PREEK · KERKELIJK JAAR

Het geneesmiddel voor verwonde harten – Handelingen 2

Pinksteren - 25 mei 2015

Handelingen 2:38: En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

INLEIDING

Diep geprikt door Petrus' Pinksterpreek roepen verslagen harten: wat moeten wij doen? Petrus geeft het evangelisch bevel: bekeer u en laat u dopen in Jezus' Naam. Dat betekent: ga anders denken over God, uzelf, uw zonde en Christus, en breek publiek met uw oude leven. Daaraan verbonden is de evangelische belofte: vergeving der zonden en de gave van de Heilige Geest.
God vraagt bekering, maar geeft ook Zelf wat Hij vraagt aan wie gebroken tot Hem vlucht.

THEMA

Het geneesmiddel voor verwonde harten

KERNPUNTEN

  1. Een evangelisch bevel
  2. Een evangelische belofte

HANDELINGEN 2:37-42

37 En als zij dit hoorden, werden zij verslagen in het hart, en zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen, mannen broeders?
38 En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.
39 Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen die daar verre zijn, zovelen als er de Heere onze God toe roepen zal.
40 En met veel meer andere woorden betuigde hij en vermaande hen, zeggende: Wordt behouden van dit verkeerd geslacht.
41 Die dan zijn woord gaarne aannamen, werden gedoopt; en er werden op dien dag tot hen toegedaan omtrent drieduizend zielen.
42 En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden.

VOLLEDIGE TEKST

Het geneesmiddel voor verwonde harten – Handelingen 2

ds. J. IJsselstein - Handelingen 2:38

THEMA

Het geneesmiddel voor verwonde harten

Gemeente, het woord dat Petrus op de Pinksterdag gepreekt heeft, heeft de mensen die daarnaar geluisterd hebben diep geraakt in hun hart. Ze werden verslagen in het hart, zo staat in vers 37 van Handelingen 2. Ze werden diep geprikt in hun binnenste. Toen Petrus hen in staat van beschuldiging stelde en ontmaskerde als vijanden en als moordenaars. Wat u gedaan hebt, zo was zijn boodschap, dat was rechtstreeks tegen de Heere en tegen Zijn Gezalfde.

En toen, wat gebeurde er toen? Toen zeiden ze: ‘Dat klinkt goed. Petrus heeft het weer eens goed gezegd… Fijne dag verder?’ Zeiden ze dat? Zeiden ze toen: ‘Au, wat een scherpe woorden. Daar gaan we thuis eens goed over nadenken…’ Zeiden ze dat? Zeiden ze: ‘Dat raakt ons wel, maar dat willen we niet, dat willen we niet horen?’ Nee, bij velen was het net als hoe het later ging bij de preek van Stefanus. Zij konden niet weerstaan. Je zou die pijl van het Woord wel uit je lijf willen trekken, maar als de Heilige Geest werkt, dan kan je doen wat je wil, maar je kan het niet tegenhouden, je kan het niet tegenstaan. We zeggen, jongens en meisjes, de Heilige Geest, als Hij werkt, dan werkt Hij onwederstandelijk. Dan dringt Hij (ondanks al ons verzet) binnen, diep in het hart, diep in ons binnenste. In dat hart dat voorheen zo gesloten was (DL III/IV, 11).

En dus, horen ze het Woord. Het Woord van hun beschuldiging, het Woord van hun veroordeling. En ze bukken, ze buigen, ze breken. Gebroken van hart, verslagen van geest, liggen ze als het ware op de grond voor God. En ze roepen uit: wat zullen wij doen mannen broeders? Het is de roep van een van zonde overtuigd hart: hoe moet het toch verder? Is er nog een weg om tot genade te komen? Ik verlang, gemeente, met velen onder ons, naar de dag dat die roep ook hier bij ons klinken zal. De Heilige Geest geve ons Zelf dat dit hedenmorgen zo zal zijn. Nu wij samen overdenken wat staat in Handelingen 2, vers 37b en 38. Daar lezen we het Woord van God als volgt: En (zij) zeiden tot Petrus en de andere apostelen: Wat zullen wij doen mannen broeders? En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden, en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.

De Heilige Geest heeft het Woord gebruikt om mensen diep te prikken, te doorpriemen in hun hart. Om hen te overtuigen van schuld. En nu, in de tekstwoorden die nu voor ons liggen vinden we (en dat is ook het thema van de preek van vanmorgen) het geneesmiddel voor die verwonde harten. Dat is het thema van de preek: Het geneesmiddel voor verwonde harten

We letten op twee aandachtspunten. In de eerste plaats letten we op het Evangeliebevel: bekeert u en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus. Het is een evangelisch bevel. In de tweede plaats letten we op de Evangeliebelofte: tot vergeving der zonden en u zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen. Het is een evangelische belofte. Dus: Het geneesmiddel voor verwonde harten. Twee aandachtspunten: 1. Evangeliebevel 2. Evangeliebelofte

Het geneesmiddel voor verwonde harten. Er is iets opvallends, jongens en meisjes. Iets wat opvalt… Eigenlijk vallen twee dingen op. Het valt op dat de dokter niet zegt (tegen die mensen die door het Woord van de pinksterpreek van Petrus zo verwond zijn in hun hart), het valt op dat de dokter niet zegt: mensen, ga nu eerst maar even lekker naar huis, om te voelen hoeveel pijn dat doet. Ga je kwaal nog maar eens even goed voelen. En het valt ook op dat de patiënt (de mensen die zo geraakt zijn in hun hart), dat de patiënt niet zegt: nu ga ik eerst maar even naar huis, om nog eens heel goed na te denken over wat ik heb gehoord.

Hoe komt dat eigenlijk? Dat komt omdat de pijn, de hartepijn bij deze mensen te groot is. Hun verdriet is te smartelijk. Zij kunnen niet meer verder. Als je nog kan leven met je ellende… Kijk eens in uw hart… Is dat wel goed? Als je nog zo gemakkelijk over je ellende kan praten… Is dat wel goed? Als je nog zo mooi kan vertellen over je ellende… Is dat wel goed? Nee, dat laatste is zeker fout! Want daar is helemaal niets moois aan! Daar is helemaal niets moois aan, als ik in mijn hart eerlijk moet zeggen: ik ben opgestaan tegen de Heere en ik heb Zijn Gezalfde gedood.

En daar zit voor velen de crux! Zolang je kan zeggen: de mens is diep gevallen, de mens heeft zwaar gezondigd, en Adam is tegen God opgestaan, zolang je dat alleen maar zegt…, kan je fijn luisteren, rustig doorgaan en gerust naar huis gaan. Maar als de Heilige Geest je prikt in je hart, dan zeg je (en dat is een wereld van verschil): Ik heb gezondigd! Ik heb gedaan wat kwaad is in Uw oog. Dan houd je op met redeneren, dan kan je niet meer verder. Dan roep je uit: wat moet ik toch doen?

De nood is groot. En dus is er voor deze mensen maar één ding mogelijk. De uitroep: Heere, help ons! Zie op ons in de gunst van boven, wees ons toch genadig, Heere. Mannen broeders, wat staat ons te doen? Daar zie je trouwens ook dat oprecht verslagen harten zelfs om raad willen vragen aan een man die ze eerder veracht hebben. Als het maar nood is in je leven…

De patiënt is in grote nood. En dan kan en wil de dokter niet wachten. Eigenlijk is dat het grootste wonder! Dat Petrus niet zegt: en nu, mensen, allemaal naar huis! De discipelen zijn uitgezonden om te prediken, beginnend in Jeruzalem. En nu begint God Zelf in Jeruzalem! God begint bij vijanden. Hij rekent niet met ze af, Hij grijpt ze niet in hun kraag, maar Hij grijpt ze in hun hart. Hier is een heilige samenloop van nood en troost. Diep is de wond die de hemelse Dokter gemaakt heeft, maar Hij staat tegelijkertijd klaar om die wond te verbinden.

Als de Heere zo in je leven een einde maakt, aan al je hoogmoed, je trots, je eigendunk en eigen vroomheid, als de Heere je zo op de grond legt, dan is er maar één uitweg meer: wat moet ik doen? En daar staat de grote Medicijnmeester, de grote Zieledokter! Met handen die troosten, met handen die willen helen en genezen. Met handen die deze machteloze en verslagen harten gaan brengen tot dat voor ons zo onbegrijpelijke, wat uiteindelijk staat in vers 41: ze nemen het woord der zaligheid met vreugde aan. De Dokter wacht niet. Hij staat klaar. Zo moeten, zo zegt de bekende Bijbeluitlegger Matthew Henry, Gods dienaars klaar staan om een gewond geweten te helpen. U, gebrokenen van hart, gestoken in uw binnenste door het veroordelende Woord van de Heere, ik zeg tegen u: Het Woord van vanmorgen wil u verbinden, wil u vertroosten, wil u bemoedigen, wil u de weg wijzen naar de zaligheid. Uw toestand is ernstig en levensgevaarlijk, maar niet hopeloos. Er is een weg terug.

En dat is ook wat Petrus zegt. Wat we zien in onze eerste gedachte:

1. Een evangelisch bevel

Bekeert u en een ieder van u worde gedoopt in de naam van Jezus Christus tot vergeving der zonden. Toch een beetje wonderlijk antwoord, vindt u niet? Op die vraag: wat moeten we doen mannenbroeders? Wij zouden zeggen: bid maar veel en vraag maar veel om licht. En vraag maar of God je bekeren wil… Maar Petrus zegt dat niet. Hij zegt eenvoudigweg: bekeert u! Dat wil zeggen: keer u af van het kwade, heb een intense afkeer van al uw zonden en breek ermee! En keer u om en kom door Christus Jezus terug naar God toe. Bekeer u! Breek met de zonde. Zoals dat ook staat in hoofdstuk 3:19: Betert u dan en bekeert u! Eigenlijk betekent het letterlijk: Ga anders denken! Krijg andere gedachten. En daardoor ook een andere gezindheid, een andere levensinstelling. Breek met uw oude manier van denken. Ga anders denken. Met een andere manier van denken over…? Over wat, over wie?

Breek met je oude manier van denken over God. Dat u denkt en zegt, ouderen onder ons, dat God uw gebeden niet verhoort. Maar dat is niet waar en dat is ook niet eerlijk. U bidt niet eens! Krijg andere gedachten over God, als u zegt dat God u niet genadig wil zijn. Want dat is niet waar en ook niet eerlijk. U vraagt niet eens echt om genade!

Breek met die oude manier van denken over God. Maar ook met uw oude en verkeerde manier van denken over uw zonde. Want u denkt wel dat u het goed getroffen hebt met uzelf, dat u uzelf goed inzet en aardig op weg bent, maar dat is een verkeerde manier van denken. U bent, ik ben, wij zijn slecht! U hebt met God gebroken, u bent tegen Hem opgestaan! En u hebt de Zaligmaker, Die God gegeven heeft geweigerd, veracht, ja zelfs verworpen! Ga anders denken over God, ga anders denken over uzelf.

En... ja, ga vooral anders denken over de Heere Jezus Christus. U hebt Hem een valse Profeet genoemd. U vond Bar-Abbas, die terrorist, beter dan Hem. U wilde Jezus kwijt en hebt geroepen: weg met Hem! Kruis Hem! En tot nu toe hebt u nooit tot Hem willen komen om het leven te hebben, zoals Hij u dat geven wilde.

Bekeer u! U moet anders gaan denken over de Heere Christus, over uw zonden en over God. U hebt zich uw leven lang al verzet tegen God en tegen Zijn Gezalfde. Stop daarmee! Keer u om en wend u naar God toe en wordt behouden.

U zegt: ja, dat zal allemaal wel waar zijn, maar de mens kan zich nu eenmaal niet bekeren. Hier zie je (als je leest wat hier gebeurt op de Pinksterdag) dat, als het echt nood is in je leven, dat je dat niet meer zegt. Dat dat dan zelfs in je gedachten niet meer opkomt. En daar ligt uw probleem! U bedient u van Bijbelse waarheden. Als excuus. Maar het toont alleen maar aan hoe treurig het met uw ziel gesteld is. Het is geen nood. En het doet geen pijn van binnen. Bekering is niet anders gaan denken over ‘de mens’, maar anders gaan denken over jezelf, en vooral over hoe je zelf staat tegenover God. Je hoeft op huisbezoek bijna niet verder te vragen. Je weet direct al hoe laat het is. De mens… (Hoort u? Weer datzelfde: niet ik, maar de mens!), de mens kan nu eenmaal niets.

En dus zegt u: Dokter, als de mens ziek is, dan wacht de mens wel tot er vanzelf een passende oplossing komt…, of niet… Het is geen nood in uw leven. En dat ligt niet aan God, dat ligt aan uzelf. En ondertussen zegt u al die mooie dingen wel, maar u bedriegt uzelf en anderen ermee. En diep in uw hart (ik zeg het met liefde, maar ik meen het oprecht) gelooft u er eigenlijk helemaal niets van. Anders zou het wel echt nood zijn in uw leven.

Maar als God in je leven komt, dan worden woorden werkelijkheid.

Wie God is. Heilig en rechtvaardig. En dat geloofde ik voorheen diep in mijn hart toch eigenlijk niet. Heilig en rechtvaardig, en tegelijkertijd ook barmhartig en genadig. En dat geloofde ik daarvoor diep in mijn hart eigenlijk toch ook niet. Dan zie je er iets van Wie God is, en dan zie je ook iets van jezelf. En van wat je allemaal gedaan heb tegen God. En dan zie je ook dat grote kwaad, dat je als kerkmens (misschien al jarenlang) de Zaligmaker verworpen hebt.

Tot u, die werkelijk gewond bent in uw ziel, nu u ziet Wie God is, wie u bent en wat u gedaan hebt, tot u klinkt dit evangelische bevel: bekeert u! Heb bitter berouw over het kwaad dat u gedaan hebt. En keer u daarvan af. En keer u naar God toe. Wendt u naar Mij toe (zegt God) en wordt behouden, al gij einden van de aarde! Want Ik ben God en niemand meer (Jesaja 45:22). Dit is de weg die u gewezen wordt, gebrokenen van hart: bekeert u. Ga anders denken over uzelf, over uw zonden, over God en over Christus.

En er is nog een tweede bevel: een iegelijk van u (en dat klinkt ineens heel persoonlijk, het staat ook in het enkelvoud) een iegelijk van u worde gedoopt. Laat u dopen in de Naam van Jezus Christus. Laat u dopen. Met water. Waarom? Als een teken van het afwassen van dat vuil van uw zonden. Laat uw innerlijke berouw in het openbaar zien, als u voor het oog van iedereen belijdt dat uw vuil bent. En dat u echt anders bent gaan denken over God, over uzelf, over uw zonden en over Jezus Christus. Laat dat zien, openlijk en publiek. Laat zien dat u - als het ware - dat grote kwaad dat u gedaan hebt (indien het mogelijk was) zou herroepen. Belijd, door u af te laten wassen met het water van de doop, uw slechtheid, uw vuiligheid. Belijd daarmee dat u totaal mislukt bent. En dat u niets hebt tot verbetering van uw hart. Belijd daarmee dat u geen hoop meer hebt op uzelf, en dat u zich met al die schuld en vuile zonden naar God toe wendt.

Bekeert u en laat u dopen, een ieder van u, in de Naam van Jezus Christus. In de Naam van Jezus Christus. Het is een beetje bijzondere uitdrukking, die je wel vaker ziet in de Bijbel. Het wil niet zeggen dat bij deze doop niet de gebruikelijke doopformule gehanteerd is: ik doop u in de Naam des Vaders, des Zoons en des Heiligen Geestes. Het gaat hier eigenlijk om iets anders. Je ziet het ook op andere plaatsen in de Bijbel. In Handelingen 19 bijvoorbeeld. Daar zijn mensen in Efeze die gedoopt zijn (zo staat er) in de naam van Johannes. En Paulus heeft het in 1 Korinthe 10 over Israëlieten die gedoopt zijn in de naam van Mozes. Dit wordt er eigenlijk mee bedoeld: zoals je, ondergedompeld in het water van de doop, daarmee helemaal omhuld wordt, zo zijn deze mensen helemaal omhuld door de leer, helemaal omgeven door, helemaal ingewikkeld in de leer van, in de boodschap van Johannes de Doper of van Mozes. Eigenlijk staat er ook: gedoopt op de Naam van Jezus Christus. Op die basis, op dat fundament.

Het fundament van de doop is niet hun bekering. Maar de leer, de boodschap van de Heere Jezus Christus, dat wil zeggen: alles wat Hij gedaan heeft. Gedoopt dus op Zijn Naam, gefundeerd op Zijn werk, op de boodschap van Zijn genade.

Verbind u publiek aan die verachte Jezus van Nazareth, Die u zelf ook zo veracht hebt en uiteindelijk verworpen hebt. En laat u door Hem afwassen van uw zonden, vooral van die zonde dat u Hem gekruisigd hebt. Dat is de weg naar de vergeving van de zonden. Want dat staat er eigenlijk: gedoopt op de naam van Jezus tot (in de richting van, daar gaat het naartoe) tot vergeving van zonden. Dat woordje tot geeft richting aan. Het is een soort van wijzende vinger. Een wijzende vinger die wijst naar de diepste betekenis van het teken van de doop: vergeving van zonden. De doop wijst naar de vergeving van de zonden door het werk van de Heere Jezus Christus. Matthew Henry zegt het zo: ‘Onderwerpt u aan de genade en het bestuur van Christus. Door een openlijke en plechtige belijdenis hiervan en verbindt u om daarbij te blijven (…) Verzaakt uw ongeloof. Neemt Jezus aan als uw Koning en zweert Hem door de doop hulde en trouw. Neemt Hem aan als Profeet en hoort Hem. Neemt Hem aan als Priester om verzoening voor u te doen. Dat (laatste) is wat hier vooral bedoeld wordt. Want ze moeten gedoopt worden in Zijn Naam tot vergeving der zonden’.

Een ieder van u worde gedoopt. Dat klinkt heel persoonlijk: iedereen apart, iedereen afzonderlijk. Zelfs de grootste zondaar is welkom om zich bij Hem te voegen, door een weg van bekering en berouw. En de grootste heilige heeft dit net zo goed en blijvend nodig.

Gebrokenen van hart onder ons, ga toch deze weg. Dit is uw enige geneesmiddel. Alle andere geneesmiddelen zullen falen. Dit is de weg: ga anders denken, totaal anders denken over God, over uzelf, over uw zonden, over de Heere Jezus Christus. En beken voor God dat u vanwege het verwerpen van de Messias, Zijn gramschap dubbel waard bent. En kom, hoor dan deze blijde boodschap. Er is vergeving van zonden in Zijn bloed, verzoening van al uw ongerechtigheden door Zijn werk. Geef u over aan Hem, verlaat u op Hem. Kom tot Hem. Roep de Naam des Heeren aan, en u zult zalig worden (2:21).

Voordat we verder gaan, gaan we nu samen eerst zingen uit Psalm 25, het 10e vers. Hoed mijn ziel, en red z' uit noden; Maak mij niet beschaamd, o HEER, Want ik kom tot U gevloden. Laat d' oprechtheid meer en meer, Met de vroomheid, mij behoên; 'k Wacht op U in mijn ellenden. Laat Uw hand, in tegenspoên, Israël verlossing zenden.

2. Een evangelische belofte

Er is met Pinksteren een nieuwe tijd aangebroken, een nieuwe heilstijd. God heeft Zijn Zoon gezonden om, aan het adres van verloren zondaars, goddelozen, opstandelingen en rebellen, Zijn verbond van genade duidelijker en helderder dan voorheen te openbaren en te onthullen. Een nieuw verbond.

Het oude verbond was het verbond van de werken. Dat werkverbond zei tegen Adam in het paradijs: doe wat je moet doen, wees gehoorzaam, en dan zal je leven, dan zal je eeuwig leven. Maar het nieuwe verbond, dat verbond van genade, dat daarna geopenbaard is, dat is bestemd voor mensen die alles verzondigd hebben en die niet meer in staat zijn om ooit nog iets te doen wat goed is in Gods oog. Het is een verbond zonder voorwaarden aan onze kant.

Maar, zegt u: het lijkt wel alsof er nu toch nog voorwaarden zijn. Het lijkt toch alsof de mens nu weer iets moet doen, iets moet presteren: bekeer je! en als je dat niet doet, dan… Als je het zo ziet, dan lijkt dat nieuwe verbond eigenlijk helemaal niet nieuw te zijn. Dan lijkt het ineens weer een beetje op dat oude verbond uit het paradijs: als je het niet doet, als je je niet bekeert, dan zal je sterven.

Toch staat het er wel zo. Dus laten we het staan, zoals het er staat. Het staat trouwens ook op andere plaatsen zo. Het was de opdracht van de Heere Jezus aan Zijn discipelen in Lukas 24:47: in Zijn Naam (moet) gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem. Nu, dat gebeurt hier ook in Jeruzalem, er wordt gepreekt: bekering en vergeving der zonden. Maar zegt u: wat is er dan toch nieuw aan dat nieuwe verbond, aan dat genadeverbond? Het is dit, wat Petrus en de apostelen later zeggen in Handelingen 5:31: Deze (Jezus) heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven(!) bekering en vergeving der zonden. God heeft een Middelaar gegeven. Een Middelaar die Israël zal geven bekering en vergeving van zonden.

Dus: het grote Evangeliebevel is: bekeert u. Keer terug naar uw Schepper en Maker. Ga anders denken over God, over uzelf, over uw zonden en over Jezus Christus. En belijd publiek de vuilheid van uw zonde, de opstand van uw hart, de verwerping van Christus, en onderwerp u aan Hem, de verhoogde Koning. Jazeker, een bevel. Maar het is geen wettisch bevel (zoals ten tijde van het oude verbond), het is een evangelisch bevel.

En daarom is er in dat nieuwe verbond zoveel troost voor gebrokenen van hart. U gelooft, u ziet en ervaart hoe onbekeerlijk, hard en verhard uw hart is. Maar ik zeg u: vlucht met uw nood maar naar Hem toe. Hij, de gekomen Christus, zal door Zijn Heilige Geest aan Israël (luister, gebrokenen en verslagenen van hart!) Hij zal u geven bekering en vergeving van zonden.

Hij vraagt het. Maar Hij geeft ook Zelf wat Hij vraagt. Boetvaardige en berouwvolle zondaars die tot Hem vluchten, krijgen om Hem vergeving van zonden. En ze krijgen van Hem geloof om alles alleen van Hem te verwachten.

Dit is de grote Evangeliebelofte: vergeving van zonden! Op basis van Zijn Naam. Hij wijst u wel de weg die u moet gaan, maar toch is alles van Hem. Deze hemelse Dokter geeft een bittere pil. Zijn woord is als een scherpe naald, die diep prikt in harten van mensen. Maar dan is er hemelse zalf, hemelse balsem, verband voor die diepe wond, troost voor dat bedroefde hart: Hij geeft wat Hij vraagt: Bekering. Een evangelisch bevel en tegelijkertijd is er de belofte van het nieuwe verbond aan die gebrokenen van hart: Ik zal Zelf bekering geven.

Bekering en vergeving van zonden. Twee zaken die je nooit van elkaar los mag maken. Je komt ze vaker in de Bijbel tegen als een eenheid, als twee zaken die echt bij elkaar horen. Bijvoorbeeld in Markus 1:15: bekeert u en gelooft het Evangelie. Oprecht, evangelisch berouw keert zich af van de zonde en keert terug naar God. En het geloof zegt: ik kan het niet zelf. En het erkent Christus als de enige Weg om terug te keren naar de Vader.

Bekeer u. Keer u af van uw zonden, van uw verkeerde lusten en verlangens. Want je kan niet (dat betekent het ook!) tegelijkertijd God dienen en ook de afgoden dienen. Bij dat gericht zijn op de gekomen Heere Jezus Christus, bij dat geloof in Hem, bij die vergeving van zonden hoort ook echt een nieuwe gehoorzaamheid. Zoals Paulus daartoe oproept in Romeinen 6: 13: En stelt uwe leden niet der zonde tot wapenen der ongerechtigheid; maar stelt uzelven Gode, als uit de doden levende geworden zijnde, en stelt uw leden Gode tot wapenen der gerechtigheid.

Laat u dopen. De doop is in de eerste plaats een teken van dat wat van God is: alles komt van Hem. Het fundament, de basis is de Naam van de Heere Jezus Christus, Zijn werk, de Naam en het werk van de Drie-enige God. De doop is een teken en zegel van Gods genade. Van de rechtvaardigheid van het geloof, dat bouwt op het enige fundament Jezus Christus. En tegelijkertijd is het hier op de Pinksterdag als een publieke eed. Een publieke eed van dat onszelf ‘verplichten om de zonde te verlaten, onze oude natuur te doden en in een nieuw godzalig leven te wandelen’. Zoals Paulus ook zegt in Romeinen 6:2: Wij, die der zonde gestorven zijn, hoe zullen wij nog in dezelve leven? Niet dat dat strikt genomen onmogelijk is en nooit zou kunnen, maar het past onmogelijk bij elkaar, God dienen en tegelijkertijd leven in de zonde. Paulus zegt in Handelingen 27:23: Wiens ik ook ben (ik ben door Hem gekocht, ik ben het eigendom van God en Christus) en (en dat hoort er echt bij!) Welke ik ook dien (dat wil zeggen: mijn leven is aan Hem gewijd.)

Laat u dopen op basis van de leer en het werk van Jezus Christus tot vergeving der zonden. En u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen. De gift van de Heilige Geest, dat wil zeggen de Heilige Geest Zelf.

De Persoon van de Heilige Geest, die met Zijn genade, troost, vernieuwende genade en verzegeling zal komen wonen in uw hart. Het valt trouwens op dat deze mensen niet gaan spreken in tongen. Er is ook geen sprake van bijzondere handoplegging. Er gaan met deze mensen ook niet allerlei wonderlijke dingen gebeuren. Wat er gebeurt, staat uiteindelijk heel eenvoudig in vers 41: Ze nemen het Woord gaarne (dat wil zeggen: met vreugde) aan. En de belofte wordt vervuld: Ze ontvangen de Geest, Die in hen gaat wonen. Dat laatste is de tweede belofte van het Evangelie: Vergeving van zonden en de Heilige Geest komt wonen in het hart.

En dan zijn er uiteindelijk op die Pinksterdag drieduizend, die dat Woord (dat hen zo veroordeeld heeft, en dat hen nu ook de weg wijst naar vergeving en verzoening) gaarne aannemen, die dat Woord met vreugde en blijdschap omhelzen. En zich laten dopen.

Kom, gebrokenen van hart, geprikt in uw binnenste, verslagen van geest: wilt u dit Woord ook niet met vreugde en blijdschap omhelzen? Dit is een getrouw, een betrouwbaar woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus (die u en ik verworpen hebben) in de wereld gekomen is om zondaars zalig te maken. Wij verkondigen u vrede, vrede met God, door een weg van bekering en berouw. Vrede met God gebaseerd, gefundeerd op de Naam van Jezus, vrede met God door het bloed van het kruis.

Bekeer u. Wend u naar Hem toe. Laat uw vuilheid afwassen. En word behouden. Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts en kome door Christus tot God. Want onze God vergeeft menigvuldig!

Amen.

Slotzang Psalm 141:9

Doch op U zien mijn schreiend' ogen; Op U betrouw ik in 't verdriet; Verlaat, ontbloot mijn ziel toch niet, O HEER, o eeuwig Alvermogen!