Opgenomen in de hemel · Handelingen 1 · hemelvaart

Preek: Opgenomen in de hemel
Handelingen 1:9-11: En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen, daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.

Thema preek Handelingen 1:9-11: Opgenomen in de hemel

1. Het heengaan van Christus
2. Het staren van Zijn discipelen
3. De troost van de engelen

PDF LEESPREEK

Schriftgedeelte over Opgenomen in de hemel – Handelingen 1:1-14
1 Het eerste boek heb ik gemaakt, o Theófilus, van al hetgeen dat JEZUS begonnen heeft beide te doen en te leren,
2 Tot op den dag in welken Hij opgenomen is, nadat Hij door den Heiligen Geest aan de apostelen, die Hij uitverkoren had, bevelen had gegeven;
3 Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan.
4 En als Hij met hen vergaderd was, beval Hij hun dat zij van Jeruzalem niet scheiden zouden, maar verwachten de belofte des Vaders, die gij (zeide Hij) van Mij gehoord hebt.
5 Want Johannes doopte wel met water, maar gij zult met den Heiligen Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen.
6 Zij dan die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?
7 En Hij zeide tot hen: Het komt u niet toe te weten de tijden of gelegenheden, die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft;
8 Maar gij zult ontvangen de kracht des Heiligen Geestes, Die over u komen zal; en gij zult Mijn getuigen zijn, zo te Jeruzalem, als in geheel Judéa en Samaría, en tot aan het uiterste der aarde.
9 En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen.
10 En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding,
11 Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is in den hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs gij Hem naar den hemel hebt zien heenvaren.
12 Toen keerden zij weder naar Jeruzalem, van den berg die genaamd wordt de Olijfberg, welke is nabij Jeruzalem, liggende vandaar een sabbatsreis.
13 En als zij ingekomen waren, gingen zij op in de opperzaal, waar zij bleven, namelijk Petrus en Jakobus en Johannes en Andréas, Filippus en Thomas, Bartholoméüs en Matthéüs, Jakobus, de zoon van Alféüs, en Simon Zelótes, en Judas, de broeder van Jakobus.
14 Deze allen waren eendrachtelijk volhardende in het bidden en smeken, met de vrouwen, en Maria, de moeder van Jezus, en met Zijn broederen.

Links bij preek over Opgenomen in de hemel (Handelingen 1:9-11)
– Zonen en dochters zullen profeteren (Handelingen 2) 
– Pinkstertekenen: wind, vuur, talen (Handelingen 2)
– Opgenomen in de hemel (Handelingen 1)
Lees meer:
– Kanttekeningen bij Handelingen 1

TERUG HANDELINGEN | HEMELVAART

„En als Hij dit gezegd had, werd Hij opgenomen daar zij het zagen, en een wolk nam Hem weg van hun ogen. En alzo zij hun ogen naar den hemel hielden terwijl Hij heenvoer, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding. Welke ook zeiden: Gij Galilese mannen, wat staat gij en ziet op naar den hemel?”

Wie is er, die Christus ziet opvaren in de hemel, en niet blij zou zijn om met Hem op te varen? Wie is er, die Christus ziet zitten aan de rechterhand van Zijn Vader, en niet blij zou zijn om daar met Hem te zitten? Wie is er, die Christus Zijn gaven en Geest ziet uitdelen onder Zijn heiligen, en niet roepen zou: Kom, Heilige Geest! O, Christus, geef mij Uw Geest, Gij, Die mij gaven geeft, kom en besteed deze gaven aan mij, ja aan mij!

Een gelovige ziel kan niet horen van enige waarachtige openbaring van Zijn genade en heerlijkheid, of zij moet Hem noodzakelijk vele zuchtingen nazenden: Och, was Christus de mijne!

Laat ons Christus zien opvaren, en zo begeren met Hem op te varen.

Kom, kom! Een begeerte naar Christus en naar Zijn hemelvaart is de weg naar de hemel. Wilt u opvaren naar Christus, zet uw begeerte op Christus. Wilt u geraken tot de rechte heerlijkheid, zucht naar Christus, opvarend in Zijn heerlijkheid. Laat anderen opvaren in hun hemel op aarde; maar o, mijn ziel, begeert u uw deel in Christus’ opvaren in de hemel der hemelen.

Och, wanneer zal het eens zijn dat ik door de kracht van Christus’ hemelvaart zal opvaren? Is Christus opgevaren, en blijf ik nog achter? Is mijn Hoofd, mijn Man, mijn Heere, in de hemel en blijf ik, arm lid van Zijn lichaam, nog wroeten hier op aarde? Is Christus opgevaren met gejuich, de Heere met geklank der bazuinen, zingen alle engelen Zijn lof en heten zij Hem welkom in de heerlijkheid, en blijf ik hier nog zondigen op aarde en de Heere der heerlijkheid opnieuw kruisigen met mijn zonden?

Och, mocht ik met Christus opvaren. Och, was ik op de vleugelen naar de hemel. O, wat belet mijn hemelvaart anders dan dit kleiblok: zolang het lichaam een natuurlijk lichaam blijft, kan ik niet opvaren. Och, dat dan de verandering kwam. Och, dat mijn ziel naar boven ging! „Och, ik, ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam dezes doods?” (Rom. 7:25).

Wel, Christus is opgevaren, en ik zou graag zijn waar Christus is, al kost het mij wat veel: „ik begeer ontbonden te worden en met Christus te zijn, want dit is zeer verre het beste” (Filip. 1:23).

Isaac Ambrosius, predikant te Engeland (1604-1664) (”Het zien op Jezus”)