Dordtse Leerregels
PARAGRAAF 1
Door de zondeval heeft de mens zichzelf beroofd van de gaven rechtvaardigheid en heiligheid
De mens is van den beginne naar het beeld Gods geschapen,
versierd in zijn verstand met ware en zalige kennis van zijn Schepper
en van andere geestelijke dingen;
in zijn wil en hart met gerechtigheid;
in al zijn genegenheden met zuiverheid;
en is overzulks geheel heilig geweest.
Maar door het ingeven des duivels,
en zijn vrijen wil van God afwijkende,
heeft hij zichzelf van deze uitnemende gaven beroofd,
en heeft daarentegen in de plaats van die over zich gehaald
blindheid, schrikkelijke duisternis, ijdelheid
en verkeerdheid des oordeels in zijn verstand;
boosheid, wederspannigheid en hardigheid in zijn wil en hart;
mitsgaders ook onzuiverheid in al zijn genegenheden.