Het is volbracht · Johannes 19 · Goede Vrijdag

Het is volbracht
Preek Johannes 19:30: Daar stond dan een vat vol edik, en zij vulden een spons met edik, en omlegden ze met hysop, en brachten ze aan Zijn mond.
Toen Jezus dan den edik genomen had, zeide Hij: Het is volbracht! En het hoofd buigende, gaf den geest.

Thema preek Johannes 19: Het is volbracht

Het volbrachte werk van Christus
1. Tegen wie wordt dat gezegd?
2. Wat het inhoudt/betekent
3. Wat de boodschap is voor ons

PDF LEESPREEK

Preek Johannes 19: Het is volbracht

Wat, jongens en meisjes, vinden jullie de mooiste van alle christelijke feestdagen? We hebben Kerst, dan denken we terug aan de geboorte van de Heere Jezus. Vandaag op deze Goede Vrijdag denken we terug aan het sterven van de Heere Jezus aan het kruis. Straks met Pasen aan Zijn opstanding. Met Hemelvaart aan Zijn teruggaan naar de Vader in de hemel. Met Pinksteren aan de uitstorting van de Heilige Geest. Wat is de mooiste feestdag, vind je? Wat is nu echt een hoogtepunt?
Als je goed kijkt naar die feestdagen, dan is er maar één feestdag waar een woordje voor gezet is. We zeggen nooit: vandaag is het mooie Kerst. We zeggen nooit: vandaag is het gelukkig Pasen. Maar we zeggen wel: vandaag is het Goede Vrijdag.
En dat is bijzonder! Je zou eigenlijk verwachten dat we zouden zeggen: vandaag is het zwarte vrijdag: een dag van lijden, sterven, dood…
Maar zo is het niet! Vandaag is het Goede Vrijdag.
Dit is voor ons de mooiste van alle feestdagen. Goede Vrijdag is een hoogtijdag voor iedereen die God vreest. Een feestdag! Want op deze dag denken wij terug aan die vrijdag, waarop al onze zonden gelegd zijn op het hoofd van de Heere Jezus Christus, op Zijn schouders. Op deze dag denken wij terug aan die vrijdag, waarop de schuld van onze zonden is betaald. De dag waarop Hij, de Heere Jezus Christus, het weer goed gemaakt heeft tussen de heilige God in de hemel en ons zondige hart. En de gedachte daaraan, jongens en meisjes, maakt ons op deze dag intens blij en gelukkig. Deze dag is de dag van onze zaligheid.

Weet je nog, wat er in de catechismus staat? God vraagt, God eist volmaakte gehoorzaamheid. God vraagt, God eist betaling van de schuld die wij gemaakt hebben, en het lijden van de straf, van de tijdelijke straf en de eeuwige straf. En wij moet eerlijk zeggen, als we dat horen: Heere, U hebt gelijk. Maar, ik heb helemaal niets om te betalen. Maar nu, dat is de boodschap van deze Goede Vrijdag: nu is alles betaald!
Alles is volbracht! Dat is het evangelie van Goede Vrijdag.

En Johannes neemt ons vanavond in gedachten mee naar Golgotha, de plaats van het bittere lijden. Drie uur lang is het duister geweest. Een stikdonkere nacht van verlating door God. Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Maar nu breekt de zon weer door. Het licht van Gods vriendelijke aangezicht begint weer te stralen.
Want de vloek is gedragen, de strijd is gestreden en de schuld is voldaan.
Nu kan en nu mag de Heere Jezus Christus sterven.

Nog even verkoelt, verfrist hij zijn droge mond met een klein beetje van die zure soldatenwijn, van die edik, die hij op een spons krijgt aangereikt. En dan, met grote kracht en helderheid roept Hij Zijn laatste woord uit. De evangelisten zeggen: met een grote stem roepende. En Johannes schrijft op wat Hij geroepen heeft.

Maar dit is niet de laatste snik, dit is niet de stikkende de ademhaling van een stervend mens. Hier sterft de Middelaar. En Hij roept met majesteit en heerlijkheid uit, en die roept die klinkt als triomf, als een roep van overwinning!
Wij zouden denken, staande bij het kruis, op Golgotha, bij een stervende Heere Jezus: nu is het afgelopen, nu is het voorbij. Het is kwijt, het is verloren!
Maar uit de mond van de Zaligmaker klinkt de heldere roep: Het is volbracht!
En dat, gemeente, dat maakt deze dag tot een blijde feestdag. Dat maakt deze vrijdag tot een Goede Vrijdag.
Dit is de dag van Zijn dood. Dit is de dag van ons leven.

De tekst voor vanavond vindt u in Johannes 19:30. In het Grieks is het maar één woordje, bij ons zijn het drie woorden: Het is volbracht.

Het thema voor de preek is:
Het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus
En we stellen in de preek drie vragen, als het gaat om dat ‘Het is volbracht’.
De eerste vraag is: Tegen wie wordt dat gezegd? Tegen wie?
De tweede vraag is: Wat houdt het in, wat is de inhoud ervan, van dat ‘Het is volbracht’?
En het derde punt gaat over de vraag: Wat is de boodschap daarvan voor ons? Voor ons allemaal?

Dus: Het is volbracht! Het volbrachte werk van de Heere Jezus Christus.
1. Tegen wie roept Hij?
2. Wat is de inhoud van Zijn roep?
3. Wat is de boodschap voor ons?

Als eerste dus:

1. Tegen wie roept de Heere Jezus: Het is volbracht?

Tegen wie roept Hij dat: Het is volbracht?
Sommige Bijbelvertalingen, vooral Engelse Bijbelvertalingen, hebben dat ene woordje uit het Grieks vertaald met: Het is klaar. Heel simpel mens: het is af.
Maar eigenlijk is dat maar de helft van de betekenis. Dus, jongens en meisjes, even goed meedenken: wat betekent dat nu eigenlijk, dat woordje ‘volbracht’?
Je moet even denken aan thuis. Papa of mama laat je iets doen. Je krijgt een klus, je krijgt werk, je krijgt een opdracht van ze. Het duurt een poosje. Want, wat je moet doen is niet gemakkelijk om te doen. Maar je doet je best.
Maar de vraag voor nu is: wat ga je nu zeggen als het klaar is?
Ja, je kunt zeggen als je klaar bent: het is klaar, het is af.
Maar wat doe je, als het een belangrijke of een moeilijke opdracht was? Dan ga je terug naar mama of papa, en dan zeg je: ‘papa, mama, wat u aan me gevraagd hebt, dat is klaar! Komt u maar even kijken. Het is klaar, het is af.’
Eigenlijk wil je daarmee zeggen: papa, mama, ik ben gehoorzaam geweest. Ik heb precies gedaan wat u me gevraagd hebt.
Nou, dat is de betekenis van dit woordje ‘volbracht’. Het is volbracht, dat wil zeggen: Ik ben gehoorzaam geweest en het is klaar.

Maar, en dat is de vraag, tegen wie zegt de Heere Jezus dat? Tegen wie roept Hij dat: Het is volbracht?
Je kan zeggen, en dat is niet onterecht, het is een roep van de Zoon, van de Heere Jezus Christus Zelf, waar dan tegelijkertijd ook uit blijkt dat Hij inderdaad echt mens was. Het klinkt als een blijde roep van overwinning: volbracht is het zware werk, het dragen van die loodzware last van de toorn van God, dat ondergaan van die diepe vernedering, smaad en hoon, dat dragen van dat peilloos diepe lijden.
Het is voorbij. Het is volkomen af.
Heel Mijn leven was gericht op de eer van Mijn Vader. In gebed had de Heere Jezus het al eerder gebeden, toen Hij zei tegen Zijn Vader: Ik heb U verheerlijkt op de aarde – en dan komt het – Ik heb voleindigd, Ik heb volbracht, het werk dat U Mij gegeven had om te doen.
En nu, nu roept Hij het uit. En het klinkt ook als een roep van blijdschap: Het is volbracht!
Het is de roep van een stervende en machtige Zaligmaker, die nu rustig mag gaan slapen. Die in alle rust Zijn hoofd kan buigen en kan en mag zeggen: Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. Er is niets meer over van de toorn van God, het is voorbij.
Een roep van de mens geworden Zoon van God, een roep van de persoon van de Middelaar.

Maar als we de kruiswoorden (er zijn er zeven; je moet ze, jongens en meisjes, thuis nog maar eens opzoeken), als we de kruiswoorden allemaal één voor één bekijken, dan blijkt dat ze allemaal een bijzondere richting hebben. En dat geldt ook dit woord: Het is volbracht.
En dus is onze vraag: tegen wie zegt de Heere Jezus dit, tegen wie roept hij dit?
Tegen wie zegt Hij, roept Hij dit zesde kruiswoord: Het is volbracht?

In de eerste plaats is het een roep tot de Vader, tot God de Vader in de hemel.
Vader, het is volbracht! Wat moet dat woord in de hemel als muziek geklonken hebben. Miljoenen harpen ruisten en de engelen hebben ongetwijfeld met dubbele stem gezongen. ‘Vader, Uw plan, het plan van de zaligheid is af, het is voltooid! Uw eeuwige plan, vol van onbegrijpelijke zondaarsliefde. Waarin U het Liefste wat U had, Uw eniggeboren Zoon, overgegeven hebt tot in de dood van het kruis, om gevallen mensen, misdadigers, opstandelingen weer op te rapen uit zonde en schuld. Dat plan, o Vader, waarin U Uw Zoon hebt overgeleverd, hebt uitgeleverd in de klauwen van de macht van de duisternis, terwijl U al de schuld van Uw volk op Hem, Uw Zoon hebt gelegd. Uw plan, o Vader, is voltooid.’
Kom, verwonder u vanavond, in uw hart een ogenblik met mij, op deze Goede Vrijdag vanwege de onbegrijpelijke liefde van God de Vader in de hemel, die schittert achter de kruisheuvel Golgotha. Want het is de Vader Zelf, die Zijn Enig geliefde Zoon heeft overgegeven, tot in de dood van het kruis. Zoals Johannes later schrijft: Zie, hoe grote liefde ons de Vader gegeven heeft. Want Hij(!) was het, die Hem, Christus overgeleverd heeft om onze zonden en het is Zijn(!) zwaard geweest dat stak in het hart van de Middelaar. En het is de Vader geweest, die al de zonden op Hem heeft doen aanlopen. Dit is een roep van triomf, van overwinning, uitgeroepen tot Zijn Vader in de hemel: Vader, Uw werk is voltooid, Uw raad is vervuld, Uw liefde heeft overwonnen.
Het is in de eerste plaats een roep tot de Vader.

Het is, in de tweede plaats, ook een roep van overwinning over de satan, over de duivel en over de macht van de duisternis. Want wie wint, die roept. Wie verliest, die kreunt, die zwijgt.
Hier is de overwinning over de duivel en de macht der duisternis. De kop van de slang is vermorzeld.
Zijn grote werk was eeuwenlang: vernielen, stuk maken, verwoesten. Eeuwenlang had de duivel ook geprobeerd dat plan van de Vader te blokkeren, te voorkomen. Hij had geprobeerd om het Kind in Bethlehem te vermoorden. Hij had geprobeerd om de Zaligmaker te verleiden bij de verzoeking in de woestijn. Totdat uiteindelijk ook dit laatste gevecht losbrak.
En nu, nu heeft hij verloren! De beslissende slag is voorbij. En voor eens en altijd is de meester die wij vroeger als slaven dienden (of dient u hem nog steeds?), voor eens en altijd is hij een verslagen vijand.

Het is volbracht! Het wordt geroepen naar de hemel, het wordt gezegd tegen de satan. En het wordt in de derde plaats ook gezegd tegen de wet. Het wordt gezegd tegen die eisende, vloekende wet, die op alles wat we doen en gedaan hebben het stempel zet: tekort, mislukt, vervloekt! Vervloekt is een iegelijk die niet blijft in al hetgeen geschreven is in het boek der wet om dat te doen.
De wet eist, de wet veroordeelt, de wet vervloekt. Maar van het kruis van Golgotha klinkt, ook gericht tegen de wet, de overwinningsroep van de Middelaar: Het is volbracht.

Het is volbracht: gericht tot de Vader, geroepen tegen de duivel, gezegd tegen de wet, maar (en dat is ons tweede punt): wat betekent dat eigenlijk, wat is de inhoud, wat is de betekenis van die roep, van dat woord: Het is volbracht?

2. Wat houdt het in, wat is de betekenis van dat: Het is volbracht?

Ik zal vanavond een paar dingen noemen.
Als eerste dit: alles van de dienst van de tabernakel, alles van de dienst van de tempel, alles wat vooruit wees, is volbracht.
Om een voorbeeld te noemen: de ark. Je weet wel, jongens en meisjes: die houten kist, van hout getimmerd, daar boven op een gouden plaat, twee engelen, en binnenin lag de wet. De wet, die wij zo vaak hebben overtreden en geschonden. En daarboven dus, boven het verzoendeksel: de heilige engelen. En daartussen woonde de heerlijkheid van de heilige God.
Eigenlijk als je daarover nadenkt een heel huiveringwekkend beeld: de heilige God, wonend boven de wet. Boven de wet, die wij geschonden hadden, die wij overtreden hebben. Maar gelukkig, en dat was Gods plan, daartussen lag het gouden verzoendeksel. En één keer per jaar kwam de hogepriester in het heilige der heiligen. En dan sprengde hij, dan druppelde hij bloed op die gouden plaat, op dat verzoendeksel. Bloed midden tussen de heilige God en die eisende woorden van de wet in de ark.
Maar dat moest iedere keer weer, ieder jaar weer. Eigenlijk stond er boven de ark (niet echt natuurlijk, maar zo zou je dat in gedachten kunnen zien), daar stond eigenlijk boven geschreven: Het is nog niet volbracht!
Want het bloed van stieren en bokken was niet in staat om de zonden weg te nemen.
Maar nu, op Golgotha, nu is de grote Hogepriester gekomen en heeft één offer, één slachtoffer voor de zonden geofferd, Zichzelf, Zijn eigen leven, Zijn eigen hart. En heeft met dan ene offer, zegt de Hebreeënbrief, tot in eeuwigheid volmaakt degenen die geheiligd worden. Hij heeft Zijn eigen bloed gesprengd, gedruppeld, tussen de heilige Vader in de hemel en die aanklagende, eisende wet.
Eén keer. En nu geldt echt: Het is volbracht! Nu is het genoeg. Nu is er geen bloed meer nodig, want de echte prijs is betaald.
Dus, wat is er volbracht? Heel de dienst van de tabernakel en van de tempel en van de offers.

In de tweede plaats zijn alle profetieën volbracht en vervuld. De eerste profetie vanuit het paradijs: het Zaad van de vrouw zal de koop van de slang vermorzelen. Dat is gebeurd, hier op Golgotha. Tot de laatste profetie, die zojuist is voorgelezen uit Psalm 69: ze hebben Mij gal tot Mijn spijs gegeven en in Mijn dorst hebben zij Mij edik te drinken gegeven. En nu is alles, nu zijn al de profetieën, al de Schriftwoorden vervuld. Het is allemaal volbracht.

De offerdienst, de profetieën, maar vooral ook in de derde plaats: het grote werk dat de Vader Hem, Christus had opgedragen.
Welk werk? De rekening moest betaald worden. De rekening moest voldaan worden. Er moest verzoening aangebracht worden. Het moest goed komen tussen God en ons hart. Door? Door voldoening, door betaling van de rekening. Dat was de eis van de Vader, en dat was de eeuwige overeenkomst tussen de Vader en de Zoon.
En dat maakt deze vrijdag tot een Goede Vrijdag. Anders was er geen hoop meer. Maar nu is de schuld betaald. Het handschrift van de zonde is uitgewist, en de toorn van God is gestild. Dat werk, dat de Vader Hem had opgedragen, dat is voltooid, dat is volbracht. Alles wat gedaan moest worden om de schuld van Zijn bruidskerk te betalen is gedaan, is betaald: gehoorzaam, vrijwillig, trouw, volledig. En nu klinkt er eigenlijk over Golgotha, wat Paulus zegt in de Romeinenbrief: nu is er dan geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn.
Als Immanuël roept op Goede Vrijdag: Het is volbracht, dan schittert daar op Golgotha de eer van Zijn Vader en al de deugden (dat wil zeggen al de eigenschappen, de volmaaktheden van de Drie-enige God): Gods heiligheid, Gods rechtvaardigheid, Zijn liefde en genade. Daar, aan het kruis, wordt genade van waarheid blij ontmoet, de vrede met een kus van het Goddelijke recht gegroet. Genade wordt verdiend en is verdiend, volledig in overeenstemming met Gods heilig recht. En de schuld van Gods volk is uit God gedaan. Want er is echt betaald! Sion, Gods Sion is door recht verlost.
En zo is er een weg geopend waarin God alle eer krijgt en waarin wij mensen zalig kunnen worden.
Wij gaan eerst samen zingen, voordat we verder gaan met ons 3e punt (de boodschap uit dit kruis wordt), zingen wij uit Psalm 85:4.

Dan wordt genâ van waarheid blij ontmoet;
De vrede met een kus van ’t recht gegroet;
Dan spruit de trouw uit d’ aarde blij omhoog;
Gerechtigheid ziet neer van ’s hemels boog;
Dan zal de HEER ons ’t goede weer doen zien;
Dan zal ons ’t land zijn volle garven biên;
Gerechtigheid gaat voor Zijn aangezicht,
Hij zet z’ alom, waar Hij Zijn treden richt.

Ons derde aandachtspunt:

3. De boodschap voor ons die ligt in deze woorden: Het is volbracht.

Want er ligt een boodschap in die woorden. Voor alle mensen die rondom dat kruis gestaan hebben. Want alle mensen die rondom dat kruis gestaan hebben, hebben die woorden gehoord. En ook wij staan vanavond in gedachten rondom dat kruis op Golgotha. En die woorden, dat ene woordje in het Grieks, die drie woorden bij ons, hadden niet alleen betekenis voor de mensen van toen, die daarbij stonden, maar ze hebben ook nu betekenis voor ons. Die woorden hebben voor ons een boodschap.

Daar is in de eerste plaats in die woorden Het is volbracht een indringende boodschap voor geruste zondaars.
Voor geruste zondaars, voor mensen die gerust, die zo maar door leven. En die waren er heel veel toen, en ik ben bang dat er ook nu nog heel veel zijn. Van die geruste mensen. Ook hier in de kerk: geruste zondaars.
Sommigen schudden hun hoofd, anderen haalden hun schouders op, weer anderen liepen spottend weg. Maar er waren bij het kruis ook overpriesters en Schriftgeleerden en Farizeeën, heel vroom en godsdienstig.
Dus: twee soorten: wereldse mensen, zoekers van de dingen van deze tijd, en: godsdienstige ploeteraars. Maar ze hadden allemaal één ding gemeen, en dat is nog zo: In één ding lijken ze op elkaar: Ze zijn vijanden van het kruis.
En dat kan je zien, dat kan je weten, als je vanavond naar je eigen leven kijkt. Zegt u het maar: ziet u waarde in het kruis van Christus? Is deze dag, is deze Goede Vrijdag voor u werkelijk een hoogtijdag? Een feestdag? Is Hij, die gekruisigde Christus, uw leven, uw verlangen, uw alles? Is het uw vurige en hartelijke gebed om Hem te mogen kennen? Dat Zijn werk toegepast wordt op uw zondige hart?
Of, leeft u er (misschien wel net als al die vorige jaren) vanavond eigenlijk weer zomaar overheen? Zo van: ‘Het is volbracht, nu ja, dat klopt. Gewoon: het is klaar, het zal wel.’ Nooit iets gelooft, voor eigen hart en leven, van die zware eis van Gods heilige wet. Nooit geloofd, als u eerlijk bent, dat er betaald moest worden en moet worden voor de schuld van uw hart. Nooit geloofd, als u eerlijk bent, dat u zelf niets hebt om te betalen.
Dat! Dat is de reden! Daarom ziet u helemaal niets in Hem, in Christus.
Hij die ons leven is, Hij die onze blijdschap is op deze dag, Hij betekent niets voor u. En u verwerpt Hem weer, net als altijd, en u gaat door. Hoe u dat ook doet, maar u doet het wel! Als een voorbijganger, net als destijds, schouderophalend, zogenaamd neutraal, onbetrokken, onpartijdig, of (dat kan ook) als een spotter: geen behoefte aan Zijn werk. Of (dat kan ook) als een vrome farizeeër en Schriftgeleerden: Zijn werk? Niet nodig, ik ben immers zelf zo goed mijn best aan het doen, ik zoek mijn eigen gerechtigheid voor God wel op te bouwen.
Maar hoe u het ook doet, het maakt niet uit! U veracht Zijn lijden en Zijn werk.
U minacht Zijn woorden en u verwerpt Hem. De enige Naam onder de hemel gegeven tot zaligheid. Weet u wel hoe gevaarlijk dat is? Dat u dat doet?
Maar wat u ook denkt, wat u er ook mee doet en wat u er vanavond ook van zegt: dit woord ‘Het is volbracht’ staat in uw geheugen gegrift. Christus roept het met grote stem naar u toe, en u kunt zich nergens achter verschuilen, en ook in de toekomst niet, want u staat erbij en u hoort het uit Zijn mond. Nu vanavond: Het is volbracht.
En of u nu straks naar de hemel gaat of naar de hel, dit weet u voor altijd uit Zijn eigen mond: Het is volbracht!
En het zal of voor u een bron zijn om eeuwig te zingen van Gods goedertierenheden, of het zal een nimmer opdrogende bron worden van ondraaglijk zelfverwijt.
Lieve vrienden, kom vanavond toch tot inkeer. Dan zal deze vrijdag werkelijk een Goede Vrijdag voor u zijn.
Een boodschap voor geruste zondaars.

In de tweede plaats is er in deze woorden een boodschap voor zoekende zondaars.
En die zijn hier vanavond ook in de kerk. Mensen die wakker geworden zijn uit hun dodelijke rust.
Dit is het meest zalige woord dat u ooit gehoord hebt en hebt kunnen horen uit de mond van de Zaligmaker: Het is volbracht.
Onze eerste vader Adam liet alles mislukken. Boven het verloren paradijs klinkt de uitroep van de eerste Adam: ik ben gestruikeld! Het is mislukt! Doel gemist, alles doorgebracht, niets van terecht gebracht, alles afgebracht.
Maar op Golgotha klinkt het uit de mond van de tweede Adam: Ik heb overwonnen. Het is volbracht.

Maar, wie van de omstanders begrijpt het eigenlijk? En wie van de discipelen, als ze al niet gevlucht zijn, heeft het goede zicht op de noodzaak, op het echt nodig zijn van dat lijden en sterven van de Zaligmaker?
En dus is de vraag, de ernstige vraag vanavond tot u die zoekt: u zoekt wel, maar waar zoekt u eigenlijk? Kijk toch eerlijk in uw hart! Zoek het toch niet in het verloren paradijs, en zoek het toch niet bij uzelf. Want alles draagt daar het stempel: het is mislukt!
Er is maar één weg om de straf te ontgaan en wederom tot genade te komen. En dat is deze weg: dat u als een verloren zondaar, met gebogen hoofd, biddend als een smekeling, als een failliete bedelaar tot Christus komt, vragend om Zijn verzoenende bloed tot vergeving van uw schuld.
En Zijn woord is het bewijs, dat u komen mag. Hier is uw Goddelijke toestemming: Het is volbracht. En Hij zegt het tegen u, zoekende zondaars. En Zijn bloed, dat Hij gestort heeft, is de grond en zal de grond zijn voor uw hartelijke ontvangst bij Hem. Maar, zoek uw leven toch nergens anders dan alleen bij Hem. Bij de Gekruisigde alleen.
Het voorhangsel is gescheurd, het heiligdom is geopend, de weg is gebaand. Maar: Ga niet dwalen! Maar ga in door de enge poort.
Want er zijn heel veel mensen die zoeken, maar ik vrees dat er ook heel veel mensen zijn die zoeken op de verkeerde plaats. Bij zichzelf. Maar als je daar zoekt, dan vind je het nooit. Stop daar maar mee. Laat dat toch los. Al dat bezig zijn met jezelf, dat zoeken in jezelf, in je werken, in je levensverbetering, in je gevoel, in je emoties, in je tranen, het is allemaal tekort. U kunt de prijs van uw ziel, dat rantsoen, aan God in tijd noch eeuwigheid zelf voldoen.
Deze roep Het is volbracht is vol van heilige minachting, van heilige verwerping van alles van u en van mij. Niets uitgezonderd. Schade en drek, verlies en vuilnis, het kan allemaal op de vuilnishoop.
En deze roep is vol van de liefdevolle nodiging: kom dan toch tot Mij. U die vermoeid en belast bent, Ik zal u rust geven. Kom toch op deze dag tot Hem. En dan zal werkelijk deze vrijdag voor u tot een Goede Vrijdag worden.

Deze roep op Golgotha ‘Het is volbracht’ opent de weg voor u, arme tobbers, zoekende zondaars, arme bedelaars, voor u die geen weg meer ziet, voor u voor wie alle wegen donker en duister zijn, voor u, voor wie alles geblokkeerd is en die geen uitweg meer ziet.
Zie toch, de volmaakte gerechtigheid en de verdienste van de Heere Jezus Christus opent de weg voor een arme en verloren zondaar, voor mensen die met een schuldbeladen hart zeggen: kom ik om, dan kom ik om, maar ik zal tot de Koning gaan.
Ja, kom maar tot de Koning. Want in de weg van het bloed van ’s Konings Zoon Jezus Christus zult u niet omkomen. Eén blik van geloof, en de Heere moge dat genadiglijk geven, is meer waard dan een leven lang zwoegen en ploeteren in de dienst van de wet. Stop daarmee. Zoek het niet meer bij uzelf. Zoek het niet in goede werken, zoek het niet in levensverbetering: het is hopeloos, het is waardeloos!
De Heere geve u (roep daar om in uw hart) een kruimel geloof om gelovig amen te zeggen op dit woord ‘Het is volbracht’, en uw ziel zal gered zijn.

Maar wees ondertussen gewaarschuwd. Er is maar één weg. En pas op, terwijl u onrustig geworden bent en uw ziel wakker geworden is uit dodelijke rust, pas op dat u niet weer inslaapt en toch weer rustig gaat verder leven, rustend op… Ja, waarop eigenlijk? Op verandering, op de uiterlijke verbetering van uw leven, op een beetje liefde, op een beetje ernst, een beetje goede wil…
Uw hart is onrustig geworden vanwege de zonde en de dreiging van het oordeel, uw geweten slaat u en de wet veroordeelt u, maar pas op! Loop vanavond niet weg, weg bij het kruis vandaan! Wend uw gezicht niet af en ga niet door! En ga niet rusten op wat u denkt te hebben. Maar zoek Hem, Jezus Christus tot uw persoonlijk deel te krijgen.
En zie vanavond, dat roepende Godslam, dat uitroept: Het is volbracht!
Nooit zult rust vinden in verbetering van uzelf. Alleen Zijn werk, alleen Zijn bloed kan u rust geven. Zijn bloed hebt u nodig, gestreken aan de kozijnen, aan de posten van de deur van uw hart. En dan zal uw ziel gered zijn. Maar zo niet, dan is uw zaak nog verloren.
Kom toch op deze dag, zoekende zondaars, met smeken en geween tot Christus, en werkelijk, dan zal deze vrijdag tot een Goede Vrijdag worden, dan zal het werkelijk een feestdag zijn, een hoogtijdag.

In deze woorden is tot slot, in de derde plaats een boodschap voor hen die werkelijk rust hebben gevonden in Zijn bloed.
In deze enkele woorden Het is volbracht ligt zoveel troost. En tegelijkertijd heeft het ook een opdracht in zich.
Is dit niet, u die God vreest en waarde hebt leren zien in dat bloed van Christus, is dit niet onze troost, onze hoop, onze blijdschap? Wat een troost, als we in gedachten en in geloof zien, dat op Golgotha de schuld van ons hart op Zijn schouders is gelegd. En dat daar overheen klinkt het woord van Paulus: zo is er dan nu geen verdoemenis meer voor degenen die in Christus Jezus zijn. Dat is onze troost.
En het is het niet onze diepe troost en gefundeerde hoop in dit leven, dat we van nu af aan vaste grond onder de voeten hebben? Een geopende toegang tot de troon van Gods genade? Niet meer steunend op iets van onszelf, daar hebben we geen hoop meer op. Maar een verse en levende weg, geopend, gebaand door Zijn bloed. Dat is onze troost.
Is dit niet onze troost, dat in al de onvolmaaktheid van onze werken van dankbaarheid, Zijn volmaakte gehoorzaamheid ons wordt toegerekend, op onze rekening wordt geschreven, en dat uit enkel genade? En dat Hij niet alleen Zijn werk voor ons heeft volbracht, maar dat Hij ook beloofd dat Hij Zijn werk in ons ook volbrengen zal, ook voltooien zal? Zoals Paulus zegt, zoals de Heere belooft: Hij die het goede werk in u begonnen is, zal dat ook voleindigen, voltooien, tot op de dag van de uiteindelijke voltooiing, de dag van Jezus Christus.

Maar hier ligt ook voor Gods kinderen een opdracht, een taak, een roeping. Als Hij Zijn werk volbracht heeft, en dat heeft Hij gedaan, dan wordt ook ieder van Gods kinderen opgeroepen om ook, in gehoorzaamheid, met alle vrijwilligheid en liefde en ijver en toewijding, het pad van Gods geboden te lopen en zijn of haar roeping in deze wereld te vervullen. Zoals diezelfde apostel zegt: werkt uws zelfs zaligheid met vreze en beven, want het is God die in u werkt, beide het willen en het werken naar Zijn welbehagen.
Liefdewerken van gehoorzaamheid. Niet om te verdienen, want het is verdiend. Niet om te volbrengen, want Het is volbracht. Maar uit hartelijke liefde en dankbaarheid tot die stervende Meester, die opgestaan is uit de dood.
Een oprecht christen is nooit werkloos. En het is de opdracht van onze Meester: laat uw licht dan ook schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken mogen zien, en uw Vader die in de hemelen is verheerlijken.
En als we zo leven, in diepe afhankelijkheid van Gods genade, gericht op God en gericht op de komende dag der eeuwigheid, dan kunt u (kind van God), straks ook zeggen, ziende op Hem, op uw sterfbed: ik (ja, dan moet je wel even slikken als je naar jezelf kijkt, maar als je dan ziet op Zijn werk voor je en in je, Hij in mijn plaats, dan mag je toch stervende zeggen): ook ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb in alle gebrek, maar door Hem, door Hem alleen voleindigd het werk dat U mij gegeven hebt, hier op de aarde om te doen.

En als je dat straks niet kunt zeggen, dan is er iets goed fout gegaan.
En je kunt het nooit meer over doen. Als je Christus hebt veracht, je geërgerd hebt aan het kruis en nooit heilig voor God bent gaan leven hier op de aarde, is het straks te laat. Hoort toch, lieve vrienden, er is een geopende weg en er is een enig Middel om zalig te worden, om verlost te worden van uw ellendige toestand, van uw zonde en hemelhoge schuld: Jezus Christus, de Gekruisigde. En Zijn werk is volbracht.

Amen.

Links preek over Het is volbracht (Johannes 19)
Bewaar ze in Uw Naam (Johannes 17)
Indien u dan Mij zoekt (Johannes 18)
Thomas, ongelovig (Johannes 20)
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Johannes 20

TERUG GOEDE VRIJDAG | JOHANNES