Dordtse Leerregels
PARAGRAAF 4
Het overgebleven licht der natuur is onvoldoende om God te leren kennen
Wel is waar dat na den val
in den mens enig licht der natuur nog overgebleven is,
waardoor hij behoudt enige kennis van God,
van de natuurlijke dingen,
van het onderscheid tussen hetgeen betamelijk en onbetamelijk is,
en ook betoont enige betrachting tot de deugd en tot uiterlijke tucht.
Maar zo vér is het vandaar, dat de mens door dit licht der natuur
zou kunnen komen tot de zaligmakende kennis van God,
en zich tot Hem bekeren,
dat hij ook in natuurlijke en burgerlijke zaken dit licht niet recht gebruikt;
ja veel meer datzelve, hoedanig het ook zij,
op onderscheiden wijze geheel bezoedelt en in ongerechtigheid ten onder houdt;
en dewijl hij dit doet, zo wordt hem alle verontschuldiging voor God benomen.
GENOEMD IN DEZE PREKEN