/ / Preek Zondag 12: Christus en de christen

Preek Zondag 12: Christus en de christen

Preek Zondag 12:

De zalving tot drie ambten
a. van de Christus
b. van de christen

PDF LEESPREEK

Preek Catechismus Zondag 12  | Ds. J. IJsselstein
Preek Catechismus Zondag 12 | Ds. J. IJsselstein

Tekst preek Catechismus Heidelberg Zondag 12
Vraag 31: Waarom is Hij Christus, dat is een Gezalfde, genaamd?
Antwoord: Omdat Hij van God den Vader verordineerd is, en met den Heiligen Geest gezalfd, tot onzen hoogste Profeet en Leraar, Die ons den verborgen raad en wil Gods van onze verlossing volkomen geopenbaard heeft; en tot onzen enigen Hogepriester, Die ons met de enige offerande van Zijn lichaam verlost heeft, en voor ons met Zijn voorbidding steeds tussen treedt bij de Vader; en tot onze eeuwige Koning, Die ons met Zijn Woord en Geest regeert, en ons bij de verworven verlossing beschut en behoudt.

Vraag 32: Maar waarom wordt u een Christen genoemd?
Antwoord: Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo Zijn zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere, en met een vrije en goede consciëntie in dit leven tegen de zonde en den duivel strijde, en hiernamaals in eeuwigheid met Hem over alle schepselen regere.

Links bij preek Zondag 12 Heidelberger Catechismus
– Preek catechismus zondag 11
– Preek catechismus zondag 13

TERUG CATECHISMUS

Over Zondag 12
Vraag 32 is een hart-doorzoekende vraag, en roept tot verantwoording en afleggen van rekenschap. “Waarom wordt gij een christen genaamd?” De Naam “Christus” is in zijn diepe en rijke inhoud in het vorige antwoord omschreven. In die Naam wordt ontsloten de heerlijke ambtsbediening van de Immanuël.
Het is duidelijk, dat de naam “christen” wijst op verband met de Christus.
Daarom wordt ieder, die op de naam “christen” prijs stelt, door deze vraag opgeroepen om zichzelf en anderen rekenschap te geven van deze band aan Christus. Tegelijk is deze vraag ontdekkend en veroordelend voor ieder, die wel deze naam draagt, maar op deze vraag niets weet te antwoorden (Ds. Van Sliedregt)