Zondag 39 · 1 januari 2023
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 39 (serie 1)
INLEIDING
Zondag 39 van de Heidelbergse Catechismus behandelt het vijfde gebod: eer uw vader en uw moeder. De vraag die als rode draad door de preek loopt is: wat wil God? God wil dat wij allen die Hij boven ons gesteld heeft — ouders, overheid, kerkenraad — eer, liefde en trouw bewijzen. Niet uit dwang, maar als een liefdedienst. Want de gehoorzame Knecht bij uitstek was de Heere Jezus Christus, gehoorzaam tot de dood des kruises.
Wat wil God in het vijfde gebod?
ZONDAG 39
Vraag 104: Wat wil God in het vijfde gebod?
Dat ik mijn vader en mijn moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze, en mij hunner goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe, en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft, ons door hun hand te regeren.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 39
THEMA
Wat wil God in het vijfde gebod?
AANDACHTSPUNTEN
Jongelui, je zegt: nu begint het langzaam interessant te worden. De eerste vier geboden gingen over hoe je God moet dienen. Maar (zeg je) dit wordt hopelijk een beetje praktisch: het vijfde gebod, het zesde gebod, het zevende gebod… Ja, misschien wel… Maar toch moet je de geboden die nu aan de orde komen niet los zien van die eerdere geboden. Je moet de eerste tafel van de Wet niet los zien van de tweede tafel van de Wet. Want wat nu verder komt in de Wet van de Tien Geboden, dat heeft alles te maken met het dienen van God. Met het liefhebben van God, en daardoor ook met het liefhebben van de naaste. Met het doen van de wil van God. Omdat (dat hoop ik tenminste) de liefde van God in je hart is gelegd (Romeinen 5:5En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.). Je zegt, als het goed is: O, is dat de wil van de Heere? Dan doe ik die graag! Laten we met elkaar zo ook Zondag 39 lezen:
Vraag 104. Wat wil God in het vijfde gebod? Antwoord. Dat ik mijn vader en mijn moeder, en allen die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze, en mij hunner goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe, en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebbe, aangezien het Gode belieft ons door hun hand te regeren.
Wat wil God? Ik wil proberen die vraag als leidend thema aan te houden voor de komende zondagen: Wat wil God? En daarom nu vanmiddag naar aanleiding van Zondag 39: Wat wil God in het vijfde gebod?
Drie dingen, dat zijn ook de drie punten van de preek. 1. Alle eer, liefde en trouw bewijzen 2. Aan goede leer en straf onderwerpen 3. Met zwakheden en gebreken geduld hebben
Naast die vraag ‘wat wil God?’, kan je nog twee andere vragen stellen. ‘Aan wie, voor wie?’ Aan en voor je ouders en iedereen die over je gesteld is En: ‘Waarom?’
Omdat God het wil. Omdat God ons graag door hun hand wil regeren.
Laten we eerst beginnen met een van die laatste vragen: ‘Aan wie? Voor wie?’ Daar begint de catechismus ook mee. God vraagt me iets te doen ‘voor mijn vader en mijn moeder, en alle mensen die over mij gesteld zijn’.
Voor je vader en je moeder. Dat is helder. Maar dat is ook opvallend. Want je zegt: ‘als papa het zegt, dan moet je echt goed luisteren. Maar gelukkig…, hij is niet altijd thuis…’ Nee, maar de Bijbel zegt: als mama iets zegt, dan moet je ook luisteren. Papa en mama zijn wat dat betreft gelijk. Mama staat boven de kinderen. In sommige culturen hebben de oudste zoons meer te zeggen dan moeder. Maar bij ons is dat, omdat het zo in de Bijbel staat, niet het geval (zie Leviticus 19:3Want ieder zal zijn moeder en zijn vader vrezen, en Mijn sabbatten houden; Ik ben de HEERE, uw God!). Vader en moeder staan boven ons. Moeder doet niet onder voor vader. Vader mag niet zeggen: ‘moeder, ik ben de baas’. En kinderen mogen niet denken: ‘nou, het is mama maar die het zegt…’
Maar de catechismus maakt het (terecht) breder. Het gaat niet alleen maar over vader en moeder. Daar begint het wel mee. Maar als je groter wordt, dan kom je meer mensen tegen naar wie je moet luisteren: de meester of juf op school, je docenten, de politieagent op straat, de overheid, de ouderlingen en diakenen in de kerk…
Je zegt: ‘waarom hebben die iets over mij te zeggen? Ik maak het zelf wel uit, wat ik wil!’ Goed dat je dat zegt. Want daar zit nu juist de crux van waar het hier over gaat. Met Zijn geboden zegt God: ‘Ik wil dat jij…, Ik wil dat u…’ En dus vraagt de catechismus: ‘wat wil God…?’ Maar ik en jij en wij zijn geneigd om te zeggen: ‘nee, maar ik wil het zo!’
En dat geldt vooral dit punt van gehoorzaam zijn. Want daar begon het ook mee in het paradijs. ‘Adam, doe gehoorzaam wat Ik, God, tegen je zeg’. Nee, dacht Adam, ik doe wat ik zelf wil! Door die ongehoorzaamheid van die ene mens, zijn we allemaal in zonde gevallen (Romeinen 5:19). En die ongehoorzaamheid, dat voel je, dat merk je, die zit nog steeds hier van binnen. Zo zijn we. Zo zijn we door de zonde geworden.
En daarom is het eigenlijk wel een zegen van God, dat Hij ons mensen heeft gegeven die met gezag boven ons staan. Daardoor is er orde en geen wanorde, geen anarchie of chaos. Dat geldt thuis, maar ook op school, in de kerk en in de maatschappij. Stel je voor, dat alle kinderen op school gaan doen, wat ze zelf willen… Stel je voor, dat de kinderen thuis allemaal gaan doen, wat ze zelf willen, zoals dat misschien ook weleens gebeurt als papa en mama een keer weg zijn… Maar als dat altijd zo zou zijn? Dan zou het echt niet goed gaan! Stel je voor, dat er wel stoplichten zijn, maar geen politieagenten…
Gelukkig heeft de Heere ons vaders en moeders, meesters en jufs, docenten en agenten gegeven, mensen ‘die boven ons staan’.
Mensen, die je gehoorzamen moet. Je moet doen wat papa en mama zeggen. Weet je Wie dat ook deed? De Heere Jezus. Als Hij twaalf jaar is (net een beetje de leeftijd voor ons om obstinaat en dwars te worden), dan komt Hij met Zijn vader en moeder terug van een bezoek aan de tempel in Jeruzalem. En dan schrijft Lukas: en Hij ging met hen af (van de heuvels van Jeruzalem weer naar beneden, terug naar huis), en kwam te Nazareth, en was hun (Zijn vader en moeder) onderdanig (Lukas 2:51En Hij ging met hen af, en kwam te Nazareth, en was hun onderdanig. En Zijn moeder bewaarde al deze dingen in haar hart.). De Heere Jezus was Zijn vader en moeder onderdanig. Hij was gehoorzaam aan Jozef en Maria. Hij wist dat de Heere in de hemel, Zijn Vader, hen als vader en moeder aan Hem gegeven had. En Hij wilde de Heere, Zijn Vader in de hemel, gehoorzaam zijn. Die gehoorzaamheid van de Heere Jezus ging nog veel verder. Hij werd zelfs gehoorzaam tot de dood, tot de dood van het kruis (Filippenzen 2:8En in gedaante gevonden als een mens, heeft Hij Zichzelven vernederd, gehoorzaam geworden zijnde tot den dood, ja, den dood des kruises.).
Als je zelf iets kent van je eigen ongehoorzaamheid, en tegelijkertijd door Gods genade iets ziet van hoe gehoorzaam Hij, de Heere Jezus, was, terwijl Hij wilde staan in plaats van jouw of mijn ongehoorzaamheid, als je zo kind van de Heere mag zijn, dan wil je ook graag ‘de wil van de Heere’ doen, dan wil je graag ‘de voetstappen van de Heere Jezus volgen’, en dus gehoorzaam, en dus onderdanig zijn.
Wat is dat eigenlijk: gehoorzaam zijn, onderdanig zijn? Het vijfde gebod zegt het zo: eert uw vader en uw moeder. De catechismus zegt: dat betekent drie dingen. En over die drie dingen gaan we het nu verder hebben. Ons eerste punt:
Je moet de mensen die boven je staan (je vader en moeder, de meester of juf, je docenten, de ouderlingen en diakenen, de politie, de overheid), je moet alle mensen die boven je staan alle eer, liefde en trouw bewijzen. Drie dingen noemt de catechismus. Als eerste:
a. Alle eer. Alle eer bewijzen aan je vader en je moeder. Het valt op dat er niet in de eerste plaats staat: je moet heel veel van ze houden, je moet heel lief voor ze zijn. Er staat als eerste: je moet eer aan ze bewijzen, dat wil zeggen je moet ze hoogachten, je moet ze respecteren. Je moet geen grote mond tegen ze hebben, je moet niet op ze schelden of mopperen, je moet ze niet afsnauwen, je moet niet over ze roddelen.
Waarom? Waarom moet je je vader en moeder eren? Omdat God het wil. De catechismus zegt: omdat God het wil, omdat God ons door hun hand wil regeren, wil sturen en leiden.
Zij zijn niet zomaar toevallig je vader en moeder, omdat je uit hen geboren bent. En de meester en de juf staan niet zomaar toevallig voor de klas, omdat ze op school werken en daarvoor betaald worden. En de ouderlingen en diaken zitten niet zomaar toevallig hier in het bankje, omdat wij ze daarvoor gekozen hebben. Maar God heeft ze gezet op die plek ‘boven ons’.
En zij (vader en moeder), en wij (kerkenraad), en de meester en juf, en de overheid, zij hebben dat gezag, zij hebben die plek van God gekregen. Niet omdat wij, niet omdat zij, zo goed zijn of beter zijn, maar omdat God het wil. En wij en zij zijn daarom ook verantwoording schuldig aan God over hoe we ons werk doen. Ooit zei de Heere Jezus tegen Pilatus: U had geen macht over Mij, als u die niet van boven gekregen had (Johannes 19:11Jezus antwoordde: Gij zoudt geen macht hebben tegen Mij, indien het u niet van boven gegeven ware; daarom die Mij aan u heeft overgeleverd, heeft groter zonde.).
En dus moet je de mensen die boven je staan respecteren. Ze staan boven je, je moet in gedachten tegen ze opkijken, je moet ze ‘hoog-achten’. Alle eer bewijzen. En in de tweede plaats:
b. Alle liefde bewijzen Je zegt: ‘ik houd ook zo van mijn vader en moeder’. Gelukkig. Zo moet het ook. Maar het is ook goed, zegt de catechismus, dat je die liefde bewijst, dat je die laat zien, dat je die laat merken. Dat geldt voor papa en mama zelf, zij moeten iedere dag aan elkaar en aan jullie laten zien hoe veel ze van elkaar houden. Maar de kinderen thuis moeten hun liefde aan hun vader en moeder ook bewijzen, ook laten zien en merken.
Je ziet daarmee tegelijkertijd dat het niet de bedoeling is, dat er thuis alleen maar kille, koude en slaafse gehoorzaamheid is, zonder liefde. Het gezin is niet bedoeld als een gevangenis, ook niet als een opvoedingskamp, maar als een plaats waar liefde woont. Het gaat in de Bijbel en ook in het vijfde gebod altijd om gehoorzaamheid in liefde, en niet om gehoorzaamheid in dwang. Naar het voorbeeld van de Heere Jezus, die uit liefde Zijn Vader gehoorzaam was, uiteindelijk zelfs tot de dood van het kruis toe.
Wat is liefde eigenlijk? Het is zeker niet hetzelfde als plezier beleven, als samen plezier hebben. Liefde betekent: dat je hart hebt voor elkaar. Dus heeft ‘in je gezin leidinggeven in liefde’ helemaal niets te maken met regeren met ijzeren hand, met slaan uit drift of woede, met vergelding of met mishandeling. Paulus zegt (Efeze 4:6Een God en Vader van allen, Die daar is boven allen, en door allen, en in u allen.): nalatende de dreiging. Als je de dreiging al moet nalaten, dan zeker de uitvoering van die dreiging.
Kindermishandeling, geweld in gezinnen, misbruik, incest, het mag onder ons niet voorkomen. Maar het komt wel voor! Dat heeft helemaal niets te maken (hoewel mensen dat soms wel beweren), dat heeft helemaal niets te maken met gehoorzaamheid in liefde. En daar mag je zeker het vijfde gebod niet voor misbruiken.
Kinderen, jongelui, kom voor de dag, als je thuis hard geslagen wordt, als je thuis mishandeld of misbruikt wordt. Ook al zegt de ander dat het je eigen schuld is, ook al zegt de ander dat je gehoorzaam moet zijn en moet zwijgen. Daar hoef je niet naar te luisteren. Kom er maar mee voor de dag. En u die het doet, meldt uzelf ook. Wat u doet is strafbaar voor de overheid en ook voor God.
Dat misbruik mag er thuis niet zijn. Maar ook in de kerk mag het er niet zijn, ook niet in kerkelijke of pastorale relaties. Er zijn ook in de kerk allerlei situaties waarin kinderen, jongeren, maar ook ouderen, afhankelijk zijn van en staan onder een ander, bijvoorbeeld in het pastoraat, in het jeugdwerk, op de catechisatie of bij pastorale bezoek. Soms kan er ook nog een financiële afhankelijkheid zijn van de kerk. Ook daar mag die ander (die boven ons staat) geen misbruik maken van onze kwetsbaarheid. We kennen helaas de misbruiksituaties uit andere kerken, maar er is geen reden om met de vinger naar een ander te wijzen. Dit gaat ook ons niet voorbij! Als u of jou binnen onze kerk iets is overkomen (je bent er niet de schuld van, al zegt de ander dat misschien wel, maar dat is niet waar!), als u of jou binnen onze kerk iets overkomen is, maak daar dan melding van. Ook al zegt de ander dat het je eigen schuld is, ook al zegt de ander dat je gehoorzaam moet zijn en moet zwijgen. Daar hoef je niet naar te luisteren. Kom er maar mee voor de dag. En vraag daar gerust iemand bij, die je in vertrouwen kan helpen om ermee voor de dag te komen. Het vijfde gebod vraagt om het bewijzen van alle eer, en liefde, en in de derde plaats ook van:
c. Alle trouw Trouw bewijzen. Trouw gaat vooral spelen als liefde minder plek krijgt. Je ouders zijn oud, je noemt ze ouderwets en star, ze zijn ziek en gebrekkig, ze zijn moeilijk in de omgang… Die ene diaken, die ligt me niet. Die is moeilijk in de omgang. Die ene ouderling leest niet de goede preken, die ik graag hoor… Die leraar op school, daar heb ik echt een verschrikkelijke hekel aan… Weinig liefde, op misschien wel geen liefde…, maar dan nog steeds… vraagt God trouw.
Voordat we verder gaan, zingen wij nu eerst uit Psalm 147:6 De HEER betoont Zijn welbehagen Aan hen, die nederig naar Hem vragen, Hem vrezen, Zijne hulp verbeiden, En door Zijn hand zich laten leiden; Die, hoe het ook moog' tegenlopen, Gestadig op Zijn goedheid hopen. O Salem, roem den HEER der heren; Wil Uwen God, o Sion, eren!
Wat wil God in het vijfde gebod?
Drie dingen: dat je je ouders en iedereen die boven je staat alle eer liefde en trouw bewijst. Dat hebben we zojuist gezien. We gaan nu verder met het tweede punt, het tweede wat de catechismus aanreikt als antwoord op de vraag: wat wil God in het vijfde gebod, namelijk:
Als het goed is, dan is er thuis goede leer en straf. Denk maar aan wat we gelezen hebben uit Efeze 6:4En gij vaders, verwekt uw kinderen niet tot toorn, maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren., waar Paulus zegt: En u vaders, verwek uw kinderen niet tot toorn (dat is verkeerde leer en straf), maar voedt hen op in de lering en vermaning des Heeren (dat is goede leer en straf).
Goede leer. Wat leer je dan thuis? Wat leren jullie thuis, jongens en meisjes? Je zegt: ‘ik leer mijn kamer opruimen, ik leer netjes te eten, ik leer op tijd op school te zijn en thuis mijn huiswerk te maken…’ Toch noemt de Bijbel meer. De Bijbel noemt iets anders, als het eerste en allerbelangrijkste. Wat hier in de catechismus staat: de lering des Heeren. Leren om de Heere te dienen!
Eigenlijk is dat de grootste zegen van de vader en moeder die je van de Heere gekregen hebt. Als ze dit tenminste ook doen. Dit, ouders, is onze eerste en meest belangrijke opdracht, wat het doopformulier zei, toen wij onze kinderen lieten dopen: in de voorzeide leer onderwijzen. De (wat de catechismus noemt) ‘goede leer’, dat is de leer, dat is het onderwijs vanuit het Woord van God. Waarom is die goed? Omdat wij het zo goed doen? Nee, maar omdat die leer brengt tot het goede. En omdat de Heere die leer gebruiken wil om ons en onze kinderen te laten gaan in de wegen van de Heere. Zoals het staat in Psalm 78: opdat het navolgende geslacht het weten zou, opdat zij hun hoop op God zouden stellen, opdat zij Gods daden niet zouden vergeten, en Zijn geboden zouden bewaren.
En dat kan je niet leren door te slaan. Dat bereik je niet door als dictator te zeggen: ‘dit moet, dat doe je! Zo en niet anders!’ ‘Waarom pa?’ ‘Niks mee te maken, mijn wil is wet!’
Wat zegt u? Mijn wil is wet? Dat is niet waar. Ik heb als vader en moeder mijn kinderen te laten zien en weten wat Gods wil is. Niet mijn wil is wet, maar Gods wil is wet. En het is goed om die wil van God te vertellen, om die uit te leggen, vanuit de Bijbel, zeker als de kinderen groter worden. Ouders, verdiep je in de leefwereld van je kinderen. Denk en leef met ze mee. Wij zijn misschien vroeger beschermd opgevoed, maar onze jongeren leven in een andere, in een moeilijker tijd. Ze hebben vaak (of u dat nu leuk vindt of niet) veel meer gezien van de wereld dan wij. Ze hebben door hun opleiding, door de media en door hun reizen andere mensen ontmoet. Ze weten meer, ze kijken en denken daardoor anders.
Kap niet alle discussies met ze af, maar praat met ze.
Maar dan is het wel goed, jongens en meisjes, jongelui, om je aan de goede leer van je ouders te onderwerpen. Je kan ook eindeloos doorgaan met discussiëren, met over je ouders heen walsen, niet omdat ze geen goede en Bijbelse argumenten hebben, maar gewoon omdat je beter van tongriem gesneden bent en ze verbaal weet te overtroeven. Niet omdat je niet snapt wat ze zeggen, maar omdat je diep in je hart tegendraads en ongehoorzaam bent. De catechismus zegt: je moet behoorlijk gehoorzaam zijn. Dat wil niet zeggen: een beetje, maar dat wil zeggen: je moet gehoorzaam zijn, zoals het behoort.
Aan hun goede leer, en aan hun goede straf jezelf onderwerpen. Bij goede leer hoort goede straf. En bij goede straf hoort goede leer. Die twee horen bij elkaar. Als je thuis of op school straf krijgt, dan is dat om te leren. Om te leren dat wat je doet, niet goed is. Om te leren dat het zo niet goed gaat, en om te leren dat als je zo doorgaat, het uiteindelijk ook niet goed komt.
Is dat nodig? Ja, de Heere vindt dat dat nodig is. Waarom? Omdat wij hardleers zijn. Dat geldt ons, vaders en moeders, ambtsdragers, net zo goed als iedereen. Het doopformulier zegt immers: wij met onze kinderen (iedereen, onze kinderen, maar wij ook!), wij met onze kinderen zijn allemaal hetzelfde: in zonden ontvangen en geboren, ongehoorzaam en hardleers. We zijn mensen die soms straf nodig hebben, om ons weer op het rechte, op het goede pad te brengen.
Maar dan moet het wel goede straf zijn. Paulus heeft dat ongetwijfeld op het oog als hij zegt: vaders, verwek uw kinderen niet tot toorn (Efeze 6:4). Wie thuis met brute hand regeert, onredelijk en hard straft, zonder zelfcontrole, driftig, met woede en zonder zelfkritiek, die overtreedt ook dit gebod. Dat is niet naar de wil van God. Zo verwoest je de levens van je kinderen, en je geeft ze ook een heel verkeerd beeld van Wie God is. Met andere woorden: zo verwoest je ook het godsbeeld in het leven van je kinderen. Want God straft ook, maar in liefde en met medelijden. Nooit hard.
Dus moeten ook onze straf nooit onredelijk zijn, nooit zonder zelfcontrole. Moeder moet ertussen komen, omdat vader zo hard slaat? Niet doen, vaders, je maakt je kinderen stuk! Nooit slaan uit drift. Nooit straffen zonder oog te hebben voor het heil van je kinderen. En ook niet zonder zelfkritiek. Als wij (als ouders of ambtsdragers) fouten gemaakt hebben, dan is het goed om die toe te geven, om daar eerlijk over te zijn en daarvoor vergeving te vragen. Dat geeft je niet minder gezag, eerder meer. Omdat daaruit je oprechtheid blijkt.
Hoe ver strekt die gehoorzaamheid? Blijf je als kinderen altijd gehoorzaamheid verschuldigd aan je ouders, ook als je volwassen bent, ook als je getrouwd bent?
Nee, de Bijbel is daar zonneklaar is. In Genesis 2:24Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven; en zij zullen tot een vlees zijn. staat: Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten, en zijn vrouw aankleven en zij zullen tot een vlees zijn. Zo moet het, zo hoort het te zijn. Liefde en respect blijven, de dankbaarheid blijft voor alles wat ze gedaan hebben, en als het goed is blijft de ‘lering des Heeren’, het Woord van God ons leven besturen, maar het huwelijk is een nieuw verbond. Een nieuwe eenheid, die als het goed is wel staat in hetzelfde, oude perspectief van geleid en gestuurd worden door de band met God en door Zijn Woord. Maar het is nu wel anders dan voorheen. Het was: vader en moeder onderdanig zijn in de vreze des Heeren. En het wordt: elkaar onderdanig zijnde in de vreze Gods (Efeze 5:21Elkander onderdanig zijnde in de vreze Gods.). Het is goed, ouders, om je kinderen na hun huwelijk los te laten. Je mag ze blijvend in bescheidenheid raad en advies geven, zeker als ze daarom vragen, je mag veel voor ze bidden, maar de onderdanigheid is veranderd. Dat is een onderdanigheid geworden naar elkaar toe, en niet meer naar u als ouders toe.
Drie dingen zegt de catechismus als het gaat over de wil van God in het vijfde gebod. Het eerste was dat ik mijn ouders en allen die boven mij staan alle eer liefde en trouw bewijzen moet. Het tweede was dat ik mezelf aan hun goede leer en straf met gehoorzaamheid moet onderwerpen, zoals het behoort. En het derde is, onze derde gedachte:
Nee, dit is niet bedoeld voor vaders en moeders, voor ambtsdragers en andere leidinggevenden, als iets waar we ons achter mogen verstoppen verschuilen. Dit is bedoeld voor ons, als kinderen van onze ouders, als mensen die onder andere mensen staan. Zij, die God boven ons geplaatst heeft, zijn zondige en beperkte mensen. Het zijn mensen met zwakheden en gebreken. En het is niet Gods wil (dat wil de catechismus zeggen) dat we die zwakheden en gebreken gebruiken om ze daarmee af te serveren. Scheld niet, mopper niet (nee, ik heb het niet over hun misdaden), scheld niet en mopper niet over de zwakheden en gebreken van je ouders. Praat niet en roddel niet over de zwakheden en gebreken van uw ambtsdragers, praat er hooguit met henzelf en met de Heere over.
Waarom? Waarom dit allemaal? De catechismus zegt: aangezien het Gode belieft om ons door hun hand te regeren. Het is de wil van God om ons door hun handen te leiden, om ons door hun handen mee te nemen, te leiden en te regeren.
Met het doel om…? Om ervoor te zorgen dat wij het in dit leven ver zullen schoppen? Om ervoor te zorgen dat onze kinderen in deze wereld goed terecht zullen komen? Nee, laten we dat niet als het belangrijkste doel zien van opvoeden en leidinggeven. Het huwelijksformulier zegt dat het doel van een christelijke opvoeding is dat de kinderen die zij krijgen in de kennis en vreze Gods opgevoed worden, tot Zijn eer en tot hun zaligheid. Het gaat om de eer van God en om de zaligheid van onze kinderen.
Kan je dat allemaal in eigen kracht? Is dit een gebod om stipt te gehoorzamen en daarmee iets te verdienen en te presteren? Nee, Paulus zegt in Efeze 6: doe dit niet naar ogendienst, als mensenbehagers, maar als dienstknechten van Christus, doende de wil van God van harte. Dienen de met goedwilligheid de Heere, en niet de mensen.
Tot slot, dit gebod wijst ons in de eerste plaats op iets wat we niet willen, op iets wat we kwijt geraakt zijn: hartelijke liefde tot gehoorzaamheid. Dit gebod wil ons onze ongehoorzaamheid laten zien, zowel aan God, als aan mensen. Dit gebod wil ons aan onze zonden ontdekken. Het wil ons laten zien wie we zijn, het wil ons oproepen tot bekering.
Tegelijkertijd wijst dit gebod ons in de tweede plaats op Hem, Die ook dit gebod volmaakt gehouden heeft. Jongens en meisjes, Wie was er heel gehoorzaam? Wie was in alle dingen gehoorzaam? Hij was Zijn vader en moeder onderdanig. En Hij was als de gehoorzame Knecht van Zijn Vader gehoorzaam, zelfs tot de dood van het kruis toe. Altijd gehoorzaam aan Maria en Jozef, altijd gehoorzaam aan Zijn hemelse Vader? Wie was dat? Precies. De Heere Jezus Christus. Alleen door Zijn werk, door wat Hij gedaan heeft kunnen ongehoorzame en opstandige weglopers, weer door genade tot kinderen van God aangenomen worden.
In de derde plaats is dit gebod bedoeld (en daar gaat het hier in de catechismus vooral over) als een regel om naar te leven, als een regel voor de dankbaarheid. Als je door Gods genade kind van de Heere geworden bent, dan wil je toch niet meer ongehoorzaam zijn? Nee, dan wil je de Heere gehoorzamen. Niet om in de ogen van mensen goed lijken. Niet naar ogendienst. Niet om mensen te plezieren, niet om je eigen trots te strelen. Niet als mensenbehagers. Maar als een liefdedienst vanwege de Heere Jezus Christus en Zijn werk. ‘Daarom, Heere, doe ik Uw gebod, oprecht en welgezind. Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdriet gedaan (Psalm 119:83Want ik ben geworden als een lederen zak in den rook; doch Uw inzettingen heb ik niet vergeten., ber.)’.
Gemeente, jongens en meisjes, luister niet alleen naar het Woord, maar doe het ook. Wees daders des Woords, en niet alleen hoorders (Jakobus 1:22En zijt daders des Woords, en niet alleen hoorders, uzelven met valse overlegging bedriegende.).
Amen.
Slotzang Psalm 119:24,83:
'k Zal Uw geboôn, die ik oprecht bemin, Mijn hoogst vermaak, mijn zielsgenoegen achten; Ik reken die mijn allergrootst gewin; Ik grijp er naar, en zal er heil uit wachten; Ik heb ze lief en zal met hart en zin, Al 't geen Gij ooit hebt ingezet, betrachten.
Wat vreê heeft elk, die Uwe wet bemint! Zij zullen aan geen hinderpaal zich stoten. Ik, HEER, die al mijn blijdschap in U vind, Hoop op Uw heil met al Uw gunstgenoten; 'k Doe Uw geboôn oprecht en welgezind; Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten.
Andere preken over Zondag