Alle tranen van hun ogen afwissen – Openbaring 21 – nieuwjaarsdag

God zal alle tranen van hun ogen afwissen

Preek Openbaring 21:1-5: En God zal alle tranen van hun ogen afwissen; en de dood zal niet meer zijn, noch rouw, noch gekrijt, noch moeite zal meer zijn; want de eerste dingen zijn weggegaan.

LEESPREEK

Citaat preek Openbaring 21: Alle tranen van hun ogen afwissen

c. Het derde wat Johannes noemt staat in vers 4. Er zijn geen tranen meer: God zal alle tranen van hun ogen afwissen…
Ieder kind van God heeft hier op aarde betraande ogen. Er zijn tranen van verdriet, van rouw en gemis.
Er zijn vooral ook tranen van Godsgemis, van verdriet om onze zonden, vanwege ons dwaalzieke hart, dat nog zo vaak zondigt tegen een heilig en goeddoend God. Zo is het hier op aarde. Dat is hier.

Maar, daar is (zo zegt de puriteinse dominee Samuël Rutherford), daar is een welkom thuis. Ze komen allemaal thuis met bedroefde gezichten en betraande ogen, maar Christus ontmoet hen aan de deur van hemel met een schone en zachte doek in Zijn hand, wist hun gezichten af en zegt: Stil maar, Mijn lieve kinderen, u zult nooit meer huilen.
Hoe blij die ontmoeting zal zijn, dat kunnen we ons niet voorstellen.

De kerk (zo schrijft hij verder) is hier op aarde een halve weduwe. Haar Heere is in een vreemd land, ver weg. Daarom is het leven hier op aarde ook vaak zo moeilijk. Soms krijgt ze van Christus een liefdesbrief uit de hemel. Dan is ze blij en wist ze haar tranen weg. Maar de brief wordt oud, de troost raakt eruit, de Heere
verbergt Zich en… er komen nieuwe tranen (einde citaat).

Maar dan: nooit meer! Onze tranen zullen afgewist worden. Tranen van zondeverdriet. Hier is de vervulling van Jesaja 54:11: Gij verdrukte, door onweder voortgedrevene, ongetrooste (heb toch moed!); zie, Ik zal uw stenen gans sierlijk leggen, en Ik zal u op saffieren grondvesten.
Christus zal uw hoofd in Zijn schoot leggen. En uw tranen drogen. En Hij zal Zich verheugen over Jeruzalem, en vrolijk zijn over u (Jes. 55:19).

Tranen van gemis om dierbaren, die in de Heere ontslapen zijn. De moeder (schrijft Rutherford) die haar kinderen verloren heeft, zal ze daar weer krijgen. De weduwen des Heeren zullen hun mannen zien.
Tranen om verliezen, die geleden zijn in tijden van laster, verdrukking en vervolging. Wat Luther ooit deed zingen: Delf vrouw en kind’ren graf, neem goed en bloed ons af. Het brengt u geen gewin, wij gaan ten hemel in en erven het hemelse Jeruzalem.

Dat alles betekent ook, kinderen van God, aanstaande burgers van het hemelse Jeruzalem, dat u dit jaar opnieuw moet rekenen op tranen. Wij geloven niet in een aardse hemel, ook niet in [plaatsnaam]. Dit leven is een jammerdal, dit leven is een tranendal.
Maar we mogen door Gods genade door die tranen heen vooruit kijken. Maar, heb geen illusies, ons gezicht zal van tranen nat zijn tot aan de hemelpoort. Leef met die betraande ogen, hopend op het woord van Gods belofte. Er zal verlossing komen.

Dat betekent ook: Wee u, die nu lacht, u, die geen tranen kent. Uw lach zal vergaan. Diezelfde dominee Rutherford voegt aan het voorgaande citaat toe: Ik zou voor geen wereld uw pret willen hebben; doe uw best maar, wij zullen zien wie in die dag het hardst zal lachen.

Kinderen van God, geliefde medechristenen, straks zullen er geen tranen meer zijn. Jesaja schrijft het: En de vrijgekochten des HEEREN zullen wederkeren, en tot Sion komen met gejuich, en eeuwige blijdschap zal op hun hoofd wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden (35:10). De eerste hemel en de eerste aarde zijn voorbijgegaan, de zee was niet meer en alle tranen
zijn van de ogen afgewist…