PREEK · KERKELIJK JAAR

Simon van Cyrene, kruis dragen - Lukas 23

Lijdenstijd - 2 maart 2026

Lukas 23:26: En als zij Hem wegleidden, namen zij enen Simon van Cyréne, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.

INLEIDING

Simon van Cyrene, een onbekende voorbijganger, wordt gedwongen het kruis van Jezus te dragen. Voor Jezus is dit opnieuw bespotting van Zijn koningschap. Voor Simon wordt het zichtbaar onderwijs: wat Jezus eerder zei over kruisdragen, gebeurt hier letterlijk. Zijn kruis was uniek en plaatsvervangend; ons kruisdragen is anders: onszelf verloochenen, Christus belijden, en gewillig lijden dragen uit Gods hand. Dat brengt dicht bij Christus, in Zijn voetspoor, en kan anderen tot Hem trekken.

THEMA

Ene Simon van Cyrene

KERNPUNTEN

  1. Wie hij is
  2. Waar hij toe gedwongen wordt

LUKAS 23:23-27

23 Maar zij hielden aan met groot geroep, eisende dat Hij zou gekruist worden; en hun en der overpriesters geroep werd geweldiger.
24 En Pilatus oordeelde dat hun eis geschieden zou.
25 En hij liet hun los dengene die om oproer en doodslag in de gevangenis geworpen was, welken zij geëist hadden; maar Jezus gaf hij over tot hun wil.
26 En als zij Hem wegleidden, namen zij enen Simon van Cyréne, komende van den akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.
27 En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden.

VOLLEDIGE TEKST

Simon van Cyrene, kruis dragen - Lukas 23

ds. J. IJsselstein - Lukas 23:26

THEMA

Ene Simon van Cyrene

LITURGIE

Psalm 42:2

Psalm 42:3

Lezen Lukas 9:23-27 en Lukas 23:26-32

Psalm 17:3,4,8

Psalm 86:6

Psalm 89:7

Gemeente, het is lijdenstijd. In deze tijd, jongens en meisjes, denken we vol verwondering terug aan het lijden en sterven van de Heere Jezus Christus. Aan wat Hij deed voor zondaars, om ze terug te brengen bij God.

In Lukas 23 zijn we op weg naar Golgotha. De Heere Jezus is gevangen genomen. Voor het Sanhedrin is Hij ter verantwoording geroepen, door Pilatus is Hij ondervraagd, voor Herodes is Hij bespot met een purperen ‘zogenaamde’ koningsmantel, en toen is Hij weer teruggebracht naar Pilatus. Bij Pilatus is de Heere Jezus gegeseld, met doornen (voor het vuur bestemd) gekroond, als was Hij een brandhoutkoning. Hij is bespot, met een rietstok op Zijn hoofd geslagen, gespuugd in Zijn gezicht, en quasi eerbiedig als koning aanbeden door Zijn vijanden. Maar dat is nu allemaal voorbij. Het heeft vier, vijf, maximaal zes uur geduurd, en nu wordt het tijd voor de executie. Nooit is iemand zo snel de wereld uitgejaagd als Hij, zegt Matthew Henry.

Ze duwen Hem ruw op weg naar Golgotha. Zie je het voor je, jongens en meisjes? Zie je Hem, de Heere Jezus? Het bloed druipt van de wonden van Zijn hoofd. Zijn gezicht toont tekenen van geweld. Jesaja schreef er al over: Velen hebben zich over Hem ontzet, want Zijn gelaat was verdorven (Jes. 52:14). De mensen huiveren, zo mismaakt, zo misvormd is Zijn gezicht. Onmenselijk geschonden. En nu wordt Hij vooruit geduwd, terwijl de zware dwarsbalk van het kruis pijnlijk op Zijn bebloede schouder drukt. Van het kruis, waar Hij straks aan gespijkerd zal worden. Ze duwen Hem vooruit, op weg naar Golgotha.

En dan lezen we onze tekst, waar we iets lezen, wat de Heere eerder met woorden schetste in Lukas 9, we hebben het samen gelezen: En Hij zeide tot allen: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. Dat, wat de Heere Jezus toen zei, dat zien we vanmorgen in de tekst van de preek, in Lukas 23:26. Waar we lezen: En als zij Hem wegleidden, namen zij een Simon van Cyrene, komende van de akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg.

Het thema van de preek is: Ene Simon van Cyrene Er zijn twee aandachtspunten. We vragen ons in de eerste plaats af: Wie hij is? En we stellen ons in de tweede plaats de vraag: Waartoe hij gedwongen wordt, en wat dat betekent voor de Heere Jezus en voor hemzelf. Dus twee aandachtspunten, waarbij punt twee is onderverdeeld in twee aanvullende vragen: 1. Wie hij is 2. Waartoe hij gedwongen wordt a. En: wat betekent dat voor Jezus? b. En: wat betekent dat voor hemzelf? Als eerste dus:

1. Wie hij is

Wie is Simon van Cyrene eigenlijk? En wat weten we van deze man? We weten maar een paar dingen van hem, maar het is voldoende om een beeld te vormen van wie hij was. Lukas schrijft: hij is een Simon van Cyrene, komende van de akker. En Markus schrijft: hij is een Simon van Cyrene, die daar voorbijging, komende van de akker, de vader van (de later bekende) Alexander en Rufus (Mark. 15:21).

a. Hij is: Een Simon, een zekere Simon. Zoals wij soms ook zeggen: een zekere Jan, een zekere Piet, een zekere Klaas, dat wil zeggen: geen bekende man. Simon is een onbekende man. Hij is bij de mensen onbekend, maar door God gekend en geliefd, die nu apart wordt gezet tot een bijzonder dienstwerk. Een zekere Simon.

b. Een zekere Simon (en dat is het tweede wat we van hem weten) van Cyrene. Een vreemdeling dus, die waarschijnlijk net het land is binnen gekomen, om als pelgrim in Jeruzalem het paasfeest te vieren. Hij is ver van huis, want hij komt uit Cyrene. En Cyrene ligt in Noord-Afrika, in Libië, in de buurt van de huidige hoofdstad Tripoli. Hij is meer dan 2700 kilometer van huis (zie ook Hand. 2:10, 13:1). Hij heeft waarschijnlijk helemaal geen idee van wat er allemaal in Jeruzalem aan de gang is. Maar Gods voorzienigheid en leiding brengen hem op deze plaats. Zoals God jou en u vanmorgen ook op deze plek brengt, misschien wel zonder enig idee van wat God wil en zal gaan doen.

c. Een zekere Simon van Cyrene (en dat is het derde) komende van de akker. Hij komt niet van de akker omdat hij daar gewerkt heeft, want het zijn feestdagen. En hij is hier te gast. Waarschijnlijk komt hij gewoon terug van een mooie wandeling, misschien van wat wij zouden noemen: een excursie. Zoals mensen in deze tijd ook graag naar Israël gaan, om na terugkomst te vertellen hoe bijzonder het was wat ze daar allemaal gezien hebben.

d. Een zekere Simon, van Cyrene, die komt van de akker, en die (dat is het vierde wat er van hem staat) voorbijgaat. Hij is letterlijk een voorbijganger. Markus zegt: Hij ging voorbij. Hij is helemaal niet van plan om zich in deze menigte te begeven. Hij is helemaal niet van zins om zich in te laten met een stoet rond drie ter dood veroordeelde misdadigers op weg naar de executieplaats. ‘Daarvoor ben ik niet in Jeruzalem. Snel voorbijlopen dus. Laat je niet in met deze luidruchtige menigte, die zich met zoveel geroep en gehuil een weg baant vanuit de stad in de richting van de heuvel Golgotha.’

Maar…, ineens wordt hij in zijn kraag gepakt! Daar staat een Man… Het bloed druipt van de wonden op Zijn hoofd… Zijn gezicht vertoont tekenen van geweld… Hij is mismaakt, misvormd, onmenselijk geschonden. En Hij draagt Zijn kruis. Een veroordeelde is het dus, op weg naar de executieplaats...

‘Hier, man, jij draagt dat kruis!’ Ruw pakt een Romeinse hoofdman hem beet. Hij wordt vastgehouden. En of hij nu wil of niet, het kruis van die onbekende man wordt op zijn rug gelegd. Kijk maar in vers 26: En legden hem het kruis op. Mattheüs schrijft: Zij dwongen hem, dat hij Zijn kruis droeg.

Zij dwongen hem! ‘Nee, maar luister, kerels, ik heb hier helemaal niets mee te maken! Ik ben een onschuldige pelgrim, die bezig is met mijn lang gehoopte reis naar het heilige land!’ ‘Niks mee te maken, mond dicht! Jij draagt dit kruis!’ En legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg (vers 26).

Ons tweede aandachtspunt:

2. Waar hij toe gedwongen wordt

En wat dat betekent voor de Heere Jezus, en wat dat betekent voor hemzelf. Eerst dus:

2a. Wat het betekent voor de Heere Jezus Waarom wordt Zijn kruis eigenlijk afgenomen? Dreigt Hij te bezwijken? Dat wordt vaak gedacht, maar er is geen enkele reden om dat te veronderstellen. Nergens vinden we in de evangeliën aanwijzingen voor lichamelijke uitputting van de Heere Jezus. Nee, dit is opnieuw een wrede actie van de soldaten. Ze spelen opnieuw het spel van hun koningsparodie, van hun humoristische en spottende nabootsing van Jezus, als Koning der joden. Door heel overdreven te doen, drijven ze de spot met Hem.

Eerst deden ze het met de doornenkroon, toen met het purperen kleed, toen met de geveinsde knieval, en nu gaan ze verder met hun wrede spel: de Koning der joden, Die moet natuurlijk ook een onderdaan hebben. In ieder geval één.

Dit is echt bedoeld om de Heere Jezus bespottelijk te maken. En tegelijkertijd is het ook spot met de eerdere woorden die Jezus publiek sprak, en die hen ongetwijfeld ter ore zijn gekomen. Ik bedoel deze woorden, die we ook gelezen hebben: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij (Lukas 9:23, zie ook 14:27). ‘Nu dan, Koning der Joden, hier hebt U zo’n kruis dragende volgeling. In ieder geval één!’ Het is de zoveelste diepe vernedering van de lijdende Zaligmaker!

Kom, verbaas en verwonder u hierover. Dat Hij dit wilde, dat Hij dit deed. Dat Hij dit wilde en deed met al de liefde van Zijn hart. Dat de Vader dit wilde en deed. Dat Hij Zijn lieve Zoon overgaf aan dit bittere lijden. Uit liefde, om zondaars te bevrijden van hun schuld en straf.

Hij die eeuwig in de schoot van Zijn Vader was. Troetelkind van Zijn Vader, Zijn Lieveling, te allen tijde voor Zijn aangezicht spelende (zoals staat in Spreuken 8:30). Hij ging vrijwillig deze diepe weg van schande en spot. En de Vader gaf Hem eraan over. Om mensen te bevrijden, die voor eeuwig bespot hadden moeten worden. Om een volk te verlossen dat voor eeuwig de diepste bron van dit lijden had moeten dragen: de toorn van God tegen de zonde, die hier zwaar op Hem drukt.

Wat doet dat met u? Als u dit in gedachten voor u ziet? Nee, het zal u vast niet helemaal onberoerd laten, het aanzien van dit lijden. Maar, wat doet het dan echt met u? Is dit droeve schouwspel u tot innige verwondering, tot verbazing? Tot verootmoediging en tot blijdschap? O liefde, die om zondaars te bevrijden, zo zwaar wilde lijden! Zelfs voor mij…

Of blijft uw reactie hangen in wat emotie. Want ja, je zou er (als fatsoenlijk mens) toch ook bijna om gaan huilen. Om zoveel ellende en leed, voor een zo goed Mens…

Ja, en kijk, doen de mensen ook! Kijk maar in vers 27: En een grote menigte van volk en van vrouwen volgde Hem, welke ook weenden en Hem beklaagden. Dit zijn geen ingehuurde klaagvrouwen, want dat was bij een openbare terechtstelling niet toegestaan. Dit is een massa van mensen, die huilt van diep medelijden en verdriet om Hem. Om die voortreffelijke Man, om hun Weldoener, om hun Genezer. Ze weten het, ze geloven het: dit is heel onrechtvaardig, dat Hij zo lijden moet. Dat het nu toch zo met Hem afloopt…! Tjonge, nu dit weer! Hij meende het zo oprecht, toen Hij zei: Neem uw kruis op. En nu wordt het door de soldaten ingezet als vervolg van hun satirische toneelstuk, om Hem nog meer bespottelijk te maken. Ze wenen, ze huilen, ze beklagen Hem.

Maar (ik lees even verder in vers 28): Jezus, Zich tot haar kerende, zeide: Gij dochters van Jeruzalem! weent niet over Mij, maar weent over uzelf, en over uw kinderen. Ziet u wel. Hij is niet zo uitgeput en verzwakt, als wij wel zouden denken. Hij spreekt, met gezag en autoriteit, als een echte Koning, lijdend en tegelijkertijd overwinnend op weg naar de dood!

Zij namen ene Simon van Cyrene, komende van de akker, en legden hem het kruis op, dat hij het achter Jezus droeg. Dat betekende voor de Heere Jezus diepe verachting en verzwaring van Zijn lijden. Maar wat betekende dat eigenlijk voor Simon zelf? Dit is het tweede deel van punt 2:

2b. Wat het betekent voor Simon zelf Want onze blik was even afgedwaald, naar de omstanders, maar het ging en het gaat om ene Simon. Die in zijn kraag gevat is, die door stoere mannenhanden is vastgegrepen, en op wie het kruis van Jezus is gelegd.

Hij had er niet op gerekend. Hij was immers maar gewoon een ‘toevallige voorbijganger’. En helemaal vrijwillig was het aanvankelijk ook niet gegaan: want ze dwongen hem, staat er. Ineens wordt hij door Romeinse soldaten gedwongen om het kruis van Jezus te dragen. Maar, zoals dit kruis door Vader Zelf op de schouders gelegd is van Zijn lieve Zoon, zo is het ook ten diepste de Heere Zelf, Die nu ook Simon dit kruis oplegt…

Wat betekent dit eigenlijk voor Simon? Het valt op dat dat wat hier gebeurt, naadloos aansluit bij dat eerdere onderwijs van de Heere Jezus: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij (Lukas 9:23). Destijds zei de Heere het met woorden. Maar nu maakt Hij het ook zichtbaar. Dit is zichtbaar onderwijs voor Simon en voor iedereen die aan Jezus verbonden is, voor iedereen die waarde is gaan zien in Hem, voor iedereen die Hem nodig gekregen heeft.

Als dat zo is in uw leven, dan moet u (als eerste) bij het zien van dit schouwspel wel zeggen: a. Ja, maar dit is wel een bijzonder, heel uniek kruis. Hij draagt hier Zijn kruis, dat ik verdiend had. Hij wordt hier gesmaad, maar dat had ik moeten worden. Hij lijdt en sterft zo meteen aan het kruis, voor mij… Dit is een enig kruis, dit is een heel bijzonder, een uniek, een plaatsvervangend kruis. Hier is geen plaats voor tranen van medelijden. Maar wel voor tranen van verwondering, schaamte en innige vreugde.

b. Maar als u zo in geloof kijkt, naar wat hier gebeurt, dan wil de Heere u met deze geschiedenis van Simon van Cyrene, ook nog iets anders leren.

Want, ja, dit is het eerste: Door Zijn genadewerk brengt de Heere tot nieuw leven, tot bekering, tot vluchten tot Jezus, tot gelovig zien op Hem. Door bekering, door wedergeboorte, door het werk van de Heilige Geest. Maar voor daarna is er ook de opdracht en de zegen van dit, van wat de Heere zei in Lukas 9: Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelf en neme zijn kruis dagelijks op en volge Mij. En dat is wat we hier nu ook zien. Dat is wat de Heere nu Zelf in het leven van Simon gaat doen. Hem leren kruisdragen achter Hem aan.

We hebben eerst nodig dat het weer goedkomt tussen God en ons hart. We moeten eerst ingaan door de smalle poort, door de deur Jezus Christus. Maar na die smalle poort is er ook een smalle weg, de smalle weg van heiligmaking. De smalle weg van het volgen van de Heere, van het gaan in Zijn voetstappen, terwijl we een vermaak hebben in Zijn geboden. En dat smalle pad is een weg van kruisdragen.

Dat eerste, geloof en bekering, was Gods werk. Maar dat tweede is ook Gods werk. Paulus zegt: Het is God, Die in u werkt, beide dat te willen en dat te doen (Fil. 2:13). En dus zingen we (voor we verder gaan) nu eerst Psalm 86 vers 6: Leer mij naar Uw wil te hand'len, 'k Zal dan in Uw waarheid wand'len; Neig mijn hart, en voeg het saâm Tot de vrees van Uwen naam. HEER, mijn God, ik zal U loven, Heffen 't ganse hart naar boven; 'k Zal Uw naam en majesteit Eren tot in eeuwigheid.

Wat houdt dat kruisdragen eigenlijk in, in het bijzonder in het leven van Gods kinderen? Wat houdt dat voor ons in, dat volgen van de Heere in het dragen van ons kruis? Wat betekent dat? En wat vraagt dat van ons?

a. Het betekent in de eerste plaats, wat de Heere Jezus eerder zei in Lukas 9: jezelf verloochenen. Zo iemand achter Mij wil komen, die verloochene zichzelven, en neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij. Wat is dat precies? Jezelf verloochenen, dat ‘nee’ zeggen tegen je oude zelf? Je zou kunnen zeggen: Het is God gaan zien, als het enige en hoogste goed. Zoals Asaf in Psalm 73: Wien heb ik nevens U in hemel? Nevens U lust mij ook niets op aarde (73:25). Het is weigeren om te leven voor je eigen plezier, om jezelf te behagen. Het is in alle dingen (in wat ik doe, in wat me overkomt) zeggen: Niet mijn wil, maar Uw wil geschiede (Hand. 21:14).

Het is het loslaten van het vertrouwen op jezelf. Het is in één woord: gericht zijn op God, om voor Hem te leven. Met diep ontzag en buigend voor de Heere en Zijn wil. b. Kruisdragen betekent in de tweede plaats openlijk de Naam van Christus belijden. Dat is wat deze Simon moet doen! Gedwongen door de harde stemmen en de ruwe handen van Romeinse soldaten, maar daarachter klinkt zonder twijfel ook de zachte en liefdevolle stem van Christus: Simon, neem Mijn juk op u, en leer van Mij dat Ik zachtmoedig ben en nederig van hart. En u zult rust vinden voor uw ziel (Matt. 11:29). De liefde van Christus dringt Simon, om Zijn Naam te belijden. Hier, publiek, midden in die massa van mensen. De liefde van Christus dringt ons, kinderen van God (jongeren en ouderen) om Zijn Naam te belijden. Niet alleen op zondag christen te zijn en Zijn Naam te belijden en daarna doordeweeks je eigen ding te doen, maar om altijd en overal eerst christen te zijn (volgeling van Christus) en dan, daarna student, zakenman, verpleegkundige of wat dan ook.

c. Kruisdragen betekent in de derde plaats met woord en daad het Koninkrijk van God verkondigen en getuigen tegen de zonde om ons heen. Niet (spottend of huilend) meedoen met de massa. Maar op die aparte plek, geheiligd, midden in die massa (misschien wel zonder woorden) in het leven van iedere dag iets verspreiden van de goede reuk, van de geur van Christus, opdat onze naasten voor Hem gewonnen mogen worden.

d. Dit kruisdragen laat ons in de vierde plaats ook zien, dat ook wij ons kruis gewillig mogen dragen, in hartelijke onderwerping aan de weg die de Heere met ons gaat. In lijden en verdriet, ziekte en nood. In tegenspoed en verdrukking, in smaad en laster. In onbegrepen wegen. In minachting en wantrouwen (in de wereld en in de kerk). Geduldig en zwijgend mijn kruis dragend, achter een lijdende Borg, Die om mij ook zweeg (Jes. 53:7). Mezelf verloochenend. Zijn Naam belijdend. De goede geur verspreidend van Mijn Heere en Meester.

Waarom is het leven van de oprechte christen een weg van kruisdragen? Ik zal u een paar redenen noemen. 1. Omdat de Heere het ons in Zijn wijsheid Zelf oplegt. Zoals de Heere het eerder zei, en nu bij Simon ook doet: Die neme zijn kruis dagelijks op, en volge Mij. Dagelijks je kruis opnemen, dat je krijgt uit de handen van de Heere… God legt het voor ons neer, en wij nemen op. En dragen het. We zoeken het kruis niet, maar we nemen het op, als de Heere het voor ons legt. Dan zeggen we met Job: Zouden wij het goede van God ontvangen, en het kwade niet ontvangen (Job 2:10). Laten we ons kruis (zoals het doopformulier zegt) maar vrolijk dragen, Hem aanhangende met waarachtig geloof, vaste hoop en vurige liefde.

Want… het komt uit Gods hand. En God weet precies welk kruis geschikt is voor ons. Om ons klein te houden. Om ons hart naar de Heere toe te trekken. Om ons hart los te maken van de zonde. Om ons te heiligen. Denkend aan de woorden van Petrus: Maar gelijk Hij Die u geroepen heeft (om uw kruis te dragen) heilig is, zo wordt ook gij zelf heilig in al uw wandel (1 Petr. 1:15).

Waarom is het leven van de oprechte christen een weg van kruisdragen? 2. In de tweede plaats omwille van de Naam van Christus. Opdat we door die weg Hem meer in het oog zullen krijgen, de overste Leidsman en Voleinder des geloofs. Die voor ons loopt. Die het zwaarste (dat enige en unieke) kruis gedragen heeft en de ergste schande veracht heeft (Hebr. 12:2). Om ons zo te leren door die moeilijke wegen op Hem, op Jezus te zien. En Hem alle liefde en eer te geven. Daarom waren de apostelen verblijd, dat ze om Zijn naam smaadheid hadden mogen dragen (Hand. 5:41). Ze zagen het als een genadegift uit Gods hand om voor Hem te lijden. Zoals staat in Filippenzen 1: Want u is uit genade gegeven in de zaak van Christus, niet alleen in Hem te geloven, maar ook voor Hem te lijden (Fil. 1:29). Voor Hem, voor de eer van Zijn Naam.

Waarom is het leven van de oprechte christen een weg van kruisdragen? 3. We weten (in de derde plaats) ook dat dat kruis goed voor ons is. Het leert ons om niet vast te kleven aan de dingen van deze voorbijgaande wereld. Maar om te leven voor Hem. Om ten diepste en in ons hart gericht te zijn op de komende wereld, op de hemelse heerlijkheid, zoals Paulus zegt tegen de Kolossenzen: Indien u dan met Christus opgewekt zijt, zo zoekt de dingen, die boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods. Bedenkt de dingen, die boven zijn, niet die op de aarde zijn. Want u bent gestorven, en uw leven is met Christus verborgen in God (Kol. 3:1-3).

Wie zo leven mag, die lijdt anders onder dat kruis (welk kruis dat ook is). Die mag dat moeilijke kruis en dat zware lijden bij tijden vrolijk dragen. Want er is perspectief, er is vooruitzicht, zoals de apostel schrijft: Ziende op de overste Leidsman en Voleinder des geloofs, Jezus, Dewelke, voor de vreugde, die Hem voorgesteld was, het kruis heeft verdragen, en schande veracht, en is gezeten aan de rechterhand des troons van God (Hebr. 12:2). Die begrijpt Jakobus, als hij schrijft: Acht het voor grote vreugde, mijne broeders, wanneer u in velerlei verzoekingen valt; wetende dat de beproeving uws geloofs lijdzaamheid (geduld en onderwerping) werkt (Jak. 1:2-3).

En, zegt Paulus, de lijdzaamheid werkt ook bevinding. Dat wil zeggen: de ervaring van de hulp en de trouw van Christus, in het doen van wat Hij ons beloofd heeft. Namelijk: ons in al die moeilijkheden bijstaan! Die bevinding, die ervaring werkt hoop. Die hoop namelijk, dat God al Zijn beloften vervullen zal, ook die van de eeuwige zaligheid. En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods (die nooit van ons scheiden zal) in onze harten uitgestort is door de Heilige Geest, Die ons is gegeven (Rom. 5:4-5).

4. Dat kruisdragen van een oprecht christen heeft in de vierde plaats nog een ander doel. Wat denkt u, waarom moet Simon hier publiek voor het oog van iedereen dit vernederende werk doen? Om de omstanders aan het denken te zetten: ‘Wat gebeurt hier toch? Waarom draagt deze onbekende man zijn kruis achter Jezus?’

Ja, maar zegt u: ‘Ze moesten hem er wel toe dwingen!’ Dat is waar, aanvankelijk wel, maar ik lees niet dat hij verder al scheldend en mopperend zijn weg gegaan is. Want het kruis achter Jezus buigt een mens. Het maakt ons gewillig. Door het zien op Hem, Die voor ons gaat. Die de last van onze zonden droeg. Dat laat ons zwijgen, dat maakt ons gewillig, dat maakt ons stil voor God. En dat is niet iets wat Gods kinderen zomaar één keer nodig hebben. We hebben het steeds weer nodig om: gewillig gemaakt worden.

Maar dat kruis achter Jezus (ziende op Degene, Die ons voorgaat), dat kruis doet dus nog iets. En daarom is het ook zo nuttig, om als kind van God dat kruis gewillig te dragen. Het raakt andere mensen. Het trekt liefdevol aan harten van anderen. Het zet anderen stil. En dat wil God gebruiken, voor Hem, voor Zijn eer. Maar ook voor de zaligheid van andere mensen.

Stel je eens voor: Daar sta je, huilend om de lijdende Heere. En dan ineens: ‘Ween niet. Huil om jezelf…’ Je veegt tranen weg, je kijkt…, en ineens zie je die man… Hé, kijk, hij huilt niet. Hij… draagt Zijn kruis…

Dat is bijzonder! Waardig kruisdragen trekt de aandacht van mensen, trekt andere mensen aan, lokt andere mensen middelijkerwijs tot de dienst van de Heere. Als je in het ziekenhuis vertelt, hoe de Heere je helpt om je kruis te dragen. Als je je collega’s vertelt, dat je weg wel moeilijk is, maar dat de Heere Zelf het kruis dat Hij op je schouders gelegd heeft, meedraagt. Het kan en mag een middel zijn om andere mensen voor Christus te winnen. ‘Zijn juk? Het juk van mijn Meester? Bedoel je dat? O, dat is zacht! En Zijn last? O, die is licht voor me!’

Tot slot, zulk leven met God, zulk kruisdragend leven, gemeente, zulk leven is een gezegend leven, dat is een goed leven. Want?

1. Want dat kruisdragende leven brengt ons (in de eerste plaats) in nabijheid van de Heere Christus. En u weet, Asaf zegt: Het is goed nabij God te zijn (Ps. 73:28). Niemand is er zo dicht bij de lijdende Jezus als Simon van Cyrene. De Romeinse soldaten hebben Simon ongetwijfeld ruw en gemeen behandeld. Maar denkt u niet dat Jezus hem een liefdevolle blik gegund heeft? En zou u dan ook niet denken: Het uitnemendste van dit leven is moeite en verdriet, maar beter dan dit tijdelijke leven is Zijn goedertierenheid?

Het kruis van Christus brengt dichtbij Christus, achter Hem aan. En het kan ook alleen maar in Zijn nabijheid, dicht bij Hem, dicht bij Hem Die kracht geeft om het te dragen, Die gewillig maakt om het pad te lopen, dat Hij voor ons heeft uitgestippeld. Zulk kruisdragen is zelfs een teken van vereniging met Hem.

2. Dat kruisdragende leven is een gezegend leven, dat is een goed leven, want het brengt ons (in de tweede plaats) in het spoor van Zijn voetstappen. Petrus riep er ooit toe op, toen hij schreef: Want hiertoe bent u geroepen (dat is uw roeping!), dewijl ook Christus voor ons geleden heeft, ons een voorbeeld nalatende, opdat u Zijn voetstappen zou navolgen. Die geen zonde gedaan heeft, en er is geen bedrog in Zijn mond gevonden; Die, als Hij gescholden werd, niet wederschold, en als Hij leed, niet dreigde; maar gaf het over aan Die, Die rechtvaardiglijk oordeelt (1 Petrus 2:21-23).

3. Dat kruisdragende leven is een gezegend leven, dat is een goed leven, want dat verbindt ons (in de derde plaats) aan Zijn werk, aan het werk van Christus. Het werk van de verzoening, de betaling van de schuld en van de zonden van Zijn volk, dat deed Hij Zelf, helemaal alleen. Maar toch (en dat is wonderlijk!), toch mochten de handen van Simon van Cyrene raken aan Zijn werk, raken aan Zijn kruis. En dat kruis is veel mooier, dat is veel aantrekkelijker dan al de glitter van deze wereld. Om door dat kruisdragende leven achter Hem, de aandacht te vestigen op Hem, om zo middel te mogen worden in Zijn dienst om anderen niet voor ons, maar voor Hem te winnen.

Daarom, kinderen van God, geliefden in de Heere, uw weg gaand onder uw heiligend kruis, achter Hem aan: Verblijd u in de hoop. Wees geduldig in de verdrukking. Volhard in het gebed (Rom. 12:12). En bezit uw zielen in uw lijdzaamheid (Luk. 21:19). Biddend om de genade, waar ons Avondmaalsformulier ook om bidt: Verleen ons ook Uw genade dat wij, getroost ons kruis op ons nemende, onszelf verloochenen, onze Heiland belijden, en in alle droefenis met een opgeheven hoofd onze Heere Jezus Christus uit de hemel verwachten, waar Hij onze sterfelijke lichamen aan Zijn verheerlijkt lichaam gelijkmaken, en ons tot Zich nemen zal in eeuwigheid.

Want onder dat heiligend kruis zijn we, kinderen van God, op weg naar het erfgoed hierboven, naar het Vaderlijke huis. Daar zal straks onze druk verwisseld worden in geluk. En daarom: hoop op God! Amen.

Slotzang Psalm 89:7

Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort! Zij wand'len, HEER’, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort; Zij zullen in Uw Naam zich al de dag verblijden; Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden; Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen, Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.