PREEK · KERKELIJK JAAR

Omstanders op Golgotha - Lukas 23

Lijdenstijd, Goede Vrijdag - 20 maart 2026

Lukas 23:47-49: Als nu de hoofdman over honderd zag wat er geschied was, verheerlijkte hij God en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschied waren, keerden weder, slaande op hun borsten. En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.

INLEIDING

Op Golgotha staan vijf soorten mensen, waarin wij onszelf herkennen mogen. De hoofdman belijdt bij de tekenen: waarlijk, deze was Gods Zoon. De scharen slaan op hun borst, maar velen keren terug naar huis en vallen weer in slaap. De Joodse leiders weten het, maar blijven spotten. Zijn bekenden staan van verre, weerhouden door vrees. Alleen de vrouwen komen dichterbij, getrokken door liefde. Bij welke groep hoort u? Zoek Hem, terwijl Hij nog te vinden is.

THEMA

Wij stonden op Golgotha

KERNPUNTEN

  1. De hoofdman over honderd
  2. De scharen
  3. De joodse leiders
  4. De bekenden van Jezus
  5. De vrouwen die Hem gevolgd zijn

LUKAS 23:44-52

44 En het was omtrent de zesde ure, en er werd duisternis over de gehele aarde, tot de negende ure toe.
45 En de zon werd verduisterd, en het voorhangsel des tempels scheurde middendoor.
46 En Jezus roepende met grote stem, zeide: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En als Hij dat gezegd had, gaf Hij den geest.
47 Als nu de hoofdman over honderd zag wat er geschied was, verheerlijkte hij God en zeide: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig.
48 En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschied waren, keerden weder, slaande op hun borsten.
49 En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen die Hem tezamen gevolgd waren van Galiléa, en zagen dit aan.
50 En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man
51 (Deze had niet medebewilligd in hun raad en handel), van Arimathéa, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte;
52 Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus.

VOLLEDIGE TEKST

Omstanders op Golgotha - Lukas 23

ds. J. IJsselstein - Lukas 23:47-49

THEMA

Wij stonden op Golgotha

AANDACHTSPUNTEN

  1. De hoofdman over honderd
  2. De scharen
  3. De joodse leiders
  4. De bekenden van Jezus
  5. De vrouwen die Hem gevolgd zijn

Gemeente, de tekst voor de preek van vanmiddag kunt u vinden in Lukas 23:47-49, waar we het Woord van God als volgt lezen: Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God, en zei: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten. En al Zijn bekenden stonden van verre, ook de vrouwen, die Hem tezamen gevolgd waren van Galilea, en zagen dit aan.

Wij stonden op Golgotha. En op Golgotha stonden vijf soorten van mensen. a. Daar stond (als eerste) de hoofdman over honderd. Lukas zegt in vers 47: Als nu de hoofdman over honderd zag, wat er geschied was, verheerlijkte hij God, en zei: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. En Mattheüs noemt daarbij ook nog: degenen die met hem waren, de soldaten. Als hij schrijft: En de hoofdman over honderd, en die met hem Jezus bewaarden, ziende de aardbeving en de dingen die geschied waren, werden zeer bevreesd, zeggende: Waarlijk, Deze was Gods Zoon (Matth. 27:54).

b. Daar stonden als tweede op Golgotha ook de scharen, de menigten. Vers 48 zegt: En al de scharen die daar samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen die geschied waren, keerden weder, slaande op hun borsten Menigten van mensen dus, samengekomen om het spektakel te zien.

c. Daar stonden als derde ook de Joodse leiders. Die we niet tegenkomen in onze tekstverzen, maar wel in de verzen daarvoor. Zij stonden ook op Golgotha, spottend, lasterend.

d. Daar, op Golgotha, stonden als vierde ook Zijn bekenden. Vers 49 zegt: En al Zijn bekenden stonden van verre.

e. En daar stonden als vijfde ook (zegt vers 49) de vrouwen die Hem gevolgd waren.

Vijf groepen van mensen dus die stonden op Golgotha. En u en ik en jij, wij lijken allemaal op één van die vijf groepen van mensen.

Het thema voor de preek van vanmiddag is: Wij stonden op Golgotha.

Er zijn vijf aandachtspunten, vijf groepen van mensen: 1. De hoofdman over honderd 2. De scharen 3. De joodse leiders 4. De bekenden van Jezus 5. De vrouwen die Hem gevolgd zijn

Gemeente, kom in gedachten mee. Naar Golgotha. Kom staan bij die menigte mensen, die daar al uren staat. Ja, het duurde lang vanmorgen. Daar duurt het ook lang. Wat daar gebeurt, is ook al uren lang bezig. U staat erbij. U trilt ook nog na van de dingen die gebeurd zijn… Drie uur lang is het aardedonker geweest. Bange vrees bekroop u. De natuur zweeg stil. Uw lichaam huiverde.

En toen, aan het einde van die drie uren, hoorde u een grote stem vanaf het middelste kruis: Eli, Eli, lama sabachtani. Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?

En toen was daar weer dat gedoe, dat gespot aan de voet van het middelste kruis. Maar toen, toen was er nog een keer (nee, niet de stem van een koning die wegsterft in de dood, maar) toen was er nog een keer die krachtige roep, die grote stem: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En zo legde Hij Zich in de handen van Zijn Vader.

En toen, toen beefde de aarde, toen scheurden de rotsen, toen werden de graven geopend, toen stonden er doden op. En toen, toen zei de hoofdman over honderd…

Op wie lijkt u trouwens? Want u hoort bij één van de vijf groepen mensen die daar staan. Lijkt u op hem. Ons eerste punt:

1. Toen de hoofdman over honderd (dat is de eerste van die vijf soorten van mensen) zag wat er gebeurde (zo staat in vers 47), toen verheerlijkte hij God! Dit is de man die de troep soldaten leidt. Dit is een man met bloed aan zijn handen. Mattheüs schrijft: Ziende de aardbeving en de dingen die geschied waren, werden (zij: hij en zijn mannen) zeer bevreesd Ze weten dat Hij gezegd heeft: Ik ben de Koning der Joden, Ik ben de Zoon van God. En nu… Nu zien ze en nu horen ze Zijn tekenen. En hij belijdt het: Hij is het! Zoals Lukas schrijft: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. Zoals Mattheüs schrijft: Waarlijk, Deze was Gods Zoon.

Dit is een heiden, dit is een Romein. Hij kent de Schriften niet. Dit is een geharde soldaat. Maar geen hart is te hard om niet overtuigd, om niet gebroken te kunnen worden. Middelijkerwijs ook door de indrukwekkende tekenen van dat moment: de bevende aarde, de scheurende rotsen, de openbrekende graven.

Zijn hart is nog niet verhard, zoals van veel Joden toen, en van onbekeerde kerkmensen nu wel is. Want (schrijft Lukas): toen hij zag wat er geschied was… En Mattheüs schrijft: ziende de aardbeving en de dingen die geschied waren…

Soms kunnen de tekenen van Gods macht en voorzienigheid plotseling zelfs Zijn grootste vijanden innerlijk overtuigen, buigen, breken. Kort tevoren heeft hij, samen met zijn mannen, de Gekruisigde nog bespot en gelasterd. In vers 36 staat: En ook de krijgsknechten, tot Hem komende, bespotten Hem!

Maar nu, door de tekenen van Zijn macht en door de woorden van Zijn mond, wordt hij geveld. Als een eersteling. Als een verhoring op het gebed van Christus: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat zij doen.

Hij ziet het. En hij belijdt het. Het is de belijdenis van Petrus, het is de latere belijdenis van de kamerling: U bent de Zoon van God! De discipelen geloven het wel, maar durven het niet te belijden. De godsdienstige joden verwierpen Hem en de vrome kerkmensen verwerpen Hem, Maar deze heiden buigt.

Dit is de treurige voorbode van wat is en van komen gaat: de heidenen zullen u voorgaan. Dit is de eersteling van de volken. Een eerste vrucht op de dood van Christus. Een moordenaarsgeloof. Want (en dat geldt ook nu nog): wie met bloed aan zijn handen erkent: Hij is de Rechtvaardige, Hij is de Onschuldige, Hij is de Zoon van God, die veroordeelt en vernedert zichzelf en geeft God de eer.

Was u vanmorgen als deze hoofdman? Was er vanmorgen één heiden in de kerk (was u dat, was jij dat?), die kijkend naar de tekenen van brood en wijn met heel zijn of haar hart beleden heeft: Ik… heb bloed aan mijn handen, maar Hij… was onschuldig. Waarlijk, Deze is de Zoon van God? Verheerlijk dan God, zoals deze hoofdman ook deed.

2. Ik kijk om me heen en zie ook een massa mensen: de scharen, de menigten. De tweede groep van mensen. Vers 48 zegt: En al de scharen, die samengekomen waren om dit te aanschouwen, ziende de dingen, die geschied waren, keerden wederom, slaande op hun borsten. Een grote menigte van mensen, samengekomen, meegelopen om dit te zien. Om dit spektakel bij te wonen! Het zijn inwoners van de stad, het zijn pelgrims en gasten van het komende paasfeest. Geboeid, geïnteresseerd, anderen luchthartig of gewoon meelopend. Op deze bijzondere dag. Want er was wat te zien: toen, maar ook vandaag, vanmorgen….

Maar die dag bracht hen, wat anders dan gedacht. Wat ze zagen greep hen ineens vast. Het was alsof de hand van God hen vastgreep. Vastgegrepen door schrik en angst! Toen die middelste Kruiseling zo wonderlijk bad: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen… Toen de lucht inktzwart werd en urenlang bleef… Toen de Stervende aan het kruis riep met kracht, eens en nog eens… Toen de aarde beefde, de rotsen spleten en de graven opensprongen… Toen werden zij plotseling (daar hadden ze niet op gerekend!) vastgegrepen door onrust en vrees. Het was alsof ze plotseling wakker geschud werden.

En nu keren ze zich om. Ze gaan terug: slaande op hun borsten. Dat slaan op hun borsten is anders dan bij de dochters van Jeruzalem kort tevoren. Deze mensen slaan op hun borst vanwege zelfverwijt en schuldgevoel: Dit hebben wij Hem aangedaan. Zoals Petrus later zegt in Handelingen 2:36: Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Die u (!)gekruist hebt. Ze zien het, ze weten het, ze voelen het. En slaan op hun borst als teken van berouw! Ze wenen over zichzelf en over hun kinderen.

Wat is dat toch geweest bij die mensen? Misschien moet je wel zeggen dat het een gemengde groep is geweest. Daar zaten twee soorten van mensen bij.

Het eerste wat opvalt (en dat verontrust!) is dat ze weggegaan zijn. ‘Ze keerden wederom’, en dan lees je niets meer van ze… Je leest niet dat ze onderzoek gedaan hebben, je leest niets (zoals bij de hoofdman over honderd) van een belijdenis. Enkel het eenvoudige bericht: ze gaan naar huis. De bekende bijbeluitlegger Matthew Henry schrijft: ‘zo zijn velen (aan wie Christus voor de ogen geschilderd is in het woord en de sacramenten, als onder hen gekruisigd zijnde) aangedaan. Maar het is niet van lange duur. Ze slaan zich op de borst. En keren terug naar huis.’ Ze zagen Hem. Ze bewonderden Hem. En ze gingen naar huis. En ze vergeten hoe Hij was. En welke reden er was, om Hem lief te hebben.

Bent u vanmorgen ook zó weer naar huis gegaan? Zoals zo vaak in het verleden? Ontwaakt, wakker geschud, vol van schuldgevoel en berouw. Maar het is als een voorbijgaande wolk. Uw tranen zijn weer opgedroogd. De nevel is weer opgetrokken. Het is weer voorbij. Geloven voor een tijd, geloven voor een moment. En daarna, nu al weer, in slaap vallen. Dieper in slaap dan dat u daarvoor ooit geslapen hebt. De Heere klaagt over u (in Hosea 6:4): Wat zal Ik u doen, o Efraïm, wat zal Ik u doen, o Juda? Dewijl uw weldadigheid is als een morgenwolk, en als een vroeg komende dauw, die heengaat.

Hoort u bij deze groep van mensen? Ontwaakt, tranen gehuild, berouw gehad. Maar naar huis gegaan, verder gegaan en vergeten hoe Hij (Jezus) was en welke reden er was om Hem lief te hebben? Wees toch gewaarschuwd! Ga zo niet door! Uw hart wordt steeds harder, uw slaap steeds dieper.

Een gemengde groep, zei ik. Ja, want wellicht zijn er ook geweest, die hier echt ontwaakt zijn. Wakker geworden, verontrust, vastgegrepen door schuldbesef en zelfverwijt. Waardoor hun hart beginnend weker, zachter gemaakt is als voorbereiding voor de dag van Pinksteren. Als de zware beschuldiging hun hart echt doorsteekt. Als Petrus zegt: Zo wete dan zekerlijk het ganse huis Israëls, dat God Hem tot een Heere en Christus gemaakt heeft, namelijk dezen Jezus, Die u gekruist hebt.

Het was niet zo: U stond erbij en keek ernaar. Maar zo was het: U deed het! U(!) hebt Hem gekruisigd! Dat Hij daar hing (en dat hier vanmorgen op de avondmaalstafel Zijn tekenen van brood en wijn stonden) dat was uw schuld! U hebt Zijn kroon gevlochten, beker gevuld!

En als ze dat horen (en het dringt door tot het binnenste van hun bestaan) dan slaan ze, op de Pinksterdag opnieuw op hun borst. En dan zeggen ze met de tollenaar (die ook zo op zijn borst sloeg): Wees mij zondaar genadig! Wat moeten we doen om zalig te worden?

Beste vrienden, als uw hart verontrust is, als u merkt dat u wakker geschud bent uit uw dodelijke rust, ga dan niet rusten. Ga dan niet, zoals hier, naar huis om gewoon verder te gaan met uw leven. Uw situatie is dringender dan ooit tevoren, hoogst ernstig en levensgevaarlijk. Want als u doorgaat, als u gewoon verder gaat met uw leven en weer in slaap valt, dan zult u dieper slapen dan dat u ooit tevoren deed. Bid toch of God zal werken en zal doorwerken in uw hart. Zodat u uiteindelijk echt buigt en echt breekt. En niet alleen slaat op uw borst, maar ook gaat uitroepen: wees mij zondaar genadig!

Biddend, zingend met de woorden van Psalm 51:1, zoals wij nu samen gaan doen: Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed; Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden; Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden: Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet. Ai, was mij wel van ongerechtigheid; Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden; Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit, En reinig mij van al mijn vuile zonden.

1. De hoofdman over honderd,

die God verheerlijkte en zei: Waarlijk, deze Mens was rechtvaardig. Waarlijk, Deze was Gods Zoon! 2. Daar stonden ook de scharen, diep geraakt door de dingen die ze zagen: En ziende de dingen die geschied waren, keerden (zij) weder, slaande op hun borsten.

En nu ons derde aandachtspunt. Op Golgotha stonden ook:

3. De Joodse leiders.

We zien ze niet in onze tekst, maar wel in de verzen daarvoor. Ook zij hebben Zijn stem gehoord: Vader, vergeef het hun. Ook zij hebben gebeefd bij het zwart worden van de zon, bij het beven van de aarde en het scheuren van de rotsen. Maar harder dan die gescheurde rotsen, blijken hun harde harten te zijn. Want ze gaan door.

Van heel veel mensen geldt: Ze weten niet wat ze doen. Maar dat geldt niet van hen. En van de meesten van u geldt dat ook niet. U weet het! U weet het wel! U weet het: die Gekruisigde, dat is de Christus. En deze tekenen van brood en wijn, die u vanmorgen gezien hebt, zijn tekenen van Zijn zondaarsliefde.

Zij weten het. Want de Heere had het tegen hen gezegd, toen Hij in de tempel stond; wat Hij ook tegen u gezegd heeft (het staat in Johannes 7:28): En u kent Mij, en u weet, van waar Ik ben. U kent Me. En u weet Wie Ik ben.

Maar desondanks spotten ze. En dat blijven ze doen. Ook na die drie uur durende duisternis. Ze blijven spotten aan de voet van het kruis. Want als Hij roept vanwege Zijn Godsverlating, dan spotten ze en zeggen ze: Laten we zien of Elia komt!

Ze weten het, maar ze gaan willens en wetens door. Ze vragen Pilatus of die Zijn benen wil laten breken. Als een laatste gruweldaad om Hem te doden. En straks zetten ze een heidense wacht voor de deur van Zijn graf, om Hem zelfs na Zijn dood te hinderen.

Ze wisten dat Hij de Messias was. Hij had het tegen hen gezegd. En ook u weet dat Hij de Christus is. Hij heeft het ook tegen u gezegd. En toch verachten velen van u Hem. Toch achten velen van ons Zijn bloed onrein. En daarom hebben de tekenen van brood en wijn ook geen waarde voor u.

Nee, zegt u, ik hoor eigenlijk bij een andere groep. Ik herken me niet zo in deze groep. Is er niet nog een andere, een zesde of zevende groep? Ik ben geen moordenaar. Ik ben vanmorgen ook niet naar huis gegaan terwijl ik op mijn borst sloeg van schuldbesef en zelfverwijt.

Ik hoor eerlijk gezegd ook niet bij de discipelen en de vrouwen. Ik ben ook niet thuisgebleven. Is er niet nog een groep? Een groep van eerbiedige toeschouwers, afwachtend weliswaar, maar van mensen die daar niets aan kunnen doen? Een groep van neutrale, respectvolle toeschouwers?

Nee. Die waren er toen niet, en die waren er vanmorgen ook niet. Ik weet dat u dat stoot. Want ik weet hoe dat mij gestoten heeft. Maar als u niet bij één van die andere groepen hoort, dan bent u één van deze groep. Dan bent u één van die vrome vijanden. U bent niet blijven slapen in de stad. U kwam naar het kruis. U bent vanmorgen niet thuisgebleven. Maar u kwam en u keek. Maar u zei (als ik denk aan de hoofdman) helemaal niets. En het zei u persoonlijk ook helemaal niets.

Van velen van u geldt: U hebt veracht Zijn bloed, u minacht Zijn liefde. O, zie toch wie u bent en word wakker! Er zou al zoveel gewonnen zijn, als ook u naar huis zou gaan, slaande op uw borst!

Hebt u teveel gezondigd? Is het hopeloos? Nee! Er is een weg! Dat hebt u vanmorgen ook gezien. Hier zaten de slechtsten. Hier zaten mensen, die voorheen hetzelfde hart hadden, als dat u nu nog hebt. Hier zaten mensen, die voorheen ook niet wilden buigen. Die ook het bloed van Christus veracht hebben. Maar God! Maar God heeft ons overtuigd, gebogen, gebroken en aan Zijn voeten gebracht. En dat kan ook voor u! O, roep dan toch de Naam des Heeren aan en zeg: wees mij zondaar genadig. Want er is genade bij God te krijgen, voor de grootste van de zondaars.

Wij stonden in gedachten op Golgotha… Samen met de hoofdman en zijn soldaten, samen met de menigten van mensen (terugkerend, slaande op hun borsten), samen met de vijandige joodse overpriesters en leiders van het volk. En ook met (dat is ons vierde aandachtspunt) samen met:

4. Zijn bekenden. Immers vers 49 zegt: Al Zijn bekenden stonden van verre. Zijn bekenden. Wie zijn dat? We weten dat de discipel Johannes dicht bij het kruis heeft gestaan. In Johannes 19:26-27 schrijft hij zelf: Jezus nu, ziende Zijn moeder, en den discipel dien Hij liefhad, daarbij staande, zeide tot Zijn moeder: Vrouw, zie, uw zoon. Daarna zeide Hij tot den discipel: Zie, uw moeder.

En straks ziet hij het ook heel nauwkeurig voor zich: als een van de soldaten een speer in de zijde van de Heere Jezus steekt, dan spat daar bloed en water uit. Johannes staat dicht bij het kruis. Wie zijn dan die bekenden, die van verre staan? Zijn het misschien de andere discipelen? Staat Jozef van Arimathea daarbij? Of Nicodemus? Waarschijnlijk zijn het inderdaad die mannen geweest. Mannen die Jezus kenden, en die met Hem geleefd hebben. Maar nu, staan ze van verre. Is het uit angst? Is het vanwege dreigend gevaar?

Hoe dan ook, hier wordt de profetie vervuld, die staat in Job 19:13: Mijn broeders heeft Hij verre van mij gedaan; en die mij kennen, zekerlijk, zij zijn van mij vervreemd. En wat de dichter van Psalm 88 heeft geprofeteerd (vers 19): U hebt vriend en metgezel verre van mij gedaan; mijn bekenden zijn in duisternis.

Ze staan van verre. Zoals ook hier vanmorgen mensen waren, die van verre bleven staan. Met een hart vol van vrees. Benauwd van alle kanten. Zonder vrijmoedigheid om dichterbij te komen. Hoewel dat het hart van de Meester wel met blijdschap vervuld zou hebben. Als u dichterbij gekomen was om Zijn stem te horen (‘Het is volbracht’) en om de tekenen van Zijn liefde en trouw te zien, te proeven en te geloven. Maar van buiten was strijd, van binnen vrees.

Hoe kwam dat? Waarom was dat? U zegt: Ik dacht dat mijn zonden te groot en teveel waren… Hebt u wel naar de goede stem geluisterd? U zegt: Ik dacht ‘Het is wel voor hen, maar niet voor mij’ Hebt u wel naar de goede stem geluisterd? U zegt: ik dacht ‘Wat zullen de mensen toch zeggen, als ik nu ga?’ Hebt u wel naar de goede stem geluisterd? Was u nu maar dichterbij gekomen. Om Zijn stem te horen. Die stem die zei: Het is volbracht. Voor u. Was u nu maar dichterbij gekomen om Zijn tekenen te zien. Het tekenen van Zijn sterven, van Zijn liefde en trouw, tot in de dood, tot in de dood van het kruis. Maar u bleef van verre staan. Want van buiten was strijd, van binnen vrees…

Dat zij van verre bleven staan, dat verzwaarde ongetwijfeld het lijden van Christus. Maar… het onthield hun ook hun troost! Daardoor konden ze niet goed zien wat er gebeurde. Daardoor konden ze niet goed zien, wat Hij voor hen deed.

Dat hadden ze van dichtbij kunnen zien, met hun eigen ogen. Maar nu moeten ze het straks horen van de vrouwen. Die wel dichtbij stonden, die het wel met eigen ogen gezien hebben.

Van de vrouwen: zij hoorden Zijn stem, zij zagen Zijn ogen vol liefde, zij zagen Zijn gebroken hart. Maar die bekenden, die (waarschijnlijk) mannen, stonden van verre. Je kunt je hun bange zieleworsteling wel voorstellen. Van die mannen daar op afstand. Hadden ze nu maar een hart om te geloven dat de Messias moest en wilde lijden en sterven. Voor hen, in hun plaats. Dan zouden ze wel dichterbij gekomen zijn. Maar nu zijn hun harten zo vol van twijfel en van mensenvrees.

Wat moet ik tegen u zeggen? Broeders… Ja, wat het zijn misschien wel vaker de mannen dan de vrouwen… Broeders, vol verslagenheid in uw hart, vol onmogelijkheid in uw binnenste… U hebt uzelf leren kennen als een arm en ellendig mens. U hebt Christus lief. Hij heeft Zich genadig aan uw hart gebonden. U kan zonder Hem niet verder leven. Wat moet ik tegen u zeggen? De Heere Zelf zegt later: O, onverstandigen en tragen van hart, om te geloven al hetgeen de profeten gesproken hebben! Moest de Christus niet deze dingen lijden, en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? (Lukas 24:25-26)

Weet u, alles roept om het ingrijpen van de straks opgestane Meester. Die straks gelukkig Zelf Zijn twijfelende discipelen komt opzoeken. En ze dan opnieuw (wat is en blijft Hij toch trouw!) de tekenen geeft van Zijn onveranderde liefde. Het teken van de spijkers in Zijn handen en het teken van de speerstoot in Zijn zij.

Broeders, vraag om licht, om genade en om de verdere doorwerking van de Heilige Geest in uw hart. En kom toch dichterbij. Het was de Meester Zelf, Die u riep. Maar Die u in al uw zielsverdriet gelukkig ook niet gaat vergeten. Want (zegt Psalm 9:13): Hij vergeet het geroep der ellendigen niet. Hij heeft voor u gebeden, dat uw geloof niet ophoude; en u, als u eens zult bekeerd zijn, zo versterk uw broeders (Luk. 22:32).

5. En dan is er tot slot nog een laatste, een vijfde groep: de vrouwen. Zij stonden eerst ook van verre, maar uit het Johannesevangelie blijkt dat ze dichterbij gekomen zijn. Het was de liefde van de Meester die hen dichterbij trok.

Zij zijn Hem (zo staat in vers 49) samen gevolgd uit Galilea. Ze zijn Hem gevolgd om Zijn woorden, om Zijn liefde. En ze verlaten Hem niet in Zijn lijden. Ze blijven Hem hoe dan ook trouw volgen. Laten we zo, kinderen van God, ook onze Heere en Meester blijven volgen: trouw en met liefde, ook in tijden van lijden, angst en gevaar.

De Heere Jezus heeft zoveel voor hen betekend, zoveel voor hen gedaan. Zouden ze Hem dan nu verloochenen?

Nee, en dus komen ze (na eerste aarzeling) toch naar voren. Vrees of geen vrees. Gevaar of gevaar. Het is de Meester Zelf, Die hen trekt naar de voet van Zijn kruis.

Om daar te zien, wat we vanmorgen ook mochten zien in de tekenen van brood en wijn. Een lijdende en stervende Borg. Voor ons, voor onze schuld. Want wij hebben Zijn kroon gevlochten, wij hebben Zijn beker gevuld. Het was de toorn van God over onze zonden, die Hem Zijn hart brak. Dat Hij zo leed en zo stierf, dat deed Hij voor ons. En daarom zal God nooit meer op ons toornen of schelden.

Het zijn niet de groten, maar het zijn de kleinen. Het zijn de eenvoudige vrouwen, die Jezus gevolgd zijn, die hier bij Zijn sterven met naam en eer worden genoemd: Maria Magdalena, de moeder van Jakobus en Joses, de moeder van de zonen van Zebedeus, en een paar andere vrouwen.

De liefde van hun Meester neemt hen mee in Zijn dood, neemt hen mee door Zijn dood naar het leven. En hun wederliefde is hard als het graf. Want: Hij is hun liefste geworden. Ze kunnen en willen Hem nooit meer missen. Tranen branden ongetwijfeld in hun ogen: dit is hun Meester, stervend voor hen, in hun plaats. Hoewel er ook in hun hart nog veel onbegrip was…

Laten we zo maar naar huis gaan, kinderen van God. Met pijn, verdriet en schaamte in ons hart, als wij er aan denken dat Hij dit moest doen voor ons, voor onze schuld. Maar ook met verwondering, innige blijdschap en hartelijke wederliefde. Met een liefde die Hem volgt en dient, waar Hij ook heen gaat. Ik zal Hem nooit vergeten, Hem mijn Helper, mijn Redder, mijn Heiland heten, al mijn Hoop en Lust. Laten we Hem, net als die vrouwen, in stilte volgen, waar Hij ook heengaat. Hem zoeken, bij Hem blijven. Want wie dicht bij Hem blijven mag, wie met Maria graag zit aan Zijn voeten, die zal veel van Zijn liefde zien en ervaren.

Lieve vrienden, deze stervende Zaligmaker hebt u allemaal zo nodig! Bij wie van die vijf groepen mensen hoort u? Als u niet hoort bij die laatste groep, bij de vrouwen die Hem volgden, zoekt dan toch de HEERE, terwijl Hij te vinden is, roept Hem aan, terwijl Hij nabij is. De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want… zo is Hij, dat hebt u gezien… Hij vergeeft menigvuldiglijk (Jes. 55:6-7).

Amen.

Slotzang Psalm 73:14:

Wie, ver van U, de weelde zoekt, Vergaat eerlang en wordt vervloekt; Gij roeit hen uit, die afhoereren En U de trotse nek toekeren; Maar 't is mij goed, mijn zaligst lot, Nabij te wezen bij mijn God; 'k Vertrouw op Hem geheel en al, Den HEER, Wiens werk ik roemen zal.