Zondag 8 · 18 april 2021
Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 8 (serie 1)
INLEIDING
Preek: Zondag 8 Zondag 8 van de Catechismus gaat over de Drie-eenheid van God. Over één God: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.
De Drie-enige God
ZONDAG 8
Vraag 24: Hoe worden deze Artikelen gedeeld?
In drie delen: Het eerste, is van God den Vader en onze schepping.Het andere, van God den Zoon en onze verlossing. Het derde, van God den Heiligen Geest en onze heiligmaking.
Vraag 25: Aangezien er maar een enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt gij den Vader, den Zoon en den Heiligen Geest?
Omdat God zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Zondag 8
THEMA
De Drie-enige God
Gemeente, wij gaan in deze dienst verder met de behandeling van de Heidelbergse Catechismus. We zijn toegekomen aan Zondag 8, vraag en antwoord 24 en 25:
Vraag 24: Hoe worden deze Artikelen – de Twaalf Artikelen – gedeeld? Antwoord: In drie delen: Het eerste is van God de Vader en onze schepping. Het andere van God de Zoon en onze verlossing. Het derde van God de Heiligen Geest en onze heiligmaking.
(Als je dit goed leest, jongens en meisjes, dan hoor je hierin de namen van de Heere God: God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest. En je hoort tegelijkertijd ook wat Zij doen, je hoort Hun werk: onze schepping, onze verlossing en onze heiligmaking. Dus het gaat in deze vraag, dat is straks ook het eerste punt van de preek, over het werk van de Drie-enige God.) Dat was vraag en antwoord 24. Nu vraag en antwoord 25:
Vraag 25: Aangezien er maar één enig Goddelijk Wezen is, waarom noemt u de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Antwoord: Omdat God Zich alzo in Zijn Woord geopenbaard heeft, dat deze drie onderscheiden Personen de enige, waarachtige en eeuwige God zijn.
(Eigenlijk wordt hier gevraagd, hoe het nu precies zit. Je denkt: ‘Ik snap het niet zo goed, er is één God, en toch worden er drie namen genoemd.’ Dat probeert dit antwoord helder te maken. Deze vraag en dit antwoord gaan over het Wezen van God, over de vraag: ‘Wie is God precies?’)
Het thema van de preek is: De Drie-enige God
Er zijn twee aandachtspunten: 1. Het werk van de Drie-enige God: wat doet Hij? 2. Het Wezen van de Drie-enige God: Wie is Hij? Als eerste dus:
Jongens en meisjes, de Twaalf Artikelen zijn eigenlijk een samenvatting van het christelijk geloof. Je zou ook kunnen zeggen dat het een samenvatting is van heel de Bijbel. En als je ze goed leest, dan hoor je in die Twaalf Artikelen vooral ook wie God is.
De Catechismus zegt dat je die Twaalf Artikelen in drie delen kan knippen, in drie stukken. Als je dat doet, dan gaat het eerste stuk van de Twaalf Artikelen over ‘God de Vader en onze schepping’. Wat opvalt is dat het niet gaat over ‘God en de schepping’. Dat zou heel anders zijn. Dat zou voelen alsof er op een oneindig grote afstand een God zou zijn, een God Die alles gemaakt heeft, maar Die verder onbereikbaar zou zijn. Maar het staat er nadrukkelijk anders: God de Vader en onze schepping. Hij heeft ons gemaakt, en niet wij, staat er in Psalm 95, het volk van Zijn weide en de schapen van Zijn hand. Hij heeft recht op ons leven, want Hij heeft ons als een Vader gemaakt. En dus mag Hij aan ons vragen (daar heeft Hij recht op!) dat wij Hem liefhebben met heel ons hart, met heel onze ziel en met heel ons leven.
Het eerste stukje van de Twaalf Artikelen gaat dus over: God de Vader en onze schepping. Niet dat de Vader de enige Schepper was, ook de Zoon en de Heilige Geest, zegt de Bijbel, deden mee met de schepping van hemel en aarde en met de schepping van ons mensen. Denk maar aan Psalm 33. In Psalm 33:6 staat: Door het Woord des HEEREN (door de Heere Jezus), zijn de hemelen gemaakt, en door de Geest van Zijn mond (door de Heilige Geest) al hun heir (de legers van de engelen). Maar, en dat bedoelt eigenlijk deze geloofsbelijdenis, het is vooral het werk geweest van de Vader.
Het tweede deel van de Twaalf Artikelen gaat over God de Zoon en onze verlossing. De verlossing van zonde en ellende is vooral het werk van God de Zoon. Hoewel God de Vader daar natuurlijk niet buiten stond. Dat weet je, want het was de Vader, Die Zijn Zoon zond in deze wereld. Alzo lief heeft God (de Vader) de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft (Johannes 3:16Want alzo lief heeft God de wereld gehad, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, opdat een iegelijk die in Hem gelooft, niet verderve, maar het eeuwige leven hebbe.). En het was de Heilige Geest Die over de maagd Maria kwam, waardoor ze zwanger werd. Maar toch, het werk van de verlossing is vooral het werk van God de Zoon, Die mens wilde worden en de menselijke natuur aannam. Die leefde op de aarde in volmaakte gehoorzaamheid. Die de ondraaglijke last van de toorn van God droeg in Gethsémané, stierf aan het kruis op Golgotha en na drie dagen weer opstond uit de dood. En Die de hemel is binnengegaan. Het werk van de verlossing is vooral het werk van de Zoon.
Het derde stuk van de Twaalf Artikelen gaat over God de Heilige Geest en onze heiligmaking.
Heiligmaking is de vernieuwing, het nieuw maken van het hart. Dat is vooral het werk van de Heilige Geest. Maar ook hiervan geldt: het is niet alleen het werk van de Heilige Geest, want de Bijbel zegt dat Gods kinderen ook geheiligd worden door de Vader. En in Efeze 5 staat dat Gods kinderen ook geheiligd worden door het Woord, door de Heere Jezus Christus. Maar het is vooral het werk van God de Heilige Geest.
Drie delen dus in de Twaalf Artikelen: ze gaan over het werk van God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest.
Jongens en meisjes, je hoort die Namen trouwens hier in de kerk vaker. Bijvoorbeeld als er kleine kinderen gedoopt worden. Dan zegt de dominee: ‘Ik doop u in de Naam van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest.’ Het doopformulier vertelt ons wat dat precies betekent. Als gezegd wordt, dat we gedoopt worden in de Naam van de Vader ‘zo betuigt en verzegelt ons God de Vader, dat Hij met ons een eeuwig verbond der genade opricht en ons tot Zijn kinderen en erfgenamen aanneemt.’ En als we gedoopt worden in de Naam van de Zoon? Wat is de betekenis daarvan? ‘Dat Hij ons wast in Zijn bloed.’ En de betekenis van het dopen in de Naam van de Heilige Geest is, ‘dat Hij in ons wonen wil, en ons tot leden, tot lidmaten, van Christus heiligen wil.’
Je hoort die drie Namen, jongens en meisjes, ook aan het einde van de dienst. ‘De genade van onze Heere Jezus Christus, de liefde van God de Vader en de troostvolle gemeenschap van de Heilige Geest.’ Of soms, met andere woorden: ‘O, Vader, dat Uw liefde ons blijk, o, Zoon, maak ons Uw beeld gelijk, o, Geest, zend Uw troost ons neer.’ En dan komt het: ‘Drie-enige God, U zij al de eer.’ Om dat laatste gaat het hier in Zondag 8, om de Drie-enige God: God de Vader, onze Schepper, God de Zoon, de Verlosser en God de Heilige Geest, de Herschepper, Die Heere is en levend maakt en Die levend gemaakte harten vernieuwt.
‘Wacht eens even’, zeg je, ‘dus eigenlijk is het niet één God, maar zijn het drie Goden, toch? De Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Eén, twee, drie.’ Nee, zegt de Bijbel: We hebben één God. Je zegt: ‘Hoe zit dat dan? Want ik hoor toch drie Namen. Ik begrijp het niet.’ Ik ook niet. Ik begrijp het ook niet. Als je nog jong bent, zijn er soms dingen waarvan grote mensen (dat is natuurlijk een beetje flauw) tegen je zeggen: ‘Later, als je groot bent, zal je het wel begrijpen.’ Maar hiervan geldt, hoe groot en slim je ook bent, al ben je de slimste professor van heel de wereld, de knapste hoogleraar in de theologie, hier geldt: wij begrijpen het niet. Elihu, de vriend van Job, zegt: ‘God is groot, en wij begrijpen het niet (Job 36:26Zie, God is groot, en wij begrijpen het niet; er is ook geen onderzoeking van het getal Zijner jaren.).’ Vorige keer ging het over ‘echt geloven in de Heere God’. Toen zei de Catechismus: Echt geloven, is God kennen en op Hem vertrouwen, met je verstand en met je hart. Dat klopt. Maar daar stond niet bij: en Hem begrijpen!
Want we kunnen God niet begrijpen. God is groot en wij begrijpen het niet. Maar als we Hem leren kennen en vertrouwen, dan gaan we God wel steeds meer eren en bewonderen. Maar begrijpen, doe je God nooit. Je kunt de Heere alleen maar bewonderen en aanbidden: Hoe groot bent U, Heere!
We gaan verder met vraag 25, en met ons tweede punt: Aangezien er maar één enig Goddelijk wezen is, waarom noemt u dan de Vader en de Zoon en de Heilige Geest? Waarom? Omdat God Zich zo in Zijn Woord, in de Bijbel, geopenbaard heeft. In de Bijbel laat Hij ons weten dat deze drie verschillende Personen de waarachtige en eeuwige God zijn.
Ons tweede punt:
God is, zegt de Catechismus, één enig Goddelijk wezen. En toch noemen we de drie Personen: de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Waarom? Het antwoord zegt het eigenlijk heel eenvoudig: omdat God dat in de Bijbel zo tegen ons heeft gezegd, daarom zeggen wij dat ook zo. Zo heeft Hij Zich aan ons mensen geopenbaard. God is één en geen drie.
God is enig, een enig Goddelijk wezen. Dat wil zeggen: God is niet verdeeld. Je moet niet denken aan een taart, die je in drie stukken snijdt. God bestaat niet uit drie delen. Er zijn ook geen drie verschijningsvormen, geen drie maskers. God is een enig Wezen, niet verdeeld in drieën. En, God bestaat dan ook niet uit, maar in drie Personen. Die drie Personen, zegt de geloofsbelijdenis van Athanasius, zijn de eeuwige God. Niet drie eeuwige goden, maar één eeuwige God. En die drie Personen zijn de almachtige God. Niet drie almachtige goden, maar één almachtige God. Geen drie goden dus, maar één God: de Drie-enige.
Je zegt, ‘ik snap het niet…’ Dat hoeft ook niet. Ik begrijp het ook niet. Maar zo staat het in de Bijbel en zo heeft de Heere het tegen ons gezegd.
Het begint al in het Oude Testament bij de schepping. Dan zegt God niet ‘laat Ik een mens maken’, maar God zegt (en je voelt dat is meer dan één): ‘Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld en naar Onze gelijkenis (Genesis 1:26En God zeide: Laat Ons mensen maken, naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en dat zij heerschappij hebben over de vissen der zee, en over het gevogelte des hemels, en over het vee, en over de gehele aarde, en over al het kruipend gedierte, dat op de aarde kruipt.).’ Ons is meer dan één, ons is meervoud. En tegelijkertijd zegt de Heere in het Oude Testament: Hoor, Israël, de HEERE, onze God, is een enig HEERE (Deut. 6:4Hoor, Israël! de HEERE, onze God, is een enig HEERE!). In het Oude Testament is het duidelijk. En in het Nieuwe Testament is het nog veel duidelijker. We lazen in 1 Johannes 5:7Want Drie zijn er, Die getuigen in den hemel, de Vader, het Woord en de Heilige Geest; en deze Drie zijn Een. Drie zijn er Die getuigen in de hemel: de Vader, het Woord (de Heere Jezus) en de Heilige Geest. En deze Drie zijn één.
Niet alle mensen geloven in de Drie-enige God. Vroeger, echt heel lang geleden, was er een man die Arius heette. Hij zei: ‘Nee hoor, ik geloof niet in de Drie-enige God. Er is maar één God en dat is God de Vader. En Zijn Zoon, de Heere Jezus, is gewoon een mens die geschapen is. En de Heilige Geest is gewoon een kracht van God.’ Eigenlijk zeggen de Jehova’s Getuigen dat nog steeds. Als je hierover met ze praat, is het alsof je in levenden lijve met meneer Arius praat. Ook de islam gaat op dit punt een heel andere weg dan het christelijk geloof. We respecteren uiteraard onze landgenoten, maar hun religie heeft op dit punt echt geen enkel raakvlak met ons christelijk geloof. Als zij zeggen ‘Allah is groot!’, dan zeggen wij: ‘Ja, maar die Allah is niet de God van vader Abraham, Izak en Jakob.’ Waarom niet? Omdat de islam zegt: ‘Allah alleen is groot, de onbereikbare God. Maar de Zoon van God? Nee, Allah heeft geen zoon die God is.’ Dat te denken, zeggen zij, is zelfs godslasterlijk. Beste vrienden, dus kan en moet en mag je nooit zeggen: ‘Wij geloven toch allemaal in dezelfde God, of het nu Allah is, of de God van de Bijbel, dat maakt niet uit.’ Dat is niet waar! Onze God is groot! Zoals we zongen: Een groot en heerlijk God. Een Koning, die het zaligst lot, ver boven alle andere goden kan schenken.
Hij is de enige en Drie-enige God. We begrijpen het niet. Maar we belijden het wel. We zingen het samen met de woorden van Psalm 48 het laatste vers. Deze God, de drie-enige God, is onze God: Want deze God is onze God. Hij is ons deel, ons zalig lot, Door tijd noch eeuwigheid te scheiden: Ter dood toe zal Hij ons geleiden. We zingen Psalm 48:6.
Gemeente, zo heeft God Zich aan ons mensen bekend gemaakt. Zo heeft Hij Zich aan ons geopenbaard. Als drie onderscheiden, drie verschillende Personen. En tegelijk is Hij de enige, waarachtige en de eeuwige God. Dat weten we, dat geloven we, niet omdat we het snappen en begrijpen, maar heel eenvoudig omdat het zo in de Bijbel staat.
Het valt op, dat de Nederlandse Geloofsbelijdenis in artikel 9 daar nog iets aan toevoegt. Ik zal het voorlezen: ‘Dit alles weten wij, zowel uit de getuigenissen van de Heilige Schrift (met andere woorden: uit de Bijbel), alsook uit Hun werkingen (uit het werk van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest) en (voegen ze eraan toe) voornamelijk uit de werkingen die wij in ons (in ons hart) gevoelen.’ U voelt wel aan, dat komt dichterbij. Ondertussen moeten we wel de volgorde vasthouden: Als eerste weten we het uit de Heilige Schrift. Het staat in de Bijbel: God is drie-enig. Het staat vast, het is waar. Want God heeft het geopenbaard. Al zou je er niets van ervaren, al zou je er niets van voelen of bevinden, het staat als een paal boven water. Want God heeft het gezegd! Dat is het eerste.
Als tweede voegen onze vaders er tot onze troost iets aan toe. We weten het ook uit bevinding, uit het werk van God in het hart. Die God, Die we door genade kennen en vertrouwen, die God, ‘die Drie-enige God’, zegt onze belijdenis, ‘kennen we ook in ons hart.’ Gods kinderen kennen iets van die drie Personen in hun hart, omdat Zij daar Hun werk in ons doen.
Welk werk dan? Welk werk van de Vader, bijvoorbeeld, als eerste? De Bijbel schrijft aan de Vader vooral het werk toe van het liefdevol trekken aan het hart van een zondaar. Zoals we geboren zijn, dwalen we van nature allemaal rond in een leven zonder God. We hebben God de rug toegekeerd en we gaan onze eigen weg. Maar, zegt de Bijbel, het is de Vader Die zondaars trekt. En Hij doet dat als het ware met (jongens en meisjes, je kent zo’n ding wel), met een lasso. Je weet wel van die Indianenverhalen: een lasso, die gooi je om iemands nek, en die trek je vast. Hoe harder iemand tegenstribbelt, hoe vaster het touw komt te zitten. De Bijbel noemt dat liefdekoorden. De Vader trekt zondaars, met touwen van liefde naar Zich toe. Dat is het werk van de Vader. Waarvan Hij later zegt, als we daar met verwondering naar terugkijken in ons leven: ‘Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde (Jeremia 31:3De HEERE is mij verschenen van verre tijden! Ja, Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde; daarom heb Ik u getrokken met goedertierenheid.). Daarom heb Ik u naar Mij toe getrokken. U wilde niet, maar toch heb Ik u getrokken met koorden van liefde.’
Het is het liefste werk van de Vader om zondaars naar Zich toe te trekken. En het is, zegt de Bijbel, ook in het bijzonder het werk van de Vader om het hart van zo’n zondaar, net als het hart van de verloren zoon, te breken. Het is het werk van de Vader om mijn verloren hart naar Zich toe te trekken en me te laten zien wat ik gedaan heb, hoe ik de liefde van de Vader verzondigd heb. Ik denk net als de verloren zoon: ‘Hoe komt het toch ooit weer goed, hoe kom ik ooit weer bij vader terug?’ Het is niet de gedachte aan het verloren gegane geld, het is niet de gedachte aan die weggelopen vrienden, maar het is de gedachte aan die liefhebbende Vader, die het hart van die verloren zoon, die het hart van een zondaar, verbreekt. Zijn er onder ons ook niet die tranen huilen in hun hart, omdat ze tegen zo’n goeddoend God, tegen zo’n goeddoende Vader gezondigd hebben? Tegen de heilige God, Die het zo waard is om gediend te worden? Het is het werk van de Vader.
Maar ondertussen is daar ook het werk van de Heilige Geest, van Wie de Heere Jezus zei: En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde (Johannes 16:8En Die gekomen zijnde, zal de wereld overtuigen van zonde, en van gerechtigheid, en van oordeel:). Ik denk terug aan de vorige zondagen. Als God de eis van Zijn wet als Rechter laat voelen in mijn hart, en ik zie tegen Wie ik gezondigd heb… Ja, dan kan ik wel proberen allerlei uitvluchten te zoeken, maar dan ga ik zien dat ik tegen God gezondigd heb. Dat is het ontdekkende werk van de Heilige Geest in het hart! Ik zie dat ik door eigen schuld verloren lig voor God. Door mijn moedwillige ongehoorzaamheid (het was expres!) heb ik mezelf beroofd van al Gods goede gaven. Ik leef onder de toorn van God. Ik heb de straf verdiend. God eist betaling.
Dat doet de Heilige Geest in het hart! Hij laat dat allemaal zien. Niet bij iedereen op dezelfde manier, maar in één opzicht is het eigenlijk bij iedereen wel gelijk. Ik word als mens vernederd voor God. Ik buk, ik buig, ik breek en zeg: ‘O God, wees mij zondaar genadig.’ Zo vlucht ik tot de Heere.
Je zegt: ‘Dat is raar? Als ik me zo ellendig zou voelen tegenover de Heere, dan zou ik heel hard weglopen, dan zou ik tegen mezelf zeggen: ‘Het is verloren, het is voorbij, het is uit! Ik ben zo slecht geweest tegen de Heere!’ Ja, maar niemand ziet dat ondertussen, maar… er is nog steeds dat verborgen, dat niet zichtbare werk van de Vader Die trekt. Weet je nog, van die lasso? Die trekt aan touwen, met koorden van liefde, waardoor ik niet weg vlucht van de Heere, maar zeg: ‘Heere, ik kom in angst, in ellende tot U gevlucht. Wees me toch, Heere, genadig.’
Zijn er zulke mensen in de kerk vanmiddag? Is dat de taal van uw hart? ‘O God, ik heb tegen U gezondigd. Alles verzondigd. Gezondigd tegen de wet, gezondigd tegen het Evangelie, bewust, opzettelijk en moedwillig.’ Maar toch zeg je tegelijkertijd in je hart: ‘Ik kan zonder U, Heere, niet verder leven. Hoe moet het nu toch?’
Wat is er nodig in ons leven, om de troost te ervaren van het feit dat dat het werk van de Heere is in ons hart? Het werk van de Vader, van de Zoon en van de Heilige Geest? Dat God Zelf in die donkere nacht van zondeovertuiging een pad gaat banen, een weg gaat banen en Zijn licht laat vallen, net als bij de Rode Zee, op dat nooit ontdekte spoor. Je wist wel met je verstand dat er een weg was, maar je bange twijfel was altijd: ‘Heere, is er wel een weg voor mij? Hoe moet het nu toch met mij?’ Juist dan, in die nacht van overtuiging van zonde, wil God op Zijn tijd licht laten vallen op het werk van de tweede Persoon, op het werk van de Zoon, van de Heere Jezus Christus. Paulus denkt er vol verwondering en blijdschap aan terug, als hij schrijft: ‘Het heeft Gode behaagd (…) Zijn Zoon in mij te openbaren’ (Galaten 1:15-16Maar wanneer het Gode behaagd heeft, Die mij van mijner moeders lijf aan afgezonderd heeft, en geroepen door Zijn genade, Zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik Denzelven door het Evangelie onder de heidenen zou verkondigen, zo ben ik terstond niet te rade gegaan met vlees en bloed;). Hij maakte Hem aan mij bekend en toen zag ik Hem. Toen leerde ik iets in mijn hart kennen van Hem, Die Zich voor mij vernederd heeft, Die voor mij de gestalte van een dienstknecht, van een slaaf, heeft aangenomen. Om in de weg van bitter lijden en sterven een weg te banen, voor mij… doodschuldige zondaar.
O, wat schittert dan in het kruis van Golgotha (als de Heilige Geest daar licht op laat vallen) de weergaloze liefde en het werk van de Zoon. Als daar klinken mag (en dat is het werk van God de Heilige Geest!), en ik daar zien en geloven mag met heel mijn hart: Hij is om mij arm geworden, door de striemen op Zijn rug, is mij genezing geworden. Hij heeft mijn ongerechtigheid, mijn zonden tegen God, weggedragen. Alles is voldaan. De rekening is betaald!
Tegelijkertijd zien we, als het goed is, in die lijdende en stervende Borg aan het kruis als in een spiegel ook iets van de liefde van de Vader!
Wat hebben veel van Gods kinderen weinig oog voor de liefde van de Vader. Als het gaat om het werk van de Vader, zoeken ze het vaak in bijzondere openbaringen. Maar de Heere Jezus heeft gezegd: ‘Ik ben de weg tot de Vader.’ Zuchtte Hij niet tegen Filippus: ‘Ben Ik zo lange tijd met ulieden, en hebt u Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft de Vader gezien, en hoe zegt u: Toon ons de Vader?’ (Joh. 14:9Jezus zeide tot hem: Ben Ik zo langen tijd met ulieden, en hebt gij Mij niet gekend, Filippus? Die Mij gezien heeft, die heeft den Vader gezien; en hoe zegt gij: Toon ons den Vader?) ‘Kijk’, zo klinkt het als het ware op Golgotha, ‘kijk naar het kruis, Mijn kind, zo heb Ik, de Vader, Mijn Zoon overgegeven voor uw schuld. Dat is Mijn liefde. Dat is het werk van Mij, van de Vader.’ Zoals staat in Romeinen 8: Hij Heeft Zijn eigen Zoon niet gespaard, maar voor ons allen overgegeven (vers 32). Kinderen van God, wij lopen als het gaat om het werk van Gods genade, een groot gevaar. Het gevaar namelijk, dat wij dat werk alleen maar beperken tot het werk van de Zoon, en dat alleen maar toekennen aan de liefde van de Heere Jezus Christus. Maar ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft (1 Johannes 3:1Ziet, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft, namelijk dat wij kinderen Gods genaamd zouden worden. Daarom kent ons de wereld niet, omdat zij Hem niet kent.): Hij wilde ons trekken met koorden, met touwen van liefde, uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Ziet hoe groot de liefde van de Vader was, dat Hij Zijn eniggeboren Zoon gegeven heeft, en dat wij om Hem, tot kinderen en erfgenamen aangenomen zijn. Ziet hoe groot de liefde van de Vader was, kinderen van God, dat Hij al onze zonden op Zijn lieve Zoon gelegd heeft. Daarom zegt Hij tot ons, als tot Zijn aangenomen kinderen: ‘Ik heb uw zonden geworpen in de diepte van de zee. Ik zal nooit meer op u toornen, noch op u schelden.’ Dat is de liefde van de Vader! En wie Christus gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Waarom zegt u dan in uw hart, kind van God: ‘Heere, toon me toch iets van de liefde van de Vader?’ ‘Kijk toch’, zegt de Heere Jezus als het ware, ‘door Mij als door een spiegel heen en dan ziet u de liefde van de Vader!’ Dan ziet u Zijn eeuwige liefde waarmee Hij u uitkoos, waarmee Hij u trok, vasthield en nooit meer losgelaten heeft, en altijd zal blijven vasthouden. Want niemand zal ons ooit kunnen rukken uit de hand van de Vader.
Kinderen van God, luister daarom toch goed naar alle troostvolle woorden in de Bijbel over de liefde van de Vader en lees er niet altijd overheen. Zie de liefde van de Vader daarin, dat Hij altijd het gebed hoort, dat de Zoon Die aan de rechterhand van de Vader zit, voor ons bidt. Hij zorgt als een Vader voor Zijn kinderen. Hij is nabij in verdriet, Hij slaat in bittere smart als een liefdevolle Vader de armen om ons heen, terwijl Hij ons in Vaderlijke liefde leidt op wegen die we niet gekend, en misschien wel niet gewild hebben. Om ons te leren wat goed voor ons is. De liefde van de Vader mogen en moeten we niet over het hoofd zien!
Maar laten we ook het werk van de Heilige Geest niet over het hoofd zien. Hij is het die overtuigt van zonde. Die verloren mensen, zoals de profeet Ezechiël zegt, opraapt van het vlakke van het veld. Hij is het, die leven blaast, nieuw leven in dode zielen.
Hij is het geweest, kinderen van God, Die onze weg in alle onmogelijkheid aan onze kant, op Gods tijd op Christus ging richten. Totdat we voor het eerst, of later opnieuw, Hem in het oog kregen. Soms was het maar een klein straaltje van licht. Soms was het als een scherpe lichtbundel van de hemel waardoor we uitriepen: ‘Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tienduizend’ (Hooglied 5:10Mijn Liefste is blank en rood, Hij draagt de banier boven tien duizend.). Dat is mijn Liefste, dat is mijn Losser, dat is de Verlosser van mijn hemelhoge schuld.
Dat is het werk van de Heilige Geest! Hij is het, kinderen van God, Die ons (denk aan Zondag 7) inentte, inplantte, één maakte met de Heere Jezus Christus. En wat is het een wonder, dat Hij wilde komen wonen in ons hart, in die onbewoonbare woning. Dat Hij daar Zijn intrek wilde nemen, om dat hart te gaan vernieuwen en ons gelijk te maken aan het beeld van de Heere Jezus Christus. Hij, God de Heilige Geest, is het ook Die voor ons, Die in ons bidt, met een onuitsprekelijk zuchten. Het is God de Heilige Geest, Die ons ook vasthoudt bij de verkregen verlossing. Die ons kleiner maakt, Die Christus verheerlijkt en groot maakt. Die ons kinderlijk geloof geeft in Gods Woord, in het Woord van Zijn belofte. Ja, Die diep in ons hart getuigt, hoeveel twijfel er ook kan zijn, dat we kinderen van God zijn. Hij richt onze ogen ook op de Vader en op de liefde van de Vader. Het is de Geest Die ons leert zeggen: ‘Abba, lieve Vader’.
Gemeente, als je het werk van de Vader niet kent, als je niets kent van het werk van de Zoon, Die Zich met al de liefde van Zijn hart gegeven heeft voor zondaars, als je niets kent van het werk van de Heilige Geest, mensen, wat ben je dan toch arm en ellendig! Wat mis je dan veel! Dan mis je alles! God Drie-enig te kennen is het eeuwige leven. Maar als je Hem niet kent, dan ben je nog geestelijk dood.
Wat gaan straks, wie weet hoe spoedig, onze wegen toch uit elkaar. De weg van degenen die iets van God en Zijn werk kennen, en de weg van degenen die van Hem en Zijn werk niets kennen. Wat gaan onze wegen straks uiteen. Gemeente, ik wens met heel mijn hart, dat u allemaal met ons mee zou gaan. Maar er komt een grote scheiding…
De een eindigt met een snik en zinkt weg. Geleefd zonder God. Gestorven zonder God. En de ander roept uit, en ik wens dat u dat allemaal zult doen, straks, na een leven misschien van zoeken en tranen, ja, straks zult u in verrukking uitroepen, in eeuwige lof en aanbidding zijn: ‘Drie-enig God, U zij al de eer!’
Ik bid u gemeente, als u deze God en Zijn werk niet kent, laat u dan toch op deze dag met die God verzoenen. Het is nu nog het heden van genade. De evangeliekalender kent maar één dag: heden. En het is een duivelse kalender die daar één dag bij opgeteld heeft: morgen.
Misschien is het morgen voor één van u te laat. Dan zult u tot in eeuwigheid bittere tranen huilen.
Lieve mensen, waarom gelooft u de woorden van mijn Zender niet? Ik bedoel u, die God niet kent en doorgaat. Waarom gelooft u de woorden van mijn Meester niet? Hij is de enige, de eeuwige, de heilige, de Drie-enige God, de Schepper van hemel en aarde, Die Zich ook op deze dag diep voor u buigt. Vijand van God, blijft u… dan staan? O, buk toch en buig toch en breek toch voor Hem. Laat u op deze zondag met God verzoenen, voordat het voor altijd te laat is.
Amen.
Slotzang Gebed des Heeren: 1, 7, 10
O allerhoogste Majesteit, Die in het rijk der heerlijkheid De heem'len hebt tot Uwen troon, Wij roepen U, in Uwen Zoon, Die voor ons heeft genoeg gedaan, Als onzen Vader need'rig aan.
Leid ons in geen verzoeking ooit; Verberg voor ons Uw aanzicht nooit; Gij weet het, onze kracht is klein; De driften veel, en 't hart onrein, Wat wordt er van ons in dien staat, O Vader, zo Gij ons verlaat?
Ja, Amen, trouwe Vader, ja; Wij maken staat op Uw genâ. Ons hart, o God, die alles ziet, Veroordeelt ons in 't naad'ren niet; Het zegt, daar G' op ons bidden let, Gelovig Amen op 't gebed.
Andere preken over Zondag