Zo God voor ons is – Romeinen 8 (alleen beeld)

Zo God voor ons is

Preek Romeinen 8:31b-32: Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn? Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?

Thema: Zo God voor ons is…

1. Strengheid Gods rechtvaardigheid tegen Christus
2. De rijkdom van Gods barmhartigheid door Christus

Bijbelgedeelte Romeinen 8:31-21: Zo God voor ons is

18 Want ik houd het daarvoor, dat het lijden dezes tegenwoordigen tijds niet is te waarderen tegen de heerlijkheid, die aan ons zal geopenbaard worden.
19 Want het schepsel, als met opgestoken hoofde, verwacht de openbaring der kinderen Gods.
20 Want het schepsel is der ijdelheid onderworpen, niet gewillig, maar om diens wil die het der ijdelheid onderworpen heeft;
21 Op hope dat ook het schepsel zelf zal vrijgemaakt worden van de dienstbaarheid der verderfenis, tot de vrijheid der heerlijkheid der kinderen Gods.

22 Want wij weten dat het ganse schepsel tezamen zucht en tezamen als in barensnood is tot nu toe.
23 En niet alleen dit, maar ook wij zelven, die de eerstelingen des Geestes hebben, wij ook zelven, zeg ik, zuchten in onszelven, verwachtende de aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing onzes lichaams.
24 Want wij zijn in hope zalig geworden. De hoop nu die gezien wordt, is geen hoop; want hetgeen iemand ziet, waarom zal hij het ook hopen?
25 Maar indien wij hopen hetgeen wij niet zien, zo verwachten wij het met lijdzaamheid.

26 En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet wat wij bidden zullen gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen.
27 En Die de harten doorzoekt, weet welke de mening des Geestes is, dewijl Hij naar God voor de heiligen bidt.
28 En wij weten dat dengenen die God liefhebben, alle dingen medewerken ten goede, namelijk dengenen die naar Zijn voornemen geroepen zijn.

29 Want die Hij tevoren gekend heeft, die heeft Hij ook tevoren verordineerd den beelde Zijns Zoons gelijkvormig te zijn, opdat Hij de Eerstgeborene zij onder vele broederen.
30 En die Hij tevoren verordineerd heeft, dezen heeft Hij ook geroepen; en die Hij geroepen heeft, dezen heeft Hij ook gerechtvaardigd; en die Hij gerechtvaardigd heeft, dezen heeft Hij ook verheerlijkt.

31 Wat zullen wij dan tot deze dingen zeggen? Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn?
32 Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
33 Wie zal beschuldiging inbrengen tegen de uitverkorenen Gods? God is het Die rechtvaardig maakt.
34 Wie is het die verdoemt? Christus is het Die gestorven is; ja, wat meer is, Die ook opgewekt is, Die ook ter rechterhand Gods is, Die ook voor ons bidt.

Citaat preek: Zo God voor ons is…

Het argument gaat van groot naar klein: Die ook Zijn eigen Zoon niet gespaard heeft, maar heeft Hem voor ons allen overgegeven, hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Als de Vader nu zo’n grote Gift aan ons gaf, kinderen van God, dan is het ondenkbaar dat God ons andere dingen zou onthouden: geestelijke zegeningen, tijdelijke zegeningen, alle dingen die (28) medewerken ten goede.

Dan zal de Heere ons zonder twijfel zegenen met rechtvaardigheid, met heiligheid, met verlossing, met kleding, voedsel en bewaring. Dan zal de Heere ons Zijn barmhartigheid en vertroosting ook vanmorgen niet onthouden. Als Hij Zijn Zoon overgaf, om voor ons een Fontein te zijn van levend water. Dan zal Hij dat water zelf ook aan ons geven, om onze dorst te lessen.
Als Hij Zijn Zoon overgaf, om voor ons Bron te worden van troost en licht, dan zal Hij die troost en dat licht vanmorgen ook geven.

Hoe zal Hij ons ook met Hem niet alle dingen schenken?
Dat woord schenken duidt op vrije gift, op genade! Onverdiende goedheid!

God gaf Zijn Zoon over tot in de dood van het kruis, toen wij nog vijanden waren. Veel meer zal Hij ons nu alles schenken.
De Vader gaf Hem het verdriet, om ons de troost te geven.
Hem striemen, om ons genezing te geven. Hem de vloek, om ons zegen te geven. Hem oneer, om ons heerlijkheid te geven. Zo God voor ons is, wie zal tegen ons zijn!

Wij zijn zwak van moed en klein van krachten. Maar wij hebben een sterke God! Van Wie we biddend alle hulp verwachten.