Zo de HEERE het huis niet bouwt
Preek Psalm 127:1-2: Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan.

Thema preek Psalm 127: Zo HEERE huis niet bouwt

Twee manieren van leven
1. Zinloos ploeteren
2. Gerust slapen

PDF LEESPREEK
AUDIO

Liturgie dienst
Psalm 34:1,4,5
Catechismus Zondag 50
Psalm 33:10
Lezen Psalm 127
Psalm 127:1,2,3,4,5
Psalm 4:4
Psalm 147:6

Schriftlezing Psalm 127:
Een lied Hammaaloth, van Salomo. Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan; zo de HEERE de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.
Het is te vergeefs, dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten; het is alzo, dat Hij het Zijn beminden als in den slaap geeft
Ziet, de kinderen zijn een erfdeel des HEEREN; des buiks vrucht is een beloning.
Gelijk de pijlen zijn in de hand eens helds, zodanig zijn de zonen der jeugd.
Welgelukzalig is de man, die zijn pijlkoker met dezelve gevuld heeft; zij zullen niet beschaamd worden, als zij met de vijanden spreken zullen in de poort.

Links bij preek Psalm 127:
Preek: Wilde kolokwinten (2 Koningen 4) – biddag
Preek: Och, dat U de hemelen scheurde (Jesaja 64) – biddag
Preek: Het gebed van Daniël (Daniël 9) – biddag
Preek Psalm 34: Jonge leeuwen en zoekers (biddag)
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Psalm 127

TERUG BIDDAG | PSALMEN

Ds. H.F. Kohlbrugge over Psalm 127:
De kern van den 127sten Psalm zijn de woorden „ als in de slaap”.
Deze Psalm is een Psalm van Salomo. Hij spreekt daarin van een huis en van een stad, en vervolgens in ’t algemeen van het huisgezin. Een lied Hammaaloth is deze Psalm. De Levieten stonden bij het brandofferaltaar, inzonderheid op het Loofhuttenfeest, en zongen voor het volk de Psalmen, die tot opschrift hebben : „Een lied Hamaaloth”, en het volk zong dan deze liederen, als het zich om het brandofferaltaar schaarde. Ook werden zij gezongen, als het volk opging naar Jerusalem tot het feest.
„Zo de HEERE het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden deszelfs bouwlieden daaraan.” Salomo had dus een huis voor zich en een stad. Blijf nu echter niet staan bij een vergankelijk huis, maar denk aan een eeuwig hui9, maar dat hier gebouwd wordt; denk niet aan het vergankelijk Jerusalem, niet aan een vergankelijke stad, maar aan een eeuwige stad, aan het eeuwige Jerusalem, dat echter hier op aarde bewaakt wordt, dat hier op aarde, om het zoo uit te drukken, zijne voorsteden heeft. Salomo is gestorven; hij gaf dezen Psalm door den Heiligen Geest; de Heilige Geest spreekt dus in dezen Psalm. Wat voor mensen worden nu in dezen Psalm aangesproken?
Wij lezen: „Het is vergeefs, dat gijlieden vroeg opstaat, laat opblijft, eet brood der smarten”. Er worden dus mensen aangesproken, die vroeg opstaan, laat opblijven en brood der smarten eten; de zanger zegt dus tot de mensen, die om het altaar staan: Het is vergeefs, gij bouwt, gij bewaakt de stad, — het is vergeefs! Al uwe wijsheid is vermetelheid, gij streeft er naar, om te wezen als God! Dat is zonde, dat is ijdelheid, het is vergeefs. Het is de zonde van Adam, de zonde onzer eerste voorouders, de zonde, waarin wij ontvangen en geboren worden, dat wij er naar streven, om te zijn als God, en dus in Zijne heerschappij ingrijpen. Daartegen zegt de Psalm: Gij werkt tevergeefs, gij waakt tevergeefs, het is vergeefs, dat gij vroeg opstaat en Iaat opblijft. — Wat voor volk heeft hij hier voor zich ? Het is het oude volk, dat op de letter blijft zitten, het oude volk, dat niet wil weten, dat het een oud volk is, maar zich voor een nieuw volk houdt. Zoals uw geloof is, zoo zal ook uw werk zijn ; is uw geloof vals, dan zijn ook uwe werken vals; is uw geloof vals, zodat gij u beroemt op uwe wijsheid, uwe kracht, uwen rijkdom, zij het ook met een „Gode zij dank”, dan kan bij dit vals geloof ook uw waken en arbeiden niet anders dan vruchteloos zijn; want als de boom niet goed is, dan is ook de vrucht niet goed.