Welkom op de overzichtspagina van preken die gehouden zijn in diensten van voorbereiding voor het te houden Heilig Avondmaal. Geschikt voor persoonlijk gebruik en stille overdenking.
Bloed van het paaslam (deel 1) – Exodus 12
Exodus 12:7: En zij zullen van het bloed nemen, en strijken het aan de beide zijposten en aan den bovendorpel, aan de huizen in dewelke zij het eten zullen.
Doe het zuurdesem weg (deel 2) – Exodus 12
Exodus 12:15: Zeven dagen zult gijlieden ongezuurde broden eten; maar aan den eersten dag zult gij het zuurdeeg wegdoen uit uw huizen; want wie het gedesemde eet, van den eersten dag af tot op den zevenden dag, diezelve ziel die zal uitgeroeid worden uit Israël.
Op vleugelen arenden gedragen (deel 12) - Exodus 19
Exodus 19:4: Gijlieden hebt gezien wat Ik den Egyptenaars gedaan heb; hoe Ik u op vleugelen der arenden gedragen en u tot Mij gebracht heb.
Elia onder de jeneverboom – 1 Koningen 19
1 Koningen 19:5: En hij legde zich neder en sliep onder een jeneverboom; en zie, toen roerde hem een engel aan en zeide tot hem: Sta op, eet.
Elia en het suizen van een zachte stilte (deel 13) – 1 Koningen 19
1 Koningen 19:12: En na de aardbeving een vuur; de HEERE was ook in het vuur niet; en na het vuur het suizen van een zachte stilte.
God heb ik lief – Psalm 116
Psalm 116:1-2: Ik heb lief, want de HEERE hoort mijn stem, mijn smekingen. Want Hij neigt Zijn oor tot mij; dies zal ik Hem in mijn dagen aanroepen.
Bezweken van verlangen – Psalm 119
Psalm 119:81-83: Mijn ziel is bezweken van verlangen naar Uw heil; op Uw woord heb ik gehoopt. Mijn ogen zijn bezweken van verlangen naar Uw toezegging, terwijl ik zeide: Wanneer zult Gij mij vertroosten? Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten.
HEERE, wie zal bestaan? - Psalm 130
Psalm 130:3: Zo Gij, HEERE, de ongerechtigheden gadeslaat, Heere, wie zal bestaan?
Ik verwacht de HEERE - Psalm 130
Psalm 130:4-6: Maar bij U is vergeving, opdat Gij gevreesd wordt. Ik verwacht den HEERE, mijn ziel verwacht, en ik hoop op Zijn woord. Mijn ziel wacht op den Heere, meer dan de wachters op den morgen; de wachters op den morgen.
Trek mij, wij zullen U nalopen - Hooglied 1
Hooglied 1:4: Trek mij, wij zullen U nalopen. De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.
Ik ben zwart, doch liefelijk - Hooglied 1
Hooglied 1:5: Ik ben zwart, doch lieflijk (gij dochteren van Jeruzalem), gelijk de tenten van Kedar, gelijk de gordijnen van Sálomo.
Roos van Saron, Lelie der dalen - Hooglied 2
Hooglied 2:1-2: Ik ben een Roos van Saron, een Lelie der dalen. Gelijk een lelie onder de doornen, alzo is Mijn vriendin onder de dochteren.
Sta op, Mijn vriendin - Hooglied 2
Hooglied 2:10: Mijn Liefste antwoordt en zegt tot mij: Sta op, Mijn vriendin, Mijn schone, en kom.
Ik zocht Hem, Dien mijn ziel liefheeft - Hooglied 3
Hooglied 3:1: Ik zocht des nachts op mijn leger Hem Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide:
De koning Salomo met de kroon - Hooglied 3
Hooglied 3:11: Gaat uit en aanschouwt, gij dochteren Sions, den koning Sálomo, met de kroon waarmede hem zijn moeder kroonde op den dag zijner bruiloft, en op den dag der vreugde zijns harten.
De HEERE zal wachten – Jesaja 30
Jesaja 30:18: En daarom zal de HEERE wachten, opdat Hij u genadig zij, en daarom zal Hij verhoogd worden, opdat Hij Zich over ulieden ontferme, want de HEERE is een God des gerichts; welgelukzalig zijn die allen die Hem verwachten.
En die Man zal zijn, als een Verberging – Jesaja 32
Jesaja 32:2: En die Man zal zijn als een verberging tegen den wind en een schuilplaats tegen den vloed; als waterbeken in een dorre plaats, als de schaduw van een zwaren rotssteen in een dorstig land.
Gekrookte riet - Jesaja 42
Jesaja 42:3: Het gekrookte riet zal Hij niet verbreken, en de rokende vlaswiek, die zal Hij niet uitblussen; met waarheid zal Hij het recht voortbrengen.
Om te openen de blinde ogen - Jesaja 42
Jesaja 42:6-7: Ik, de HEERE, heb U geroepen in gerechtigheid, en Ik zal U bij Uw hand grijpen; en Ik zal U behoeden, en Ik zal U geven tot een Verbond des volks, tot een Licht der heidenen, Om te openen de blinde ogen, om den gebondene uit te voeren uit de gevangenis, en uit het gevangenhuis hen die in duisternis zitten.
Wie heeft onze prediking geloofd - Jesaja 53
Jesaja 53:1: Wie heeft onze prediking geloofd? En aan wien is de arm des HEEREN geopenbaard?
Onze smarten heeft Hij gedragen – Jesaja 53
Jesaja 53:4: Waarlijk, Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze smarten, die heeft Hij gedragen; doch wij achtten Hem dat Hij geplaagd, van God geslagen en verdrukt was.
Het verlorene zal Ik zoeken - Ezechiël 34
Ezechiël 34:16: Het verlorene zal Ik zoeken, en het weggedrevene zal Ik wederbrengen, en het gebrokene zal Ik verbinden, en het kranke zal Ik sterken; maar het vette en het sterke zal Ik verdelgen, Ik zal hen weiden met oordeel.
En Ik zal u een nieuw hart geven – Ezechiël 36
Ezechiël 36:25: Dan zal Ik rein water op u sprengen en gij zult rein worden; van al uw onreinheden en van al uw drekgoden zal Ik u reinigen.
Armen van geest (deel 1) – Mattheüs 5
Mattheus 5:3-5: Zalig zijn de armen van geest; want hunner is het Koninkrijk der hemelen. Zalig zijn die treuren; want zij zullen vertroost worden. Zalig zijn de zachtmoedigen; want zij zullen het aardrijk beërven.
Reinen van hart (2) – Mattheüs 5
Mattheus 5:8: Zalig zijn de reinen van hart; want zij zullen God zien.
Zalving door Maria in Bethanië - Mattheüs 26
Mattheüs 26:6-7: Als nu Jezus te Bethanië was, ten huize van Simon den melaatse, Kwam tot Hem een vrouw, hebbende een albasten fles met zeer kostelijke zalf, en goot ze uit op Zijn hoofd, daar Hij aan tafel zat.
Ben ik het, Heere? – Mattheüs 26
Mattheüs 26:22: En zij zeer bedroefd geworden zijnde, begon een iegelijk van hen tot Hem te zeggen: Ben ik het, Heere?
Grotelijks begeerd dit Pascha met u te eten – Lukas 22
Lukas 22:15: En Hij zeide tot hen: Ik heb grotelijks begeerd dit pascha met u te eten, eer dat Ik lijde;
Tranen van dochters van Jeruzalem - Lukas 23
Lukas 23:27: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.
Liefgehad tot het einde - Johannes 13
Johannes 13:1: En vóór het feest van het pascha, Jezus wetende dat Zijn ure gekomen was, dat Hij uit deze wereld zou overgaan tot den Vader, alzo Hij de Zijnen, die in de wereld waren, liefgehad had, zo heeft Hij hen liefgehad tot het einde.
Voetwassing, zelfvernederende liefde - Johannes 13
Johannes 13:4-5: Stond op van het avondmaal, en legde Zijn klederen af, en nemende een linnen doek, omgordde Zichzelven. Daarna goot Hij water in het bekken, en begon de voeten der discipelen te wassen, en af te drogen met den linnen doek waarmede Hij omgord was.
Die door de Geest geleid worden - Romeinen 8
Romeinen 8:14: Want zovelen als er door den Geest Gods geleid worden, die zijn kinderen Gods.
De Geest komt onze zwakheden mede te hulp – Romeinen 8
Romeinen 8:26: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
Onwaardiglijk eten en drinken - 1 Korinthe 11
1 Korinthe 11:27-28: Zo dan, wie onwaardiglijk dit brood eet of den drinkbeker des Heeren drinkt, die zal schuldig zijn aan het lichaam en bloed des Heeren. Maar de mens beproeve zichzelven, en ete alzo van het brood en drinke van den drinkbeker.
Verwacht elkander - 1 Korinthe 11
1 Korinthe 11:33: Zo dan, mijne broeders, als gij samenkomt om te eten, verwacht elkander.
Door Geest leven en wandelen (deel 12) - Galaten 5
Galaten 5:25: Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen.
Wie meent iets te zijn (deel 13) - Galaten 6
Galaten 6:3-4: Want zo iemand meent iets te zijn, daar hij niets is, die bedriegt zichzelven in zijn gemoed. Maar een iegelijk beproeve zijns zelfs werk; en alsdan zal hij aan zichzelven alleen roem hebben, en niet aan een ander.