Vrouw, zie uw zoon – Johannes 19

Preek Johannes 19:26-27: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en de discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon.
Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.


 
Gemeente, we staan vanmorgen op Golgotha.
En we kijken in gedachten om ons heen… En we kijken in gedachten omhoog…
En luisteren. En verwonderen ons.
 
Stil luisterend naar de liefdevolle en innemende woorden uit de mond van de Heere Jezus, die staan in Johannes 19:26 en 27. Het is Zijn derde kruiswoord.

Jezus nu, ziende Zijn moeder, en de discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
 
We overdenken met Gods hulp deze verzen, onder het thema:

Het derde kruiswoord: Vrouw, zie uw zoon

We letten op twee punten, op:
1. Zij, die staan bij het kruis
2. Hij, Die hangt aan het kruis
En we sluiten daarna af met de lessen die we hieruit kunnen leren.

Als eerste dus:

1. Wie ze zijn, zij die staan bij het kruis

Het staat in vers 25: En bij het kruis van Jezus stonden Zijn moeder en Zijner moeders zuster, Maria, Klopas’ vrouw, en Maria Magdaléna. En, zegt vers 26, wie daar ook staat is: De discipel, dien Hij liefhad. Johannes, van wie de Heere Jezus zoveel hield. En in Mattheüs wordt ook nog de moeder van de zonen van Zebedeüs genoemd (27:56).
 
Vijf mensen dus, staan er bij het kruis.
Later zijn ze waarschijnlijk door soldaten gedwongen om meer op afstand te gaan staan.
Of heeft de Heere Jezus hen Zelf weggestuurd, vlak voor Zijn allerdiepste lijden? Om op dat moment echt alleen te zijn en de strijd echt alleen te strijden?

Hoe dan ook, nu staan ze: bij het kruis.
Laten we ze even één voor één langs gaan. Want hier staat geen woord teveel.
Ook met het noemen van deze namen, heeft de Heere een bijzondere bedoeling.
 
a. Daar staat als eerste: Zijn moeder.
Van wie Hij er (net als u en ik) ook maar één had.
Tijdens Zijn dienst op de aarde, de afgelopen drie jaren van Zijn omwandeling, stond ze grotendeels op de achtergrond. Maar nu, in het hoogste uur van Zijn pijniging, nu haar liefste Kind door de mensen verstoten wordt, nu staat ze bij Zijn kruis.
 
Misschien in haar hart wel verbijsterd, door zoveel lijden.
Misschien innerlijk wel verlamd, door dit afschuwelijke tafereel.
Maar let op, ze staat! En hoe!
 
Niemand van de evangelisten meldt: luid gejammer, overvloedige tranen of hartverscheurend klagen.
De dochters van Jeruzalem hadden luid gehuild, op weg naar deze plaats.
De menigte, die hierom heen staat, spot luidruchtig.

De soldaten zijn druk bezig met het verdelen van Zijn kleding.
De Zaligmaker Zelf bloedt en lijdt.
En zij staat bij Hem. Ze klaagt niet, ze bezwijkt niet.
 
Ze staat. Vol van liefde. En vol van moed!
Als met een gouden keten van liefde gebonden aan haar stervende Kind (A. Pink).
Het merendeel van Zijn vrienden heeft Hem nog steeds verlaten. Haar volk veracht Hem en spuugt Hem uit. Maar zij blijft, als Zijn moeder, bij Hem.
 
In (zonder twijfel) diep lijden.
Waar sommigen van u misschien ook wel van weten. Hoewel het, dat weet u ook, bij u als ouder anders is geweest dan hier. Maar hier zijn vast ook ouders, die weten wat het betekent: staan bij een lief kind, dat lijdt…, en sterft…
 
De Heere Zelf trooste u. Hij als Enige (Die leeft!) heeft het gezien en weet, hoe een zwaard door de ziel van een ouder gaat, als een lief kind (zoals Hij hier) sterft.
Hij, de medelijdende Hogepriester. Hij, Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde.
En Die u (ook al is het misschien jaren later) ook wil en kan troosten.
 
De bekende Bijbeluitlegger Matthew Henry schrijft in dit verband: Wij weten niet wat wij dragen kunnen, voordat we beproefd worden. Maar dan weten wij, Wie gezegd heeft: Mijn genade is u genoeg.
De Heere geve u die genade, in uw blijvende gemis.
 
b. Bij het kruis van Jezus staan Zijn moeder, en (staat er): Zijner moeders zuster, Maria, de vrouw van Klopas.

Een tante van de Heere Jezus. Geen tante van Zijn moeders kant (want het is niet
waarschijnlijk dat moeder Maria een zus gehad zou hebben, die ook Maria heette), maar een schoonzus van de kant van Jozef, haar inmiddels overleden man. De vrouw van Klopas, ook wel Kleopas genoemd, waarschijnlijk één van de twee latere Emmaüsgangers.
 
c. En, als derde: Maria Magdaléna. Uit wie de Heere zeven duivels uitgeworpen heeft.
Die we straks terug gaan zien na de opstanding, omdat de Heere als eerste aan haar gaat verschijnen.
 
Drie Maria’s dus. Maria…, Mara… betekent bitterheid.
En dat proeven ze, bitterheid, aan de voet van het kruis van Hem, Die hen zo lief geworden is.
 
d. En dan is er, als nummer vier, ook nog de moeder van de zonen van Zebedeüs, Johannes en Jakobus.
Ooit vroeg ze of haar beide zoons in het toekomstige Koninkrijk van de Heere Jezus aan Zijn linkerhand en aan Zijn rechterhand mochten zitten (Matt. 20:20-21).

Wat een moeilijke les, ook voor haar… Wat had ook zij er weinig van begrepen…
Want nu hangt die Koning bloedend en stervend aan een kruis.
 
e. En, zegt vers 26 als vijfde, wie daar ook staat is: de discipel, dien Hij liefhad.
Johannes, van wie de Heere Jezus zoveel hield. En hij van zijn Heere.
 
Ons eerste aandachtspunt: Zij, die staan bij het kruis.
Wie ze zijn? Vier vrouwen en één discipel, in hartelijke liefde verbonden aan Jezus. Hoewel, niet hun liefde brengt hen aan de voet van het kruis. Het is Zijn liefde, de liefde van Christus.

Die hen ooit trok uit de duisternis. Die hen tot Hem bracht. En Die niemand van hen ooit uit Zijn handen zal laten rukken. Hij heeft ze lief tot het einde.
Hij, de Zaligmaker, op Wie we nu gaan letten in ons tweede aandachtspunt:

2. Hij, Die hangt aan kruis

Wie is Hij?
Het is, gemeente, als eerste goed om te weten dat de evangelist Johannes, die dit geschreven heeft, in zijn Evangelie steeds bijzonder oog heeft voor, en accent legt op de Godheid van de Heere Jezus Christus.

Hij begint zijn Evangelie er direct al mee, in Johannes 1:1: In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
En daar ligt ook nu alle accent op!
 
Nu in het diepste lijden van de Heere Jezus aan het kruis blijkt, dat de Heere Jezus meer dan ooit als Zoon van God (ook en juist voor de mensen die staan aan de voet van het kruis), als Zoon van God, als Middelaar hangt tussen God en hen.
Natuurlijke banden, familiebanden gaan hier definitief wijken voor geestelijke banden.
 
De familiaire afstand tussen moeder Maria en Zoon Jezus, wordt groter dan ooit.
Maar, in het diepst van Zijn lijden, vergeet Hij haar niet.
Immers, Hij zegt vol liefde (als eerste): Vrouw, zie, uw zoon.

Hij lijdt mee, met haar lijden. Nu de belofte van Simeon vervuld wordt uit Lukas 2:35: Zie, Deze wordt gezet tot een val en opstanding van velen in Israël, en tot een teken dat wedersproken zal worden (En ook een zwaard zal door uws zelfs ziel gaan), opdat de gedachten uit vele harten geopenbaard worden.
 
Een zwaard gaat door haar ziel… Maar midden in het diepste van Zijn lijden (verstoten door de mensen, zwaar gedrukt door de toorn van Zijn Vader, fel bestreden door de satan), midden in het diepst van Zijn lijden, vergeet Hij Zijn moeder niet.
 
Zijn moeder, die Hem meer en meer zal moeten gaan zien, niet als haar Zoon, maar: als haar Heere. Nu ze meer dan ooit het verzoenende karakter moet gaan zien van dit lijden, ook voor haar.
Het emotionele van de pijn in haar hart, moet en zal veranderen in stille aanbidding.
O liefde, die om zondaars (ook mij, zondaar…) te bevrijden, zo zwaar wil lijden…
 
‘Vrouw’.
Respectvol, liefhebbend, als Zaligmaker. Want het gaat niet meer om onze band als moeder en Kind. Ik ben uw Heere, en Ik zorg voor u: ‘Zie uw zoon!’ Johannes.
Hij zal verder voor u zorgen.
 
Wat een zorg, wat een liefde, wat een medelijden!
Vlak voor het diepste van Zijn lijden aanbreekt, vlak voor Zijn roep in de duisternis zal klinken, ‘waarom hebt U Mij verlaten?’, vlak daarvoor zorgt Hij voor een steunpilaar voor Zijn moeder.
 
Daarna zeide Hij tot de discipel: Zie, uw moeder.
Waarschijnlijk was Maria inmiddels weduwe. En had Jezus de laatste jaren de taak van haar man Jozef overgenomen, om voor moeder Maria te zorgen.
En nu blijkt, dat die zorg voor Zijn moeder verder gaat, tot zelfs over de dood heen.
 
Wat een zorg voor Maria.
Wat een eer ook voor Johannes, dat hij deze taak krijgt
 
En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis. Maria gaat bij haar neef Johannes wonen, een zoon van haar zuster Salome.
Waarom niet bij één van haar eigen kinderen?

Omdat die nog niet in Jezus geloven. Johannes schrijft het in Johannes 7:5: Want ook Zijn broeders geloofden niet in Hem.
Zoals de dichter ooit zong in Psalm 69:9: Ik ben mijn broeders vreemd geworden, en onbekend aan mijner moeders kinderen.
 
We hebben gezien wie er staan bij het kruis. We hebben de stem gehoord van de Heere Jezus, Die in liefde en zorg, naar Maria kijkend, zei: ‘Vrouw, zie, uw zoon’. Daarna zeide Hij tot de discipel: ‘Zie, uw moeder’. En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.

3. Wat zijn de lessen die wij hieruit kunnen leren?

Want alle dingen in de Bijbel, ook deze dingen zijn (zegt Paulus) opgeschreven tot onze lering (2 Tim. 3:16).
 
1. Laten we als eerste lessen proberen te trekken rond de persoon van Maria.
 
a. De eerste les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’ is deze: God vervult Zijn beloftewoord.
Het woord dat ze ooit hoorde uit de mond van Simeon: Maria, een zwaard zal door je ziel gaan… En nu wordt, jaren later(!), het woord van de Heere vervuld. Als bevestiging van dat wat de Heere gezegd heeft in Jesaja 46: Mijn raad zal bestaan. Ik heb het gesproken, Ik zal het ook doen (Jes. 46:10,11).
 
De Heere vervult altijd Zijn beloftewoord. ‘t Zal Maria getroost hebben, zelfs in haar felste verdriet. Het loopt de Heere niet uit de hand. Dit is Zijn raad, dit is Zijn wil.
Ook tot mijn bestwil. Is dat misschien de reden van de rust die ze uitstraalt in haar staan bij het kruis?
 
Heere vervult Zijn beloftewoord, hoewel… Die andere belofte dan: Deze zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genaamd worden; en God de Heere zal Hem de troon van Zijn vader David geven. En Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn in der eeuwigheid (Luk. 1:32,33)? De ene belofte lijkt vervuld. Maar dat andere beloftewoord…?
 
Zoals dat ook nu in het leven van Gods kinderen kan zijn. We zien Gods trouw, in het vervullen van Zijn woord. Maar die andere beloften dan? Zou God Zijn genade vergeten?
Maar de Heere houdt haar vast.

Het staat er niet voor niets: Zijn oog ziet haar! Jezus nu, ziende(!) Zijn moeder.
Hij ziet ons, kinderen van God. Hij ziet onze tranen, Hij weet onze vragen, Hij kent ons verdriet.
 
Al Gods beloften zijn waar en worden (niet op onze tijd, maar) op Zijn tijd vervuld!
En dus: Hoop op de Heere, gij vromen! Want de Heere houdt Zijn woord!

Al lijkt alles anders te gaan, dan voorheen gedacht. God laat nooit één van Zijn woorden op de aarde vallen. Zou Hij het zeggen en niet doen, spreken en niet bestendig maken?
Op Zijn tijd, en op Zijn wijze.
 
En dus, laten we David maar nazingen:

Gedenk aan ’t woord, gesproken tot Uw knecht, Waarop Gij mij verwachting hebt gegeven; Dit is mijn troost, in druk mij toegelegd, Dit leert mijn ziel U achteraan te kleven; Al ’t geen Uw mond aan mij had toegezegd,
Gaf aan mijn hart vertroosting, geest en leven (Ps. 119:25, ber.).
De eerste les: De Heere houdt Zijn woord,
 
b. De tweede les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’ is deze: Ook al hebben wij de Heere lief, ook al heeft Hij ons hartelijk lief, ook dan kan het felste verdriet ons treffen.

Maar vergis u niet! Niet als teken Gods ongenoegen.
In ons leven botsen de liefde van de Heere (aan de ene kant), en verdriet en tegenspoed (aan de andere kant) niet.
Alles, kinderen van God (zegt de catechismus), komt ons toe, uit Zijn Vaderlijke hand.
 
Gods kinderen moeten vaak lijden. En de wijze reden van de Heere daarvoor, is voor ons vaak verborgen. Zoals de Heere zei tegen Petrus: Wat ik doe, weet u niet, na dezen zult u het verstaan (Joh. 13:7).
De Heere wil er ons mee leren. Leren bidden, zoals Hij Zelf bad: Niet Mijn wil, Heere, maar Uw wil geschiede. Leer mij volgen, zonder vragen…
 
En dus zingt David in Psalm 131: Dat Isrel op de HEER vertrouw’ (ook midden in het grootste verdriet), zijn hoop op Gods ontferming bouw’, en stil berust’ in Zijn beleid, van nu tot in all’ eeuwigheid.
En giet Heere Zelf soms geen olie in onze wonden, waardoor we soms dwars door onze tranen heen mogen zingen: In de grootste smarten, blijven onze harten in de Heere gerust?
 
c. De derde les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’ is deze. We vergeten het vaak, maar wat hier gebeurt, is dat dwars door de weg van het verdriet van Maria, de Heere toewerkt naar de verheerlijking van Zijn Naam!

Zoals eerder rond het sterven van Lazarus. Johannes schrijft in Johannes 11: Zijn zusters (Martha en Maria) dan zonden tot Hem, zeggende: Heere, zie, dien Gij liefhebt, is krank. En Jezus dat horende, zeide: Deze krankheid is niet tot de dood, maar ter heerlijkheid Gods; opdat de Zone Gods door dezelve verheerlijkt worde (Joh. 11:3-4).
 
En dat geldt zoveel te meer hier. Maria, dit sterven zal zijn tot heerlijkheid van God! Vergeet niet, kinderen van de Heere, geliefde medechristenen, dat de Heere vaak moeilijke wegen gaat, om voor Zichzelf gelegenheid te scheppen om Zijn heerlijkheid meer dan ooit te openbaren. En dan zingen we, in Hem verblijd, van ’s Heeren wegen: God baande door die woeste baren en brede stromen ons een pad.
 
d. De vierde les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’. Hier toont de Heere Zich in Zijn Godheid, als een Verzorger, als een Beschermer, niet alleen voor Maria, maar voor al Zijn kinderen. Want zoals Hij hier zorgt, zo zorgt Hij ook nu. Wat Hij is niet veranderd. En dus schrijft Petrus later: U, die de Heere vreest, werpt al uw bekommernis op Hem, want Hij zorgt voor u (1 Petr. 5:7).
 
2. Laten we vervolgens ook kijken ook naar een les rond de persoon van Johannes.
 
Johannes… Ook hij had de ernst van de waarschuwing van de Heere niet volledig begrepen. Ook hij had Zijn Meester verlaten. Ook hij was aan Hem geërgerd. Ook hij had zich geschaamd om in Zijn gezelschap te blijven.
 
Maar de liefde van Zijn Meester voor hem, trekt zijn hart. En brengt hem als enige discipel bij het kruis.
Misschien hebt u, discipel van de Meester, kind van de Heere, Hem ook wel verlaten of verloochend. Hoewel ook u niet ongewaarschuwd was…

Maar nu… U voelt het, u weet het: u kan zonder Hem niet verder. Zijn liefde trekt aan uw hart.
Kom, dan net als Johannes, weer terug. Want, zeg nu zelf: Hoort u enig verwijt uit de mond van de Heere Jezus in de richting van Johannes?

Nee, hij heet nog steeds: de discipel dien de Heere liefheeft. Dus, de liefde van de Heere voor hem is niet veranderd. Die verandert nooit. Hij heeft de Zijnen liefgehad tot het einde.

Een vroegere godgeleerde zegt in dit verband: Houd dan op met uw omzwervingen en keer onmiddellijk terug tot Christus, en Hij zal u begroeten met een welkomstwoord en opbeurendheid; en wie weet staat er een eervolle opdracht voor u klaar… (A. Pink).
Net als voor Johannes!
 
3. Laten we als derde vooral kijken naar de lessen die kunnen trekken uit wat de Heere Jezus hier doet en zegt.
a. We zien als eerste met verwondering dat de Heere Jezus midden in Zijn lijden, nog steeds dienend en zorgend is voor anderen.
 
Voor onaangedane, harteloze moordenaars, als Hij zegt: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen…

Misschien zit u ook wel zo in de kerk, met een hart dat ongeraakt is. ‘t Zegt u eigenlijk allemaal maar weinig, of helemaal niets…
Luister, er is een Zaligmaker, Die met uw lot bewogen is!
Negeer dit toch niet. Kijk en luister. Er is een weg terug.
 
Net als voor de man die naast Jezus hangt. Voor wie Hij heel in het bijzonder zorgt, als Hij zegt: Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.
Dat(!), onbekeerde vrienden, is wat u van Hem krijgen kunt, onverdiend, uit genade.
Midden in al uw onverzettelijkheid, weerstand en vijandschap. Hij wil het in liefde breken.

Ga niet door! Maak je los uit de menigte. En ga bidden, ga zoeken, ga vragen, ga roepen:
Zoon van David, ontferm U over mij!
Ga niet door, want dan ga je verloren, dan kom je voor eeuwig om. Want buiten Jezus is geen leven, maar een eeuwig zielsverderf.
 
Al lijdend zorgt de Heere nog steeds dienend, voor (a) Zijn vijanden, voor (b) de man die naast Hem hangt. Maar Hij geeft Zijn voort-durende erfenis van Zijn bijzondere liefde vooral aan Maria en Johannes.
 
b. De tweede les in wat de Heere Jezus doet en zegt in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’ is deze. Welke liefde schittert hier nu het meest? De liefde van de Heere Jezus tot Zijn aardse moeder?
Nee, ik zei het al eerder: die natuurlijke band gaat hier breken. Het gaat vanaf nu meer dan ooit over geestelijke banden.  

Over de geestelijke banden met hen, die bij Zijn kruis staan, met de Zijnen, die Hij merkbaar liefheeft tot het einde.
Maar wie zijn dat, die ‘de Zijnen’? Dat zijn niet Zijn familieleden. Maar wie dan wel?

De Heere heeft het eerder gezegd in Lukas 9. Daar staat dit: En Zijn moeder en Zijn broeders kwamen tot Hem, en konden bij Hem niet komen, vanwege de schare. En Hem werd geboodschapt van enigen, die zeiden: Uw moeder en Uw broeders staan daar buiten, begerende U te zien. Maar Hij antwoordde en zeide tot hen: Mijn moeder en Mijn broeders zijn dezen, die Gods Woord horen, en datzelve doen (Luk. 9:19-21).
 
Geestelijke banden zijn er vanaf nu met ‘de Zijnen’. Die Hij hier koopt met de kostbare prijs van Zijn bloed.
En wie zijn dat, die ‘de Zijnen’? Zij die het woord Gods horen en doen.
Zij zijn het meest bijzondere voorwerp van Zijn liefde.
 
En hier (in deze geschiedenis) zien we, hoe gevaarlijk dat kan zijn. Ook in deze tijd.
Dat: het woord Gods horen en doen.
Maar ook dat had de Heere voorzegd, toen Hij zei: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij (Luk. 9:23).
 
Dat kan pijnlijk zijn, dat kan veel verdriet doen. Als dat net als hier betekent, dat er een scheur door je familie gaat lopen, omdat je de Heere volgt. Zijn broeders geloofden niet in Hem. De Heere Zelf weet, hoe pijnlijk dat is.

Dat kan pijnlijk, en zelfs gevaarlijk zijn (zoals hier).
Maar het is tegelijkertijd ook veilig. Als we weten, dat de Heere midden in pijn en gevaar zegt: U bent Mijn moeder en broeders.
Dan zijn we, waar we ook zijn en hoe het ook gaat, toch veilig. Dan is het toch goed.
 
c. De derde troostvolle les in wat de Heere hier doet in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’. Midden in Zijn diepste lijden zorgt Hij voor Zijn kinderen. Hoeveel te meer kan Hij dat en doet Hij dat nu, nu Hij verhoogd is aan de rechterhand van Zijn Vader en als Koning heerst!

Paulus heeft het in Efeze 1:19 over: de uitnemende grootheid Zijner kracht zij aan ons, die geloven, naar de werking der sterkte Zijner macht.
En in Filippenzen 4:19 zegt hij: Doch mijn God zal naar Zijn rijkdom vervullen al uw nooddruft, in heerlijkheid, door Christus Jezus.
 
Kinderen van God, discipelen van de Heere, twijfel niet aan de almacht van Uw Heere en Zaligmaker. Maar geef tegelijkertijd ook alles in de handen van Zijn wijsheid, wil en leiding.
 
d. Als vierde geeft de Heere in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’ hier ook onderwijs over hoe wij als kinderen met onze ouders moeten omgaan: met respect, met liefde.

Laten we proberen hen in hun verdriet en zorg te helpen en te troosten. Als we volwassen en getrouwd zijn, heeft gehoorzaamheid aan hen als ouders, plaatsgemaakt voor het elkaar onderdanig zijn in ons huwelijk (Ef. 5:21). Maar liefde en zorg mogen blijven, naar het voorbeeld van Christus.
 
e. Als vijfde geeft de Heere hier in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’, in de schaduw van Zijn kruis, een voorbeeld van Zijn eerdere opdracht, die Zijn discipelen eigenlijk genegeerd hebben…

Ik bedoel de eerdere opdracht die de Heere hen gaf in Johannes 13:34-35: Een nieuw gebod geef Ik u, dat u elkander liefhebt; gelijk Ik u liefgehad heb, dat ook u elkander liefhebt. Hieraan zullen zij allen bekennen, dat u Mijn discipelen zijt, zo u liefde hebt onder elkander.

En nu bindt Hij Zelf deze twee mensen, Maria en Johannes, samen. Met een enkel woord, met een enkel gebaar, met een enkele blik.

En wat blijkt? Liefde heeft geen dwang nodig. Onder het oog van een liefhebbende Zaligmaker, Wiens liefde tot het einde gaat, gaat het vanzelf.
Want staat er: En van die ure aan nam haar de discipel in zijn huis.
 
Laat het een blijvende les zijn, ook voor ons als gemeente. Er hangt zoveel vanaf.
Waar twist en wrok verdwijnt, zal alles door de vrede bloeien. Waar liefde woont, gebiedt
de Heere Zijn zegen. Daar woont Hijzelf, daar wordt Zijn heil verkregen en leven tot in eeuwigheid.
 
Een liefdegebod, dat in het Nieuw Testament voortdurend herhaald wordt.
In Efeze 5:2: En wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons liefgehad heeft en Zichzelven voor ons heeft overgegeven tot een offerande en een slachtoffer Gode, tot een welriekende reuk.

In 1 Thessalonicenzen 4:9: Van de broederlijke liefde nu hebt u niet van node dat ik u schrijf; want u zelven zijt van God geleerd om elkander lief te hebben.

In 1 Petrus 4:8: Maar vooral hebt vurige liefde tot elkander; want de liefde zal menigte van zonden bedekken.
In 1 Johannes 3:23: En dit is Zijn gebod, dat wij geloven in de Naam van Zijn Zoon Jezus Christus, en elkander liefhebben, gelijk Hij ons een gebod gegeven heeft.

In 1 Johannes 4:21: En dit gebod hebben wij van Hem, namelijk dat die God liefheeft, ook zijn broeder liefhebbe.
Op die onderlinge liefde en zorg in de gemeente, rust de zegen van de Heere.
 
f. Nog een zesde les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’. Maria verliest veel. Het volgen van haar Heere, kost veel, het kost haar haar eigen Kind.
Het volgen van de Heere, in de dienst van de Heere, kan veel kosten.

Ooit was er een rijke jongeling, tegen wie de Heere zei: Ga heen, verkoop alles wat je hebt, en volg Mij. Maar hij ging bedroefd weg. Zijn hart zat vast aan zijn bezittingen.
 
Maar toen zei Petrus: Meester, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd!
En wat was het antwoord van de Heere Jezus?
Zo wie zal verlaten hebben, huizen, of broeders, of zusters, of vader, of moeder, of vrouw, of kinderen, of akkers, om Mijns Naams wil, die zal honderdvoud ontvangen, en het eeuwige leven beërven (Matth. 19:29).
                                
Dat geldt ook in de gemeente. Al ben je veel verloren. Misschien ben je wel verstoten door je familie, zoals de Heere Jezus hier. Toen je naar de kerk ging, toen God in je leven kwam… Je bent voor gek verklaard, uitgekotst door je familie, vrienden of collega’s.

Dan wil de christelijke gemeente hier, met de liefde van Johannes, een nieuwe familie voor je zijn: Gods huisgezin.
Dan kan je hier vaders, moeders, broers en zussen, en kinderen in honderdvoud terug krijgen.
 
Dat geldt in het bijzonder ook als je op het punt staat om binnenkort of later, voor het eerst of opnieuw, je leven hier op te geven voor de dienst in Gods Koninkrijk, waar dan ook in deze wereld.
Waar en wanneer in de wereld krijg je honderd vaders, honderd moeders en honderd kinderen?
Als je alles verlaat en de roep van je Meester volgt!
 
g. Een laatste, zevende, afsluitende les in dit ‘Vrouw, zie uw zoon’. Midden in Zijn bittere lijden toont de Heere Zijn onbegrijpelijke liefde. In het bijzonder in Zijn eerste drie kruiswoorden:

‘Vader, vergeef het hun, want zij weten niet wat zij doen.’
‘Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.’
‘Vrouw zie uw zoon, zoon zie uw moeder.’
 
Het is de liefde van Zaligmaker, die we vanmorgen gezien en gehoord hebben.
En diezelfde liefde wordt in het Evangelie ook nu aan uw hart gelegd.
 
Verwonder u met mij, kinderen van God, geliefde medechristenen, over deze onbegrijpelijke liefde van Christus. Tot het einde. En vergeet niet: De Heere houdt Zijn Woord. Hij zorgt. Niemand kan ons uit Zijn handen rukken.
 
En laat u, o onbekeerde vrienden, breken door het zien en horen van dit Woord.
Als je deze liefde ziet, en je kijkt bij het licht van de Heere naar binnen in je eigen hart, zie je dan niet, hoe ellendig je bent?

Moet je dan voor God niet belijden, dat je de Heere en je naaste haat?
Moet je dan niet eerlijk belijden: ‘Kijk, Heere, dat ben ik! Liefhebber van mezelf. Alleen van… mezelf?’
 
Kan de liefde van deze Zaligmaker je hart dan niet breken?
Vraag dan toch, roep dan toch: Heere, breek mijn harde hart!
Bid dan toch, roep dan toch, zoek dan toch!

Deze Heere, Die het verlorene zoekt. Als je het doet, zal je Hem zeker vinden.
Want God houdt Zijn Woord.
 
Amen.