Zij baarde haar eerstgeboren Zoon – Lukas 2

Preek over: Zij baarde haar eerstgeboren Zoon
Lukas 2:7: En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.

Achter de eenvoudige woorden uit Lukas 2:7, “en zij baarde haar eerstgeboren Zoon”, gaat een rijkdom schuil die verder reikt dan het vertrouwde kerstverhaal alleen. Deze leespreek neemt jong en oud mee terug naar Egypte en de eerstgeborenen, en laat zien hoe dit Kind in de kribbe Plaatsvervanger, Koning en de eniggeboren Zoon van de Vader tegelijk is.

Bijbel gedeelte Lukas 2: Zij baarde haar eerstgeboren Zoon

1 En het geschiedde in diezelve dagen, dat er een gebod uitging van den keizer Augustus, dat de gehele wereld beschreven zou worden.
2 Deze eerste beschrijving geschiedde als Cyrénius over Syrië stadhouder was.
3 En zij gingen allen om beschreven te worden, een iegelijk naar zijn eigen stad.

4 En Jozef ging ook op, van Galiléa, uit de stad Nazareth, naar Judéa, tot de stad Davids, die Bethlehem genaamd wordt (omdat hij uit het huis en geslacht Davids was),
5 Om beschreven te worden met Maria, zijn ondertrouwde vrouw, welke bevrucht was.
6 En het geschiedde als zij daar waren, dat de dagen vervuld werden dat zij baren zou.
7 En zij baarde haar eerstgeboren Zoon en wond Hem in doeken en legde Hem neder in de kribbe, omdat voor henlieden geen plaats was in de herberg.