Terug naar Dordtse Leerregels

Hoofdstuk V, Paragraaf 6

Dordtse Leerregels

PARAGRAAF 6

God laat de gelovigen niet té ver vallen, want Zijn verkiezing is onveranderlijk

Want God, Die rijk is in barmhartigheid,
neemt, naar het onveranderlijk voornemen der verkiezing,
den Heiligen Geest van de Zijnen, ook zelfs in hun droevig vallen,
niet geheel weg, noch laat hen zó ver niet vervallen,
dat zij van de genade der aanneming en van den staat der rechtvaardigmaking uitvallen,
of dat zij zondigen ter dood, of tegen den Heiligen Geest,
en, van Hem geheel verlaten zijnde,
zichzelf in het eeuwig verderf storten.