Terug naar Dordtse Leerregels

Hoofdstuk I, Paragraaf 14

Dordtse Leerregels

PARAGRAAF 14

De uitverkiezing moet een plaats hebben in de prediking

Voorts, gelijk deze leer van de Goddelijke verkiezing,
naar Gods wijzen raad,
door de profeten, Christus Zelf en de apostelen,
zowel in het Oude als in het Nieuwe Testament gepredikt is,
en daarna in de Heilige Schriften voorgesteld en nagelaten,
alzo moet zij ook ten huidigen dage,
te zijner tijd en plaats,
in de Kerke Gods (dewelke zij bijzonderlijk is toegeëigend) voorgesteld worden,
met den geest des onderscheids
en met godvruchtige eerbiedigheid, heiliglijk,
zonder nieuwsgierige onderzoeking van de wegen des Allerhoogsten,
ter ere van Gods heiligen Naam
en tot een levendigen troost van Zijn volk.