PREEK · HEIDELBERGSE CATECHISMUS

Zondag 45: Het gebed (serie 2)

Zondag 45 · 10 mei 2026

Preek Heidelbergse Catechismus Zondag 45 (serie 2)

INLEIDING

Zondag 45 van de Catechismus gaat over het gebed. waarom is het gebed nodig, onmisbaar voor een christen of christin?

ZONDAG 45

Vraag 116: Waarom is het gebed den Christenen van node?
Daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, welke God van ons vordert, en dat God zijn genade en den Heiligen Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Vraag 117: Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aangenaam is en van Hem verhoord wordt?
Eerstelijk, dat wij alleen den enigen waren God, die zich in zijn Woord ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Ten andere, dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht zijner majesteit verootmoedigen. Ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus' wil zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons in zijn Woord beloofd heeft.

Vraag 118: Wat heeft ons God bevolen van Hem te bidden?
Alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed, dat Hij ons zelf geleerd heeft.

Vraag 119: Hoe luidt dat gebed?
Onze Vader, die in de hemelen zijt;
Uw naam worde geheiligd.
Uw koninkrijk kome.
Uw wil geschiede, gelijk in den hemel, alzo ook op de aarde.
Geef ons heden ons dagelijks brood.
En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onzen schuldenaren.
En leid ons niet in verzoeking, maar verlos ons van de boze.
Want uw is het koninkrijk, en de kracht, en de heerlijkheid in der eeuwigheid. Amen.

VOLLEDIGE TEKST

Zondag 45: Het gebed (serie 2)

ds. J. IJsselstein - Zondag 45

Bidden kan je op allerlei manieren doen. Op vaste tijden, of ook tussendoor. Zonder ophouden, of… bijna nooit. Met woorden, of zonder woorden. Met je lippen alleen, of ook met je hart.

Daarover lazen we ook in Markus 7. Laten we even terugkijken naar dat gedeelte. Het gaat daar over de Farizeeën en sommigen van de Schriftgeleerden. Zij berispen de discipelen omdat zij brood eten zonder dat zij hun handen gewassen hebben. Niet dat handen wassen voor het eten op zichzelf geen goede gewoonte zou zijn, maar zij wassen hun handen voortdurend en om allerlei redenen. En zij doen dat, omdat ze denken daar rein van te worden, schoon voor God.

En dan komt in vers 6 het antwoord van de Heere Jezus. Hij antwoordde en zei tegen hen: Wel heeft Jesaja (in Jesaja 29:13) van u, geveinsden, geprofeteerd, gelijk geschreven is: Dit volk eert Mij met de lippen, maar hun hart houdt zich verre van Mij. Dat kan dus blijkbaar, terwijl je ogenschijnlijk hoort bij de meest godsdienstige mensen. Dat je bidt, dat je veel bidt en dat je zichtbaar bidt. En dat je God ermee lijkt te eren, ook met al de andere dingen die je doet of laat. Maar de vraag is: Waar is in dat alles, en ook in je bidden, je hart?

Want zelfs in ons bidden kan het zo zijn, zegt de Heere Jezus, dat onze lippen heel dicht bij de Heere lijken te zijn, maar dat ons hart ver bij Hem vandaan is. Het is alleen iets uiterlijks, maar in ons hart is er geen band met God. Geen band van geloof en geen band van afhankelijkheid.

Het is een indringende waarschuwing, ook aan ons adres. Is ons bidden alleen maar iets van onze lippen, of zijn het zuchten uit ons hart tot God, zonder Wie we niet leven kunnen? Zoals Zondag 44 de vorige keer eindigde: wie God vreest, moet zich zonder ophouden benaarstigen en God bidden om de genade des Heiligen Geestes, opdat wij hoe langer hoe meer naar het evenbeeld van God vernieuwd worden.

Daarmee is toen de verbinding gelegd tussen het gebod en het gebed. Wilt u leven tot Gods eer en naar Zijn gebod? Dan moet u bidden. Zoals we zongen uit Psalm 119, eerst vers 2: U eist, dat w' op Uw woord voortdurend letten, en dat w' ons hart, aan Uw wil verkleefd, voortdurend op Uwe wegen zetten. Dat was het gebod. En toen kwam het gebed in vers 3: Och, schonk U mij de hulp van Uw Geest! Mocht die mij op mijn paden tot een leidsman strekken. Dan zou ik Uw wet ook echt houden.

Over dat gebed om de genade van de Heilige Geest gaat het nu verder in Zondag 45 van de Heidelbergse Catechismus.

Vraag 116. Waarom is het gebed de christenen van node? Antwoord. Daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, welke God van ons vordert, en dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken. Dat gaat om de vraag: Bidden, waarom is dat nodig voor een christen of christin?

Vraag 117. Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aangenaam is en van Hem verhoord wordt? Antwoord. Eerstelijk dat wij alleen de enige ware God, Die Zich in Zijn Woord ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Ten andere dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht Zijner majesteit verootmoedigen. Ten derde dat wij dezen vasten grond hebben dat Hij ons gebed, niettegenstaande wij zulks onwaardig zijn, om des Heeren Christus' wil zekerlijk wil verhoren, gelijk Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. Dat gaat om de vraag: Bidden, wat houdt dat in?

Vraag 118. Wat heeft ons God bevolen van Hem te bidden? Antwoord. Alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed dat Hij ons Zelf geleerd heeft.

Vraag 119. Hoe luidt dat gebed? Antwoord. Onze Vader, Die in de hemelen zijt... En dan volgen de woorden van het volmaakte gebed, het Onze Vader. Dat gaat over de vraag: Bidden, waarvoor mag dat?

Het thema voor de catechismuspreek van vanmiddag is: Het gebed

Drie aandachtspunten, drie vragen: 1. Waarom is het nodig? 2. Wat houdt het in? 3. Waarvoor mag het?

Als eerste dus, het gebed:

1. Waarom is het gebed nodig? Waarom is het gebed de christenen van node? Waarom is dat nodig voor een christen of christin? Voor iemand die levend verbonden is aan het Hoofd, aan Christus? Waarom moet je als kind van God zonder ophouden God bidden om de genade van de Heilige Geest?

Waarom is dat nodig en waarom moet dat? Waarom is er dat gebod om te bidden? Want zo ziet de Catechismus het wel. In antwoord 116 staat dat God het vordert, Hij eist het. Antwoord 117 zegt dat we God moeten bidden om alles wat Hij ons geboden heeft. En vraag 118 vraagt wat God ons bevolen heeft te bidden. Dus: bidden moet, het is een gebod, het is een bevel.

Een oprecht christen, een kind van God, moet bidden. Dat hebben we echt nodig, en dat zijn we de Heere ook verschuldigd uit dankbaarheid. Ons leven, kinderen van God, moet in de eerste plaats een leven zijn van gebed. Dat is het meest wezenlijke van ons leven met de Heere. Wat we zongen uit Psalm 25:7: Gods verborgen omgang vinden zielen, waar Zijn vrees in woont.

En dat bidden moet (denk maar aan wat de Heere Jezus zei tegen de Farizeeën en Schriftgeleerden) geen dode vormendienst zijn, geen lippendienst. Maar het moet een zaak van ons hart zijn, van liefde, van het niet zonder Hem kunnen en willen leven. En tegelijkertijd is en blijft het ook een zaak van gehoorzaamheid, van het doen wat de Heere ons vraagt.

Want, zo zegt antwoord 116: God wil Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken. Dus met andere woorden: Wil je leven van genade? Heb je de Heilige Geest nodig om je leven te vernieuwen? Dan moet je bidden: zonder ophouden, en met hartelijke zuchten.

En zuchten, jongens en meisjes, is eigenlijk een soort diep ademhalen. Dus: bidden is voor Gods kinderen de ademhaling van hun ziel. Je lichaam haalt adem door je longen, vanaf het moment dat je geboren wordt. Je ziel haalt adem door te bidden, vanaf het moment dat je opnieuw geboren wordt. Als er een baby geboren wordt en alles is goed, dan is iedereen blij. Vader en moeder zeggen blij: ze huilt, ze haalt adem! Als Saulus van Tarsen van de Heere een nieuw hart krijgt, dan zegt de Heere tegen Ananias niet ‘hij huilt’, maar dan zegt de Heere: Want zie, hij bidt (Hand. 9:11). Zijn hart en zijn ziel leven, want hij bidt.

Leeft jouw ziel? Of is die nog steeds dood door de misdaden en de zonden? Je zegt misschien: Dan heeft God waarschijnlijk niets tegen me te zeggen, toch?

Jawel, dit zegt Hij in Jesaja 55:3: Neig uw oor, en kom tot Mij, hoor (luister!), en uw ziel (uw dode ziel) zal leven! Haal jij adem met je ziel? Bid jij? Niet per se hoorbaar met mooie woorden die van je lippen komen, maar zucht je hart voor de Heere? Misschien wel met deze zucht: Heere, gun leven aan mijn ziel? Heb je een stille plek in huis waar je de knieën buigt? Waar je misschien wel meer dan ooit voelt: Bidden, dat kan ik niet? Maar zuchten, dat doe je wel: O God, wees mij genadig. O Heere, help me. Vernieuw mijn leven. Leer me U te dienen en lief te hebben?

Dat, kinderen van God, geliefde medechristenen, is het belangrijkste van onze dankbaarheid. Onze dankbaarheid uit zich volgens de Catechismus in hartelijke zuchten zonder ophouden, biddend en dankend. Dus dankbaarheid is niet alleen of in de eerste plaats een gevoel of emotie. Dankbaarheid is veel meer een synoniem voor: afhankelijk zijn, aanhankelijk zijn en gehoorzaam zijn. Verwonderd terugdenkend aan wat de Heere in je leven gedaan heeft. Behoeftig zuchtend en biddend om blijvende genade voor iedere dag. Om in de kracht van de Heere Jezus Christus te mogen leven, in gehoorzaamheid aan Zijn geboden.

Dus hoe komt er, als je een kind van de Heere mag zijn, vernieuwing in je leven? Hoe komt er meer gehoorzaamheid, liefde en heiligheid? Dat komt niet door het proberen na te leven van allerlei regels en geboden van mensen. Zo van: dit moet je doen, en dat moet je laten. Daarvan zei de Heere Jezus: Tevergeefs eren zij Mij, lerende leringen die geboden zijn der mensen.

Nee, hoe komt er vernieuwing in je leven? Hoe komt er meer gehoorzaamheid, liefde en heiligheid? Door onophoudelijk en zuchtend te bidden om het werk van de Heilige Geest in je hart. De Geest verbindt ons namelijk aan Christus. En dat verbonden zijn aan Hem, dat zien op Jezus, dát vernieuwt ons. Dát doortrekt ons hart en ons leven met liefde en dank. En alleen zó, levend met Hem, uit Hem en in afhankelijkheid van Hem, alleen zó kan dat kleine beginsel, dat groene knopje van mijn nieuwe gehoorzaamheid, langzaam toenemen.

Dus heiligmaking en dankbaarheid beginnen niet met doen, want zonder Mij, zegt de Heere, kunt u niets doen. Het begint met bidden. De beste graadmeter voor een heilig leven is niet dat wat anderen aan je zien of van je horen, maar dat wat de Heere van je ziet en hoort in het verborgene van je hart. De ademhaling van je ziel. Je hartelijke zuchten om genade.

U zegt: Ja, dat wist ik al, maar wat moeten we nog méér doen? Dit: bidden, bidden, zonder ophouden. Daar wordt ons leven anders van. Want heiligmaking doe je niet zelf, dat doet God. Dat is Gods werk. Want, zegt Paulus in Filippenzen 2:13: Want het is God, Die in u werkt beide het willen en het werken, naar Zijn welbehagen.

Voordat we verdergaan, zingen we nu eerst uit Psalm 17, het tweede en derde vers: Gij toetstet mij bij dag en nacht; Gij vondt mij trouw, in vreugd' of smarte; De mond sprak steeds de taal van 't harte; Door beiden is hun plicht betracht.

Ik zet mijn treden in Uw spoor, Opdat mijn voet niet uit zou glijden; Wil mij voor struikelen bevrijden, En ga mij met Uw heillicht voor. - - -

Vraag 116 zegt: Waarom is het gebed de christenen van node? Daar gaat het vanmiddag over. Antwoord: Daarom dat het het voornaamste stuk der dankbaarheid is, welke God van ons vordert, en dat God Zijn genade en de Heilige Geest alleen aan diegenen geven wil, die Hem met hartelijke zuchten zonder ophouden daarom bidden en daarvoor danken.

Wat is dat een moeilijk antwoord, als je nog steeds iets van jezelf verwacht, als je nog steeds denkt: Wat moet ik verder nog meer doen? Maar wat is dit een zeggen, wat is dit troostvol en bemoedigend voor echte bidders. Voor mensen die in het verborgen zuchten. Ze hebben vaak geen woorden. Ze weten vaak niet hoe ze bidden moeten zoals het behoort. Maar ze kunnen toch niet ophouden met dat zuchten.

Voor zulke mensen en voor zulk bidden geldt wat Paulus zegt in Romeinen 8:26: En desgelijks komt ook de Geest onze zwakheden mede te hulp; want wij weten niet, wat wij bidden zullen, gelijk het behoort, maar de Geest Zelf bidt voor ons met onuitsprekelijke zuchtingen. Dat wil zeggen, zegt de Kanttekening, dat de Heilige Geest ons tot dat bidden met onuitsprekelijk zuchten aanspoort, en ons als een les vóór zegt, wat wij ná mogen bidden.

Midden in al onze zwakheden, zorgen en vragen leert de Geest ons bidden zoals het behoort. Om Zijn genade. Dat is niet altijd de precieze verhoring van ons gebed. Want de Heere verlost ons niet altijd van onze zorgen, van ons kruis of ons verdriet. Maar Hij geeft Zijn kinderen wel genade om het te dragen. Genade die ons kleiner maakt en dichter bij Hem brengt. Genade die ons afhankelijk en aanhankelijk maakt.

En Hij geeft Zijn kinderen door de weg van het gebed ook Zijn Heilige Geest. En hoe nodig hebben we Hem, voor dat genadewerk in ons hart. Voor meer ontdekkende genade, om armer gemaakt te worden. Voor meer onderwijs, voor meer kennis van Christus en voor meer geloof. Voor meer vernieuwing en vertroosting. De Heere wil dat alles géven, juist in de weg van het gebed.

Geldt dat alles nu alleen voor kinderen van God, of geldt dat voor iedereen? Ik bedoel de plicht om te bidden. Heeft het zin om te bidden? Ja, dat geldt voor iedereen. Petrus zegt het zelfs tegen Simon de tovenaar in Handelingen 8: U hebt geen deel noch lot in dit woord, want uw hart is niet recht voor God. Bekeer u dan van deze uw boosheid, en bid(!) God, of misschien u deze overlegging uws harten vergeven werd; want ik zie dat u bent in een gans bittere gal en samenknoping der ongerechtigheid (Hand. 8:21-24).

Dus, wie u ook bent: Bid God, of misschien al uw slechtheid u vergeven zou worden. Dus de oproep is: Man, Simon, tovenaar, bid! Of misschien… al uw slechtheid u vergeven zou worden? Maar heb je dan geen garantie? Ja zeker wel, maar de knoop zit (dat voelt Petrus) bij Simon zelf. Wil die man zich wel bekeren? Wil hij wel bidden? Antwoord? Nee. Hij zegt namelijk tegen Petrus: Doet u dat maar. Bidt u voor mij tot de Heere, opdat niets over mij kome van wat u mij gezegd hebt. En zo schuift Simon de tovenaar zijn plicht om te bidden van zich af.

Niet doen, mensen! Want een ieder, iedereen, ook jij en u, die bidt, die ontvangt; en die zoekt, die vindt; en die klopt, die zal opengedaan worden (Matth. 7:8). Wil je het bewijs daarvan? Dat staat in deze Bijbel. De Heere zegt in Jesaja 45: Ik heb tot het zaad van Jakob niet gezegd: Zoekt Mij tevergeefs (Jes. 45:19). De Heere hoort zelfs de jonge raven als zij roepen (Ps. 147:9). Dat staat in je Bijbel. En dat heeft God op je voorhoofd ondertekend met het water van de Heilige Doop. Als je God zoekt, zal je Hem vinden!

Betekent dat, dat als je God zoekt, je dan ook alles krijgt wat je van Hem vraagt? Nee, dat zou niet goed voor ons zijn. Want wij vragen ook zo vaak dingen, die niet goed voor ons zijn. Jakobus zegt: U bidt, en u ontvangt niet, omdat u kwalijk bidt, opdat u het in uw wellusten doorbrengen zou (Jak. 4:3). Als voedsel voor de slechte begeerten van je hart, waar het in Zondag 44 over ging.

En dus vraagt vraag 117: Wat behoort tot zulk een gebed, dat Gode aangenaam is en door Hem (wel) verhoord wordt? De Catechismus noemt drie dingen. Als eerste, dat wij alleen den enige ware God, Die Zich in Zijn Woord ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Ten andere, dat wij onzen nood en ellendigheid recht en grondig kennen, opdat wij ons voor het aangezicht Zijner majesteit verootmoedigen. En ten derde, dat wij dezen vasten grond hebben, dat Hij ons gebed, hoewel wij dat niet waard zijn, om des Heeren Christus' wil zeker wil verhoren, zoals Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft.

Dat brengt ons bij ons tweede aandachtspunt:

2. Bidden, wat houdt dat in? Echt bidden houdt in: dat wij alleen de enige ware God, Die Zich in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft, om al hetgeen dat Hij ons geboden heeft te bidden, van harte aanroepen. Dus: echt bidden is bidden tot de enige, echte God van de Bijbel, Die Zich in Zijn Woord aan ons geopenbaard heeft.

Hoe heeft God Zich in de Bijbel onthuld? Als de God Die luistert naar het gebed van zondaars. Als (zoals Psalm 65 zingt) de Hoorder der gebeden (Ps. 65:2, ber.). Als de Beloner van degenen die Hem zoeken (Hebr. 11:6). Wij geloven niet in een onbekende, grillige of onberekenbare God. Wij bidden niet in het luchtledige. Wij bidden en geloven in onze God, Die Zich houdt aan Zijn Woord en Die luistert naar het bidden van ons, mensen. Hij heeft immers gezegd: Roep Mij aan in de dag der benauwdheid; Ik zal u eruit helpen (Ps. 50:15).

Bid je ook zo, jongelui? In dat besef? Met die hoop? En met dat geloof? Als je stil je knieën buigt en bidt? Als je op school zit of aan het werk bent en stil zucht? Zoals Nehemia, die druk bezig was met zijn werk voor koning Arthahsasta. Midden in dat werk, zo schrijft hij: Toen bad ik tot de God des hemels (Neh. 2:4).

Bidden tot de enige echte God, Die Zich in Zijn Wóórd aan ons geopenbaard heeft. Dat betekent dus ook, dat je niet kan bidden zonder in je Bijbel te lezen. Bidden kun je het beste doen bij een open Bijbel. Als je niet weet wat of hoe je bidden moet, vouw dan je handen, lees dan en bid bij die open Bijbel: HEERE, wees niet verre; mijn Sterkte, haast U tot mijn hulp (Ps. 22:20). HEERE, red mijn ziel; verlos mij om Uwer goedertierenheid wil (Ps. 6:5).

Het kan niet anders, als je zo bidt, dan is dat geen praten met God alsof Hij je vriendje of je buurman is. Maar dan voel je ook iets van Gods hoogheid en van je eigen nietigheid en zondigheid.

En dus hoort bij zulk bidden ook, zo zegt antwoord 117, dat wij onzen nood en ellendigheid goed en grondig kennen. Want als dat zo is, gaan wij ons voor het aangezicht van Gods majesteit verootmoedigen. Dan gaan we heel diep buigen, met een diep besef van onze nood en ellende.

Dan voel je, biddend over je Bijbel gebogen, dat je het niet waard bent dat de Heere naar je zou luisteren. En dat zijn geen mooie woorden, maar dat is dan werkelijk zo in je hart. Dan heb je niets meer in te brengen. Dan ga je bidden, zoals de oude Daniël ooit bad: Heere, wij hebben gezondigd, en hebben onrecht gedaan, en goddeloos gehandeld, door af te wijken van Uw geboden en wij hebben niet geluisterd naar Uw dienstknechten, de profeten, die in Uw Naam tot ons spraken. Bij U, o Heere, is de gerechtigheid (U bent volmaakt!), maar bij ons de beschaamdheid der aangezichten, gelijk het is te dezen dage.

En weet je hoe hij dan verder bidt? Bij de Heere onze God zijn de barmhartigheden en vergevingen, hoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben. Dat is bidden met een gebogen hoofd en een gebroken hart tot de Heere onze God, Die barmhartig is en vergeeft. En die wetenschap, dat wij geen grillige, onberekenbare of onbarmhartige God hebben, maar dat er bij de Heere vergeving is, die wil je, jongelui, hoop, heel veel hoop geven als je bidt.

De Heere beloofde het al aan de ballingen in Babel: Ik denk gedachten van vrede over u. U zult Mij aanroepen, en heengaan, en tot Mij bidden; en Ik zal naar u horen. En u zult Mij zoeken en vinden, wanneer u naar Mij zult vragen met uw ganse hart. En Ik zal door u gevonden worden, spreekt de HEERE. Jongens en meisjes, zoek de Heere, je zult Hem vinden. Want God hoort het gebed. Als je bidt: Ik ben het niet waard, Heere, dat U naar mijn gebed luisteren zult, maar... Kijk maar naar wat het derde punt van de Catechismus zegt in antwoord 117….

Wij hebben deze vaste grond: dat de Heere ons gebed, hoewel wij dat niet waard zijn, om de Heere Jezus’ wil, zeker wil verhoren, zoals Hij ons in Zijn Woord beloofd heeft. God heeft het beloofd dat Hij je gebeden wil verhoren. Niet om iets van ons, niet om onze liefde, onze ijver, ons bidden of onze tranen. Maar omdat Hij Zelf barmhartig en genadig is, en groot van goedertierenheid. En dus zegt de oude Daniël, biddend op zijn knieën: Wij werpen onze smekingen voor Uw aangezicht niet neer op onze gerechtigheden, maar op Uw barmhartigheden, die groot zijn (Dan. 9:18).

Want U, Heere, hebt het beloofd in de Bijbel, toen U zei: Zo zegt de Heere HEERE: Ik doe het niet om uwentwil, gij huis Israëls, maar om Mijn heiligen Naam, die u ontheiligd hebt" (Ezech. 36:22). Dat laatste (wij hebben de Naam van de Heere ontheiligd!), dat maakt klein en onwaardig. Wij hebben het verzondigd. Maar dat eerste geeft midden in ons niet-waard zijn zoveel hoop en verwachting. De Heere heeft het beloofd dat Hij om Jezus’ wil bidders wil verhoren.

De Catechismus zegt: om Jezus’ wil. Om de grote Voorbidder aan de rechterhand van Zijn Vader. Hij heeft het beloofd: Al wat u de Vader zult bidden in Mijn Naam, dat zal Hij u geven (Joh. 16:23). Want: Indien dan u, die boos bent, weet uw kinderen goede gaven te geven, hoeveel te meer zal de hemelse Vader de Heilige Geest geven dengenen, die Hem bidden? (Luk. 11:13).

En zo mogen we, midden in onze ellende, nood en dood, als schuldverslagen zondaars, diep gebogen voor de heilige God, toch vrijmoedigheid vinden. Vrijmoedigheid om biddend naar de troon van Gods genade te gaan, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen en genade vinden om geholpen te worden ter bekwamer tijd. Dat wil zeggen: op het beste moment, op Gods tijd (Hebr. 4:16).

Nog kort ons derde punt:

3. Waarvoor we bidden mogen Vraag 118 zegt: Wat heeft ons God bevolen van Hem te bidden? Antwoord: Alle geestelijke en lichamelijke nooddruft, welke de Heere Christus begrepen heeft in het gebed dat Hij ons Zelf geleerd heeft. Kortom, voor alles wat we nodig hebben. Ken Hem in al uw wegen, en Hij zal uw paden rechtmaken (Spr. 3:6).

De volgorde is helder: eerst bidden voor geestelijke dingen, en dan voor de rest. Denk maar aan het Onze Vader. Eerst bidden we voor de heiligheid van Gods Naam, de komst van Zijn Koninkrijk en het gedaan worden van Zijn wil. Kortom: bidden dat God groot zal worden. En daarna volgen ons dagelijks brood, onze schulden, onze bereidheid om anderen te vergeven en onze bewaring in verzoeking. En dat alles dus naar het voorbeeld van het volmaakte gebed, dat we in de volgende Zondagen zullen behandelen: het Onze Vader.

Het is een voorbeeld voor ons hoe we onze genadige God mogen bidden en vragen. Dat doen we niet met eindeloze gebeden, want het zit niet in veel of mooie woorden. Het Onze Vader is een kort gebed, een sober gebed, en er staat geen woord teveel in. Het is gericht op God, op: Uw Naam, Uw Koninkrijk en Uw wil. En daarna gaat het over mezelf? Nee. Er staat niet één keer het woordje ‘ik’ in het Onze Vader.

We gaan afsluiten. Laat ik u en jullie nog een keer wijzen op de noodzaak van het persoonlijke gebed, alleen voor God. Zoek in huis, als je dat nog niet hebt, een plek waar je ongestoord en in stilte kunt bidden. In de drukte kan je je niet concentreren. Doe even alles wat afleidt weg of uit. Buig je knieën als een teken van grote eerbied en van klein-zijn voor God. Vouw je handen als een teken van hulpeloosheid: mijn handen kunnen niets. En laat je woorden zijn als het roepen van Bartimeüs: Zone Davids, ontferm U mijner!

Als je zo bidt, zal de Heere je horen. Open dan je mond en eis van Hem vrijmoedig. Op Zijn trouwverbond. Alles wat je ontbreekt, schenkt Hij, als je het smeekt, mild en overvloedig.

Amen.

Slotzang Psalm 81:12

Opent uwen mond; Eist van Mij vrijmoedig, Op mijn trouwverbond; Al wat u ontbreekt, Schenk Ik, zo gij 't smeekt, Mild en overvloedig.