Terug naar Dordtse Leerregels

Hoofdstuk III/IV, Paragraaf 11

Dordtse Leerregels

PARAGRAAF 11

De wedergeboorte

Voorts wanneer God dit Zijn welbehagen in de uitverkorenen uitvoert,
of de ware bekering in hen werkt,
zo is het dat Hij niet alleen het Evangelie hun uiterlijk doet prediken,
en hun verstand krachtiglijk door den Heiligen Geest verlicht,
opdat zij recht zouden verstaan en onderscheiden die dingen, die des Geestes Gods zijn;
maar Hij dringt ook in tot de binnenste delen des mensen
met de krachtige werking van denzelfden wederbarenden Geest;

Hij opent het hart, dat gesloten is;
Hij vermurwt dat hard is; Hij besnijdt dat onbesneden is.
In den wil stort Hij nieuwe hoedanigheden
en maakt dat die wil, die dood was, levend wordt;
die boos was, goed wordt; die niet wilde, nu metterdaad wil;
die wederspannig was, gehoorzaam wordt;
Hij beweegt en sterkt dien wil alzo,
dat hij als een goede boom vruchten van goede werken kan voortbrengen.