PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 41: Gij zult niet echtbreken (serie 1)

Zondag 41 · 12 oktober 2023

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 41 (serie 1)

INLEIDING

Zondag 41 van de Heidelbergse Catechismus behandelt het zevende gebod: gij zult niet echtbreken. Alle onkuisheid is door God vervloekt, want ons lichaam en onze ziel zijn tempels van de Heilige Geest. De preek gaat in op overspel, echtscheiding en de Bijbelse grondslagen daarvoor, en bespreekt ook actuele vragen rond homoseksualiteit en het transgender-vraagstuk — steeds vanuit Gods Woord, en steeds doortrokken van liefde voor de naaste als medezondaar.

THEMA

Wat wil God in het zevende gebod?

ZONDAG 41

Vraag 108: Wat leert ons het zevende gebod?
Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in den heiligen huwelijken staat of daarbuiten.

Vraag 109: Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden?
Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden,
gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat den mens daartoe trekken kan.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 41: Gij zult niet echtbreken (serie 1)

ds. J. IJsselstein - Zondag 41

THEMA

Wat wil God in het zevende gebod?

LITURGIE

Tien Geboden:1,7

Psalm 19:5

Lezen Mattheüs 19:1-9 en 1 Korinthe 6:12-20

Psalm 139:1,4,9

Psalm 119:19

Psalm 25:3,4

Gemeente, aan de beurt om te behandelen in deze leerdienst is Zondag 41 van onze Heidelbergse Catechismus. Laten we die zondag eerst samen met elkaar lezen:

Vraag 108. Wat leert ons het zevende gebod? Antwoord. Dat alle onkuisheid van God vervloekt is, en dat wij daarom, haar van harte vijand zijnde, kuis en ingetogen leven moeten, hetzij in de heilige huwelijke staat of daarbuiten.

U voelt hoe ernstig de catechismus dit gebod neemt. Als het zegt: onkuisheid, losbandigheid, ontucht is door God vervloekt.

Vraag 109. Verbiedt God in dit gebod niet meer dan echtbreken en dergelijke schandelijkheden? Antwoord. Dewijl ons lichaam en ziel tempelen des Heiligen Geestes zijn, zo wil Hij, dat wij ze beide zuiver en heilig bewaren; daarom verbiedt Hij alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat de mens daartoe trekken kan.

U voelt in dit antwoord waarom de catechismus deze zonden zo serieus neemt. Ons lichaam en onze ziel zijn tempels van de Heilige Geest.

We hebben het gelezen uit 1 Korinthe 6 (vers 18-20): Vliedt (vlucht weg van) de hoererij. Alle zonde die de mens doet, is buiten het lichaam; maar die hoererij bedrijft, die zondigt tegen zijn eigen lichaam. Of weet u niet dat ulieder lichaam een tempel is des Heiligen Geestes, Die in u is, Dien u van God hebt, en dat u uws zelfs niet zijt? Want u bent duur gekocht…

De gelovigen, Gods kinderen in Korinthe zijn duur gekocht, door het bloed van Christus. De Heilige Geest heeft hun door de zonde onbewoonbaar geraakte huis, die vervallen tempel (ooit zo volmaakt geschapen), weer opgebouwd tot een tempel om in te wonen. Hun lichamen zijn tempels! Van de Heilige Geest.

Dus? Als je nog onbekeerd bent, dan ben je geen tempel van God, dan kan je lekker gewoon doen wat je zelf wil? Nee, wacht even! Het feit dat wij onze tempel (in het paradijs) afgebroken hebben,

verandert niets aan het feit dat God zegt: Jouw lichaam en jouw ziel behoren tempel te zijn! Daar houd Ik je aan. Dat is Mijn recht op jou. Dus, of je nu wel of niet bekeerd bent, wij zijn geroepen te leven met ons lichaam en met onze ziel als zijnde: Gods tempel. Lichaam en ziel zijn tempel, zijn een huis waar God in woont (of zou moeten wonen).

Gij zult niet echtbreken. Dat is kort en krachtig het zevende gebod. Dat wil zeggen: het huwelijk dat Ik, de heilige God, heb ingesteld in het paradijs, die heilige band, dat voor het leven bedoelde verbond, dat mag u niet breken. Wat God samengevoegd heeft, zegt de Heere Jezus in Mattheüs 19, dat scheide de mens niet (19:6). Dat is tegen Mijn heilige wil. En dat werpt ook een smet op Mijn heilige Naam. Want uw huwelijk wil iets laten zien van Mijn liefde en trouw, voor Mijn kinderen, voor Mijn Kerk. Dus als u ontrouw wordt, doet u alsof Ik (Christus) net zo ontrouw ben als u! Huwelijkse ontrouw is zonde. Het is, zegt onze catechismus, door God vervloekt.

Als je ontrouw bent aan je man of vrouw, dan breek je je huwelijk. Vandaar: echt-breken. Dat doe je, als je je lichaam, dat toebehoort je man of vrouw, aan een ander geeft. Door: overspel te plegen, door incest te plegen of door een prostitué te bezoeken. Dan breek je je huwelijksverbond. Dan is het stuk.

Gezegend ben je, als je man of vrouw (ongetwijfeld met veel pijn en verdriet), je dat vergeven wil. En verder met je wil. Overweeg in dat geval wel om zo nodig hulp te zoeken, want het zal ingewikkeld en heftig zijn. De Vluchtheuvel heeft ook een online-programma, ‘Samen verder na overspel’.

Maar de benadeelde vrouw of man hoeft niet te blijven. Zij of hij is vrij om te gaan. En ook vrij om opnieuw te trouwen. Want de band is wel doorgeknipt. Mensen, vecht er biddend tegen. Het is zonde tegen de heilige God. En het veroorzaakt zoveel tranen!

Overspel is de enige Bijbelse grond voor echtscheiding. Je mag uit elkaar, als één van de twee die unieke band heeft doorgeknipt, door overspel te plegen. Door zijn of haar lichaam aan een ander te geven, om met haar of hem een te worden. Dat is de enige Bijbelse grond voor echtscheiding. Anders niet. Want dat heb je zelf beloofd. Je hebt zelf met een eed voor Gods aangezicht beloofd: ik zal haar of hem nimmermeer verlaten.

De Heere Jezus zegt het in Mattheüs 19 zo: Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat (om allerlei oorzaak, om allerlei redenen), anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel; en die de verlatene trouwt, doet ook overspel (19:9).

Dus de Bijbelse regel is glashelder. De enige legitieme reden om uit elkaar te gaan is overspel. En ga je zonder overspel in je huwelijk toch uit elkaar en verder met een ander, dan pleeg je (daarmee!) overspel en zondig je tegen het zevende gebod. En terwijl ik dit allemaal zeg, voelt u me mee welke wereld van ellende er schuil achter dit alles. Een wereld van pijn en verdriet, een wereld van wanhopige tranen. Trouw belooft, maar niet trouw gebleven... Het vertrouwen gebroken… Reden om ons medegemeentelid met alle zorg en liefde te omringen. Als we zelf gelukkig getrouwd zijn, laten we dan degenen die verlaten zijn, met zorg omringen. Maar laten we ook degenen die de weg van de zonde gekozen hebben, niet en nooit afschrijven.

Dit gebod, gemeente, gaat net als alle andere geboden over zonde. En God haat de zonde. Maar zondaars zijn we allemaal. We zijn een gemeente van zondaars. En dus moeten we medezondaars niet afschrijven, maar proberen te behouden. Zoals Jakobus schrijft: Broeders (en zusters), indien iemand onder u van de waarheid is afgedwaald, en hem iemand bekeert, die wete dat degene die een zondaar van de dwaling zijns wegs bekeert, een ziel van de dood zal behouden en menigte der zonden zal bedekken (Jak. 5:19-20).

En tegelijkertijd, gemeente, moeten we er ook alles aan doen om dit te voorkomen. Als je iets breekt, als je je arm of been breekt, dan is het te laat. Zoiets moet je proberen te voorkomen. En dus, moet je biddend werken aan je huwelijk. Bij je auto wacht je ook niet tot er rook onder de motorkap vandaan komt. Die laat je geregeld onderhouden. En dus moet je dat met je huwelijk ook doen. Alleen in een andere frequentie. Niet ieder jaar, niet één keer per drie maanden, maar iedere dag. En soms extra. Door ook midden in alle drukte, tijd voor elkaar te nemen. En daar kan je als gezinnen elkaar ook bij helpen. Echtparen, zorg meer dan voor je huis, je auto, en voor wat dan ook, voor je huwelijk!

Maar, zoals bij de uitleg van alle geboden, trekt onze catechismus ook het zevende gebod breder. Door te schrijven in antwoord 108: alle onkuisheid is door God vervloekt. En dus (zegt antwoord) verbiedt God alle onkuise daden, gebaren, woorden, gedachten, lusten, en wat de mens daartoe trekken kan. Alle losbandigheid, alles, wat zich niet wil laten binden door Gods goede gebod, om heilig te leven, zowel in als buiten het huwelijk.

En iedere tijd heeft hierin zijn eigen verleidingen. En die verleiding ligt in onze tijd meer dan ooit in het digitaal, in het virtueel: kijken naar… Maar, zegt de Heere Jezus in Mattheüs 5: Ik zeg u, dat zo wie een vrouw aanziet om dezelve te begeren (kijken naar!), die heeft alrede overspel in zijn hart met haar gedaan (5:28). Je ogen kijken… En je hart doet…

Kijken naar is ook zonde. Het is een digitale van overspel plegen. Dat filmpje, die Netflix-serie, die pornofilm, die trekt aan je ogen… en aan je hart.

Die laat je binnendringen in je tempel(!), die van God is. Je zegt: Nee, ik vind het niet goed, ik kijk alleen maar… Dat dacht Eva ook. Toen ze keek naar de verboden vrucht in het paradijs. Het begon daar en het begint nu nog steeds: met kijken. En het stopt met: dat je niet meer kan stoppen met kijken. Want dat wat je ziet, trekt aan je ogen, omdat je hart verkeerd in elkaar zit. Het trekt aan je ogen, het ziet er spannend uit, je wordt ernaartoe getrokken, mee getrokken, je ogen raken eraan vastgebonden, je hart wordt meegesleurd, gaat in brand…, en je kan niet meer terug.

Mannen (vooral, maar niet alleen), stop ermee! Breek ermee! Vraag vergeving en verzoening. Help elkaar ook om ermee te stoppen. Ik snap dat u voorzichtig bent. Maar u mag het delen met een broeder die u vertrouwt. Want zondaars, dat zijn we allemaal. We zijn een gemeente van zondaars. En als het niet lukt om ermee te stoppen, zoek dan hulp. Bijvoorbeeld bij de Vluchtheuvel. Want je gaat er stuk aan. En je huwelijk ook. En vooral: het is zonde tegen God! Maar wanhoop niet. Want de Heere Jezus is gekomen om zalig te maken wat verloren was. Tollenaars en zondaars zijn welkom bij Hem!

We gaan samen zingen, voordat we verder gaan, uit Psalm 119:19: Wend, wend mijn oog van d' ijdelheden af; Verlevendig mijn hart door Uwe wegen; Dat mij 't betreen dier paden vreugd verschaff'. Bevestig toch aan Uwen knecht den zegen, Waartoe Uw woord hem blijde hope gaf; Hij is oprecht tot Uwe vrees genegen.

God verbiedt (zegt antwoord 109) alle onkuise daden. En de vloek van God (zegt antwoord 108) rust op alle onkuisheid. Het is niet altijd gemakkelijk, gemeente, om dat in deze tijd na te blijven spreken. Maar het is wel goed. Om mensen te blijven, die geloven, dat dat, wat in deze Bijbel staat, Gods heilige wil is. En daar moeten we aan vasthouden. Wij hebben het profetische Woord, dat zeer vast is, en u doet wel dat u daarop acht hebt, als op een licht schijnende in een duistere plaats (2 Petr. 1:19).

En in een duistere tijd, waarin de mens zegt (zoals staat in Psalm 2): Laat ons Hun banden (de geboden van de Drie-enige God) verscheuren en Hun touwen van ons werpen (Ps. 2:3). Laat ons eten en drinken en vrolijk zijn. Laten we God en Zijn geboden vergeten. En doen wat we zelf willen.

En dat zien we vooral terug in de hedendaagse opvattingen over huwelijk en seksualiteit. Die de laatste tientallen jaren zo zijn gaan schuiven, dat je je afvraagt: Hoe kan dat? Hoe kon dat zo snel gaan?

Het is goed, gemeente, om samen te proberen te onderkennen: Waar komen die verschuivingen vandaan? En lopen wij misschien ook het gevaar, dat we daar stiekem door beïnvloed worden? Dit is, wat op de achtergrond, al die verschuivingen stilletjes aanjaagt.

a. De eerste aanjager is (wat heet): het relativisme. Het Pilatus-denken: Wat is eigenlijk waarheid? (Joh. 18:38) Waarheid (zegt men) is relatief. Dat bepaal je zelf. Wat waar is voor jou (prima, dat mag je zelf weten!), dat ligt voor mij anders. Dat is enerzijds prettig, omdat de ander jou vrij laat (op school of op je werk), maar het botst hard met wat deze Bijbel zegt: Onze God spreekt als Enige de Waarheid.

b. Een tweede aanjager van al die veranderingen is (wat heet): het radicale individualisme, de ‘ikkerigheid’ van deze tijd. Die zegt: als je eerlijk luistert naar jezelf, dan kan je jezelf ontplooien. En dus (zegt men) is de grootste zonde, dat je een ander daarin hindert of veroordeelt. Maar deze Bijbel zegt: Dat de zonde je niet tot ontplooiing laat komen, maar je verwoest. En dat wie niet luistert naar Gods goede geboden, zichzelf ten onder laat gaan.

c. Een derde aanjager al die veranderingen is (wat ik zou willen noemen): het ‘het voelt goed’-idee. Onze cultuur zegt: Als je je er goed bij voelt, dan is het goed. Je gevoel geeft precies aan wat goed of fout is. Daar heb je helemaal geen wetten voor nodig, en al helemaal niet die van God. Maar deze Bijbel zegt: de natuurlijke mens verstaat, die begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn. Die voelt niet goed het verschil aan tussen goed en kwaad. Want zijn ogen zijn verblind door geestelijke duisternis (1 Joh. 2:11). We worden geroepen om te doen: dat wat God goed noemt. En het kwade te laten: dat wat God zonde noemt. Los van: hoe het voelt.

d. Een vierde aanjager van al die veranderingen is: het geloof in de evolutie. Onze tijd zegt: we zijn geworden, zoals we in miljoenen jaren gegroeid zijn. In alle mogelijke varianten die te bedenken zijn. Maar God zegt: u bent gemaakt, door Mij. Op één enkele dag. Volgens Mijn unieke ontwerp: manlijk en vrouwelijk. En die twee mensen, die Ik in het paradijs gemaakt heb (Adam en Eva), die bracht Ik bij elkaar. Die bond Ik samen in een uniek huwelijks- verbond om in alles één te zijn. Ook (volgens Mijn unieke ontwerp) lichamelijk, als man en vrouw tot één vlees (Genesis 1 en 2).

Die vier aanjagers hebben de opvattingen over huwelijk en seksualiteit in onze samenleving, en ook in onze kerk, in rap tempo veranderd. Frontaal botsend met wat de Bijbel zegt over het unieke van het huwelijksverbond van één man en één vrouw. De enige samenlevingsvorm die God goedkeurt.

Laat ik vanuit dat perspectief vanmiddag nog wat meer ingaan twee thema’s, in relatie tot het zevende gebod.

a. Het eerste thema is dat van homoseksuele relaties. Wat Bijbel daarover zegt is ook glashelder. Maar alles wat wij erover zeggen moet wel doortrokken zijn met liefde, met betrokkenheid en sympathie met onze naaste, met ons medegemeentelid. Want zij zijn (net als wij) schepsel van God, levend in gebrokenheid. En wij zijn (net als zij) zondaars.

En als gemeente van zondaars moeten we allemaal ‘nee’ zeggen tegen wie we zelf zijn en tegen wie we door de zonde geworden zijn. En dus mag er in ons denken en spreken geen spoor van minachting of vijandigheid, en geen spoor van antipathie of persoonlijke afwijzing zijn. We zoeken elkaar binnen de gemeente vast te houden, als medezondaars.

Dat neemt niet weg dat Bijbel over dit thema duidelijke dingen zegt. Laat ik er een paar noemen: a. Het eerste wat de Bijbel zegt is: dat we onze naaste moeten liefhebben als onszelf. Dat vraagt om geduld, om respect, om meevoelen, om meelijden in kruis dragen. En tegelijkertijd ook om eerlijkheid. Want als Paulus in 1 Korinthe 13 schrijft over de uitnemendheid van de liefde, dan zegt hij ook in 1 Korinthe 13:6: De liefde verblijdt zich niet in de ongerechtigheid, maar zij verblijdt zich in de waarheid.

U voelt, dat botst met het relativisme van deze tijd, dat zegt: ik denk er het mijne van. Eerlijk zijn dus, luisteren naar en spreken vanuit Gods Woord, vanuit de enige waarheid. Maar de ander nooit verachten of minachten, kwetsen of afschrijven.

b. Het tweede wat de Bijbel zegt is: dat liefde en terechtwijzing elkaar niet uitluiten. Christus wil zondaars omarmen. Maar Hij haat de zonde. En Hij roept ons als gemeente op, om zondaars tot inkeer te brengen. Geduldig, altijd rekening houdend met de zwakheid en de kwetsbaarheid van de ander. Geduldig, met medezondaars. Maar de Heere roept ons tegelijkertijd wel op om met eerlijkheid de zonde te benoemen. Waarom? Omdat zonde besmettelijk, omdat zonde aanstekelijk is. Omdat zonde aansluiting vindt in ons eigen hart. En dat geldt al onze zonden!

Met betrekking tot het on-Bijbelse van homoseksuele relaties, neem ik u kort mee naar de bekendste teksten uit het Nieuwe Testament.

1. In Romeinen 1 schrijft Paulus, dat afwijken van waarheid van deze Bijbel, vroeg of laat leidt tot het dienen van afgoden en tot heel veel zonden. En één van die zonden is de omgang tussen mensen van gelijk geslacht. De Heere God noemt het: onreinheid, onteren,

schandelijkheid, dingen die niet betamen, en die ingaan tegen de door God ingestelde orde van Zijn schepping.

2. Verder schrijft Paulus in 1 Korinthe 6: Dwaalt niet: noch hoereerders, noch afgodendienaars, noch overspelers, noch ontuchtigen, noch die bij mannen liggen, noch dieven, noch gierigaards, och dronkaards, geen lasteraars, geen rovers zullen het Koninkrijk Gods beërven (1 Kor. 6:10). Een ernstige waarschuwing tegen en heteroseksuele en homoseksuele zonden.

3. Hetzelfde zien we ook in 1 Timotheüs 1:10: De hoereerders, die die bij mannen liggen, de mensen-dieven, de leugenaars, de meinedigen, en zo er iets anders tegen de gezonde leer is…? De wet wil die mensen corrigeren. Zowel heteroseksuelen, als homoseksuelen. Ons allemaal. Zowel overspel, als homoseksuele relaties worden door God sterk veroordeeld. Zo heeft God het niet bedoeld.

Maar, die waarheid moeten we wel (zoals gezegd) betrachten in liefde (Ef. 4:15). Waarheid en liefde horen in de Bijbel bij elkaar. En het is belangrijk om daar als gemeente goed op te letten. De waarheid is, dat we allemaal even vatbaar zijn voor de zonde. En dat we allemaal even afhankelijk zijn van Gods genade. En de liefde heeft er oog voor, dat onze homoseksuele medemens kwetsbaar kan zijn. Kwetsbaar voor afwijzing, onbegrip en veroordeling. Wat kan leiden (ook door onze afwijzing) tot psychische problemen, depressie, angst, grote innerlijke onzekerheid en verwarring, hopeloosheid, tot aan wanhoop en zelfdoding toe. Dat moet ons ter harte gaan! We hebben het hier over medegemeenteleden die lijden!

Dus moet onze houding er een zijn van: het aanvaarden, het figuurlijk omarmen van de ander als medemens. Zorgzaam en hartelijk. En tegelijkertijd van gebonden zijn aan de Schrift. Proberen elkaars lasten mee te dragen. Bedenkend dat seksuele onthouding voor deze gemeenteleden een zwaar kruis zal zijn. Soms geeft God hierin gaven, bijvoorbeeld de gave van de onthouding (1 Kor. 7:7). Soms zelfs ten dienste van Zijn Koninkrijk, om zich daaraan te wijden. Maar dat zal de pijn en het gemis niet wegnemen. Het geeft ons zeker niet de vrijheid om gemakkelijk te oordelen of om hun worsteling daarmee snel van tafel te vegen.

Onthouding vraagt om zelfbeheersing (Gal. 5:22). Een gave die ons niet eigen is. Maar waar we, ook samen met anderen, om bidden mogen. Een leven in onthouding is een zware, vaak loodzware weg van kruis-dragen. Waarbij een pijnlijk gemis blijven zal. Een gemis dat dieper gaat dan heel veel andere vormen van gemis. Omdat dit gemis totaal verweven is, met wie je bent, met je diepste zijn, met een diep verlangen naar liefde van een medemens.

2. Laat ik u tot slot nog kort meenemen in het Bijbels afwegen van ander actueel onderwerp. Ik doel op het transgender-vraagstuk. Je bent wat lichaam betreft een man, maar voelt je een vrouw. Of andersom. Voor wie het betreft een ernstige vorm van onwel bevinden. Je voelt je niet thuis in je eigen lichaam. Dat veroorzaakt veel menselijk leed en lijden.

En zoals dat bij homoseksualiteit ook geldt, zo geldt ook hier: de christelijke gemeente moet open moet staan om mee te lijden in de gebrokenheid van elkaar. Om elkaars lasten te dragen (Gal. 6:2).

Maar ook hier dreigen, voor degenen die naar de norm van de Bijbel willen leven, gevaren. Het gevaar dat we beïnvloed worden door dat eerder genoemde: ‘Het maakt niet uit wat je doet, doe wat voor jou het beste voelt. Jij bepaalt zelf wat goed is, namelijk dat wat voor jou goed voelt. Wil je je om laten bouwen tot man of vrouw, sla die weg van ombouw, van transitie dan in. Als je je daardoor maar beter in je vel gaat voelen.’

Dit, gemeente, is een algemeen gevaar wat ons bedreigt in deze tijd. Je doet iets, en je denkt: ‘het is goed, want het voelt goed.’ Ik ga scheiden, dat voelt goed, daar heb ik vrede mee, en dus is het goed. Ik heb een verkeerde relatie, maar het voelt goed, en dus is het goed. En dat is ook de verleiding in deze grote nood van ‘je niet thuis voelen in je eigen lichaam’. Dan maar doen wat mijn gevoel zegt?

Maar… en dat geldt ons allemaal, op alle terreinen van het leven: Wat zegt God? God, deze Bijbel zegt: dat God man en vrouw, met een manlijk en vrouwelijk lichaam gemaakt heeft. Dat was Gods ontwerp, dat was Zijn design. En dat was zeer goed. Een manlijk, een vrouwelijk lichaam gemaakt door de hemelse Kunstenaar, Die met de hoogste precisie het summum van al Zijn kunstwerken voltooide: de mens, manlijk en vrouwelijk gemaakt naar Zijn beeld!

Dus ons lichaam is niet een toevallig, al dan niet mislukt, samenraapsel van cellen en moleculen. Nee, we zijn levende, voelende, emotionele, belichaamde schepselen, ontworpen door God! Om, zoals we gemaakt zijn, Zijn beeld te vertonen. Als reflectie van Wie Hij is.

En dus, als je je laat ombouwen, dan ga je het ontwerp van je Schepper verbouwen. Dan ga je je dus als mens gedragen, als ook een soort schepper. Om het meest wezenlijke van het ontwerp dat God je meegegeven heeft (je manlijk of vrouwelijk zijn) te herschrijven. Maar dit lichaam is Zijn schepping, Zijn ontwerp, Zijn kunstwerk. Als een borduursel gemaakt door Hem (Ps. 139:15), manlijk of vrouwelijk (Gen. 1:27). En wij mogen in dit lichaam leven. Zoals God het gemaakt heeft. Het is Zijn tempel, die qua ontwerp niet herbouwd mag worden. Leven naar ons eigen verlangen, in strijd met het ontwerp van de Schepper, zal niemand ook echte rust geven.

Tot slot, gemeente. Uit alles blijkt, bij iedereen van ons: hoe catastrofaal de gevolgen van de zonde in onze levens zijn. Het was zeer goed (Gen. 1:31). Maar het is niet meer, wat het geweest is. En dus zal iedere christen door genade in Gods kracht een strijd moeten voeren. Tegen de zonde en tegen verkeerde verlangens. Zoals de apostel Petrus schrijft in een van zijn brieven: Geliefden, ik vermaan u als inwoners en vreemdelingen, dat u u onthoudt van de vleselijke begeerlijkheden, welke krijg voeren tegen de ziel (1 Petr. 2:11).

Het zal ons geen rust geven, als we meegaan op de modderstroom van onze zondige begeertes. Wel als we samen, met alle medebroeders en -zusters, die een zware strijd te voeren hebben vanwege gebrokenheid, geaardheid, verslaving, het ‘niet thuis voelen in eigen lichaam’, wel als we samen biddende en elkaar steunende mensen zijn.

Die bidden om herstel van onze gebrokenheid. Die bidden om de genade van Hem, de Heere Jezus Christus, Die verzoeking verdragen heeft (Matt. 4). Die zonden gedragen heeft (1 Petr. 2:24). Die met zondaars gegeten heeft (Matt. 9:11). En Die voor zondaars gebeden heeft (Jes. 53:12). Laten wij naar huis gaan, en hetzelfde doen. Biddend: O Zoon, maak ons Uw beeld gelijk.

Bent u duur gekocht door het bloed van Christus? Verheerlijk dan God in uw lichaam en in uw geest, welke Godes zijn (1 Kor. 6:20).

Amen. Slotzang Psalm 25:3,4

Denk aan 't vaderlijk meêdogen, HEER’, waarop ik biddend pleit; Milde handen, vriend'lijk' ogen, Zijn bij U van eeuwigheid. Sla de zonden nimmer ga, Die mijn jonkheid heeft bedreven; Denk aan mij toch in genâ, Om Uw goedheid eer te geven.

's HEEREN goedheid kent geen palen; God is recht, dus zal Hij door Onderwijzing hen, die dwalen, Brengen in het rechte spoor. Hij zal leiden 't zacht gemoed In het effen recht des HEEREN. Wie Hem need'rig valt te voet, Zal van Hem zijn wegen leren.