, en Efraïm, die is Mijn eerstgeborene.

Onbekeerde vrienden, op weg naar de eindeloze eeuwigheid, zonder God en zonder hoop in de wereld, in de kerk… Zou u dan vandaag ook niet gaan bukken, ook niet gaan buigen, ook niet gaan breken? Zou u dan vandaag ook niet met betraande ogen een blik slaan op het kruis? Op de Gekruisigde, Die u gekruisigd hebt?

En zeg dan niet (kijkend naar die Gekruisigde) met Kaïn: Mijn zonde is te groot. Maar bid dan met David en zeg: Heere, ontzondig mij met hysop, en ik zal rein zijn; was mij, en ik zal witter zijn dan sneeuw (Ps. 51:9).

Ja, want zo zegt de Heere in Jesaja 1:18: Komt dan, en laat ons tezamen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.

Tot slot nog ons derde aandachtspunt:

3. De vraag van hun gewonde zielen en het antwoord daarop

Want zo gaat de tekst verder: en (zij) zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders? Dat is de prangende vraag van hun hart. En misschien ook wel van uw en jouw hart... Wat moeten wij doen om de verdiende straf te ontgaan, vergeving van onze zonden te krijgen en zalig te worden?

Het valt op, als je dit leest, dat ze Petrus en de apostelen aanspreken als: mannen broeders. Ondanks de scherpe woorden van Petrus. Ondanks dat hij heel eerlijk zegt: Jullie hebben de Heere Jezus, de door God gestuurde Zaligmaker gekruisigd! Maar tóch noemen ze Petrus en de apostelen heel vriendelijk: mannen broeders.

Hoe komt dat, jongens en meisjes? Ik zal het je proberen uit te leggen. Als jij een erg ongeluk gehad hebt, en je voet is helemaal stuk, en je been is gebroken, en je arm, (gelukkig is je hoofd nog heel), dan word je snel met de ambulance naar de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis gebracht. En dan? Dan zegt de dokter heel eerlijk wat er aan de hand is. Hij zegt: Ik moet je opereren om je been weer goed te maken. Misschien moet je er wel van huilen. Maar ondertussen (en daar ben je dan ook weer blij mee), ondertussen denk je bij jezelf: ‘Die mevrouw of meneer de dokter, die is zó vriendelijk. Nu hoop ik toch dat het weer goed zal komen! Die wil me helpen. Dat merk ik, dat voel ik gewoon!’

En dát voelen deze mensen hier op de Pinksterdag ook! Petrus had heel scherp gezegd: Jullie? Jullie hebben de Heere Jezus gekruisigd. Maar de Heilige Geest prikt met liéfde in hun hart. Het doet zeer, ze voelen dat ze zondaars zijn. Maar ze voelen óók dat Petrus — dat de Heere daarachter — het zo goed bedoelt. Dat de Heere hun behoud zoekt.

En daarom zeggen ze met hoop in hun hart heel vriendelijk tegen Petrus en de andere apostelen: Mannen broeders, wat moeten wij doen? Zij weten niet wat ze moeten doen... ‘Is die Jezus, Die wij hebben gekruisigd, de Héére, de Messías, de Chrístus? Wat zal er dan met ons gebeuren, nu wij Hem gekruisigd hebben? Dan moeten we nu direct, zonder uitstel, gaan doen wat u tegen ons gaat zeggen.’

En dus geeft Petrus hun een vriendelijk, maar ook dringend antwoord.

Vers 38 zegt: En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

a. Bekeert u! Dat is het eerste wat Petrus zegt. Dat is de reddende plank als het schip van je leven gaat zinken. Dat is trouwens hetzelfde als dat Johannes de Doper en de Heere Jezus eerder gepreekt hebben. En het geldt nog steeds, mensen. Bekeert u, keer u om! Nu, direct! Ga anders denken over je zonden en breek ermee. Ga anders denken over de heilige God en ga voor Hem buigen. En ga anders denken over deze Jezus Die u gekruisigd hebt. En ga Zijn Naam aanroepen, dan zult u zalig worden.

Zij moeten zich, zegt Petrus, gaan bekeren. En tegelijkertijd staat er iets verderop in Handelingen 5 gelukkig ook dit: dat de Heere Jezus door Gods rechterhand verhoogd is tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te géven bekering en vergeving van zonden (Hand. 5:31; 11:18). Dus het móet, en de Heere gééft het.

b. En een iegelijk van u worde gedoopt. Dat is het tweede wat Petrus zegt. Met andere woorden: laat het aan iedereen publiek zien, dat u berouw hebt van wat u gedaan hebt. Een iegelijk van u worde gedoopt: in de Naam van Jezus Christus. Eigenlijk staat er: op de Naam van Jezus. Op gezag van Hem, zoals Hij het heeft opgedragen.

Zij geloofden in de Vader en in de Heilige Geest, maar zij moeten nu ook geloven in de Naam van Jezus, dat Hij de Christus, dat Hij de Messias is. En dus zegt Petrus eigenlijk (ik citeer Matthew Henry): Neem Jezus aan als uw Koning, en zweer Hem door de doop hulde en trouw; neem Hem aan als uw Profeet, en luister naar Hem; en neem Hem aan als uw Priester, om verzoening voor u te doen.

c. Een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden. Tot vergeving der zonden, dat is het derde wat Petrus zegt. Want dáárheen wees toen en wijst ook nu, de doop: naar de vergeving van de zonden. Niet door het water van de doop zelf, maar door dat waar het doopwater heen wijst, namelijk naar het bloed van de Heere Jezus Christus. Naar alles wat Hij gedaan heeft om zondaars te redden van de dood. Want zo schrijft Johannes in 1 Johannes 1:7: het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde. En dus: Roep, zoals later staat in Handelingen 22, terwijl u zich laat dopen, de Naam des Heeren aan. Dan zult u zalig worden (Hand. 22:16).

d. En zo zult u de gave van de Heilige Geest ontvangen. Dat is het vierde wat Petrus zegt. Door die weg die ik, Petrus, u wijs, zult u de gave van de Heilige Geest ontvangen. Dus niet alleen de gaven van de Heilige Geest die ieder kind van God nodig heeft en krijgt, maar ook deze buitengewone gave die wij, deze honderdtwintig mensen, nu ontvangen hebben. Zodat ook uw hart en mond vol zal worden van de grote werken van God.

En zo wordt ons op deze Tweede Pinksterdag, allemaal op het hart gedrukt (zo zegt dezelfde Matthew Henry, die ik eerder citeerde): dat de grootste van de zondaars, als zij zich zullen bekeren en geloven, welkom zijn om gedoopt te worden. En zij die denken dat zij de grootste heiligen geweest zijn, hebben het net zo goed nodig om zich te bekeren, te geloven en gedoopt te worden.

Gemeente, er is in de Heere Jezus Christus genade genoeg voor iedereen. Ziet u vanmorgen wat u gedaan hebt? Voelt u de pijn van de prik in uw hart, die u laat voelen dat u de Zaligmaker hebt doorstoken? Voelt u de schaamte op uw gezicht, vanwege zoveel kwaad tegen een zo goeddoend God? Ziet u ook, in gedachten voor u het zilveren koord, dat voor u uit de hemel gehangen is?

Grijp u dan als een ellendige zondaar, die niets verdiend heeft, vast aan dit beloftewoord. Bekeer u dan door Gods genade van uw zonden. En laat u dan brengen onder het gezag van de Man Die u gekruisigd hebt. En roep Zijn Naam, roep de Naam des Heeren aan. Dan zult ook u zalig worden!

Amen.

Slotzang Psalm 118:12

Dit is de dag, de roem der dagen, Dien Isrels God geheiligd heeft; Laat ons verheugd, van zorg ontslagen, Hem roemen, die ons blijdschap geeft. Och HEER’, geef thans Uw zegeningen; Och HEER’, geef heil op dezen dag; Och, dat men op deez' eerstelingen Een rijken oogst van voorspoed zag.