PREEK · VRIJE STOFFEN

Die door de Geest geleid worden - Romeinen 8

23 november 2023

Romeinen 8:14: Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

INLEIDING

Wie zich voorbereidt op de bediening van het Heilig Avondmaal, staat voor de indringende vraag: ben ik wel echt een kind van God? Paulus wijst in Romeinen 8 de weg naar het antwoord: "Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods" (Romeinen 8:14). Deze leespreek neemt de lezer mee in hoe de Heilige Geest Gods kinderen leidt, en wie Hij eigenlijk leidt, tot onderzoek van eigen hart in de week van voorbereiding.

THEMA

Door de Heilige Geest geleid

KERNPUNTEN

  1. Hoe de Heilige Geest Gods kinderen leidt
  2. Wie de Heilige Geest leidt

ROMEINEN 8:5-17

5 Want die naar het vlees zijn, bedenken wat des vleses is; maar die naar den Geest zijn, bedenken wat des Geestes is.
6 Want het bedenken des vleses is de dood; maar het bedenken des Geestes is het leven en vrede;
7 Daarom dat het bedenken des vleses vijandschap is tegen God; want het onderwerpt zich der wet Gods niet; want het kan ook niet.
8 En die in het vlees zijn, kunnen Gode niet behagen.
9 Doch gijlieden zijt niet in het vlees, maar in den Geest, zo anders de Geest Gods in u woont. Maar zo iemand den Geest van Christus niet heeft, die komt Hem niet toe.
10 En indien Christus in ulieden is, zo is wel het lichaam dood om der zonde wil, maar de geest is leven om der gerechtigheid wil.

11 En indien de Geest Desgenen Die Jezus uit de doden opgewekt heeft, in u woont, zo zal Hij Die Christus uit de doden opgewekt heeft, ook uw sterfelijke lichamen levend maken door Zijn Geest, Die in u woont.
12 Zo dan, broeders, wij zijn schuldenaars niet aan het vlees, om naar het vlees te leven.
13 Want indien gij naar het vlees leeft, zo zult gij sterven; maar indien gij door den Geest de werkingen des lichaams doodt, zo zult gij leven.
14 Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
15 Want gij hebt niet ontvangen den Geest der dienstbaarheid wederom tot vreze; maar gij hebt ontvangen den Geest der aanneming tot kinderen, door Welken wij roepen: Abba, Vader.
16 Dezelve Geest getuigt met onzen geest, dat wij kinderen Gods zijn.
17 En indien wij kinderen zijn, zo zijn wij ook erfgenamen, erfgenamen Gods en mede-erfgenamen van Christus; zo wij anders met Hem lijden, opdat wij ook met Hem verheerlijkt worden.

VOLLEDIGE TEKST

Die door de Geest geleid worden - Romeinen 8

ds. J. IJsselstein - Romeinen 8:14

THEMA

Door de Heilige Geest geleid

LITURGIE

Bedezang voor de predicatie: 1

Psalm 119:9

Lezen Romeinen 8:1-17

Psalm 43:1,3,5

Psalm 51:6

Psalm 119:86

Gemeente, ik preek u deze morgen in een dienst van voorbereiding op de bediening van het sacrament van het Heilig Avondmaal, over Romeinen 8 vers 14. De tekst voor de preek kunt u vinden in Romeinen 8 vers 14, waar staat: Want zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Thema voor de preek is: Door de Heilige Geest geleid Er zijn twee aandachtspunten: Hoe Hij leidt, en wie Hij leidt.

Dus: Door de Heilige Geest geleidt: 1. Hoe Hij leidt 2. Wie Hij leidt

Want zovelen als er door de Geest God geleid worden, die zijn kinderen Gods. Daarmee is direct de kern aangeduid van de vraag waar het vanmorgen, waar het deze week van voorbereiding over gaat: Wie is er kind van God? Of beter en persoonlijker gezegd: Ben ik een kind van God?

Het kan zijn dat u of jij denkt: ‘Ja natuurlijk, ik ben een kind van God! Ik heb voor God gekozen, ik heb voor Jezus gekozen, ik heb Hem aangenomen. En, zegt de Bijbel: wie Hem aangenomen heeft, die is een kind van God. Waarom zou ik mij de vraag moeten stellen of ik een kind van God ben?’ Nou, omdat de Heere dat zegt. Omdat Paulus dat zegt in 2 Korinthe 13: Onderzoek uzelf, óf u in het geloof bent. Beproef uzelf of het echt zo is zoals u denkt! Doe dat dan ook gemeente, in deze week! Niet eerst de conclusie trekken, maar eerst je hart onderzoeken.

Onze tekst van vanmorgen wil vooral richting geven aan die mensen onder ons, die niet durven ontkennen dat de Heere in hun leven is gekomen met Zijn genadige werk, maar die toch zo tobben over de vraag: ‘Ja maar, bedrieg ik mijzelf niet? Klopt het wel allemaal hier van binnen? Ben ik wel echt een kind van God?’ Luister, zegt de Heere. U vooral: Zovelen als er door de Geest van God geleidt worden, die zijn kinderen Gods.

Door de Geest van God. Wie is Hij? Hij is de Heere, Die levend maakt. De eeuwige God, Die uitgaat van de Vader en van de Zoon.

Hij is het, zegt onze tekst, Die Gods kinderen leidt. In ons tijdelijk leven en in ons geestelijk leven worden we, kinderen van God, geliefde medechristenen, door de Geest geleid, als aan Zijn hand: zacht, liefdevol, krachtig, onweerstaanbaar, geleid, gebracht, aan Zijn hand meegenomen, gedragen, door Goddelijke kracht gedreven, maar nooit gedwongen. Want als wij niet willen, (en hoe vaak is dat niet zo?), dan worden we door de Geest gewillig gemaakt. En dan vult Hij ons hart met stille onderwerping en met liefde om Hem te volgen.

Ons eerste aandachtspunt:

1. Hoe de Heilige Geest Gods kinderen leidt

En met dát wat ik daarover met Gods hulp van ga zeggen, gemeente, houd ik én mijzelf én u vanmorgen een spiegel voor. En ik vraag u: Kijk er eerlijk in! Bedrieg uzelf niet, zoals duizenden mensen zich bedriegen op weg naar de eeuwigheid. Onderzoek uw eigen hart, bij het licht van Gods alwetendheid, bij het licht van Hem Die harten en nieren proeft.

Dit is wat God zegt, wat de Bijbel zegt over het werk en over de leiding van God de Heilige Geest. De Geest is het Die levend maakt! Hij is het Die geestelijk doden wederom geboren laat worden. Die verloren zonen en dochters van Adam opwekt uit hun geestelijke dood tot nieuw leven. Hij verlicht ons hart en oog dat duister was. Hij overtuigt, zegt de Heere Jezus in Johannes 16, van zonde, van gerechtigheid en van oordeel. Hij stelt ons onze zonden voor ogen. Hij laat ons kijken in de spiegel van de wet. Hij ontneemt ons, al kijkend in die spiegel, de hoop op onszelf.

Hij buigt onze wil. Hij breekt ons verzet tegen genade. Hij werpt licht op Christus: zó kostbaar, zó waard om lief te hebben, zó onmisbaar. Hij brengt de blijde boodschap over Christus aan de zachtmoedigen. Hij verheerlijkt Christus, zoals Jezus Zelf van Hem zei: ‘Die zal Mij verheerlijken.’

Waardoor wij alles (en ik zeg dat als een spiegel voor u en voor mij), waardoor wij alles in ons leven gaan zien, zoals we het tevoren nooit eerder gezien hebben: Onze zonden, onze vijandschap, ons totale onvermogen, onze totale onwil, onze weerstand, ons verzet tegen genade.

Als we dat zwarte gaan zien in ons leven en in ons verleden, dan vult dat ons hart met diepe schaamte, nietwaar, kinderen van God? Dat brengt ons tot eerlijk belijden. Dat leert ons roepen tot God om genade. Dat breekt onze hoogmoed voor God en mensen. Dan verliezen we alle rechten, ook het recht dat God ooit nog naar ons zou omzien.

Niemand kwam, niemand komt, ooit tot echt berouw, zonder dat de Heilige Geest dat werkt in zijn of haar hart, zonder dat Hij hem of haar daar brengt. Gemeente, dit werk van de Heilige Geest, dit berouw over onze zonde en over onze schuld is onmisbaar. Voor uw leven, met het oog op de aanstaande eeuwigheid. Maar ook voor uw aangaan aan de bediening van het Heilig Avondmaal.

Zonder berouw is er geen bekering. Zonder berouw is er geen geloof en geen liefde tot God. Geloven met droge ogen is hetzelfde als helemaal niet geloven. Geloven zonder berouw en zonder diep leedwezen over onze zonden is geen geloof.

Als u nooit met tranen van innig berouw aan de voeten van Jezus kwam, zoals de zondares in Lukas 7, dan moet u volgende week, lieve mensen, niet aan het Heilig Avondmaal komen. Zonder diep verdriet over uw zonden, zonder berouw, zonder bekering, zeg niet ik, maar zegt de Heere Jezus in Lukas 13, zult u vergaan! U kunt volgende week alleen maar aan de bediening van het sacrament komen, als u van harte bereid bent om te belijden, zoals het formulier het zegt, dat u midden in de dood ligt. En dat de toorn van God over uw zonden zó groot was dat God die, eer Hij die ongestraft liet blijven, aan Zijn lieve Zoon Jezus Christus met de bittere en smadelijke dood des kruises gestraft heeft.

Dát is de inktzwarte achtergrond waartegen de Heilige Geest berouwvolle zondaren iets laat zien van de heerlijkheid en van de kostbaarheid van Christus, door God gegeven. Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar overgegeven heeft tot de bittere en smadelijke dood van het kruis. Gestraft in mijn plaats. Door Wiens striemen mij genezing geworden is.

Als de Heilige Geest ons dáárheen leidt, naar Christus toe, wat gaat Hij dan schitteren in onze ogen! Wat wordt Hij dan kostbaar en onmisbaar voor onze ziel. Wat gaan we dan verlangen om Hem te mogen kennen, om Hem meer te mogen kennen. Om te mogen weten in ons hart dat onze ziel voor Zijn rekening ligt. Christus, onze enige Hoop, midden in onze hopeloosheid. Christus, ons Leven, midden in onze dood.

Wat gaat ons hart dan naar Hem uit. Als de Geest ons leidt en gewillig maakt en brengt aan de voet van het kruis.

Voorheen was Hij, als de Gekruisigde, in mijn ogen veracht. Ook ik heb Hem niet geacht. Wat schaam ik mij dan diep. Wat verdiept dat de tranen om mijn zonden.

Wanneer? Als ik er iets van mag zien van wat Jesaja ooit zei: Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen en onze smarten heeft Hij gedragen. Doch wij achten Hem, dat Hij geplaagd, door God geslagen en verdrukt was, maar Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden (Jes. 53:4,5).

Ben je dan je verleden vergeten? Nee, want zo gaat Jesaja verder: Wij dwaalden allen als schapen, wij keerden ons een iegelijk naar zijn weg. Wat worden hier de tranen over onze zonden en ontrouw verdiept. Maar de Heere heeft onzer aller ongerechtigheid op Hem doen aanlopen (Jes. 53:6). Als de Heilige Geest, Die leidt en brengt, ons dán voor het eerst of opnieuw influistert: ‘Zie, het Lam Gods’. Wat verdiept dat onze tranen en wat geeft dat tegelijkertijd een stille verwondering, verbazing en vreugde.

Geliefde gemeente, dit is onmisbaar op uw weg naar de eindeloze eeuwigheid. En ook om volgende week deel te nemen aan de bediening van het sacrament. Niet dat je voor Jezus gekozen hebt. Niet dat je zelf bent gaan geloven. Maar de bevindelijke wetenschap, tot je diepe schaamte in je hart, dat u en ik Hem niet gewild hebben! Dat we Zijn vijanden waren! Vijanden van God en van Christus. Vijanden van vrije genade. Maar… dat de Geest ons leidde en bracht, waar we van onszelf nooit gekomen zouden zijn. Aan de voet van het kruis. Met tranen van berouw. Met schaamte. Klein, ootmoedig, gebogen, met een gebroken oog kijkend naar de verhoogde koperen slang, Jezus Christus! O liefde, Die om zondaars te bevrijden, zo zwaar wilde lijden!

Heeft Christus, gemeente, uw hart genomen? Dat is de vraag in deze week van voorbereiding. Heeft Hij uw hart genomen? Waardoor u met heel uw hart hongert en dorst naar Hem? Waardoor u met alles wat in u is, uitziet en verlangt naar Hem? Kostbaar? Onmisbaar voor uw treurende ziel? Al uw liefde waard?

Maar misschien in uw hart nog zó omgeven door twijfel als u kijkt naar uzelf... Maar weet dan tot uw troost dat onze Heere nu, maar ook volgende week, rijken weg zal sturen, maar armen met goederen vervullen zal. En de treurigen zal troosten, juist door de bediening van het sacrament.

Wie zo door de Geest van God geleidt wordt, die gaat ook (zoals staat in het vorige vers, in vers 13) door de Geest (dus niet in eigen kracht, maar door de Geest) de werkingen van het lichaam doden. Die gaat, hoe dan ook, met kracht strijden tegen de zonde! Want mijn liefde tot de zonde is gebroken. En de liefde tot God, of beter gezegd, de liefde ván God vervult mijn hart.

Maar ook dat is niet iets, wat je even in eigen kracht kunt doen. Zo van: vanaf nu ga ik anders leven voor God, dat doe ik gewoon! Zo niet! Het is niet voor niets dat Paulus het noemt ‘een doden’, en in Galaten 5 noemt hij het ‘het kruisigen’ van de oude mens. Dat doet pijn! Zonde doet pijn in ons hart. En het sterven aan de zonde is het afsterven van een deel van onszelf. En wij overwinnen? Nee, de Geest overwint, door de liefde die Hij in onze harten heeft uitgestort.

Ook daaraan, en ik zeg het nog steeds als spiegel voor u en voor mij, ook daaraan kent u het werk van de Heilige Geest in uw hart. Of niet… De Heilige Geest leidt Gods kinderen in al de waarheid.

We leren de kracht kennen van de liefde van God. Die onze liefde tot de zonde breekt. Waardoor we in beginsel gebracht worden tot heiligheid. Waardoor we gaan breken met werelds vermaak. En waardoor al het aardse bezit ineens in een ander daglicht komt te staan.

We leren door de Geest de kracht kennen van de liefde van Christus. Waardoor we, zoals Paulus zegt in de Filippenzenbrief, alles buiten Hem schade (verlies) en drek (vuil) gaan achten, om de uitnemendheid van Hem, Die ons zó liefgehad heeft. Waardoor we ook liefde krijgen tot medezondaars (Fil. 3:8).

En we leren de kracht kennen van het werk van de Heilige Geest in ons hart. Zijn vrucht, niet onze vrucht, maar Zijn vrucht gaat groeien en bloeien in onze harten. Deze vrucht: liefde, blijdschap, vrede, lankmoedigheid, geduld, goedertierenheid, trouw, trouwe liefde, goedheid, geloof, zachtmoedigheid, matigheid! Waarom? Omdat de Geest het ons leert: Wees heilig, want Ik (de Heere) ben heilig (1 Petr. 1:16). Hij leert ons een leven van godzaligheid. Een leven van gebed. Niet alleen als we dringend iets nodig hebben, maar omdat we zonder de Heere niet kunnen leven, en Hem in alles, altijd nodig hebben.

Om ons zo, in die weg, waarin we geleid worden door de Geest, te brengen tot Hemzelf. Tot, zoals staat in vers 15, de Geest der aanneming tot kinderen.

Om ons twee dingen te geven. a. Het grote en onbegrijpelijke voorrecht: kind van God te mogen zijn.

b. En ook, als tweede, het inwonen van de Heilige Geest Zelf in ons hart. Die voor ons bidt. Die ons hart omvormt, herschept tot een kinderhart. Die midden in onze twijfel getuigenis geeft, dat wij kinderen van God zijn. En Die steeds weer en meer brengt tot de eerbied, tot de liefde en tot de hoogachting waarmee Hij ons leert zeggen: Abba, Vader (Rom. 8:15).

Word je daar iets mee? Word je daar groot van? Word je daar trots op? Nee, want het is genade. Het is onverdiende genade om kind van God te worden. Het is een grotere genade om kind van God te zijn. En het is de grootste genade om kind van God te blijven. Door de Geest, Die in ons woont.

Gemeente, laten we voordat we samen verdergaan nu eerst samen zingen uit Psalm 51, daarvan het zesde vers: Verwerp mij van Uw aangezicht toch niet; Ai, laat van mij Uw Heil'ge Geest niet scheiden. Die kan alleen op 't rechte spoor mij leiden; Bestier mijn gang, daar Gij mijn zwakheid ziet. Geef mijn gemoed, dat nu angstvallig vreest, De blijdschap weer; doe op Uw heil mij hopen; Laat mij, gesterkt door enen eed'le geest, Volvaardig 't pad van Uw geboden lopen.

Gemeente, de preek van vanmorgen gaat over: Door de Heilige Geest geleid. We hebben gezien in ons eerste punt: Hoe de Geest leidt. In de weg van het bevindelijk leren van de drie stukken: ellende, verlossing en dankbaarheid.

Nu ons tweede aandachtspunt:

2. Wie de Heilige Geest leidt

Want zovelen als er door de Geest God geleid worden, die zijn kinderen Gods. Wie zo door de Geest geleid worden, wie zijn dat? Die volgende week aan de bediening van het Heilig Avondmaal mogen, wie zijn dat? De kinderen Gods.

Wat zijn dat voor kinderen? a. Dat zijn als eerste, lettend op de context hier van de Romeinenbrief, aangenomen kinderen.

Dat zijn geen kinderen die zelf met hangende pootjes teruggekomen zijn, maar dat zijn kinderen die teruggebracht zijn door de Heilige Geest. En die uit genade tot kinderen van God zijn aangenomen.

b. En dus zijn het kinderen die als tweede, blijvend verwonderd zijn. Over wat de Heere in hun leven deed. Die hen onverdiend, als vijanden aannam tot kinderen.

c. En dat vervuld ons in de derde plaats blijvend met eerbied en vrees. Want Hij, Die om Christus wil onze genadige Vader geworden is, is de Almachtige. De Schepper van de hemel en de aarde. En Hij is vlekkeloos in Zijn heiligheid. Maar Zijn onbegrijpelijke liefde tot ons, die vijanden waren, vervult ons hart ook blijvend, door Gods genade, met vertrouwen, met liefde, en met gehoorzaamheid.

d. We worden, kinderen van God, geliefde medechristenen, kinderen van God genoemd, in de vierde plaats, omdat wij net als gewone kinderen, in beginsel op God gaan lijken. Niet waar het gaat om Zijn oneindige eigenschappen. En ook lijkt niemand van ons op de Vader, zoals de Zoon het beeld van de Vader is. Maar de Heilige Geest maakt ons door Zijn werk in ons hart, wel in beginsel, beginnend, gelijk aan het beeld van Gods Zoon.

Die zei: Leert van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart (Matt. 11:29). Leer van Mij om de schulden te vergeven van diegenen, die bij u in de schuld staan. Leer van Mij om ver weg te blijven van de zonde, zoals Ik de zonde altijd gehaat heb. En leer van Mij om te leven tot eer van Mijn Vader, zoals Ik ook altijd Zijn eer op het oog heb gehad.

En word vernieuwd door Mijn Geest, in de vernieuwing van uw gemoed, in de vernieuwing van uw denken. En stel uw lichamen (letterlijk) tot een levende, heilige en Gode welbehaaglijke offerande, welke is uw redelijke godsdienst. En word aan deze wereld, waar alles draait om bezit, om materie en om vermaak, word aan deze wereld niet gelijkvormig, maar word veranderd in de vernieuwing van uw gemoed. En beproef welke de goede en welbehaaglijke en volmaakte wil van God is. (Rom. 12:1,2).

Hoe? Door biddend te leven bij het Woord. Want, zo zegt de Heere Jezus in Johannes 8: Die uit God is, hoort de woorden Gods (Joh. 8:47). Gods kinderen zijn kinderen van het Woord. Dat hen ware wijsheid leert. En dat wordt zichtbaar in een heilig kinderleven. Waarin het werk van de Heilige Geest merkbaar en tastbaar is, in een dagelijks leven met God. Zoals Paulus Gods kinderen noemt in de Efezebrief: Navolgers Gods, als geliefde kinderen. Die de wil van hun Vader en van hun oudste Broeder Jezus doen. Omdat ze

God liefhebben, omdat ze Christus liefhebben (Ef. 5:1). Zoals de Heere Jezus ooit zei: Indien God uw Vader was, zo zou u Mij liefhebben (Joh. 8:42).

Laat ik proberen, gemeente, dit alles samen te vatten met het oog op de komende bediening van het sacrament van het Heilig Avondmaal. Wie worden geleid door de Geest van God? Wie zijn kinderen Gods? En dus, wie mogen volgende week komen aan de bediening van het Heilig Avondmaal?

Niet iedereen, dat weet u. Doop en belijdenis maken ons niet tot kinderen van God. We zijn van onszelf geen kinderen van God, maar vijanden van God. Van onszelf dood door de misdaden en de zonden.

Je bent ook geen kind door vast te houden aan allerlei uiterlijke gewoontes, hoe goed die ook zijn. Je bent geen kind door over Jezus te praten. Je bent geen kind door je te verzetten tegen iedereen die er veel te gemakkelijk over denkt. Je bent geen kind door netjes en voorbeeldig te leven. Je bent geen kind door liefde tot de oude waarheid of vanwege enthousiasme voor de nieuwe waarheid. Je bent geen kind door zelf te gaan geloven en voor Jezus te kiezen. Dat kom je nergens tegen in de Bijbel.

Wat nodig is, wat maakt dat je kind mag heten, is een radicale innerlijke verandering van heel je hart en heel je leven. Een bovennatuurlijk wonder van God, tegen al uw en mijn weerstand en vijandschap heen, waardoor God je van dood levend gemaakt heeft. Waardoor je zegt: vroeger was ik blind, maar nu zie ik. Nu zie ik iets en steeds meer van de ernst van mijn zonden, van mijn misdaden en ongerechtigheid. Nu zie ik steeds meer, dat ik dat zelf niet kan oplossen. Dat dat alleen maar opgelost kan worden door een wonder van Gods genade.

De Heere heeft mijn ogen geopend voor Christus. Voor de noodzakelijkheid van Zijn werk in mijn plaats. En sindsdien hongert en dorst mijn ziel naar Hem. Om Hem te mogen kennen, om Hem meer te mogen kennen. Hem, Die letterlijk al mijn liefde waard is.

Waarom ik ook echt nooit meer tegen God wil zondigen. Niet dat ik dat niet doe. Ik doe het tot mijn groot verdriet nog zoveel. Maar mijn nieuwe hart wil dat gewoon niet meer. Ik wil de Heere dienen en voor Hem leven. Luisterend, gehoorzaam luisterend, met eerbied en vrees naar het spreken van de Heere. Naar het spreken van God de Heilige Geest. Naar Zijn spreken door Zijn Woord.

Dat Woord kan mij, hoewel ik alles mis, zegt de dichter, mijn hart en mijn zinnen strelen. Want alles wat hierin staat, raakt tot in het diepst van mijn ziel.

Dan ga je luisteren, stil luisteren, naar wat de Heere tegen je te zeggen heeft. Omdat je weet, dat je eigen hart dwaas en dwaalziek is. En omdat je weet, dat de Geest je ware wijsheid wil leren. En dat alles leidt blijvend tot schaamte. Kijkend naar wie je was, en naar wie je nog steeds bent, ondanks alles wat je van de Heere gekregen hebt.

Het leidt tot blijvende schaamte. Maar ook en tegelijkertijd tot verbazing, tot verwondering en tot stille vrede en blijdschap in de Heere. ‘O God, waarom? Waarom hebt U mij opgezocht en mij gevonden? En waarom leidt U mij door Uw Geest? Er was Heere, en er is niets in mij... Het was eenzijdige liefde, het is vrije gunst die eeuwig U bewoog!’

Misschien zegt u een beetje schuchter bij uzelf: ‘Ja, er zijn veel dingen die ik niet durf te ontkennen. Maar de aarzeling in mijn hart blijft: ben ik nu wel echt een kind van God? En bedrieg ik mijzelf nu niet?’

Toch zegt de Heere, geloof in al uw twijfel Zijn heil- en troostrijk Woord: Want zovelen(!) als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.

Zovelen! Dat wil zeggen: zij allemaal, die hier iets van kennen. Want dit alles is niet het voorrecht van heel bijzondere kinderen van God. Die zijn er trouwens ook helemaal niet. Dit is het voorrecht van al Gods kinderen. Ook van de zogenoemde kleinen in de genade. Juist tegen hen zegt de Heere (omdat ze zo kunnen twijfelen in hun hart), niet dat u kinderen van God zult worden, maar: zovelen als er door de Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods. Wat uw verwarde hart dan ook zegt. En wat de duivel u ook influistert. De Heere zegt: die zijn kinderen van God.

Geliefde gemeente, u kunt het weten. U weet het. U hebt in de spiegel gekeken. Zegt u het maar, voor uzelf en vooral tegen de Heere: Bent u kind van God, of bent u nog vijand van God…? Het is één van tweeën. Meer varianten zijn er niet.

Als u dit leven met de Heere niet kent, lieve mensen, wees dan eerlijk voor God en voor uzelf en voor de gemeente. Kom dan volgende week niet aan de bediening. Bouw niet op het fundament van uw eigen keus, van uw zelf begonnen geloof. Het is drijfzand voor de eeuwigheid en u komt er mee om!

Ga ook niet kritisch en ontevreden kijken, terwijl u in uw bank zit, naar mensen die wel aangaan. Dat is hun eigen verantwoordelijkheid.

Ik heb in liefde, een andere opdracht voor u. Denkend aan deze woorden van de Heere Jezus Christus: En wat vader onder u, dien de zoon om brood bidt, zal hem een steen geven? Of ook om een vis, zal hem voor een vis een slang geven? Of zo hij ook om een ei zou bidden, zal hij hem een schorpioen geven? Indien dan gij, die boos zijt, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader den Heiligen Geest geven dengenen die Hem bidden! (Luk. 11:11-13) Dus ga deze week nu niet mopperen. Houd uw mond over anderen. Stop daar alstublieft een keer mee. En ga uw knieën buigen. Want een iegelijk die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, die zal opengedaan worden (Luk. 11:10).

Tot slot: U die mag weten dat de Heere u uit enkel genade, gebracht heeft op de weg van het leven. Laten we in deze week van voorbereiding, stil, tot onze schaamte, maar ook tot onze verwondering en blijdschap, nadenken en mediteren over deze woorden uit 1 Johannes 3 vers 1 en 2: Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat ze Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen Gods, en het is nog niet geopenbaard, wat wij zijn zullen. Maar wij weten, dat als Hij (Christus) zal geopenbaard zijn, wij Hem zullen gelijk wezen; want wij zullen Hem zien, gelijk Hij is.

Wij verwachten die dag dat we Hem gelijk zullen zijn, verlost van dit lichaam der zonde, met groot verlangen. Verwacht, geliefde broeders en zusters, in deze week: de Heere!

Amen.

Slotzang Psalm 119:86:

Dan vloeit mijn mond steeds over van Uw eer, Gelijk een bron zich uitstort op de velden; Wanneer ik door Uw Geest Uw wetten leer, Dan zal mijn tong Uw redenen vermelden; Want Uw geboôn zijn waarlijk recht, o HEER’; Gij zult de vlijt van die U zoekt, vergelden.