Adam, waar zijt gij? – Genesis 3
En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Preken uit het Bijbelboek Genesis, over schepping en zondeval, over de zondvloed en de aartsvaders.
En de HEERE God riep Adam, en zeide tot hem: Waar zijt gij? En hij zeide: Ik hoorde Uw stem in den hof, en ik vreesde; want ik ben naakt; daarom verborg ik mij.
Daarom zal de man zijn vader en zijn moeder verlaten en zijn vrouw aankleven, en zij zullen tot één vlees zijn.
En de HEERE God maakte voor Adam en zijn vrouw rokken van vellen en toog ze hun aan.
Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.
En hij noemde zijn naam Noach, zeggende: Deze zal ons troosten over ons werk, en over de smart onzer handen, vanwege het aardrijk, dat de HEERE vervloekt heeft!
En de HEERE sloot achter hem toe
En zijn huisvrouw zag om van achter hem; en zij werd een zoutpilaar.
Toen stond Abraham des morgens vroeg op en nam brood en een fles water, en gaf ze aan Hagar, die leggende op haar schouder; ook gaf hij haar het kind en zond haar weg.
Op Uw zaligheid wacht ik, HEERE!
Schrijf u in en ontvang regelmatig een bericht over de nieuw geplaatste leespreken.