Preken uit het Bijbelboek Hooglied. In dit Bijbelboek bezingt de HEERE in heilige beelden de liefde en de innige verbondsrelatie tussen de Bruidegom en Zijn bruid. Bekijk hieronder het overzicht van preken over onder meer de roeping van de bruid, de verlangen naar de gemeenschap met Christus, de strijd van het geloof en de onverbreekbare liefde die sterker is dan de dood.
Trek mij, wij zullen U nalopen - Hooglied 1
Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen. De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.
Ik ben zwart, doch liefelijk - Hooglied 1
Hooglied 1:5: Ik ben zwart, doch lieflijk (gij dochteren van Jeruzalem), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Sálomo.
De Koning aan Zijn ronde tafel - Hooglied 1
Hooglied 1:12: Terwijl de Koning aan Zijn ronde tafel is, geeft mijn nardus zijn reuk.
Bundeltje mirre – Hooglied 1
Hooglied 1:13-14: Mijn Liefste is mij een bundelken mirre, dat tussen mijn borsten vernacht. Mijn Liefste is mij een tros van cyprus in de wijngaarden van Engédi.
Roos van Saron, Lelie der dalen - Hooglied 2
Hooglied 2:1-2: Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen. Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
Sta op, Mijn vriendin - Hooglied 2
Hooglied 2:10: Mijn Liefste antwoordt en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom.
Duif in de kloven der steenrotsen - Hooglied 2
Hooglied 2:14: Mijn duive, zijnde in de kloven der steenrots, in het verborgene ener steile plaats, toon Mij uw gedaante, doe Mij uw stem horen; want uw stem is zoet en uw gedaante is lieflijk.
Tot de schaduwen vlieden - Hooglied 2
Hooglied 2:15: Vangt gijlieden ons de vossen, de kleine vossen, die de wijngaarden verderven; want onze wijngaarden hebben jonge druifjes.
Ik zocht Hem, Dien mijn ziel liefheeft - Hooglied 3
Hooglied 3:1: Ik zocht des nachts op mijn leger Hem Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide:
De koning Salomo met de kroon - Hooglied 3
Hooglied 3:11: Gaat uit en aanschouwt, gij dochteren Sions, den koning Sálomo, met de kroon waarmede hem zijn moeder kroonde op den dag zijner bruiloft, en op den dag der vreugde zijns harten.
Geheel zijt gij schoon - Hooglied 4
Hooglied 4:1: Zie, gij zijt schoon, Mijn vriendin, zie, gij zijt schoon; uw ogen zijn duivenogen tussen uw vlechten; uw haar is als een kudde geiten die het gras van den berg Gileads afscheren.
Bij Mij, van de Libanon af – Hooglied 4
Hooglied 4:8: Bij Mij van den Libanon af, o bruid, kom bij Mij van den Libanon af; zie van den top van Amána, van den top van Senir en van Hermon, van de woningen der leeuwinnen, van de bergen der luipaarden.