PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 28: Sacrament Heilig Avondmaal (serie 2)

Zondag 28 · 24 augustus 2025

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 28 (serie 2)

INLEIDING

In de nacht waarin Hij verraden werd, liet de Heere Jezus Zijn kinderen een liefdebevel na: doe dit tot Mijn gedachtenis. Zondag 28 leert dat brood en wijn tekenen en zegels zijn, waarmee Christus zwakke gelovigen onderwijst en verzekert van Zijn liefde. Door de Heilige Geest worden zij hoe langer hoe meer met Hem verenigd en met elkaar verbonden als leden van één lichaam. Zo is het Heilig Avondmaal een vaste belofte, in afwachting van de bruiloft van het Lam.

THEMA

Het sacrament van het Heilig Avondmaal

KERNPUNTEN

  1. Vermaand en verzekerd
  2. Verkregen en verenigd
  3. Beloofd en vervuld

ZONDAG 28

Vraag 75: Hoe wordt gij in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd, dat gij aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al zijn goed gemeenschap hebt?
Alzo, dat Christus mij en allen gelovigen tot zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van dezen drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij ook beloofd heeft:
Eerstelijk, dat zijn lichaam zo zekerlijk voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie, dat het brood des Heeren mij gebroken en de drinkbeker mij medegedeeld wordt;
En ten andere, dat Hijzelf mijn ziel met zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zekerlijk tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en den drinkbeker des Heeren (als zekere waartekenen des lichaams en bloeds van Christus) uit des dienaars hand ontvang en met den mond geniet.

Vraag 76: Wat is dat te zeggen, het gekruisigde lichaam van Christus eten en zijn vergoten bloed drinken?
Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar ook daarbenevens door den Heiligen Geest, die èn in Christus èn in ons woont, alzo met zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het, dat Christus in den hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van zijn vlees en been van zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest (gelijk de leden van een lichaam door één ziel) eeuwiglijk leven en geregeerd worden.

Vraag 77: Waar heeft Christus beloofd, dat Hij de gelovigen zo zekerlijk alzo met zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken?
In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: De Heere Jezus, in den nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet; dat is mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook den drinkbeker, na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het nieuwe Testament in mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij dien zult drinken, tot mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als gij dit brood zult eten, en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt; 1 Kor. 11:23-26.
Deze toezegging wordt ook herhaald door den Heiligen Paulus, waar hij spreekt: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood, dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn, 1 Kor. 10:16, 27.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 28: Sacrament Heilig Avondmaal (serie 2)

ds. J. IJsselstein - Zondag 28

THEMA

Het sacrament van het Heilig Avondmaal

Gemeente, jongelui, na de Zondag over de Heilige Doop gaat de Heidelbergse Catechismus nu verder over het sacrament van het Heilig Avondmaal. Aan de beurt is Zondag 28. Een lange zondag, die in antwoord 77 uitgebreid citeert uit 1 Korinthe 11, het Bijbelgedeelte dat we samen gelezen hebben. Laten we daar eerst even naar kijken. Dit is de Bijbelse basis voor deze zondag, dit is de Bijbelse basis voor onze manier om het Heilig Avondmaal te vieren.

Vers 23: Want ik heb van den Heere ontvangen, hetgeen ik ook u overgegeven heb, dat de Heere Jezus in de nacht, in welke Hij verraden werd, het brood nam. Wellicht heeft Paulus het van de Heere ontvangen door directe openbaring, misschien door overlevering van de andere apostelen. Maar hoe dan ook, er bestaat geen twijfel: hij heeft het van de Heere ontvangen. En hij geeft het aan de gemeente van Korinthe en aan ons door.

Dat de Heere Jezus in de nacht waarin Hij verraden werd… Je zegt: Had de Heere toen niet wat anders aan Zijn hoofd? Nee. juist toen! In de nacht van Zijn bittere lijden. Juist toen kwam dit laatste liefdebevel (doe dat tot Mijn gedachtenis) uit de mond van de stervende Zaligmaker. Kunt u dat liefdebevel (als al uw hoop en al uw verlangen op Hem gericht is) dan naast u neerleggen?

Hij nam het brood en, vers 24, als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. ‘Neemt, eet. Laat uw lege bedelaarshand dit aannemen. Neem dit aan uit Mijn hand. Dit is een teken van Mijn liefde, van Mijn dood voor u. Neem Mij Zelf, Christus aan, met de lege hand van het geloof. Niet als Degene Die alles voor u wil doen, als Degene Die zonden vergeven wil. Maar als Degene Die alles voor u gedaan heeft, Die zonden vergeven heeft. Ik wil u ervan verzekeren, dat het echt waar is. Dat Mijn liefde voor u zo groot is, dat Ik Mijn leven voor u heb afgelegd.’

‘Misschien kunt u het niet geloven, misschien durft u het niet te geloven (dat weet Ik): Kijk dan met uw ogen, tast met uw handen en proef met uw mond.

Ik verzeker u: Ik deed het voor u. Ik liet Mij breken voor u. Mijn lichaam brak, en mijn hart brak onder de toorn van God over uw schuld. En Mijn hart breekt opnieuw, als u (terwijl Ik in uw leven gekomen ben) dit teken van Mijn liefde – Mijn trouwring voor u – niet wilt aannemen, omdat u niet gelooft.’

Doet dat (vers 24b) tot Mijn gedachtenis. Gedachtenis, dat wil zeggen: aan iemand terugdenken, iemand herinneren. Die er niet meer is. Nou, dat moet dan Iemand zijn, Die je eerder hebt ontmoet, Die je kent. Je herinnert je (als je aan Hem denkt) wie Hij was, hoe Hij deed en wat Hij zei.

Tot Mijn gedachtenis, dat wil zeggen: denk na, overdenk – als u Mijn teken ontvangt. Droom niet weg. Let niet op andere dingen. Maar denk aan Mijn liefde: Ik heb Mijzelf voor u overgegeven. Denk aan Mijn lijden: Ik werd om u verlaten. En denk aan en verwonder u over de oorsprong van dat alles: het onbegrijpelijke welbehagen van God, het eeuwige genadeverbond.

Desgelijks (vers 25) nam Hij ook de drinkbeker, na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed. Doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood zult eten, en deze drinkbeker zult drinken, zo verkondigt de dood des Heeren, totdat Hij komt. Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament, het Nieuwe Verbond in Mijn vergoten bloed. God heeft een nieuw en vast verbond gemaakt met Christus. En al Zijn kinderen delen daarin. Zij vallen allemaal onder Hem, als onder het Hoofd van dat verbond. En zo zijn ook al de zegeningen van het nieuwe verbond aan ons gegeven: genade, verzoening en vrede met God. Dat wil het Heilig Avondmaal laten zien en bevestigen. Om ons zwakke geloof daarin te versterken.

Verkondigt de dood des Heeren, staat er. Dát verkondigen wij. Niets van onszelf. Niet onze keus, niet onze wil, niet ons verlangen of ons nieuwe leven. Niet ons, o HEERE, niet ons, zegt de dichter van Psalm 115. Wij verkondigen de dood des Heeren. Dat wil zeggen: heel het verlossingsplan van God en heel het verlossingswerk van Christus.

Totdat Hij komt. Tot de dag dat de schaduwen wegvluchten. Tot de dag dat onze Liefste komt. En we voor altijd mogen aanzitten aan de bruiloft van het Lam hierboven.

We gaan samen kijken naar Zondag 28, naar de vragen en antwoorden 75, 76 en 77.

Vraag 75. Hoe wordt u in het Heilig Avondmaal vermaand en verzekerd dat u aan de enige offerande van Christus, aan het kruis volbracht, en aan al Zijn goed gemeenschap hebt? Antwoord. Alzo, dat Christus mij en alle gelovigen tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken bevolen heeft, en daarbij ook beloofd

heeft; ten eerste dat Zijn lichaam zo zeker voor mij aan het kruis geofferd en gebroken en Zijn bloed voor mij vergoten is, als ik met de ogen zie dat het brood des Heeren voor mij gebroken en de drinkbeker aan mij medegedeeld wordt; en ten andere dat Hij Zelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zeker tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en de drinkbeker des Heeren (als zekere waartekenen van het lichaam en bloed van Christus) uit des dienaars hand ontvang en met de mond geniet. Het gaat in dit antwoord om twee dingen, om: vermaand en verzekerd.

Vraag 76. Wat is dat te zeggen (wat betekent dat): het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken? Antwoord. Het is niet alleen met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving van zonden en het eeuwige leven verkrijgen, maar ook daarbenevens door de Heiligen Geest, Die èn in Christus èn in ons woont, alzo met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd worden, dat wij, al is het dat Christus in de hemel is en wij op aarde zijn, nochtans vlees van Zijn vlees en been van Zijn gebeente zijn, en dat wij door één Geest (gelijk de leden van een lichaam door één ziel) eeuwig leven en geregeerd worden. Het gaat in dit antwoord om twee andere dingen, om: verkregen en verenigd.

Vraag 77. Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zeker alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven (dat wil zeggen: te eten en te drinken wil geven), als zij van dit gebroken brood eten en van deze drinkbeker drinken? Antwoord. In de inzetting des Avondmaals, welke alzo luidt: De Heere Jezus, in de nacht, in welken Hij verraden werd, nam het brood, en als Hij gedankt had, brak Hij het, en zeide: Neemt, eet, dat is Mijn lichaam, dat voor u gebroken wordt; doet dat tot Mijn gedachtenis. Desgelijks nam Hij ook de drinkbeker na het eten des Avondmaals, en zeide: Deze drinkbeker is het Nieuwe Testament in Mijn bloed; doet dat, zo dikwijls als gij die zult drinken, tot Mijn gedachtenis. Want zo dikwijls als u dit brood zult eten en dezen drinkbeker zult drinken, zo verkondigt den dood des Heeren, totdat Hij komt (1 Kor. 11:23-26). Deze toezegging wordt ook herhaald door de heilige Paulus, waar hij spreekt: De drinkbeker der dankzegging, dien wij dankzeggende zegenen, is die niet een gemeenschap des bloeds van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet een gemeenschap des lichaams van Christus? Want één brood is het, zo zijn wij velen één lichaam, dewijl wij allen ééns broods deelachtig zijn (1 Kor. 10:16-17). In dit antwoord gaat het om: beloofd en vervuld.

Gemeente, het thema voor de preek van vanmiddag is: Het sacrament van het Heilig Avondmaal

We letten samen op drie aandachtspunten – ik heb ze zojuist al genoemd – namelijk op: 1. Vermaand en verzekerd 2. Verkregen en verenigd 3. Beloofd en vervuld

Als eerste dus:

1. Vermaand en verzekerd

Gemeente, als je vraag 75 leest, dan valt het op, dat die vraag heel erg lijkt op vraag 69, over de Heilige Doop. Hier staat: Hoe wordt u in het Heilig Avondmaal vermaand (dat wil zeggen: onderwezen) en verzekerd? En in vraag 69 werd gevraagd: Hoe wordt u door de Heilige Doop vermaand en verzekerd? Die twee vragen lijken erg op elkaar. Maar toch is er ook verschil. Bij de Heilige Doop wordt gevraagd: Hoe wordt u geleerd en verzekerd dat het enige offer van Christus u ten goede komt? En hier staat: Hoe wordt u geleerd en verzekerd dat u (persoonlijk) aan dat enige offer van Christus en aan alles van Hem gemeenschap hebt?

Het sacrament van het Heilig Avondmaal is anders dan het sacrament van de Heilige Doop. In de Doop komt God tot de gemeente, tot ons en onze kinderen, om Zijn verbond te verzegelen. In het Heilig Avondmaal nodigt de Heere Zijn kinderen uit om aan Zijn tafel te komen. En die nodiging is voor al Gods kinderen een bevel, een liefdebevel. Dit was het laatste liefdebevel, doe dit tot Mijn gedachtenis, uit de mond van de stervende Zaligmaker. Met liefde zei de Heere Jezus tegen Zijn discipelen, en tegen al Zijn kinderen: Doe dat.

En dus zegt antwoord 75: Christus heeft mij en alle gelovigen bevolen om tot Zijn gedachtenis van dit gebroken brood te eten en van deze drinkbeker te drinken. Het Heilig Avondmaal moet gevierd worden. En al Gods kinderen zijn geroepen om het liefdebevel van Christus op te volgen. Het is niet alleen voor de momenten dat we vrijmoedigheid hebben. Het is niet iets waar we vanaf mogen zien, omdat we iets tegen onze naaste hebben, of omdat we in zonde leven, terwijl we wachten op betere tijden. Nee, het is een liefdebevel waar alles(!), en vooral de zonde, voor wijken moet.

Het is geen bevel om iets te brengen wat van jezelf is. Het is een bevel om iets te ontvangen. Wat ontvangen we dan? De puriteinse dominee Flavel zegt: De belofte en een teken van liefde, achtergelaten door een Stervende aan een geliefde vriend. Het is als een ring van Zijn hand genomen, een armband van Zijn arm, aan ons gegeven met de woorden: Herinner u dit, laat dit u helpen om Mij levend te laten blijven in uw herinnering, als Ik heengegaan zal zijn uit uw zicht. Wie van ons, kinderen van God, zou zo’n teken van liefde, wie zou deze opdracht naast zich neer willen leggen? Het is een opdracht van onze heengegane Meester aan het adres (zegt de Catechismus) van: mij en alle gelovigen.

Een opdracht voor alle gelovigen. Voor degenen die het zeker weten? Voor degenen die tot meer vastheid gekomen zijn?

Nee, deze opdracht is juist ook voor de kleinen in de genade. Ik bedoel: voor mensen met weinig zekerheid. Het licht van de genade is doorgebroken in hun duistere hart, maar niet met de kracht van zekerheid. Hun hart is bedroefd naar God, bedroefd om hun zonden en verlangend naar God. Ze hebben honger en dorst naar de gerechtigheid, naar dat het weer goed zal komen tussen de Heere en hun hart. Ze willen zo graag de Heere liefhebben en dienen en vrezen. Maar het is vaak nog zo donker in hun hart. Dan zuchten ze naar de Heere om genade en licht. Ze hebben de Heere hartelijk lief, maar… is het (zo denken ze) wel echt? Ze kunnen zo geslingerd worden, die kleinen in genade, tussen hoop en vrees. Soms is het licht (althans als de flikkering van een kaarsje), dan is het weer bijna helemaal donker. Hoewel, het is niet meer zo donker als vroeger. Want hun hart roept tot God, tot de levende God.

Het is eigenlijk net als met een echte kaars, die nog maar aarzelend brandt. Soms is er licht, dan weer meer rook dan licht. De Bijbel noemt zo iemand een rokende vlaswiek, een walmende pit van een kaars, en een gekrookt, een geknakt rietje. Maar, zegt de Heere: Dat gekrookte riet zal Ik niet verbreken, en die rokende vlaswiek zal Ik niet uitblussen (Jes. 42:3). Nee, juist niet, want: Ik zal Mijn hand tot de kleinen wenden (Zach. 13:7). Dat wil zeggen: Ik zal ze erbij halen. En Ik zal hun geloof, dat nog zo zwak is, sterker maken.

Hoe? Door dit Woord aan hun hart te drukken. Door ze te laten kijken naar het water van de Heilige Doop. En vooral ook door dit Mijn liefdebevel: Doe dat tot Mijn gedachtenis. ‘Hier, dit is de trouwring van Mijn hand, die Ik voor u heb achtergelaten.’

Maar wat kan het, juist voor die ‘kleinen in genade’, een worsteling zijn. Mag ik wel komen? Is dit wel voor mij? Wat kunnen ze, net als de discipelen, worstelen met hun twijfel en met hun ongeloof. Zou dit voor mij zijn? Voor mij, die zo tegen God gezondigd heb? Voor mij, die gebrek heb aan alles? Wat zien we in het leven van de discipelen, dat de Heere er Zelf aan te pas moet komen om het ongeloof te laten wijken. En dat wil de Heere ook doen. En dat zal Hij ook doen, op Zijn tijd.

Maar dat alles neemt niet weg, dat hier een liefdebevel ligt voor al Gods kinderen. Dat zijn alle mensen die door een waar geloof aan Christus verbonden zijn. Zij allemaal en zij alleen worden geroepen om het brood te eten en de drinkbeker des Heeren te drinken. Zie het toch, kleinen in de genade, niet als een last, niet als een onoverkomelijke moeilijkheid. De Heere wil u er iets mee leren. Hij wil u verzekeren van Zijn liefde en werk voor u. En Hij belooft u, zegt de Catechismus, als u gaat in de weg van dit gegeven genademiddel, twee dingen:

a. Als eerste, dat Zijn lichaam zo zeker voor u aan het kruis geofferd en gebroken is, en Zijn bloed voor u vergoten is, zoals u met uw ogen ziet dat het brood des Heeren voor u gebroken en de drinkbeker aan u gegeven wordt.

Brood en wijn zijn tekenen. Zoals het brood gebroken wordt, zo liet Ik Mij breken… voor u. Zoals de wijn vergoten wordt, zo heb Ik Mijn bloed laten vergieten… voor u. Christus kan niet liefdevoller tot ons spreken, kinderen van God, dan in de tekenen van brood en wijn. Hij kan niet dichter bij ons komen dan wanneer Hij ons het brood en de wijn in de handen geeft en zegt: ‘Kijk, dit deed Ik voor u!’

Kijk! Niet vergeten! Kijk, kijk naar het teken, anders zie je het niet. Als je geen kind van de Heere bent, als je geen deel aan Hem hebt, dan moet je zeker ook kijken. Om te zien wat je mist. Maar vooral als je wel iets van Zijn genade kennen mag, dan moet je aan de Avondmaalstafel kijken! Antwoord 75 zegt: Ik krijg zegen van de Heere als ik met de ogen zie(!) dat het brood des Heeren voor mij gebroken en de drinkbeker aan mij medegedeeld wordt. Dus: kijken naar het teken. Niet zo maar zitten en wachten, niet in jezelf gekeerd ronddolen, maar kijken.

En terwijl je kijkt, overdenken. Zoals je bij de Heilige Doop niet moet kijken naar de ouders of naar dat schattige kindje, maar naar het water. Om daarin je schuld en je onreinheid te zien. En om daarin tegelijkertijd het bloed van Christus afgebeeld te zien, dat wast van alle zonden.

Zo moet je ook bij het Heilig Avondmaal niet bezig zijn met andere dingen, maar kijken naar het teken. Om ook in dat teken je schuld te zien: Ik heb Zijn kroon gevlochten, ik heb Zijn beker gevuld. Maar ook, om daarin tegelijkertijd iets te zien van: Nu heeft Hij, Christus, met al de liefde van Zijn hart, nog staande voor het bitter lijden, mij persoonlijk dit teken nagelaten. Ik zie het, als zichtbaar bewijs: om mij, om mijn misdaden, is Hij als misdadiger aan het kruis gehangen. Zien dus, en overdenken.

b. En, ten andere, ten tweede, geestelijk eten en drinken ontvangen uit de hand van de dienaar en dat met de mond genieten. Je vraagt: Wat is dat geestelijk eten en drinken dan? De Catechismus zegt: De Heere heeft beloofd (dat zie je als je, als kind van God, naar het teken kijkt): dat Hij Zelf mijn ziel met Zijn gekruisigd lichaam en vergoten bloed zo zeker tot het eeuwige leven spijst en laaft, als ik het brood en de drinkbeker des Heeren uit des dienaars hand ontvang en met de mond geniet. Met andere woorden: door te kijken naar de tekenen en door de betekenis ervan te overdenken, en door te eten en te drinken geeft de Heere aan het Heilig Avondmaal

nieuwe moed en nieuwe kracht. Zo houdt Hij ons geestelijk in leven. Zo onderhoudt en versterkt Hij het geestelijke leven in ons. Zo geeft Hij ons meer troost en meer zekerheid.

Uit Zijn hand krijgen wij tekenen. Het teken van het brood. Dat ons eraan herinnert, hoe Christus als tarwe moest sterven in de aarde, als koren werd gemaaid, als graankorrels vermalen werd tot meel en in het vuur van de oven gebakken werd. Het teken van de wijn. Dat ons eraan herinnert hoe Christus als de druiven geperst werd onder het zware gewicht van de toorn van God. Tekenen om te zien, om te overdenken.

Uit Zijn hand krijgen wij tekenen en zegels. Om te verzekeren, om te garanderen. Dat de Heere Christus zo zeker voor mij vermalen, geperst, geofferd en gebroken is, als dat het brood gebroken en de wijn vergoten en aan mij gegeven wordt.

Wat daalt Christus dan laag af. Nergens komt Hij dichter bij ons, dan in de tekenen en zegels van brood en wijn. Waar Hij tegen ons zegt: ‘Hier, Mijn kind, zo wankel, zo vol twijfel en aanvechting. Ik ken de zwakheid van je geloof. Kan het Woord, kan Mijn belofte je niet overtuigen? Hier, neem dit dan aan, uit Mijn hand. En kijk en proef de bewijzen van Mijn liefde voor u. Tekenen die onderwijzen, die wijzen, die leren. En zegels die bewijzen, die verzekeren.

Laten we voordat we verder gaan met ons tweede punt nu eerst gaan zingen uit Psalm 132:10: 'k Zal Sions, 'k zal der armen spijs, Hier zeeg'nen op de ruimste wijs; Hier zal Ik, Mijnen naam ten prijs, De priesters met Mijn heil bekleên, En 't volk doen juichen weltevreên. - - - - -

We gaan verder met ons tweede aandachtspunt:

2. Verkregen en verenigd

We hebben gezien dat de tekenen wijzen en onderwijzen. En dat de zegels bewijzen, garanderen en verzekeren. Maar wat gebeurt er dan precies, als Gods kind zo die tekenen en zegels uit de hand van Christus krijgt?

Vraag 76 zegt: Wat is dat te zeggen? Wat betekent dat? Het gekruisigd lichaam van Christus eten en Zijn vergoten bloed drinken? Het antwoord zegt: Het is (ten eerste) met een gelovig hart het ganse lijden en sterven van Christus aannemen en daardoor vergeving der zonden en het eeuwige leven verkrijgen.

Het is natuurlijk niet echt vlees eten en bloed drinken. Het brood is gewoon brood, en het blijft gewoon brood. En de wijn is gewone wijn en dat blijft het ook. Maar er gebeurt iets geestelijks. Er gebeurt iets in het hart van de oprecht gelovigen.

Je zegt: Maar wat dan precies? Dit: Christus komt naar ons toe, Hij geeft ons brood en wijn. En wij nemen dat aan. Gewoon, met onze hand. Ja, dat is waar, maar we doen meer. Terwijl onze hand het van de Heere aanneemt, zegt ons hart: Amen! We nemen door het geloof aan, wat de Heere ons geeft. Namelijk: eten en drinken. Eten voor een hongerig hart. Drinken voor een dorstige ziel. Wat een wonder: God zegt mensen die moe, aangevochten en misschien wel moedeloos zijn, zegt: Sta op, eet, want de weg zou te veel voor u zijn (1 Kon. 19:7). Wat geeft dat ons hoop, moed, kracht, leven, ja (zegt de Catechismus) eeuwig leven.

Als we geestelijk, met de mond van het geloof, eten en drinken wat Hij ons geeft. Als Hij tot ons komt en we Hem door het geloof mogen omhelzen als onze Bruidegom. We nemen Hem aan en alles wat Hij deed in onze plaats (Joh. 1:13). En in die weg mogen we zien, (naar de maat van het geloof dat de Heilige Geest ons geeft, om te zien en aan te nemen), dat Zijn hand in onze lege bedelaarshand voor het eerst of opnieuw een zeldzame schat legt. Namelijk: vergeving van zonden en eeuwig leven. Verkregen, uit genade, om niet.

Denk niet dat het Heilig Avondmaal zomaar een ouderwets ritueel is. Hier geeft Christus ons het teken en het bewijs, dat om Hem en om Zijn verlossende werk, al onze zonden in de diepte van de zee geworpen zijn. En dat God nooit meer op ons zal toornen of schelden zal. Daarom, jongelui, zijn de Heilig Avondmaalsdiensten voor ons, kinderen van God, vaak onvergetelijke momenten. Ons hart gaat zo moeilijk omhoog. Ons hart wil maar niet hemels worden. Maar de hemel komt naar ons toe. Wij kunnen de zekerheid maar niet vinden. Maar de Heere komt naar ons toe en zegt het Zelf tegen ons: Ik verzeker u. Hij laat het ons zien. Hij geeft het aan ons. En wij mogen het zien, aannemen, proeven en erdoor gevoed worden. En dan zingen we: Hier wordt de rust geschonken, hier het goede van Uw huis gesmaakt.

Gods kinderen krijgen aan het Heilig Avondmaal (zegt de Catechismus) door het aannemen van Christus vergeving van zonden en eeuwig leven. Dat is één ding, maar nog iets (zegt de Catechismus): Daarbij worden we door de Heilige Geest, Die èn in Christus èn in ons woont, op die manier met Zijn heilig lichaam hoe langer hoe meer verenigd. Dus er gebeurt nog iets. En dat doet de Heilige Geest. Want Die woont in Christus en ons. De Heilige Geest brengt die twee bij elkaar. Die verenigt ze. Hij maakt ze hoe langer hoe meer één. Dus, jongens en meisjes, waarom is het Heilig Avondmaal voor Gods kinderen vaak tot

zoveel vreugde en blijdschap? Waarom zie je soms misschien wel tranen in de ogen van avondmaalgangers? Omdat de Heilige Geest ons aan het Heilig Avondmaal de Heere Jezus laat ontmoeten. Eerst heeft Hij ons onze zonden ontdekt. Hij heeft ons laten zien dat er in ons geen weg is om weer met God in een verzoende betrekking te komen. Maar toen heeft Hij ons ook laten zien, dat er buiten ons een weg is, door de Heere Jezus Christus. Toen heeft Hij in ons hart de levende band van het geloof gelegd, een levende band met Hem. Als een touw, dat ons hart aan Christus vastgeknoopt heeft. Dat was niet onze keus. Dat deed de Heilige Geest. En wat doet de Heilige Geest nu aan het Heilig Avondmaal? Hij gaat dat touw, die band van het geloof hoe langer hoe meer aantrekken. Het touw wordt steeds korter, en de knoop steeds vaster. En zo komen die twee steeds dichter bij elkaar. Zo worden die twee steeds meer één: de Heere Jezus en wijzelf.

En dat, jongelui, geeft ons heel veel blijdschap en vreugde aan het Heilig Avondmaal. Niet dat we daar iets ervaren van onze liefde, van onze keus, van onze bekering of van onze belijdenis. Maar dat de Heilige Geest ons steeds dichter bij Hem brengt, bij Jezus, Die alles voor ons is en Die alles voor ons deed. Hij, zegt de Catechismus, laat ons zien en geloven: wij zijn – ja, Hij is ver weg in de hemel, maar toch – wij zijn been van Zijn gebeente en vlees van Zijn vlees. Waar denk je dan aan, als je dat hoort? Dit is been van mijn been, vlees van mijn vlees? Dan denk je aan Adam. Als hij zijn vrouw, Manninne, van God gekregen heeft, dan zingt hij: Zij is been van mijn been, zij is vlees van mijn vlees (Gen. 2:23). En nu horen we (terwijl de Heilige Geest de band steeds meer aantrekt) als het ware de Heere Jezus in de hemel ook roepen: Dit is vlees van Mijn vlees, been van Mijn been.

Wij worden, zegt de Catechismus, hoe langer hoe meer één. Als ons oog daarop gericht wordt, dan zien we iets van Zijn uitnemende liefde, beter dan de wijn (Hoogl. 4:10). Dan zien we iets van de werkelijkheid, van de betekende zaak achter het teken. Terwijl de Geest onze harten hemelwaarts trekt en Christus tot ons komt, is het Christus Zelf, Die door de tekenen zegt: ‘Mijn bruid, liefste, Ik verlang naar u. U bent been van Mijn been, vlees van Mijn vlees. Ik heb u getrouwd. U bent Mijn liefste. Laat deze bewijzen van Mijn liefde in u toch ook verlangen naar Mij opwekken. Doe dit tot Mijn gedachtenis. Kijk toch naar het teken en bewijs van Mijn liefde, naar de ring van onze ondertrouw. Ik wil u geestelijk voeden, met geloof, hoop, liefde, moed en kracht. En tegelijkertijd ook verlangen in u wekken, naar de dag dat Ik werkelijk tot u kom. Naar de dag dat de schaduwen vlieden. Vanaf dan zult u altijd zijn waar Ik ben.’ (Hoogl. 2:17; Joh. 14:3)

c. En, zegt de Catechismus, er is nog iets. Wij worden door de Heilige Geest hoe langer hoe meer met Christus verenigd. En, dat is het derde: dat wij door die éne Geest, gelijk de leden van één lichaam door één ziel, eeuwiglijk leven en geregeerd worden. Dat is nog een ander aspect. Dat wijst op een tweede band, een tweede knoop die aangetrokken wordt. Er is een band met de Heere Christus. Maar er is ook een band met elkaar, als ledematen

van één lichaam. Zoals ook staat in het Formulier voor het Heilig Avondmaal: Want gelijk uit vele graankorrels één meel gemalen en één brood gebakken wordt, en uit vele beziën (of bessen) samengeperst zijnde, één wijn en drank vloeit en onderling vermengt; alzo zullen wij allen, die door het waarachtig geloof Christus ingelijfd zijn, door broederlijke liefde, om Christus onzes lieven Zaligmakers wil, Die ons tevoren zo uitnemend heeft liefgehad, altezamen één lichaam zijn, en zulks niet alleen met woorden, maar ook met de daad jegens elkander bewijzen.

Genade roept ons op om te sterven aan de zonde. Ook aan de zonde van onderlinge verdeeldheid, van het negeren van anderen, van jaloezie, ruzie, verwijdering en roddelen over elkaar. ’t Kan niet zo zijn dat we leven van genade en doorgaan op het pad van de zonde. Genade is de nekslag voor de zonde. Genade is vergif voor de zonde. Het lichaam van Christus, de kring van de oprecht gelovigen, behoort één lichaam te zijn. Zoals de ledematen van het lichaam vast zitten aan elkaar en één harmonieus geheel vormen, zo behoort het ook te zijn onder Gods kinderen, ja, in de hele gemeente. Aan elkaar verbonden met wederkerig diep respect voor elkaar (al zijn we verschillend). Aan elkaar verbonden door een levende, hartelijke onderlinge band. Immers liefde bindt. En waar liefde woont, gebiedt de Heere Zijn zegen. Laten we daarom ook de band, de eenheid en de onderlinge vrede die er onder ons mag zijn, koesteren met dankbaarheid. En als er problemen zijn, laten we die dan met elkaar biddend proberen op te lossen.

Tot slot ons derde aandachtspunt:

3. Beloofd en vervuld

Vraag 77 vraagt: Waar heeft Christus beloofd dat Hij de gelovigen zo zeker alzo met Zijn lichaam en bloed wil spijzen en laven, als zij van dit gebroken brood eten en van dezen drinkbeker drinken? Het antwoord zegt: In de inzetting van het Heilig Avondmaal. Waar we mee begonnen zijn uit 1 Korinthe 11. Daar lezen we het Schriftuurlijke bewijs van de weergaloze liefde van Christus, zoals die zichtbaar is in het Heilig Avondmaal. In de nacht dat Hij verraden werd, toen de beker van de toorn van God Hem werd voorgehouden, toen blikte Hij vooruit en zei tegen de discipelen: Zo zeker als Mijn lichaam verbroken en Mijn bloed vergoten gaat worden, het is alles voor u.

Kijk naar de ring van onze ondertrouw. Overdenk Mijn liefde en wat Ik voor u deed. En zie uit naar de dag dat wij werkelijk voor altijd met elkaar verenigd zullen worden op de dag van de bruiloft van het Lam. In de tijd van de wereld hier beneden mag u bij tijden genieten (met oog en mond) van wat Ik u beloofd heb. Die belofte is vast. ‘Hier zijn onderpanden van Mijn liefde, hier is de garantie van Mijn liefde.’ Doe dat samen, als zijnde één lichaam. Doe dat als geestelijke broeders en zusters, die allen deel hebt aan hetzelfde brood. Doe dat totdat Ik kom, om u tot Mij te nemen, of: totdat Ik terugkom op de wolken van de hemel.

Kinderen van God, nu zijn het momenten waarop we met blijdschap mogen uitroepen: Dat is de stem mijns Liefsten, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvelen (Hoogl. 2:8). Maar we zien uit (en dat geldt in het bijzonder voor ernstig zieke kinderen van God) naar de dag waarop de schaduwen vlieden. Nu komt Hij bij ogenblikken en kortdurend tot ons, maar dan zullen we altijd met de Heere zijn. Zoals de Heere ons beloofd heeft, toen Hij zei: En zo wanneer Ik heen zal gegaan zijn en u plaats zal bereid hebben, zo kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij ook zijn moogt waar Ik ben (Joh. 14:3). Vertroost elkaar met deze woorden.

Amen.

Slotzang Psalm 56:2,6:

Maar word' ik ooit met bange vrees belaân, Dan zal op U mijn vast betrouwen staan. Ik prijs in God Zijn woord; ik steun voortaan Op Hem; zou vlees mij deren? Ik vrees hen niet, die mijne smart vermeêren; Mij, dag op dag, door lastertaal onteren; Mijn woorden in een valse zin verkeren; Arglistig mij verraân.

Gij hebt mijn ziel beveiligd voor de dood; Gij richt mijn voet, dat hij zich nimmer stoot'; Gij zijt voor mij een schild in allen nood; Gij hebt mijn smart verdreven; Uw dierb're gunst is m' altoos bijgebleven; 'k Zal, voor Gods oog, naar Zijn bevelen leven; Zo word' door mij Zijn Naam altoos verheven; Zo word' Zijn lof vergroot.