/ / Preek Zondag 23: Rechtvaardiging door geloof

Preek Zondag 23: Rechtvaardiging door geloof

Preek Zondag 23:

Rechtvaardiging door het geloof
1. Wat heb je eraan? (wat baat het u – 59)
2. Hoe kan dat? (hoe bent u – 60)
3. Waarom alleen zo? (waarom zegt u dat – 61)

PDF LEESPREEK
AUDIO

Tekst preek Catechismus Heidelberg Zondag 23
Vraag 59. Maar wat baat het u nu dat gij dit alles gelooft?
Antwoord. Dat ik in Christus voor God rechtvaardig ben, en een erfgenaam des eeuwigen levens.

Vraag 60. Hoe zijt gij rechtvaardig voor God?
Antwoord. Alleen door een waar geloof in Jezus Christus; alzo dat, al is het dat mij mijn consciëntie aanklaagt dat ik tegen al de geboden Gods zwaarlijk gezondigd en geen daarvan gehouden heb, en nog steeds tot alle boosheid geneigd ben, nochtans God, zonder enige verdienste mijnerzijds, uit louter genade mij de volkomen genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus schenkt en toerekent, evenals had ik nooit zonde gehad noch gedaan, ja, als had ik zelf al de gehoorzaamheid volbracht, die Christus voor mij volbracht heeft, in zoverre ik zulke weldaad met een gelovig hart aanneem.

Zondag 23, Vraag 61. Waarom zegt gij dat gij alleen door het geloof rechtvaardig zijt?
Antwoord. Niet dat ik vanwege de waardigheid mijns geloofs Gode aangenaam ben; maar daarom, dat alleen de genoegdoening, gerechtigheid en heiligheid van Christus mijn gerechtigheid voor God is, en dat ik die niet anders dan alleen door het geloof aannemen en mij toe-eigenen kan.

Links bij preek Zondag 23 Heidelberger Catechismus
– Preek catechismus zondag 22
– Preek catechismus zondag 24
Externe links
– Catechismus in gewone taal: zondag 23

TERUG CATECHISMUS

Over het grote geloof van Zondag 23 in leven Kananese vrouw:
En Jezus van daar gaande, vertrok naar de delen van Tyrus en Sidon.
En ziet, een Kananese vrouw, uit die landpalen komende, riep tot Hem, zeggende: Heere! Gij Zone Davids, ontferm U mijner! mijn dochter is deerlijk van den duivel bezeten.
Doch Hij antwoordde haar niet een woord. En Zijn discipelen, tot Hem komende, baden Hem, zeggende: Laat haar van U; want zij roept ons na.
Maar Hij, antwoordende, zeide: Ik ben niet gezonden, dan tot de verloren schapen van het huis Israels.
En zij kwam en aanbad Hem, zeggende: Heere, help mij!
Doch Hij antwoordde en zeide: Het is niet betamelijk het brood der kinderen te nemen, en den hondekens voor te werpen.
En zij zeide: Ja, Heere! doch de hondekens eten ook van de brokjes die er vallen van de tafel hunner heren.
Toen antwoordde Jezus, en zeide tot haar: O vrouw! groot is uw geloof; u geschiede, gelijk gij wilt. En haar dochter werd gezond van diezelfde ure.