5 november 2023
2 Koningen 6:25: En er werd grote honger in Samaría; want zie, zij belegerden haar, totdat een ezelskop voor tachtig zilverlingen was verkocht en een vierendeel van een kab duivenmest voor vijf zilverlingen.
INLEIDING
In deze preek over 2 Koningen 6:24–7:20 klinkt de nood van het belegerde Samaria, waar hongersnood en wanhoop heersen en koning Joram wanhopig reageert. Toch belooft Elisa onverwachte verlossing, ondanks het ongeloof van zijn hoofdman. Door vier melaatse mannen ontdekt het volk dat de Syriërs gevlucht zijn: de Heere houdt Zijn Woord. Maar de afloop verschilt: wie gelooft, mag zich verheugen; wie niet gelooft, zoals de hoofdman, wordt vertrapt. Een oproep tot geloof, heden, voor het te laat is.
2 KONINGEN 6:25-33
25 En er werd grote honger in Samaría; want zie, zij belegerden haar, totdat een ezelskop voor tachtig zilverlingen was verkocht en een vierendeel van een kab duivenmest voor vijf zilverlingen.
26 En het geschiedde als de koning op den muur voorbijging, dat een vrouw tot hem riep, zeggende: Help mij, heer koning.
27 En hij zeide: De HEERE helpt u niet; waarvan zou ik u helpen? Van den dorsvloer of van de wijnpers?
28 Voorts zeide de koning tot haar: Wat is u? En zij zeide: Deze vrouw heeft tot mij gezegd: Geef uw zoon, dat wij hem heden eten, en morgen zullen wij mijn zoon eten.
29 Zo hebben wij mijn zoon gezoden en hebben hem gegeten; maar als ik des anderen daags tot haar zeide: Geef uw zoon, dat wij hem eten, zo heeft zij haar zoon verstoken.
30 En het geschiedde als de koning de woorden dezer vrouw gehoord had, dat hij zijn klederen scheurde, alzo hij op den muur voortging; en het volk zag, dat, zie, een zak vanbinnen over zijn vlees was.
31 En hij zeide: Zo doe mij God en doe zo daartoe, indien het hoofd van Elísa, den zoon van Safat, heden op hem zal blijven staan!
32 (Elísa nu zat in zijn huis en de oudsten zaten bij hem.) En hij zond een man van voor zijn aangezicht; maar eer de bode tot hem gekomen was, had hij gezegd tot de oudsten: Hebt gijlieden gezien, hoe die zoon des moordenaars gezonden heeft om mijn hoofd af te nemen? Ziet toe, als die bode komt, sluit de deur toe, en dringt hem uit met de deur; is niet het geruis der voeten zijns heren achter hem?
33 Als hij nog met hen sprak, zie, zo kwam de bode tot hem af; en hij zeide: Zie, dat kwaad is van den HEERE; wat zou ik verder op den HEERE wachten?
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - 2 Koningen 6:25
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, soms staan er van die lange geschiedenissen in de Bijbel. Mooi voor een verhaal op school, of om voor te lezen vanuit de kinderbijbel. Maar verder? En toch is ieder woord in dit boek, ieder woord in deze Bijbel: Woord van God. Zoals Paulus schrijft aan zijn tweede brief aan Timotheüs: Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing die in de rechtvaardigheid is (2 Tim. 3:16Al de Schrift is van God ingegeven, en is nuttig tot lering, tot wederlegging, tot verbetering, tot onderwijzing, die in de rechtvaardigheid is;). Al de Schrift, ieder vers, ieder woord is nuttig tot lering. En zo ook de verzen die wij met Gods hulp vanmorgen samen gaan overdenken, uit het voorgelezen Schriftgedeelte 2 Koningen 6:24En het geschiedde daarna, dat Benhadad, de koning van Syrië, zijn gehele leger verzamelde, en optoog, en Samaria belegerde. tot en met 2 Koningen 7:20Even alzo geschiedde hem, want het volk vertrad hem in de poort, dat hij stierf..
Het thema voor de preek is: God houdt Zijn Woord
We letten samen op vier aandachtspunten: 1. Wanhopige behoefte aan verlossing (dat ziet u in hoofdstuk 6:24-33) 2. Hoopvolle belofte van bevrijding (dat ziet u in hoofdstuk 7:1-2) 3. Eenvoudige instrumenten van verlossing (daarover gaat het in hoofdstuk 7:3-15) 4. Tragische afloop van bevrijding (dat ziet u tot slot in hoofdstuk 7:16-20)
We beginnen met ons eerste punt:
Het is oorlog! Benhadad (de Tweede) rukt met een groot leger op naar Samaria. Iedereen vlucht stad in. En de poorten gaan dicht. Want: het is oorlog!
En nu de stad potdicht zit, schieten de voedselprijzen de pan uit. En een kop van een ezel (niet echt voedzaam, en al helemaal niet koosjer), kost tachtig zilverlingen. Een jaarsalaris!
En 250 gram duivenmest (misschien om vuur mee te maken, om eten te kunnen koken; misschien voor de graankorrels die er nog in zitten), 250 gram duivenmest kost vijf zilverlingen. Een maandloon. Onbetaalbaar. Want honger verteert de stad.
Maar het is nog erger… Als de koning op de stadsmuur loopt, roept een vrouw hem om hulp. Maar de eerste reactie van de koning is cynisch: De Heere helpt u niet? Hoe ik dan wel? Een cynische, fatalistische reactie: ‘mevrouw, dit is ons lot, dit is ons noodlot’.
Zoals je dat ook in deze tijd kan denken, als je leven in crisis is. Uitzichtloos… Waarschijnlijk niet door honger. Maar misschien wel door ziekte, door schulden, door werkeloosheid. Door ruzie, door oorlog in je huwelijk, of in je familie. ‘De Heere helpt ons niet…’ Niet waar, gemeente. De Heere aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat we het in Zijn hand zouden geven (Ps. 10:14Gij ziet het immers; want Gij aanschouwt de moeite en het verdriet, opdat men het in Uw hand geve; op U verlaat zich de arme, Gij zijt geweest een Helper van den wees.).
Die vrouw op de stadsmuur, zegt tegen de koning: ‘Een andere vrouw heeft gezegd: laten we vandaag jouw zoon opeten, dan eten we morgen mijn zoon…’ Wat een verschrikkelijke ellende… Dit doet honger. ‘En’, zegt ze, ‘nu hebben we mijn kind gekookt en opgegeten, maar nu zij aan de beurt is, nu is haar kind verdwenen!’
De koning reageert geschokt. En wij ook. Hij scheurt zijn kleed en gaat verder in rouw. Zoals je ook nu, onder de last van het leven, je kleed kan scheuren. Maar de Bijbel zegt: Scheur uw hart en niet uw kleed. En bekeer u tot HEERE uw God Heere. want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade (Joel 2:13).
Want, wat zien we hier? Menselijk leed? Menselijk drama? Zoals dat er zoveel is in deze wereld? Nee, dit is Goddelijk oordeel! Koning Joram, de stad Samaria, het tienstammenrijk heeft God verlaten. Ze hebben het verbond met de Heere vertrapt. Ze dienen de afgoden. En nu treft hen de vloek van het verbond, zoals de Heere die voorzegd heeft in Leviticus 26: Als u (zo zegt de HEERE) ook hierom Mij niet horen zult, maar met Mij wandelen zult in tegenheid, als u tegen Mij in blijft gaan… Zo zal Ik ook met u in heet grimmige tegenheid wandelen. Dan zal Ik met grote toorn tegen u ingaan. En Ik zal u ook zevenvoudig over uw zonden tuchtigen. Want —en dan komt het— u zult het vlees uwer zonen eten, en het vlees uwer dochters zult u eten (Lev. 26:27-29).
Het was en het is de indringende waarschuwing aan het adres van verbondskinderen. Dus ook aan ons adres. Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Leef jij net als Joram, of als Samaria, ook zonder God? Pas dan op. Het geduld van de Heere is niet eindeloos. Er komt een dag, als je zo doorgaat, dan gaat het fout.
Koning Joram scheurt niet zijn hart, maar zijn kleed. Dit is het einde van zijn geduld. ‘t Was Gods bedoeling om hem, om u en jou, te brengen tot berouw. Maar zijn stemming slaat om in woede en wraakzucht. Dit moet het hoofd gaan kosten van de profeet Elisa.
Maar zoals Elisa eerder de plannen wist van de koning van Syrië, zo ook nu bij koning Joram. Terwijl er iemand onderweg is om hem te onthoofden, laat Elisa de deur blokkeren.
Vers 33 zegt: Als hij (Elisa) nog met hen (met de oudsten, die bij hem op bezoek zijn) sprak, zie, zo kwam de bode tot hem af. Om (zo staat in vers 32): zijn hoofd te nemen!
En hij zeide: Zie, dat kwaad is van de HEERE; wat zou ik verder op de HEERE wachten? Wie zegt dat eigenlijk? En wat bedoelt hij daarmee? Misschien was het de knecht, die bode die onderweg was. Maar misschien heeft koning Joram zelf die knecht ondertussen ingehaald. En is hij het, die zegt: Zie, dat kwaad (die kindermoord door de honger) is van de Heere. Met andere woorden: dat doet God! Kan ik daar iets aan doen? Wat zou ik verder op de Heere wachten? Hopeloos toch?
Herkenbaar in deze tijd, nietwaar? Politieke hulpeloosheid, de onmacht van regeringsleiders. Waardoor er zoveel ellende is in deze wereld. Waarom lossen zij dat niet op? Waarom maken zij daar geen einde aan?
Ja, maar… moet een christen daarop hopen? Op...? Op types als koning Joram? Of op wie dan ook? Begint de dienst op zondag niet altijd met: onze hulp is in de Naam van de Heere, Die de hemel en de aarde geschapen heeft? Zegt Psalm 146 niet: Vertrouwt niet op prinsen, op des mensen kind, bij hetwelk geen heil is? Welgelukzalig is hij die de God Jakobs tot zijn Hulp heeft, wiens verwachting op de HEERE zijn God is (Psalm 146:3,5). Verwacht uw hulp in alle dingen, gemeente, van de Heere. En van Hem alleen.
Dat was ons eerste aandachtspunt: wanhopige behoefte aan verlossing. We gaan verder met ons tweede punt:
Want Elisa heeft ondanks alles een bijzondere belofte voor koning Joram. Wat is de Heere toch geduldig en genadig. Voor hem, en ook voor ons. Hij wil Zijn goedheid en genade bewijzen, ook vandaag, zelfs aan mensen die (net als Joram) niets met Hem hebben. En die Hem overal de schuld van geven.
Elisa zegt tegen koning Joram (kijk maar in hoofdstuk 7:1): Morgen omtrent deze tijd zal een maat meelbloem verkocht worden voor een sikkel, en twee maten gerst voor een sikkel, in de poort van Samaría. In 24 uur tijd, zal er verlossing komen.
Maar voor sommigen is die belofte te mooi om waar te zijn. Zoals de woorden en de beloften van God in de oren van sommigen onder ons, ook te mooi lijken om waar te zijn. En dus luistert u niet. En dus legt u ze helaas naast u neer in ongeloof. Net als deze hoofdman. Kijk maar naar vers 2: Maar een hoofdman, op wiens hand de koning leunde (zijn belangrijkste adviseur dus), antwoordde de man Gods en zeide: Zie, zo de HEERE vensters in de hemel maakte, zou die zaak kunnen geschieden? Het zegt eigenlijk: dit is waanzin! Zijn reactie is een mengeling van ongeloof en cynische spot. En hij (Elisa) zeide: Zie, u zult het met uw ogen zien, doch daarvan niet eten.
Wat we hier zien? Dat de Heere geloof vraagt in Zijn Woord. Ook al lijkt het ondenkbaar wat de Heere belooft: verlossing door de weg van een wonder…!
Onbekeerde vrienden, voel je in je hart geen weerstand tegen wat hier staat? Verlossing door de weg van een wonder bij God vandaan? Je wilt het liever zelf doen. Je wilt liever jezelf verlossen. Maar de Heere wil je iets geven, zonder dat je er zelf ook maar iets aan kan of hoeft te doen: genade…, vergeving…, om het bloed van de Heere Jezus Christus.
Haal je schouders er niet over op. Maak het niet belachelijk, zoals deze hoofdman doet. Negeer het niet. Verzet je er niet tegen. Vecht er niet tegen. Want dat is —dat zie je hier— gevaarlijk!
Kinderen van God, de Heere kan ook ons in Zijn goedheid soms in grote nood brengen. In ons persoonlijke leven, in ons gezin, en ook in de dienst van Zijn Koninkrijk. In een crisis. Op doodlopende wegen. Zoals Israël ooit stond voor de Rode Zee. Als u dan in stilte Gods beloftewoord hoort of leest… Als de Heere dan op Zijn tijd gaat spreken door Zijn Woord: Er zal verlossing komen… Geloof dan eenvoudig Zijn heil- en troostrijk woord. Ook al ziet u de vervulling van de belofte nog niet. Geloof dan het Woord, omdat de Heere het zegt. Want God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen en niet doen, of spreken en niet bestendig maken (Num. 23:19God is geen man, dat Hij liegen zou, noch eens mensen kind, dat het Hem berouwen zou; zou Hij het zeggen, en niet doen, of spreken, en niet bestendig maken?)? De Heere zegt: De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan (Matth. 24:35De hemel en de aarde zullen voorbijgaan, maar Mijn woorden zullen geenszins voorbijgaan.). Roem dan in God, en prijs ’t onfeilbare Woord. Dat u zelf uit Zijn mond gehoord hebt. En vertrouw op God, door geen vrees gestoord.
We gaan dat samen zingen uit Psalm 56:5: Ik roem in God; ik prijs 't onfeilbaar woord; Ik heb het zelf uit Zijnen mond gehoord; 'k Vertrouw op God, door gene vrees gestoord; Wat sterv'ling zou mij schenden? Ik heb beloofd, wanneer G' in mijn ellenden Mij bijstand bood, en 't onheil af zoudt wenden, Tot U, o God, mijn lofzang op te zenden, Door ijver aangespoord. - - - - -
Ons derde aandachtspunt:
Er zal verlossing komen. Dat heeft de Heere beloofd. Maar waar komt die verlossing eigenlijk vandaan? Kijk maar in vers 6 en 7: Want de Heere had het heir der Syriërs doen horen een geluid van wagens en een geluid van paarden, het geluid ener grote heirkracht (groot leger), zodat zij zeiden de een tot den ander: Zie, de koning van Israël heeft tegen ons gehuurd de koningen der Hethieten en de koningen der Egyptenaars, om tegen ons te komen. Derhalve hadden zij zich opgemaakt en waren in de schemering gevloden, en hadden hun tenten gelaten en hun paarden en hun ezels, het leger gelijk als het was, en waren gevloden om huns levens wil. Dus waar komt de verlossing vandaan? Bij de Heere! Dat is eigenlijk de kern, dat is de climax van deze lange geschiedenis: de Heere verlost.
De Heere, tegen Wie wij opgestaan zijn. Die wij verlaten hebben. Hij heeft in onbegrijpelijke goedheid Zijn eniggeliefde Zoon naar deze verloren wereld gestuurd. Om vijanden te verlossen uit de handen van de grote tegenstander, de satan. Om zondaars te redden van de dood en van de ondergang. Onbekeerde vrienden, daar gaat deze geschiedenis over! Over wat God wil en kan doen, ook in uw leven: verlossing geven van dood en ondergang. Door de weg van een wonder. Door Zijn almacht te tonen.
Maar die verlossing heeft wel evangelisten nodig: vier melaatse mannen buiten de stad. Ook zij hebben honger. Ze hebben niets meer te verliezen. En dus zeggen ze, kijk maar in vers 3 en 4: Wat blijven wij hier, totdat wij sterven? Indien wij zeggen: Laat ons in de stad komen, zo is de honger in de stad en wij zullen daar sterven. En indien wij hier blijven, wij zullen ook sterven. Nu dan, komt en laat ons in het leger der Syriërs vallen; indien zij ons laten leven, wij zullen leven; en indien zij ons doden, wij zullen maar sterven. Laten we dan maar naar het leger van de Syriërs gaan.
Voorzichtig gaan ze op pad. Geruisloos sluipen ze, al om zich heen kijkend, naar het tentenkamp van de Syriërs. Niemand te zien…
Ze tillen het doek van de eerste tent voorzichtig op… Daar is niemand… In de volgende tent dan… Maar daar is ook niemand… De vogels zijn gevlogen! Nou, mannen, we nemen het ervan! Ineens is er eten en drinken in overvloed. En natuurlijk nemen ze ook goud en zilver en kleding mee als hun buit.
Maar dan… bedenken ze zich. We moeten dit eigenlijk wel gaan vertellen. We kunnen dit niet voor onszelf houden. We moeten een boodschap naar de koning sturen over wat hier gebeurd is. Kijk maar naar vers 9: Toen zeiden zij de een tot de ander: Wij doen niet recht; deze dag is een dag van goede boodschap en wij zwijgen stil. Indien wij vertoeven tot den lichten morgen, zo zal ons de ongerechtigheid vinden; daarom nu, komt, laat ons gaan en dit aan het huis des konings boodschappen.
Het is nood in het leven van deze mannen. Ze kunnen geen kant op. In de stad zijn ze niet welkom. De Syriërs zullen hen waarschijnlijk doden. De dood staat hen voor ogen! Maar, ze vinden onverwachts verlossing. Door? Door wat God gedaan heeft en doet. Zoals je ook nu in geestelijke zin de dood voor ogen kan zien. Je zou wel willen vluchten, maar je kan nergens heen. Mensen, kijk nu niet de verkeerde kant op. Verwacht het niet van jezelf. De Heere zal uitkomst geven!
En zo vinden die vier melaatse mannen eten en drinken in overvloed. Zoals de Heere ook in deze tijd genade in overvloed wil geven. Aan mensen die de dood voor ogen zien, omdat ze tegen de Heere gezondigd hebben. De Heere laat de vijand, de satan op de vlucht slaan. En geeft een overvloed van genade aan van zichzelf melaatse mensen.
Waarom? Omdat de Heere het beloofd heeft. Op dezen zal Ik zien, op de arme en verslagene van geest en die voor Mijn woord beeft (Jes. 66:2Want Mijn hand heeft al deze dingen gemaakt, en al deze dingen zijn geweest, spreekt de HEERE; maar op dezen zal Ik zien, op den arme en verslagene van geest, en die voor Mijn woord beeft.). Ik zal Sions, 'k zal der armen spijs, hier zegenen op de ruimste wijs (Ps. 132:10Weer het aangezicht Uws Gezalfden niet af, om Davids, Uws knechts wil., ber.).
Daarom, meisjes en jongens, zit je hier in de kerk. Waarom? Omdat de Heere het beloofd heeft, dat Hij hier genade wil geven aan mensen die dat niet verdienen. Daarom: luister goed naar Zijn woorden. En geloof wat de Heere zegt.
En dan het dilemma, die moeilijke keus van die vier melaatse mannen… Wat hebben we veel gekregen. Maar, gaan we dit nu alleen voor onszelf houden? Je hebt een grote puntzak met snoep gekregen. Ga je alles voor jezelf houden? Of ga je delen?
Je hebt genade van de Heere gekregen. Je hebt het gekregen voor jezelf. Gelukkig, ik zelf ga dit overleven…
Of…? Zijn er geen duizenden mensen om je heen? Zijn er geen miljoenen mensen ver weg? Die ook dreigen om te komen? Nou dan, boodschap Zijn heil dan van dag tot dag! Daar hoef je geen bijzonder mens voor te zijn. Dit zijn melaatsen. Ongeschikte, afgeschreven boodschappers. Díe wil God gebruiken.
En zo komt het bericht van deze mannen in de stad, bij koning Joram. Die het wantrouwt. Is dit geen militaire valstrik? Die Syriërs doen vast alsof. Die liggen vast ergens op de loer. Eerst was er de belofte van God. En nu zijn er vier boodschappers, ooggetuigen, met een goed bericht. Maar nog steeds viert het ongeloof hoogtij.
Hoe is dat eigenlijk bij u? Lijkt u stiekem ook een beetje op koning Joram? U hebt beloftewoorden van God gehoord. Ze zijn zelfs boven uw hoofd uitgesproken toen u er nog niets van begreep. Bij uw Doop. En daarna zond God die van zichzelf melaatse boodschappers ook naar u toe. Hier maar één keer. Bij u waarschijnlijk al duizenden keren…
En…, denkt u nog steeds net als Joram: als dit maar echt is, als dit maar waar is? Waarom hinkt u al zo lang op twee gedachten? Waarom denkt u steeds weer dat God het misschien wel niet meent? Dat Hij niet betrouwbaar is? Waarom maakt u Hem in uw hart uit voor een leugenaar?
Laat me u toch bewegen tot geloof. De Heere meent het echt. Zijn woorden zijn betrouwbaar. Dit woord van God: Hoor, luister, uw ziel zal leven. Dit woord van Christus: Wie dorst heeft kome tot Mij en drinke. Die in Mij gelooft zal leven.
Twee ruiters te paard gaan op onderzoek uit. En wat blijkt…? God heeft Zijn Woord gehouden. De vijand is gevlogen.
Hoe betrouwbaar, gemeente, is het Woord van de Heere. Zijn Woord, tot u gesproken, onbekeerde vrienden. De Heere meent wat Hij zegt. Bid en u zult ontvangen. Zoek en u zult vinden. Klop en u zal opengedaan worden. Het is geen bedrog. Het is geen grap. Het is waar!
Hoe betrouwbaar, gemeente, is het Woord van de Heere. Zijn Woord, tot u gesproken, kinderen van God. De Heere meent wat Hij zegt. Kom tot Mij, Ik zal u rust geven. Er is genezing onder Mijn vleugels. Mijn bloed reinigt van alle zonden. En: hoe donker ooit uw weg mag wezen, Ik zie in gunst op u neer. Ik zal raad geven, Mijn oog rust op u!
Maar…
Ons vierde aandachtspunt:
Ik lees in 2 Koningen 7:16-17 (het is 24 uur later): Toen ging het volk uit en beroofde het leger der Syriërs; en een maat meelbloem werd verkocht voor een sikkel, en twee maten gerst voor een sikkel, naar het woord des HEEREN. De koning nu had den hoofdman op wiens hand hij leunde, over die poort gesteld, en het volk vertrad (vertrapte) hem in de poort, dat hij stierf; gelijk de man Gods gesproken had, die het sprak, als de koning tot hem afgekomen was. Let op de echo: In vers 16: naar het woord des Heeren. In vers 17: gelijk de man Gods gesproken had. In vers 18: Want het was geschied gelijk de man Gods gesproken had tot de koning.
God houdt Zijn Woord. Hij laat nooit één van Zijn woorden op de aarde vallen. Maar wát waren de consequenties daarvan verschillend, voor de een en voor de ander. De een viert Gods overwinning, met een overvloed aan eten en drinken. En de ander wordt door de menigte (die door de poort naar buiten gaat) vertrapt.
God houdt Zijn Woord. Hij laat nooit een van Zijn woorden op de aarde vallen. Maar wát gaat de uitkomst daarvan verschillen, voor de een en voor de ander. De Heere heeft mij geroepen om u vanmorgen twee dingen te zeggen. Om u die het Woord van de Heere gelooft te troosten met de zekerheid van een goede afloop. Maar ook om u die het Woord van de Heere niet gelooft te waarschuwen voor de zekerheid van uw verderf.
a. Als u de eenvoudige woorden van de Heere, die u al jaren vanaf deze plaats hoort, door Gods genade hebt gehoord en geloofd… Als een onwaardige, hongerige en ten dode opgeschreven zondaar… Met een vernederd en gebroken hart… Met verwondering en blijdschap… Als u Christus in dat Woord hebt gezien, geloofd en omhelsd. Die op Golgotha Zijn leven wilde geven voor arme, melaatse en ten dode opgeschreven zondaars… Als u dit beloftewoord gezien en geloofd en omhelsd hebt… En hebt beleden dat u een gast, een vreemdeling op deze aarde bent, op zoek naar een beter vaderland… Dan zult u zalig worden. Dan komt er een einde aan tijd van verdrukking. Aan de strijd met uw vijanden. Aan de strijd met uw Benhadads van de wereld, de zonde en uw eigen hart. Dan zal er verlossing komen.
b. Maar als u de eenvoudige woorden van de Heere, die u al jaren vanaf deze plaats hoort, eigenlijk niet wilde horen… Of wel moest horen, maar niet ter harte wilde nemen… Of als ze uw hart wel raakten, maar u niet overtuigden… Omdat u zich niet wilde laten gezeggen… Omdat u het zelf beter wist. Of hoe dan ook: omdat u God niet geloofde. Zijn belofte niet. Zijn bedreiging niet…
Dan is dit uw toekomst: De koning nu had de hoofdman op wiens hand hij leunde, over die poort gesteld, en het volk vertrad hem in de poort, dat hij stierf; gelijk de man Gods gesproken had. Of zoals er staat in Hebreeën 12:25Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is;: Ziet toe dat u Dien Die spreekt, niet verwerpt. Want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veel meer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren Die van de hemelen is. Wie het bloed van de Zoon van God vertreden heeft, die zal vertrapt worden. Want de goddelozen (zegt de profeet Maleachi) zullen vertrapt worden (Mal. 4:3En gij zult de goddelozen vertreden; want zij zullen as worden onder de zolen uwer voeten, te dien dage, dien Ik maken zal, zegt de HEERE der heirscharen.).
Lieve mensen, u bent op weg naar de eeuwigheid. Reis, onbekeerde vrienden, niet gerust verder. Leef met oog op de grote ontmoeting met God die u te wachten staat. Plotseling kan u een haastig verderf overkomen.
Het duurde in deze geschiedenis maar 24 uur. Er zat voor deze hoofdman maar één dag tussen de genadige belofte van verlossing en een eeuwig verderf. Maar het kan sneller gaan… Asaf zingt het in Psalm 73: Immers zet U hen op gladde plaatsen, U doet hen vallen in verwoestingen. Hoe worden zij als in een ogenblik tot verwoesting; nemen een einde, worden teniet van verschrikkingen. Als een droom na het ontwaken, als U opwaakt, o Heere, dan zult U hun beeld verachten (Ps. 73:18-20),
In een ogenblik… Wakker worden in eeuwige pijn. In de poel die brandt van vuur en sulfer. Geliefde gemeente, reken niet in jaren, reken niet in maanden. De kalender van het Evangelie kent maar één dag: zo u Zijn stem dan heden hoort, verhard u niet, maar laat u leiden! Roep de Naam van de Heere aan. Wie Hem aanroept in de nood, vindt Zijn gunst oneindig groot. Want een iegelijk die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden (Rom. 10:13Want een iegelijk, die den Naam des Heeren zal aanroepen, zal zalig worden.).
Amen.
Slotzang Psalm 73:10:
Hoe worden zij, tot ieders schrik, Vernield, als in een ogenblik, Hoe moeten zij het leven enden! Van angst verteerd in hun ellenden! Hun weeld' is als een droom vergaan. O HEER’, wanneer Gij op zult staan, Zult Gij hun tonen, onverwacht, Hoe Gij hun ijdel beeld veracht.
Andere preken over 2 Koningen
Andere preken voor Elisa