19 februari 2017
Lukas 9:22-23: Zeggende: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood, en ten derden dage opgewekt worden. En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij.
INLEIDING
Direct na de aankondiging van Zijn eigen lijden roept de Heere Jezus in Lukas 9 ieder die achter Hem aan wil komen op tot een levenslange weg: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij. Deze leespreek laat zien hoe zelfverloochening en kruisdragen onlosmakelijk verbonden zijn met het volgen van Christus.
Noodzakelijk lijden.
LUKAS 9:18-27
18 En het geschiedde als Hij alleen was, biddende, dat de discipelen met Hem waren, en Hij vraagde hun, zeggende: Wie zeggen de scharen dat Ik ben?
19 En zij antwoordende zeiden: Johannes de Doper; en anderen: Elía; en anderen: Dat enig profeet van de ouden opgestaan is.
20 En Hij zeide tot hen: Maar gijlieden, wie zegt gij dat Ik ben? En Petrus antwoordende zeide: De Christus Gods.
21 En Hij gebood hun scherpelijk en beval, dat zij dit niemand zeggen zouden;
22 Zeggende: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen en overpriesters en schriftgeleerden, en gedood, en ten derden dage opgewekt worden.
23 En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij.
24 Want zo wie zijn leven behouden wil, die zal het verliezen; maar zo wie zijn leven verliezen zal om Mijnentwil, die zal het behouden.
25 Want wat baat het een mens, die de gehele wereld zou winnen, en zichzelven verliezen of schade zijns zelfs lijden?
26 Want zo wie zich Mijns en Mijner woorden zal geschaamd hebben, diens zal de Zoon des mensen Zich schamen, wanneer Hij komen zal in Zijn heerlijkheid en in de heerlijkheid des Vaders en der heilige engelen.
27 En Ik zeg u waarlijk: Er zijn sommigen dergenen die hier staan, die den dood niet zullen smaken, totdat zij het Koninkrijk Gods zullen gezien hebben.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 9:22-23
THEMA
Noodzakelijk lijden.
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, op deze zondagmorgen komt het Woord van God tot ons vanuit het Evangelie van Lukas, daarvan het 9de hoofdstuk, de verzen 22 en 23. De tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in Lukas 9:22-23Zeggende: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden. En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij., waar we het Woord van God als volgt lezen: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden. En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: Noodzakelijk lijden. Er zijn twee aandachtspunten. Het gaat in onze tekst in de eerste plaats over het noodzakelijke lijden van de Zoon des mensen (dat zien we in vers 22), en in de tweede plaats gaat het over het noodzakelijke lijden van hen die achter Hem komen (dat zien we in vers 23). Dus: Noodzakelijk lijden 1. Van de Zoon des mensen 2. Van hen die achter Hem komen Als eerste dus:
Gemeente, veel mensen zien in Jezus van Nazareth wel een bijzonder mens. Het is zeker geen gewone man. Maar, dat Hij nu de Messias der Schriften is? Nee, dat gaat hun te ver. Voor de discipelen ligt het ondertussen anders. Als de Heere met hen alleen is en hen vraagt naar hun opvatting, dan zegt Petrus: U bent de Christus Gods (vers 20). U bent de door God gezalfde Messias. Maar om te voorkomen dat ze Hem naar de kroon willen brengen, gebiedt Hij hun streng om daarover nu verder te zwijgen. Want, zij moeten eerst nog iets anders leren. Namelijk, dat het nu niet de tijd is voor een kroon, maar dat het de tijd wordt van het kruis.
En dus zegt de Heere, ongetwijfeld tot hun grote schrik en ontsteltenis in vers 22: De Zoon des mensen moet veel lijden, en verworpen worden van de ouderlingen, en overpriesters, en Schriftgeleerden, en gedood en ten derden dage opgewekt worden.
De Zoon des mensen. Dat is een titel van heerlijkheid (Daniël 7:13Verder zag ik in de nachtgezichten, en ziet, er kwam Een met de wolken des hemels, als eens mensen zoon, en Hij kwam tot den Oude van dagen, en zij deden Hem voor Denzelven naderen.), van heerlijkheid verborgen in de gestalte van Jezus, die nu als de lijdende Borg op weg is naar Golgotha. De Zoon des mensen moet… Hij moet lijden. Hij moet verworpen worden, Hij moet uitgebannen worden, zoals de steen die door de bouwlieden verworpen is. Hij moet gedood worden. Hij moet opgewekt worden. Dat alles moet!
Dit moet in de oren van de discipelen schokkend geweest zijn. Ontstellend, hun Meester zal moeten lijden en gedood worden. Aangrijpend, niet door de Romeinen, maar door de ouderlingen, overpriesters en Schriftgeleerden! Maar, nog schokkender: dat moet, dat is onvermijdelijk.
Want? Waarom moet dat? a. Het moet, in de eerste plaats, vanwege Gods eeuwige raad, vanwege Gods eeuwige plan, vanwege Gods eeuwige besluit. In het eeuwige verbond der genade had het recht van God betaling geëist voor de zonden van de uitverkorenen. En toen had de Zoon van God, Christus, Zich gegeven om de prijs daarvan te betalen, om als de Zoon des mensen de last van de toorn van God tegen de zonden van de Zijnen weg te dragen, door een weg van lijden en sterven. Het was de wil van de Vader, Die, zo zegt Paulus, ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven (Romeinen 8:32Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?). Het was de toezegging van de Zoon: Toen zeide (Hij): Zie, Ik kom; in de rol des boeks is van Mij geschreven (Psalm 40:8Toen zeide ik: Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven.).
Waarom moet het: lijden, verworpen worden, gedood worden, opstaan uit de doden? b. Het moet, in de tweede plaats, want de profetie moet vervuld worden. De profetie van Psalm 22: Mijn God, mijn God! waarom hebt U mij verlaten, verre zijnde van Mijn verlossing, van de woorden Mijns brullens? (Psalm 22:2, zie ook Psalm 69) De profetie van Psalm 118: De steen, dien de bouwlieden verworpen hadden, is tot een hoofd des hoeks geworden (Psalm 118:22, Zacharia 9, 11) De profetie van Jesaja 53: Hij zal Zijn ziel stellen tot een schuldoffer. Om onze ongerechtigheden zal Hij verbrijzeld worden (Jesaja 53:5, 10).
Waarom moet het: lijden, verworpen worden, gedood worden, opstaan uit de doden? c. Het moet, in de derde plaats, omdat onze zonde opstand is tegen de hoogste, hemelse Majesteit. En die zonde kan en mag niet ongestraft blijven. Dat was immers in het paradijs al gezegd: Ten dage, als u daarvan eet, zult u de dood sterven (Genesis 2:17Maar van den boom der kennis des goeds en des kwaads, daarvan zult gij niet eten; want ten dage, als gij daarvan eet, zult gij den dood sterven.). Gods rechtvaardigheid eist betaling, volkomen betaling van een hemelhoge schuld. Maar nu wordt, kinderen van God, Hij die geen zonde gekend heeft, zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem (2 Korinthe 5:21Want Dien, Die geen zonde gekend heeft, heeft Hij zonde voor ons gemaakt, opdat wij zouden worden rechtvaardigheid Gods in Hem.).
Christus gaf zich in de stille eeuwigheid als Borg en Middelaar, gedreven door liefde tot Zijn Vader, gedreven door hartelijke zondaarsliefde. En nu in de tijd gaat Hij vrijwillig Zijn weg van lijden, om dat in de eeuwigheid vastgestelde doel te bereiken.
Maar, zegt u, waarom vertelt de Heere Jezus Zijn discipelen nu al over Zijn aanstaande lijden? Dat is vooral een teken en bewijs van zijn liefde en zorg. Straks zal de Herder geslagen worden. Dan zullen de schapen verstrooid worden. En daar bereidt Hij hen nu alvast op voor (Zacharia 13:7Zwaard! ontwaak tegen Mijn Herder, en tegen den Man, Die Mijn Metgezel is, spreekt de HEERE der heirscharen; sla dien Herder, en de schapen zullen verstrooid worden; maar Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden.). Eerder heeft Hij er meer omsluierd over gesproken, bijvoorbeeld toen Hij zei: De dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen (Markus 2:20Maar de dagen zullen komen, wanneer de Bruidegom van hen zal weggenomen zijn, en alsdan zullen zij vasten in dezelve dagen.). En bijvoorbeeld toen Hij zei: Breekt deze tempel, en in drie dagen zal Ik denzelve oprichten (Johannes 2:19Jezus antwoordde en zeide tot hen: Breekt dezen tempel, en in drie dagen zal Ik denzelven oprichten.). Dat waren allemaal verhulde aankondigingen van dit aanstaande lijden.
Maar nu spreekt Hij er voluit, open en eerlijk over, hoewel de gruwelijke details van straks hen nu nog bespaard blijven. De Heere wil hen er langzaam mee vertrouwd maken, dat Hij zal moeten lijden en sterven. Daarom is dit de eerste aankondiging, straks volgen er nog meer (Lukas 9:44; 17:25; 8:32). En tegelijkertijd is er in deze droeve aankondiging troost: Hij zal weer opstaan uit de doden.
Wat straks gaat gebeuren en gebeuren moet, zal ontzettend voor hen zijn. Hun lieve Meester lijden? Verworpen worden? En sterven? Het zal hen ziften als de tarwe, en zou Hij niet voor hen bidden, ze zouden straks zeker bezwijken. En toch, het moet. Vanwege Gods plan, vanwege Zijn eeuwige raad. Het moet omdat vanwege Gods rechtvaardigheid de zonde gestraft moet worden. Het moet vanwege de vervulling van de profetie, maar… er is meer: het is ook om hun te leren.
Laten we daar wat verder op doorgaan, want daarin liggen lessen, vooral ook voor Gods kinderen nu. ‘Discipelen, jongens, straks ga Ik jullie verlaten. Dan is de genieting van de eerste jaren, zo persoonlijk genietend van Mijn liefde, zorg en onderwijs, voor u voorbij. Ik heb jullie geroepen, getrokken met koorden van liefde, maar wil er straks sprake zijn van opwas in de genade, dan moet je dat eerste verliezen.’ Ik denk aan wat staat in Jeremia 45, waar de Heere zegt: Zie, dat Ik gebouwd heb, breek Ik af, en dat Ik geplant heb, ruk Ik uit (Jeremia 45:4).
Misschien herkent u dat wel. Getrokken met koorden van liefde. Van kracht tot kracht steeds voortgegaan. Zo genoten van Zijn liefde, van het luisteren naar Zijn stem, en van Zijn luisteren naar uw stem, zo geraakt door Zijn spreken: ‘Komt allen tot Mij, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven.’ Maar wat wordt gaandeweg die liefde, die genegenheid, die betrokkenheid, die ijver, wat worden gaandeweg die gebeden en die tranen bezit, als pareltjes die we koesteren.
U denkt, u zegt: ‘Kijk, dit heb ik allemaal van de Heere gekregen. Dit is allemaal van mij. Mijn mooie pareltjes.’
Maar, kinderen van God, die pareltjes moeten we kwijt. Want het gaat om de enige Parel van grote waarde. We moeten alles buiten Jezus kwijt! En Jezus Zelf moet de dood in, om de prijs van onze ziel te betalen en het leven voor ons te verwerven. De liefde van deze mannen is groot. Maar hun geloof is klein en zwak.
Kijk maar naar Petrus. Mattheus en Markus schrijven er uitgebreid over. Wie, mannen (zegt Jezus), wie zeggen de mensen dat Ik ben? Wie zeggen jullie dat ik ben? (Vers 20) Petrus antwoordt en zegt: de Christus Gods! De stelligheid, de liefde en de ijver stralen ervan af. Dan zegt de Heere: Ik moet lijden, verworpen worden, sterven en opstaan. ‘Petrus, wil je nog iets zeggen?’ ‘Ja, Heere, dit: dit zal U geenszins geschieden (Mattheüs 16:22En Petrus, Hem tot zich genomen hebbende, begon Hem te bestraffen, zeggende: Heere, wees U genadig! dit zal U geenszins geschieden.)!’
‘Ik moet lijden en sterven en opstaan uit de doden!’ Antwoord? ‘Nee, dat wil ik niet!’ Het is bij alle liefde die er ongetwijfeld ook is, een antwoord dat doordrenkt is van weerstand, van vijandschap en van haat tegen vrije genade en tegen verzoening door voldoening. Herkent u dat misschien ook in uw hart, kind van God?
Liefde, ijver, hartelijke verbondenheid, ja, dat allemaal. Maar toch ondertussen geen oog voor wat moet: lijden, sterven en opstaan uit de doden. Veel liefde, veel ervaringen, vroeger zeiden ze ‘veel gestalten’, maar geen oog voor dat Hij, de Zoon des mensen, voor mij moest lijden en sterven en opstaan uit de doden. En dat alles van mij dus niet meetelt en niet meewerkt! En dat ik dus alles schade en drek moet achten. Omdat alles van mij, als het gaat om het Goddelijke recht, is als een wegwerpelijk kleed (Jesaja 64:6Doch wij allen zijn als een onreine, en al onze gerechtigheden zijn als een wegwerpelijk kleed; en wij allen vallen af als een blad, en onze misdaden voeren ons henen weg als een wind.).
Dat is wat de Heere Jezus hier Zijn discipelen willen leren. Ze mogen niet gaan rusten in liefde, in emotie, in ervaringen, in gestalten. En wij mogen dat ook niet. Ze moeten alles buiten Hem verliezen en mogen zelf niets overhouden. En wij ook niet. Niets, dan alleen een stervende en opgestane Zaligmaker.
Ze hebben iets geleerd van de liefde van hun Meester, en van dat God Hem gezonden heeft als de Messias. Maar nu moeten ze een stap verder. Ze moeten meer leren. En dat is ook nu zo nodig. Want veel van Gods kinderen zijn tevreden met en staan stil bij dat wat was en is: liefde, ervaringen, indrukken en vertroostingen. En nu…? Een stap verder! Hoe? Door dat eerste kwijt te raken, in de ervaring, in de beleving van het hart. Want dat is geen grond om op te bouwen. Daar kan u niet van leven. En durft u daar wel mee te sterven?
Het is de Heere Zelf die Zijn discipelen een stap verder leidt. Hij neemt het eerste weg. Hij zegt: ‘Ik ga van u scheiden. Om u straks meer, veel meer, oneindig veel meer terug te geven aan troost, liefde, vastheid en zekerheid.’ Wat Ik doe, weet u nu niet, maar u zult het na dezen verstaan (Johannes 13:7Jezus antwoordde en zeide tot hem: Wat Ik doe, weet gij nu niet, maar gij zult het na dezen verstaan.).
Hij gaat als het ware hun ogen de andere kant oprichten. Van henzelf af, naar (zoals het avondmaalsformulier dat zegt): buiten henzelf. Niet meer gericht op hun liefde, op hun ervaringen en op hun vertroostingen, maar nu anders: gericht op Hem, op Zijn liefde in Zijn lijden en sterven in hun plaats! ‘Want, mannen, er moet betaald worden aan Gods recht, voor u! U kunt niets betalen. Ik zal voor u gaan betalen. Ik voor u, daar u anders de eeuwige dood moest (over moeten gesproken!), moest sterven. Mannen, jullie schuld en zonden roepen om Mijn lijden, sterven en opstanding uit de doden.’
Het moet! Het moet vanwege Gods raad, vanwege Gods rechtvaardigheid, vanwege de noodzakelijke vervulling van de profetie. Maar het moet ook en vooral vanwege uw schuld voor God. Hebt u ooit leren zien, gemeente, dat aan Gods gerechtigheid genoeg gedaan moest worden? Dat uw zonden en schulden betaald moesten worden? En dat terwijl u zelf niets had om te betalen?
Bent u ooit afgebracht van de hoop op uzelf? Hebt u ooit alles van uzelf schade en drek, verlies en vuilnis leren achten? Hebt u alle grond in uzelf verloren? Om te leren dat er alleen een grond ligt in de verdiensten van Christus? In Zijn staan in uw plaats? Ik voor u, daar u anders de eeuwige dood had moeten sterven? Dat wil zeggen: Mijn lijden en sterven was nodig, om de prijs van uw ziel te betalen. Maar ook Mijn opstanding was nodig voor u.
Want de Heere Jezus moest ook opstaan. Want in Zijn opstanding sprak de Vader Hem vrij. Ook dat moest, ook dat was nodig, niet alleen verzoening van schuld, maar ook verwerving van nieuw leven. Hebt u door de weg van sterven aan alles van uzelf, het leven al gevonden in de opgestane Christus?
Als dat uw leven geworden is, dan geldt voor u ook wat staat in het volgende vers, in vers 23: En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij (Lukas 9:23).
Maar dan wel in deze volgorde, en niet andersom. Eerst uw eigen leven verliezen, eerst alles van uzelf schade achten, eerst alle hoop op uzelf opgeven. Eerst zelf leren leven van Zijn verdienste, van Zijn lijden en sterven, van Zijn opstanding en leven. En dan, dan Hem volgen in dat nieuwe leven. In die volgorde, en niet andersom. Want u kunt niet leven in nieuwe gehoorzaamheid, als u dat leven nog zoekt in uzelf, als u dat leven nog zoekt in uw eigen liefde, ervaringen en vertroostingen.
Maar wie alles van zichzelf kwijtraakt en Christus gewint, die zal zonder twijfel de Heere ook van harte volgen, in Zijn kracht.
En dat nieuwe leven, dat is een gelukkig leven. Het is een gelukkig leven van… kruisdragen, achter Hem aan. We gaan dat zo meteen zien in onze 2de gedachte, maar we gaan nu eerst zingen uit de Avondzang, daarvan het 6de vers.
Behoed het ganse Christendom; Geef dat in kruis Uw vreugd weerom; Vertroost het neergebogen hart, En heel in gunst der kranken smart.
Gemeente, het thema van de preek van vanmorgen is: Noodzakelijk lijden. We hebben in de eerste plaats gelet op het noodzakelijke lijden van de Zoon des mensen. Nu onze tweede gedachte:
Immers we lezen in vers 23: En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij.
De Heere Jezus richt zich nu niet alleen tot Zijn discipelen, want Hij zegt (zo staat er) tot allen, tot iedereen: Zo iemand achter Mij wil komen. Als iemand Mij volgen wil, dan…, dan moet hij of zij tot twee dingen bereid zijn.
Die verloochene zichzelf. Die moet letterlijk ‘nee’ zeggen tegen zijn oude, zondige ik. Die moet zich afkeren van de zonde, van farizeïstische trots (2 Korinthe 10:5Dewijl wij de overleggingen ter nederwerpen, en alle hoogte, die zich verheft tegen de kennis van God, en alle gedachte gevangen leiden tot de gehoorzaamheid van Christus;), van vertrouwen op eigen ervaringen, op eigen liefde en op eigen vertroostingen. Die moet alleen op Mij en Mijn verdienste vertrouwen. Die verloochene zichzelf, en (dat is het tweede) die neme zijn kruis op, dagelijks. Op weg naar? Naar de executieplaats.
Zijn kruis, heel persoonlijk. Opnemen. En de voetstappen van Christus volgen op de weg van het lijden. Want, zo schrijft Petrus later: Want hiertoe bent u geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen (1 Petrus 2:21Want hiertoe zijt gij geroepen, dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat gij Zijn voetstappen zoudt navolgen;).
Na de bekering (daarover gaat het in vers 22) volgt een levenslange weg van heiligmaking. U mag ook zeggen: een levenslange weg van kruisdragen. Het eerste, de bekering, was Gods werk. En dit tweede, dat kan ook niet in eigen kracht. Ook dat is Gods werk, ook dat is het werk van God de Heilige Geest (Titus 3:5Heeft Hij ons zalig gemaakt, niet uit de werken der rechtvaardigheid, die wij gedaan hadden, maar naar Zijn barmhartigheid, door het bad der wedergeboorte en vernieuwing des Heiligen Geestes;). Kortom, zo nauw is de verbinding tussen Christus en de oprecht gelovigen, dat het moeilijk is om het één (de bekering van vers 22) los van het ander (het lijden en
kruisdragen van vers 23) te denken. Die twee dingen horen bij elkaar. Het lijden van Christus (in vers 22) is niet los te denken van het lijden van Gods kinderen (zoals het genoemd staat in vers 23).
Moeten we daarvan zuchten? Moeten we daarover klagen? Nee, zeker niet! Want dat het lijden om Christus’ wil, dat is juist een teken van de nauwe band, een teken en bewijs van de vereniging met Hem! Daarom waren de discipelen blij, omdat ze waardig geacht geweest waren om om Zijn Naam smaadheid te lijden (Hand. 5:41Zij dan gingen heen van het aangezicht des raads, verblijd zijnde, dat zij waren waardig geacht geweest, om Zijns Naams wil smaadheid te lijden.). En daarom zegt Paulus ook tegen de Filippenzen: Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden (Filipp. 1:29Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden;). Dat is u uit genade gegeven, dat is een genadegift uit de hand van God.
Dus, de weg van Christus volgen, de weg van door waarachtige bekering met Hem verenigd zijn, heeft deze twee kenmerken:
1. In de eerste plaats: zelfverloochening. Onafscheidelijk zijn deze twee zaken: Christus volgen en jezelf verloochenen. De keerzijde is er ook: jezelf volgen en Christus verloochenen.
U zegt: wat is dat precies: die verloochening, dat ‘nee’ zeggen tegen dat oude zelf? U zou kunnen zeggen: dat is de weigering om te leven voor je eigen plezier, om jezelf te behagen, om mensen te behagen. Het is het gericht zijn op God, om voor Hem te leven. Zoals de Heere Jezus Christus zelf ook deed. Paulus schrijft in Romeinen 15: Want ook Christus heeft Zichzelven niet behaagd, maar gelijk geschreven is: De smadingen dergenen, die U smaden, zijn op Mij gevallen (Romeinen 15:3).
U kunt daar zelf heel erg uw best voor doen, maar met een onbekeerd hart gaat dat niet. Want, zo zegt Paulus in Romeinen 8: Die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen (Romeinen 8:8). Daar is genade voor nodig. Alleen door verbonden te zijn met Christus, kunnen we God behagen. Dat wil zeggen: Hem bekoren, Hem aanstaan, Hem ter wille zijn, voor Hem en gericht op Hem leven.
Dus, wat houdt dat nu precies in, dat verloochenen van jezelf, die zelfverloochening? a. Het betekent God beschouwen als het enige en hoogste goed, zoals de dichter van Psalm 73 dat deed, toen hij zei: Wie heb ik nevens U in de hemel? Nevens U lust mij ook niets op de aarde! (Psalm 73:25) b. Het betekent dat we onszelf helemaal en volledig aan Hem overgeven (2 Korinthe 8:5En zij deden niet alleen, gelijk wij gehoopt hadden, maar gaven zichzelven eerst aan den Heere en daarna aan ons, door den wil van God.) c. Het betekent dat we weigeren onszelf te behagen met iets dat botst met de wil van de Heere. Zoals Paulus Titus voorschrijft in Titus 2 waar hij zegt: Dat wij, de goddeloosheid en de wereldse begeerlijkheden verzakende, matig en rechtvaardig, en godzalig leven zouden in deze tegenwoordige wereld (Titus 2:12) d. Het betekent ook het loslaten van het vertrouwen op onszelf. Zoals de Spreukendichter zegt: Vertrouw op de HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet (Spr. 3:5Vertrouw op den HEERE met uw ganse hart, en steun op uw verstand niet.).
e. Het is in alle dingen (in wat we doen, in wat ons overkomt) zeggen: Niet mijn wil, maar: Uw wil geschiede (Handelingen 21:14En als hij zich niet liet afraden, hielden wij ons tevreden, zeggende: De wil des Heeren geschiede.).
En we doen dat, als de Heere ons daar de genade voor geeft, met troost en blijdschap. Daar bidt ons avondmaalsformulier ook om, als er staat: Verleen ons ook Uw genade dat wij, getroost (hoort u dat, er is troost onder het kruis!) ons kruis op ons nemende, onszelf verloochenen, onze Heiland belijden, en in alle droefenis met een opgeheven hoofd (met hoop en verwachting) onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkmaken, en ons tot Zich nemen zal in eeuwigheid.
U proeft die blijdschap en troost ook in Filippenzen 1, waar Paulus zegt (ik heb dat eerder aangehaald): Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden (Filippenzen 1:29). Paulus schrijft ook in Romeinen 12: Verblijdt u in de hoop. Zijt geduldig in de verdrukking. Volhardt in het gebed (Romeinen 12:12).
Kinderen van God, bij een leven in heiligmaking, in afhankelijkheid van de kracht van de Heere Christus, hoort zelfverloochening: niet ons, o Heere, niet ons (Psalm 115:1Niet ons, o HEERE! niet ons, maar Uw Naam geef eer, om Uwer goedertierenheid, om Uwer waarheid wil.).
En, bij leven in heiligmaking hoort in de tweede plaats ook: kruis dragen. Want, zo staat in vers 23: en neme zijn kruis dagelijks op, en volge mij. Dagelijks zijn kruis opnemen. Zijn kruis, dat is: dat wat je krijgt uit de handen van de Heere. God legt het voor ons neer, een kruis, en wij nemen het op en dragen het.
Wij zoeken het kruis niet, maar we nemen het op, als Gods vrije en soevereine wil het voor ons slecht. Want we zeggen met Job: Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? (Job 2:10Maar hij zeide tot haar: Gij spreekt als een der zottinnen spreekt; ja, zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? In dit alles zondigde Job met zijn lippen niet.)
God geeft Zijn kinderen kruisen. De schrijver van de Hebreeënbrief zegt: Maar indien u zonder kastijding (zonder kruis!) bent, welke allen (al Gods kinderen!) deelachtig zijn geworden, zo bent u dan bastaarden, en niet zonen (Hebreeën 12:8Maar indien gij zonder kastijding zijt, welke allen deelachtig zijn geworden, zo zijt gij dan bastaarden, en niet zonen.). Een kind van God draagt zijn of haar kruis. Al die kruisen zijn verschillend. Het ene kruis is het andere niet. Maar ieder kruis is een kruis, dat wil zeggen: het is zwaar, het moet gedragen worden, en dat kost moeite, pijn en verdriet. Maar toch, als het goed is, is er door Gods genade ook iets in het leven van Zijn kinderen van wat ons doopformulier zegt: Hem dagelijks navolgend, vrolijk ons kruis dragen. Want …? Het komt uit Gods hand! En God weet precies welk kruis geschikt is voor ons. Om ons klein te houden en om ons hart naar de Heere toe te trekken.
Dus stappen we niet over het kruis heen, dus trappen we er niet uit onvrede op, dus schoppen we er niet tegenaan, dus struikelen wij er niet over, maar wij nemen het op en dragen het. Niet in eigen kracht, maar door de kracht van Christus.
En we bezwijken er ook niet onder, denkend aan diezelfde Hebreeënbrief, waar de apostel schrijft: Mijn zoon, acht niet klein de kastijding des Heeren, en bezwijkt niet, als u van Hem bestraft wordt (Hebreeën 12:5).
We bezwijken er niet onder, want we zien in al onze zwakheid omhoog, denkend aan wat God zo troostvol tegen Paulus gezegd heeft: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan (zegt Paulus) veel liever roemen in mijn zwakheden opdat de kracht van Christus in mij wone (2 Korinthe 12:9En Hij heeft tot mij gezegd: Mijn genade is u genoeg; want Mijn kracht wordt in zwakheid volbracht. Zo zal ik dan veel liever roemen in mijn zwakheden, opdat de kracht van Christus in mij wone.). Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft (Filippenzen 4:13Ik vermag alle dingen door Christus, Die mij kracht geeft.).
We nemen het kruis op dat God ons voorlegt. Het wordt ons niet voorgelegd door de duivel of door de zonde. Want, nogmaals: Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen? (Job 2:10)
God geeft Zijn kinderen kruisen. En over die kruisen heeft het Woord van God ons het nodige te zeggen. Wij denken vaak dat wij er het nodige over kunnen zeggen, maar dat gaat vaak te gemakkelijk en dat valt vaak verkeerd. Want we kunnen vaak zo moeilijk inschatten hoe zwaar het kruis is, dat een ander dragen moet. Maar is het wel goed, kinderen van God, om te luisteren naar wat de Heere Zelf in Zijn Woord zegt over die kruisen, die Hij ons in ons leven oplegt. Bij alle moeite en verdriet die we voelen onder ons kruis, klinkt vanuit het Woord de vriendelijks stem van de Heere Zelf u toe: ‘Mijn kind, Ik weet wat Ik doe. Ik weet wat goed voor u is. Ik zal het niet te zwaar voor u maken.’ Dat neemt niet weg, dat sommige kruisen in het leven van Gods kinderen heel zwaar zijn. Soms in het persoonlijke leven, in het geestelijke of in het tijdelijke leven, lichamelijk of psychisch. Het kan ook een kruis zijn in relatie tot de dienst van de Heere. Maar ook zware kruisen mogen we niet weigeren. Immers Christus, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Die voor ons loopt, heeft het zwaarste kruis gedragen en de ergste schande veracht. En dus is dat ook voor ons, in navolging van Hem, de weg: de weg van het kruis, tot de kroon.
Ja, gemeente, ik weet dat u nu van alles en nog wat aan mits-en en maar-en kunt aandragen. Maar probeert u eerst stil te luisteren naar wat de Heere zegt. De meeste van onze bezwaren die we op dit terrein naar voren kunnen brengen, hebben namelijk alles te maken met de richting van ons leven. Wie aardsgericht leeft, lijdt dubbel zwaar onder zijn of haar kruis. Want wat is het vooruitzicht? Ik zie het niet, ik kan het niet overzien! Maar dat kruis heeft juist de bedoeling om Gods kinderen meer hemelgericht te laten leven, meer los van deze aarde, meer gericht op de hemelse toekomst. En wie door Gods genade meer zo leven mag, die mag bij tijden en ogenblikken toch ook iets ervaren van wat staat in Romeinen 8, waar Paulus schrijft: Want ik houd het daarvoor, dat het lijden van deze tegenwoordige tijd niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden. Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods (Romeinen 8:18-19).
Die verwachting verlicht zelfs het zwaarste kruis en geeft in de grootste smarten iets van stille gerustheid in de Heere (Psalm 33:10De HEERE vernietigt den raad der heidenen; Hij breekt de gedachten der volken., ber.). Want er is perspectief! Want er is in kruis en lijden vooruitzicht: het is maar een verdrukking van tien dagen. En dat vooruitzicht, dat perspectief leert ons stap voor stap om in de moeilijkste omstandigheden te vragen of we met Eli mogen zeggen, zoals hij tegen Samuel zei: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen! (1 Samuël 3:18Toen gaf hem Samuël te kennen al die woorden, en verborg ze voor hem niet. En hij zeide: Hij is de HEERE; Hij doe, wat goed is in Zijn ogen!)
Zo leren we, met veel vallen en opgeraapt worden, gaan in Zijn spoor, in het spoor van Zijn lijden. Eerst hebben we nodig met God verzoend te worden, door de dood van Christus. Daarna (maar die twee zaken zijn onafscheidelijk, die kunnen en mogen we niet van elkaar losmaken) hebben we nodig door de opstanding van de Heere Jezus opgewekt te worden tot een nieuw leven. Om dan te mogen gaan in het spoor van Zijn voetstappen. Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God (Hebreeën 12:2).
Kruisdragers achter Hem aan, heb goede moed! Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft (1 Johannes 2:6Die zegt, dat hij in Hem blijft, die moet ook zelf alzo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.). Het dragen van ons kruis kan moeilijk en zwaar zijn, maar ik zeg u: Vrees geen der dingen, die u lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat u verzocht wordt; en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot de dood, en (de Heere) zal u geven de kroon des levens (Openbaring 2:10Vrees geen der dingen, die gij lijden zult. Ziet, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en gij zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens.). Dus toch, na het kruis, de kroon! En die we zullen werpen aan de voeten van het Lam.
Nu dan: Hebt goede moed. Zijn genade is u genoeg; want Zijn kracht wordt in zwakheid volbracht.
Zo dan, vertroost elkander met deze woorden (1 Thessalonicenzen 4:18Zo dan, vertroost elkander met deze woorden.).
Amen.
Slotzang Psalm 33:10,11
Zijn machtig' arm beschermt de vromen, En redt hun zielen van den dood; Hij zal hen nimmer om doen komen In duren tijd en hongersnood. In de grootste smarten Blijven onze harten In den HEER gerust; 'k Zal Hem nooit vergeten, Hem mijn Helper heten,
Al mijn hoop en lust.
Laat ons alom Zijn lof ontvouwen: In Hem verblijdt zich ons gemoed, Omdat wij op Zijn naam vertrouwen, Dien Naam, zo heilig, groot en goed. Goedertieren Vader, Milde zegenader, Stel Uw vriendelijk hart, Op Wiens gunst wij hopen, Eeuwig voor ons open; Weer steeds alle smart.
Andere preken over Lukas