Pinksteren - 8 juni 2025
Handelingen 2:17-18: En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
INLEIDING
Op het Pinksterfeest wordt de belofte van de profeet Joël werkelijkheid: “Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren” (Handelingen 2:17-18). Deze leespreek laat zien wat deze vervulling betekent voor de tijd waarin wij leven, en nodigt uit om te ontdekken hoe de Heilige Geest ook vandaag nog werkt tot lof van Gods Naam.
De vervulde profetie over deze laatste dagen
HANDELINGEN 2:16-21
16 Maar dit is het wat gesproken is door den profeet Joël:
17 En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen.
18 En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
19 En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rookdamp.
20 De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt.
21 En het zal zijn dat een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:17-18
THEMA
De vervulde profetie over deze laatste dagen
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, dit is de dag van de vervulling van Gods belofte. De verhoogde Heere Jezus Christus heeft Zijn Koninkrijk gevestigd op de aarde. En sindsdien waait de Heilige Geest met de stormwind van Zijn werk door deze wereld. Sindsdien ontsteekt Hij tongen met vuur, om de grote werken van God te verkondigen. En die combinatie van wind en vuur maakt het werk van de Heilige Geest tot een niet te stuiten vuurgloed. Die harten van mensen laat smelten in bekering en berouw. Die harten van mensen verwarmt met Zijn troostend beloftewoord. En Die diezelfde harten ook in vlam zet, om anderen tot Christus te brengen. We zien het in de tekst voor de preek van vanmiddag, namelijk in Handelingen 2:14-18Maar Petrus, staande met de elven, verhief zijn stem, en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen, die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan. Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van de dag. Maar dit is het, wat gesproken is door den profeet Joël: En het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten, en op Mijn dienstmaagden, zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.. Ik lees als samenvatting van die verzen nog een keer aan u voor vers 17 en 18. Daar lezen we Gods Woord als volgt: En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees; en uw zonen en uw dochters zullen profeteren, en uw jongelingen zullen gezichten zien, en uw ouden zullen dromen dromen. En ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal Ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
Het thema voor de preek is: De vervulde profetie over deze laatste dagen We letten samen op drie aandachtspunten. In de eerste plaats op de tijd wanneer die profetie vervuld wordt. In de tweede plaats op de maat waarin die vervulling plaatsvindt. En in de derde plaats op de spiegel die deze vervulling ons voorhoudt.
Dus: De vervulde profetie over deze laatste dagen 1. De tijd 2. De maat 3. De spiegel
Als eerste dus:
Er gebeurt van alles. Op die dag. Op de dag van het pinksterfeest. Dat geluid van die stormwind. Die tongen als van vuur op hun hoofden.
Dat spreken in andere talen. Dat gebeurt er bij die 120 mensen, die sinds de hemelvaart van de Heere Jezus biddend bij elkaar zijn.
Maar natuurlijk komen daar ook andere mensen op af. Heel veel zelfs: een menigte (6). En die menigte is beroerd (6) dat wil zeggen: verbaasd, als aan de grond genageld. En ze ontzetten zich (12), dat wil zeggen: ze raken in totale verwarring. En ze worden twijfelmoedig (12). Ze staan perplex. Ze begrijpen er niets van. En dat kan je begrijpen!
Sommigen denken dat ze het wel snappen. Ze spotten en zeggen: ‘Ah, die mensen zijn gewoon stomdronken (13).’
Maar dan neemt Petrus het Woord. Lees maar mee in vers 14 en 15: Maar Petrus staande met de elven, verhief zijn stem en sprak tot hen: Gij Joodse mannen, en gij allen die te Jeruzalem woont, dit zij u bekend, en laat mijn woorden tot uw oren ingaan. Want deze zijn niet dronken, gelijk gij vermoedt; want het is eerst de derde ure van den dag. Mensen, gebruik je verstand. Het is nog maar negen uur in de ochtend. Dan ben je niet dronken! Dit is wat anders. Denk toch na! Luister!
Dit is het (vers 16) wat gesproken is door de profeet Joël. Opvallende zin. Als wij in zo’n situatie verantwoording zouden moeten afleggen, zouden we misschien zeggen wat we voelen en ervaren in ons hart: we voelen ons zo vol van God, ons hart brandt zo, we zijn er zo vol van. Zo gericht op: ons…!
Maar Petrus wijst direct van zichzelf en van de anderen af, naar de Bijbel, naar de Schrift! En dat is leerzaam, ook voor ons in deze tijd. Laten we ons geloof niet uitleggen met accent op ons doen, op onze gewoontes of op onze tradities. Maar mensen met interesse of mensen die om uitleg vragen, wijzen op…? Op de Schrift, op de Bijbel! En daarin op Jezus Christus, de Gekruisigde, Die naar deze wereld kwam om mensen te redden van de dood.
‘Mensen’, zegt Petrus,’dit is wat gesproken is door de profeet Joël.’ Een profeet van wie we eigenlijk niet zo heel veel weten. Maar wel dat hij profeteerde ten tijde van een verschrikkelijke sprinkhanenplaag en in een tijd van grote droogte. Die plaag heeft in Juda alles verwoest. Dat kan je begrijpen, want bijna alles in Israël draaide om landbouw en veeteelt. Dus die combinatie van droogte en ongedierte is desastreus.
Maar in plaats van het volk gerust te stellen en te zeggen ‘die droogte, die sprinkhanenplaag gaat vanzelf over’, zegt Joël: ‘mensen, het wordt alleen maar erger! Dit is nog maar een voorproefje van wat komt.’ En dat geldt ook nu.
Gemeente, de oordelen van de Heere die over de aarde gaan, zijn nog maar een voorproefje van wat komt, op de grote dag des Heeren. En dus klinkt de hartelijke en dringende oproep tot bekering, zoals die ook nu klinkt (nu Gods hand óók zo duidelijk over deze aarde gaat), vanuit Joël 2:12Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween, en met rouwklage., 13: Nu dan ook, spreekt de HEERE, bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween en met rouwklage. En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade. Door die weg van bekering, en door die weg alleen (dat geldt ook nu), zal de Heere tot hen en tot ons terugkeren. Wat het ongedierte heeft opgegeten, zal aan hen teruggegeven worden. De Heere zal ziekte en tegenspoed laten ophouden. En de Heere zal Zijn volk zegenen met genade en vergeving door de komst van de Messias (Joël 2:23).
In eenzijdige goedheid zal Ik Mij (zegt de Heere) in het laatste der dagen over u ontfermen: Kinderen van Sion, verheugt u en zijt blijde in den HEERE uw God; want Hij zal u geven dien Leraar ter gerechtigheid; en Hij zal u den regen doen nederdalen, den vroegen regen, en den spaden regen in de eerste maand. En de dorsvloeren zullen vol koren zijn, en de perskuipen van most en olie overlopen. Alzo zal Ik ulieden de jaren vergelden die de sprinkhaan, de kever en de kruidworm en de rups heeft afgegeten, Mijn groot heir, dat Ik onder u gezonden heb. En gij zult overvloedig en tot verzadiging eten, en prijzen den Naam des HEEREN uws Gods, Die wonderlijk bij u gehandeld heeft; en Mijn volk zal niet beschaamd worden tot in eeuwigheid (Joël 2:23-26) En daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitgieten over alle vlees (Joël 2:28).
Bekeer u, bekeer u! Scheur uw hart en niet uw kleed! De binnenkant en niet de buitenkant. Want Ik, de HEERE ben: genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.
Petrus zegt: ‘die profetie wordt nu hier vervuld. Dit is het, wat gesproken is door de profeet Joël.’ Dat, gemeente, moet ons gebed en ons verlangen zijn. Dat deze profetie van Joël opnieuw, zichtbaar en blijvend vervuld zal worden, ook in het midden van onze gemeente. Dat de Geest der genade en der gebeden ons meer dan ooit vervullen zal. En dat ook wij de Naam des Heeren, onzes Gods, zullen gaan prijzen.
In deze laatste dagen. Waarvan Petrus zegt: ‘die zijn nu aangebroken.’ In de tijd van Joël was het nog wat vaag, nog wat onzeker, wanneer dat zou zijn. Joël zei: daarna. Daarna (op Gods tijd) zal het geschieden dat God Zijn Geest zal uitgieten. Maar Petrus zegt: ‘Die tijd, dat daarna, is nu gekomen’. In deze laatste dagen. In de tijd waarin wij ook nog steeds leven.
Deze tijdsperiode wordt genoemd: de laatste dagen. In die tijd, in deze tijd geldt, wat Joël ook al zei, en wat staat in vers 21: En het zal zijn dat een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zalig zal worden. Van die tijd, in deze tijd geldt vooral ook wat staat in vers 17. We gaan het zien in ons tweede punt:
We lezen in vers 17: En het zal zijn in de laatste dagen (zegt God), Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees. Ik zal uitstorten, of uitgieten. In die tijd vol ontreddering, ten tijde van Joël, klonk deze belofte al. Op de Pinksterdag klonk die belofte opnieuw. En hij echoot na, ook in deze tijd vol ontreddering. God zegt, te midden van al onze vertwijfeling: ‘Ik zal!’
Deze laatste dagen, gemeente, zijn geen dagen om moedeloos te zijn als het gaat om de toekomst van de gemeente, van de kerk en van onze kinderen. Er gebeurt veel. En er zal nog veel meer gaan gebeuren. Kijk maar in vers 19 en 20: En Ik zal wonderen geven in den hemel boven, en tekenen op de aarde beneden, bloed en vuur en rookdamp. De zon zal veranderd worden in duisternis, en de maan in bloed, eer dat de grote en doorluchtige dag des Heeren komt. Het zal in een tijd zijn vol huiveringwekkende tekenen. Aan de wolkenhemel. De zon wordt veranderd in duisternis, inktzwart. En de maan kleurt bloedrood… En op de aarde is bloed. Bloedige oorlogen, met duizenden burgerslachtoffers en gesneuvelde soldaten. Vuur en rook: smeulende huizen, brandende steden… In Oekraïne, in Midden-Oosten…
In die tijd, in deze vol van angstaanjagende tekenen, zegt God: Ik zal Mijn Geest uitstorten. Uitstorten! In overvloed. Zoals water uitgegoten wordt op het dorstige, zoals stromen gaan over het droge (Jes. 44:3Want Ik zal water gieten op de dorstigen, en stromen op het droge; Ik zal Mijn Geest op uw zaad gieten, en Mijn zegen op uw nakomelingen.), zo zal Ik mensen vullen met Mijn Geest. Zo zal Ik mensen tot Mij trekken. Zo zal Ik Mijzelf aan hen openbaren. Als die God met Wie zij gebroken hebben. Zij zullen zien Wie zij doorstoken hebben (Zach. 12:10Doch over het huis Davids, en over de inwoners van Jeruzalem, zal Ik uitstorten den Geest der genade en der gebeden; en zij zullen Mij aanschouwen, Dien zij doorstoken hebben, en zij zullen over Hem rouwklagen, als met de rouwklage over een enigen zoon; en zij zullen over Hem bitterlijk kermen, gelijk men bitterlijk kermt over een eerstgeborene.). Als die God, Die Zelf een weg gebaand heeft voor zulke mensen om terug te keren. Door het werk van Christus, Die zij gekruisigd hebben. En zij zullen komen. Met smeking en geween. En zij zullen Mij kennen, als de grote God: rechtvaardig en genadig, barmhartig en heilig.
Niet zomaar een enkeling, want ook de belofte van Jeremia zal vervuld worden: En zij zullen niet meer een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder leren, zeggende: Ken de HEERE; want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe,
spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven en hunner zonde niet meer gedenken (Jer. 31:34En zij zullen niet meer, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, leren, zeggende: Kent den HEERE! want zij zullen Mij allen kennen, van hun kleinste af tot hun grootste toe, spreekt de HEERE; want Ik zal hun ongerechtigheid vergeven, en hunner zonden niet meer gedenken.; Hebr. 8:11En zij zullen niet leren, een iegelijk zijn naaste, en een iegelijk zijn broeder, zeggende: Ken den Heere; want zij zullen Mij allen kennen van den kleine onder hen tot den grote onder hen.).
Deze laatste dagen zijn de dagen waarin een brede stroom water (beeld van de Heilige Geest en Zijn werk en genade) onbeperkt en ongehinderd door deze wereld stroomt. En dus is er geen reden om de moed te verliezen, als we kijken naar de kerk, naar onze gemeente en naar onze gezinnen. Als we de Geest maar niet uitblussen (1 Thess. 5:19Blust den Geest niet uit.). Door? Door onze zonden. Door de werken van het vlees. Door de Geest tegen te staan en Zijn woorden niet te geloven. Dat is: door Christus opnieuw te kruisigen. Of ook door geen pijn te voelen, als Zijn hand ons slaat (Jer. 5:3O HEERE! zien Uw ogen niet naar waarheid? Gij hebt hen geslagen, maar zij hebben geen pijn gevoeld; Gij hebt hen verteerd, maar zij hebben geweigerd de tucht aan te nemen; zij hebben hun aangezichten harder gemaakt dan een steenrots, zij hebben geweigerd zich te bekeren.).
Het zal zijn in de laatste dagen, (zegt God) Ik zal uitstorten van Mijn Geest op alle vlees. Vlees, dat betekent: lichaam. Maar vlees is in de Bijbel vooral een beeld van ons mensen, vol van zonde en opstand tegen God. Vlees is God hatend, zondig vlees.
Ik zal Mijn Geest uitstorten op alle vlees. Dat wil niet zeggen: op iedereen. Maar wel op iedereen die de Naam des Heeren zal aanroepen (vers 21). Op alle vlees wil zeggen: in gelijke mate, op allerlei soorten van mensen: man of vrouw, rijk of arm, gezien of veracht, slaaf of meester; en onderdeel van welk volk of etnische groep dan ook. Zo werkt de Geest op en in alle vlees. En zo gunnen we het werk van de Geest, met Mozes, ook aan God en aan alle vlees, als wij met Mozes bidden: Och of al dat volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave! (Num. 11:29Doch Mozes zeide tot hem: Zijt gij voor mij ijverende? Och, of al het volk des HEEREN profeten waren, dat de HEERE Zijn Geest over hen gave!)
Wij zingen nu eerst, met een vooruitblik op het derde punt van de preek: Psalm 45:1Een onderwijzing, een lied der liefde, voor den opperzangmeester, onder de kinderen van Korach, op Schoschannim. en 8. Mijn hart, vervuld met heilbespiegelingen, Zal 't schoonste lied van enen Koning zingen; Terwijl de Geest mijn gladde tonge drijft; Is z' als de pen van een, die vaardig schrijft. Beminlijk Vorst, uw schoonheid hoog te loven, Gaat al het schoon der mensen ver te boven; Genâ is op uw lippen uitgestort, Dies G' eeuwiglijk van God gezegend wordt.
In plaats van uw doorlucht' en vrome vaad'ren, Zult Gij eerlang uw zonen zien vergaad'ren, En stellen hen, door uw geduchte hand, Al 't aardrijk door, in vorstelijken stand. Ik zal uw naam bij elk geslacht doen kennen; Van kind tot kind zal 't zich aan U gewennen; Zo rolt Uw lof op 't ruime wereldrond, In eeuwigheid, uit aller volk'ren mond.
Gemeente, ons derde aandachtspunt:
Ik zal, (zegt God) Mijn Geest uitgieten op alle vlees, op allerlei soorten van mensen. En dan volgen er in vers 17 en 18, vier dingen, die we met elkaar één voor één wat beter zullen bekijken.
a. Ik zal, (zegt God) Mijn Geest uitgieten op alle vlees. En uw zonen en uw dochters zullen profeteren. Het Woord profeteren heeft in de Bijbel verschillende betekenissen. Het kan betekenen: zeggen wat er in de toekomst zal gaan gebeuren. Het betekent ook wel: het Evangelie preken. In dit verband van Handelingen 2 heeft het vooral de betekenis van: God loven. Zoals staat in 1 Kronieken 25, waar het gaat over de kinderen van Jeduthun, die met hun vader Jeduthun, profeteren op harpen met (en dan komt het): de HEERE te danken en te loven (1 Kron. 25:3).
Mannen en vrouwen, jongens en meisjes vertellen grote dingen over God. Waarom? Om te vertellen wat zij allemaal weten en kennen of voelen en meegemaakt hebben? Nee, zoals Paulus zegt in 1 Korinthe 14: tot stichting (om andere mensen ook tot die kennis van God te brengen), tot vermaning (om andere mensen weg te houden van de zonde) en tot vertroosting (van mensen die verdrietig zijn om hun zonden) (1 Kor. 14:3). Om zo God te loven en te danken!
De Geest is uitgestort, water is gegoten op het dorstige, stromen op het droge. En, wat gebeurt er, jongens en meisjes, als je heel veel water ergens overheen of in giet? Dat gras, die emmer, die rivier stroomt over. Zo is het ook als de Heilige Geest ons hart vervuld. De genade die Hij daarin uitgiet, die stroomt over. Die komt eruit. Uit je hart. Uit je mond. Precies zoals bij de mensen op de Pinksterdag: ze vertellen de grote werken van God.
Dus, let goed op. Nog een keer! We vertellen niet over onszelf. Maar over de grote dingen die God gedaan heeft. In het zenden van Zijn Zoon, de Heere Jezus Christus, naar deze wereld. In het geven van Zijn Zoon aan het kruis, in de plaats van Zijn vijanden. In het opwekken van Zijn Zoon uit de dood. En in Zijn hemelvaart: opdat een wederhorig kroost altijd bij Hem zouden wonen (Ps. 68:9Daverde de aarde, ook dropen de hemelen voor Gods aanschijn; zelfs deze Sinaï, voor het aanschijn Gods, des Gods van Israël., ber.).
Dus, de eerste spiegel: jongens en meisjes, mannen en vrouwen, waar loopt ons hart, waar loopt onze mond van over? Hebt u de Geest ontvangen? En wordt tegelijkertijd uw tong in vlam gezet door de hel, in geklets, in geroddel, in praten over de lege dingen van deze tijd? Dat is onbestaanbaar. Dat kan niet!
Of wordt onze tong door de Geest bewogen om God groot te maken? Om Hem te loven en te danken?
b. Ik zal (zegt God) mijn Geest uitgieten op alle vlees. En (dat is de tweede spiegel): Uw jongelingen zullen gezichten zien. Gezichten zagen mensen in het Oude Testament op momenten waarop God iets van Zichzelf liet zien, op momenten waarop God iets van Zichzelf openbaarde. Jesaja schrijft: Ik zag de Heere zittend op een hoge en verheven troon, en Zijn zomen vervulden de tempel. En serafs, engelen zongen, met bedekt gezicht: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! En hij, Jesaja zei: ‘Wee mij, ik verga, ik ben een man van onreine lippen’ (zie Jes. 6:1-5In het jaar, toen de koning Uzzia stierf, zo zag ik den Heere, zittende op een hogen en verheven troon, en Zijn zomen vervullende den tempel. De serafs stonden boven Hem; een iegelijk had zes vleugelen; met twee bedekte ieder zijn aangezicht, en met twee bedekte hij zijn voeten, en met twee vloog hij. En de een riep tot den ander, en zeide: Heilig, heilig, heilig is de HEERE der heirscharen! De ganse aarde is van Zijn heerlijkheid vol! Zodat de posten der dorpels zich bewogen van de stem des roependen; en het huis werd vervuld met rook. Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.).
Petrus zegt: Jonge mannen (dat zijn mannen van 20, 30, 40 jaar) zullen iets gaan zien van…? Van God, als in een vergezicht. Want niemand kan God echt zien en leven. Ze zullen iets gaan zien van de heerlijkheid, de kostbaarheid en de liefelijkheid van Christus. En van de toekomst die in de verte weggelegd is voor degenen die God vrezen, de hemelse heerlijkheid.
Maar, wie doorleest in het boek Handelingen, ziet dat die gezichten (waar het hier over gaat) vooral een grote rol gaan vervullen in de verspreiding van het Evangelie.
Filippus ziet een engel, die zegt: Filippus, ga op de woeste weg naar Gaza, om die man uit Ethiopië te ontmoeten (Hand. 8). Ananias ziet een gezicht om Saulus van Tarsen de handen op te leggen en af te zonderen tot zendingsdienst (Hand. 9). Petrus ziet een gezicht uit de hemel, dat hem vrijmoedigheid geeft om naar de heidense hoofdman Cornelius te gaan (Hand. 10). En Paulus ziet in de nacht een gezicht in Troas, dat hem samen met zijn reisgenoten laat besluiten om over te steken naar Europa (Hand. 16)
God maakt Zijn belofte waar. Ook nu! Jongelingen zullen gezichten zien. Want het is goed, als je mond overloopt van de grote werken van de Heere. Maar vergeet niet, dat dat allemaal maar één doel heeft: niet om je een fijn leven te geven op de plek waar je zit, maar om de wereld, dichtbij of ver weg, te vertellen hoe groot en hoe goed God is en dat er leven is in Zijn Naam.
Dus, jongelingen, mannen van 20, 30, 40, als je gezichten ziet, denkend (zoals hier in het boek Handelingen bedoeld) aan de voortgang van het Evangelie in Gods wereldwijde Koninkrijk (dat hier begint), zeg dan met Paulus, staande voor Agrippa: ‘Toen ben ik dat hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest’ (Hand. 26:19Daarom, o koning Agrippa, ben ik dat Hemels gezicht niet ongehoorzaam geweest;). Als je iets kent van de heerlijkheid van God, van de liefde van Christus, van de vergeving in Zijn bloed, vergeet dan toch de laatste woorden van je Meester niet. Het was een opdracht en tegelijkertijd een belofte: U zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes,
Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem (thuis), als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde (Hand. 1:8Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judea en Samaria, en tot aan het uiterste der aarde.). Miljoenen mensen in deze wereld komen om. Christusloze zielen. Moet u niets doen, moet u hier blijven, en ze verloren laten gaan?
c. Ik zal, (zegt God) Mijn Geest uitgieten op alle vlees. En (nu komt de 3e spiegel): Uw ouden zullen dromen dromen. Ouden is een Bijbelse typering voor mensen van zeg maar boven de 50. U zult zo vol zijn van de Heilige Geest, dat uw mond overstroomt. Dat uw ogen er overdag mee gevuld zullen zijn. En dat uw gedachten er ‘s nachts vol van zijn. U zult ervan dromen!
Ouderen, senioren, waar dromen wij van? Van een mooi pensioen? Van samen reizen naar verre oorden? Van prachtige vakanties op zonovergoten stranden? Van een mooi huis, van een luxe auto? Droom je nooit van je laatste jaren in de dienst van de Heere? Hier of in Zijn wereldwijde Koninkrijk? Je laatste jaren zijn (als je gezond bent) niet bedoeld om lekker van te genieten of om te luieren. Mensen, er gaan zielen verloren! Kan je daar rustig van slapen, dromend van de mooie dingen die je hebt? Ouderen, je bent nooit te oud om een gezicht te krijgen, om een droom te dromen, om het Evangelie te verspreiden. Nooit!
Waar de Geest is, daar is liefde tot zielen. En waar de Geest overvloedig is, daar is veel liefde tot de eer van God en veel ijver tot de redding van zondaars.
Als Spurgeon preekt over deze tekst, dan zegt hij (even in mijn eigen woorden samengevat): ‘Mensen, ik heb zelf een droom gedroomd. Namelijk dat er een geest van liefde tot de wereld en tot de heidenen door onze gemeente zou gaan waaien. Ik heb jonge mannen gezien, met vurige ijver voor het zendingswerk. Oude mannen en vaders in gezamenlijk beraad om eerder gemaakte fouten te corrigeren, om nieuwe methodes te bedenken en ouden te versterken. Zodat de wagen van Christus voort mag gaan in deze wereld en Zijn overwinning des te spoediger zal komen. O, hemels vuur, zet ons in vlam! Er moet een herleving komen van intens en ernstig gebed. Ik droomde (zo zegt Spurgeon) dat in onze kerk een grote groep jongemannen zal opstaan, die het hun hoogste verlangen en ambitie zullen achten, om zichzelf te geven aan het werk voor Jezus in deze wereld’ (einde citaat).
d. Ik zal, (zegt God) Mijn Geest uitgieten op alle vlees. En (dat is de 4e en laatste spiegel): Ook op Mijn dienstknechten en op Mijn dienstmaagden zal ik in die dagen van Mijn Geest uitstorten, en zij zullen profeteren.
Alle gelovigen, man of vrouw, zelfs de allerarmsten (de slaven, de dienstknechten en de dienstmeisjes), zij allemaal, ongeacht leeftijd of sociale stand zullen van God wijsheid ontvangen, Hem kennen en over Hem spreken. Zij zullen de grote werken van God verkondigen.
Geliefde gemeente, dat gebeurt er als de Heilige Geest Zijn wind laat waaien, ook door dit kerkgebouw. Als Hij onze harten vervult met Zijn genade, ja met Hemzelf. Dan worden wij leeg van onszelf en vol van God. Dan gaat de Heilige Geest meer dan ooit Christus verheerlijken. Dan gaat Hij ons meer dan ooit met Hem verenigen. Wat een heerlijke profetie, wat een heerlijk vooruitzicht voor deze laatste dagen.
Nu dan ook, spreekt de HEERE (door mond Joël), bekeert u tot Mij met uw ganse hart, en dat met vasten en met geween en met rouwklage. En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade. Zo zal de HEERE ijveren over Zijn land (dan zal Hij het voor hen opnemen), en Hij zal Zijn volk verschonen (dan zal Hij ze sparen).
Dan zal de HEERE antwoorden en tot ons spreken. En dan zullen wij zingen en de Naam van de Heere loven.
Zoals dichter zong: De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan. Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan. Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust. De hitte van Uw gramschap is geblust. Dan zal de HEERE ons 't goede weer doen zien. Dan zal ons 't land zijn volle garven biên! Dan zullen onze monden vervuld worden met Zijn lof, om de grote werken Gods te verkondigen.
Geliefde gemeente, we leven in de laatste dagen. Die uitdrukking geeft aan hoe kort die dagen zijn. Het zijn de laatste dagen… De laatste eeuwen van onze geschiedenis zijn… dagen. Dagen waarin God ons oproept om vervuld te worden met de Heilige Geest. En wordt niet dronken in wijn, waarin overdaad is, maar wordt vervuld met de Geest. Dagen waarin God ons oproept om vervuld te worden met al de volheid Gods (Ef. 5:18 en 3: 19).
Moge de Heere Zelf ons iets van die volheid geven, van die vervulling met Zijn Geest. In de korte tijd die nog over is. Verwachtende en haastende tot de toekomst van de dag Gods (2 Petr. 3:12Verwachtende en haastende tot de toekomst van den dag Gods, in welken de hemelen, door vuur ontstoken zijnde, zullen vergaan, en de elementen brandende zullen versmelten.).
Amen.
Slotzang Psalm 85:1,4:
Gij hebt Uw land, o HEER, die gunst betoond, Dat Jacobs zaad opnieuw in vrijheid woont; De schuld Uws volks hebt G' uit Uw boek gedaan; Ook ziet Gij geen van hunne zonden aan; Gij vindt in gunst, en niet in wraak, Uw lust; De hitte van Uw gramschap is geblust. O heilrijk God, weer verder ons verdriet, Keer af Uw wraak, en doe Uw toorn te niet.
Dan wordt genâ van waarheid blij ontmoet; De vrede met een kus van 't recht gegroet; Dan spruit de trouw uit d' aarde blij omhoog; Gerechtigheid ziet neer van 's hemels boog; Dan zal de HEER ons 't goede weer doen zien; Dan zal ons 't land zijn volle garven biên; Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht, Hij zet z' alom, waar Hij Zijn treden richt.
Andere preken over Handelingen
Andere preken voor Pinksteren
Andere gerelateerde preken