PREEK · KERKELIJK JAAR

Henoch wandelde met God – Genesis 5

Weeszondag - 1 juni 2025

Genesis 5:24: Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.

INLEIDING

Midden in de eerste goddeloze wereld, waar de lijn van Kaïn zich uitbouwt naar roemrijkheid en eigenbelang, wandelt één man — Henoch — dagelijks met God in verborgen gebed en heilig leven. Deze leespreek over Genesis 5:24 voert je in de kunst van het leven als Henoch in onze eindtijd: niet gericht op nu, maar op de komende eeuwigheid, niet op zichtbare macht maar op onzichtbare band van geloof in God.

THEMA

Leven als Henoch

KERNPUNTEN

  1. Wat we van hem weten.
  2. Hoe hij leeft
  3. Wat er met hem, met Henoch, gebeurt

GENESIS 5:21-27

21 En Henoch leefde vijf en zestig jaar, en hij gewon Methúsalah.
22 En Henoch wandelde met God, nadat hij Methúsalah gewonnen had, driehonderd jaar; en hij gewon zonen en dochters.
23 Zo waren al de dagen van Henoch driehonderd vijf en zestig jaar.
24 Henoch dan wandelde met God; en hij was niet meer, want God nam hem weg.
25 En Methúsalah leefde honderd zeven en tachtig jaar, en hij gewon Lamech.
26 En Methúsalah leefde, nadat hij Lamech gewonnen had, zevenhonderd twee en tachtig jaar; en hij gewon zonen en dochters.
27 Zo waren al de dagen van Methúsalah negenhonderd negen en zestig jaar; en hij stierf.

VOLLEDIGE TEKST

Henoch wandelde met God – Genesis 5

ds. J. IJsselstein - Genesis 5:24

THEMA

Leven als Henoch

LITURGIE

Psalm 119:1,10

Psalm 119:26

Lezen Genesis 5:18-24 en Hebreeën 11:1-6

Psalm 1:1,2

Psalm 25:7

Psalm 1:3,4

Deze Jezus, Die van u opgenomen is in de hemel, zal alzo komen, gelijkerwijs u Hem naar de hemel hebt zien heen varen. Dat zeiden de engelen tegen de discipelen die de Heere Jezus achterna keken. Hij komt terug. Met andere woorden: wij leven nu in de tijd tussen de hemelvaart en de terugkomst van de Zoon des mensen. En hoe wij als christenen in die tijd mogen en moeten leven, daarover wil ik met Gods hulp graag vanmorgen met u nadenken. Vanuit het gedeelte wat we gelezen hebben uit Genesis 5, met als tekst Genesis 5:24. Ik zal voor de duidelijkheid lezen vanaf vers 21 tot en met 24. Vers 24 is de tekst voor de preek. Vers 21, 22 en 23: En Henoch leefde 65 jaar, en hij gewon Methusalach. En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach gewon had, 300 jaar, en hij gewon zonen en dochters. Zo waren al de dagen van Henoch 365 jaar. En dan de tekst: Henoch dan wandelde met God, en hij was niet meer, want God nam hem weg. Tot zover.

Het thema voor de preek op deze Weeszondag is: Leven als Henoch. Drie aandachtspunten. In de eerste plaats wat we van hem weten. Dit namelijk: er komt een radicale omkeer in zijn leven. In de tweede plaats hoe hij leeft. Sindsdien wandelt hij met God. En in de derde plaats wat er met hem gebeurt. God neemt hem van de aarde weg tot Zich in de hemel. Dat gaat met andere woorden over zijn hemelvaart.

Dus leven als Henoch. 1. Wat we van hem weten. 2. Hoe hij leeft 4. Wat er met hem gebeurt.

Geliefde gemeente, als je de eerste hoofdstukken leest van het Genesis-boek — dat moet u thuis deze week maar eens rustig doen — dan lees je dat zich daar twee lijnen gaan aftekenen. De eerste lijn is de lijn van Kaïn. Kaïn krijgt een zoon, die hij trouwens ook Henoch noemt, en hij bouwt voor hem een stad. En hij noemt die stad naar de naam van zijn zoon, de stad Henoch.

Zoals later Psalm 49 zegt: Hun binnenste gedachte is dat hun huizen zullen zijn tot in eeuwigheid, hun woningen van geslacht tot geslacht, van generatie op generatie. Zij noemen de landen en ook de steden naar hun namen. Hij noemt die stad Henoch en de boodschap daarvan is kraakhelder: kijk ons, dit is ons leven, dit is ons thuis. Vanaf nu gaat het bij ons om groot worden, om beroemd worden, om kennis, om slimme uitvindingen, om het genieten van ons plezierige leven in de stad Henoch. Levend, met oog en hart gericht op hier en nu, maar zonder God. Want de apostel Judas schrijft later — ook dat moet u thuis maar even nakijken — in zijn brief: die mensen daar, die waren goddeloos, die deden goddeloos en die spraken goddeloos. Dat is de eerste lijn: de lijn van Kaïn.

De tweede lijn in de eerste hoofdstukken van het Genesis-boek is de lijn van Seth. Ook hij krijgt een zoon en hij noemt hem Enos. Dat wil zeggen: broos, vergankelijk mens. Die lijn gaat echt de andere kant op. Die vaart een andere koers. Want de Bijbel zegt: in de dagen van die Enos begon men de Naam des Heeren aan te roepen. Dus die eerste lijn van Kaïn wordt gekenmerkt door: ik, genieten, zonder God. En die tweede lijn van Seth wordt gekenmerkt door: God. Door het aanroepen van de Naam van de Heere, in het besef van eigen afhankelijkheid, in het besef van eigen nietigheid en kwetsbaarheid.

Twee aparte lijnen. Totdat er iets gaat veranderen. Dat wat staat aan het begin van Genesis 6. Ik lees het voor: En het geschiedde, als de mensen op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en hun dochters geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen aanzagen, dat zij schoon waren. En zij namen zich vrouwen uit allen die zij verkoren hadden. Dus, wat gebeurt er? De jongens uit de lijn van Seth gaan trouwen met de meiden uit de lijn van Kaïn. Ze nemen zich vrouwen, staat er letterlijk, die zij zelf uitgekozen hadden.

En zo komen de kinderen uit de lijn van Seth meer en meer in de stad van de zoon van Kaïn. Kerk en wereld vermengen zich. De kerk loopt leeg, want dat plezierige leven daar in die stad trekt en sluit aan bij hun zondige hart, dat zij net als wij hadden meegekregen van hun eerste vader Adam. En de schokkende werkelijkheid is dat er een paar generaties verder nog maar een paar mensen over zijn (je kunt ze tellen op twee handen), dat er een paar generaties verder nog maar een paar mensen over zijn die uiteindelijk een plek krijgen in de ark van Noach.

Maar midden in dat drama van het verwateren van de kerk in de eerste wereld, lezen we ineens tot onze verbazing de tekst in Genesis 5: En Henoch wandelde met God. Dat dit zo gezegd en geschreven moet worden, is kennelijk omdat dat bijzonder en uitzonderlijk was. De meeste mensen deden dat niet. Maar hij, Henoch, wandelde met God. Ons eerste aandachtspunt:

1. Wat we van hem weten.

Een paar dingen. Ik zal er vier gaan noemen. a. Het eerste wat we van hem weten, is dat hij uit het geslacht van Adam is. Je zou zeggen: logisch. Maar het wordt in de Bijbel heel nadrukkelijk gezegd in de brief van Judas. Henoch, de zevende van Adam. Van Adam, die Henoch persoonlijk kende. Van Adam, die met God gebroken had, die de Heere verlaten had in het paradijs.

Maar de Heere had hem, Adam, niet losgelaten. Adam heeft het ongetwijfeld aan Henoch verteld. Hoe de Heere hem na zijn zondeval had opgezocht, toen hij bevend wegvluchtte voor God. De Heere had hem tegengehouden, hem teruggebracht en hem Zijn Zoon, de Messias, beloofd.

b. En, dat is het tweede wat we van Henoch weten, zo is het ook met Henoch zelf gegaan. Hij was ook in het voetspoor gegaan van zijn eerste vader. Weg, steeds verder weg van God. Zoals wij dat van nature allemaal doen: weggaan, steeds verder weg, dwalend bij God vandaan. Dat deed Henoch ook. Totdat God hem tegenkwam. Totdat God hem tegenhield. Henoch, tot hier. Niet verder. God deed het. Hij liet hem de ernst van zijn zonde zien, de grootheid van zijn kwaad. Hij overwon zijn heerschappij en vijandschap, gaf hem een nieuw, levend hart, veranderde de koers van zijn leven, nam hem mee op een andere weg. En sindsdien, staat in de Bijbel, wandelt hij op die weg met God.

c. En, dat is het derde wat we van hem weten, dat is gebeurd rond de geboorte van zijn zoon Methusalach. Want vers 22 uit Genesis 5 zegt: En Henoch wandelde met God, nadat hij Methusalach, zijn zoon, gewonnen had. Er wordt in het gezin van Henoch een jongetje geboren. Het is niet onwaarschijnlijk dat hij voor de eerste keer vader wordt. Er wordt een jongetje geboren en hij geeft dat jongetje de naam Methusalach. En dat is opvallend, want Methusalach betekent: als hij gestorven is, dan zal het gezonden worden. Dan komt het, namelijk het oordeel. Dus wat gebeurt er? Plotseling dringt de werkelijkheid tot vader Henoch door. De werkelijkheid van het komende oordeel, van het komende gericht, van de komende eeuwigheid. De Heere opent zijn ogen en ineens ziet hij wie hij is met zijn zondige leven voor God. Hij ziet het gevaar van zijn leven, van zijn eigen leven, van zijn pasgeboren jongetje, van zijn gezin. En het dringt hem meer dan ooit om God te gaan zoeken. God komt in het leven van Henoch. Hij kwam wel uit de goede lijn, niet uit de lijn van Kaïn, maar uit de lijn van Seth en Enos. Hij was, zo zouden wij het misschien wel zeggen, kerkelijk en netjes en meelevend. Maar net als iedereen van zichzelf zonder God.

Totdat ineens alles anders wordt. De dreiging van het komende oordeel wordt werkelijkheid voor Henoch. Zijn zonde tegen God wordt werkelijkheid. Henoch gaat God zoeken en vindt genade. En leert, zo hebben we gelezen uit Hebreeën 11, leven door het geloof. Door het geloof in de kracht van het verzoenende bloed, dat hij zag in de offers

van zijn vaders en in zijn eigen offers. Vooruitwijzend naar het verzoenende bloed van de komende Messias, de Heere Jezus Christus. De Heere leerde hem niet meer vertrouwen op hemzelf, maar al zijn vertrouwen te zetten op de komende Messias.

Geliefde gemeente, de vraag is onvermijdelijk: herkent u, herkennen jullie dit in je eigen leven? Ooit levend zonder God, net als iedereen van nature. Totdat je zelf ging geloven? Nee, totdat God in je leven kwam. En hoe het ook gegaan is, alles werd anders. Hij opende in geestelijke zin je ogen en toen ineens zag je het gevaar van je leven. De grote schuld die je zelf had gemaakt tegenover God. Je ging Hem zoeken. Je kon niet meer verder zonder Hem. Je ging je zonden belijden. Je leerde vragen om genade en je leerde iets en meer kennen van het wonder van onverdiende genade. Van dat wat je totaal had verzondigd, maar toch uit genade, tot je innige verwondering en blijdschap kreeg, om Jezus' wil. Herkent u dat? Kent u, hoe het ook gegaan is, zo'n radicale omkering in uw leven, van: in het verleden vijand van God, maar innerlijk overtuigd door het krachtige werk van de Heilige Geest en gemaakt tot een kind van God? Onverdiend alles verzondigd en toch door de Heere opgezocht, tegengehouden en gebracht op de weg van het leven.

d. En sindsdien, dat is het vierde wat we weten, wandelt Henoch met God. Het is opvallend. Dat zegt hij niet van zichzelf. Dat zegt de Heere van hem. En dat was ongetwijfeld in die donkere tijd van de eerste wereld een eenzaam en moeilijk leven, maar wel een heel gelukkig leven. Daar gaan we naar kijken in ons tweede punt:

2. Hoe hij leeft.

Hij wandelt, staat er, met God. Dat wil zeggen: hij leeft in een bijzondere omgang en vriendschap met God. Want wandelen, dat weten we allemaal, dat doe je met iemand van wie je houdt. Dat doe je met iemand die je vertrouwt. Wandelen, dat is ook iets wat je vrijwillig doet. Wat je graag doet, daar geniet je van. Wandelen, zegt de profeet Amos, dat doe je met iemand met wie je het eens bent. Amos 3 vers 3: Zullen twee tezamen wandelen, tenzij dat zij bijeengekomen zijn? De kanttekening zegt: als je wandelt met God, dan ben je het eens geworden met God en met Zijn profeten, met Zijn Woord. Dus Henoch is het eens geworden met God, met wat Hij tegen Henoch zei. Voorheen was hij, net als wij allemaal van nature zijn, vijand van God, die nee zei en die niet wilde luisteren. Maar door Gods genade is hij het eens geworden met God. Met alles wat de Heere zei over God, over zijn eigen verloren leven en over het enige door God gegeven middel tot zaligheid, tot redding van zijn ziel.

Wandelen met God, nogmaals, dat kan alleen maar als je je buigt voor de Heere en voor Zijn Woord. Wandelen met God. Dat wil zeggen dat je altijd de Heere en de eer van Zijn Naam voor ogen hebt in alles wat je doet en laat. Wandelen met God, dat wil zeggen dicht bij de Heere leven.

Matthew Henry zegt: Alsof je al in de hemel bent. Vol van de Heere, vol van Zijn Woord, vol van liefde tot de Heere en Zijn goede dienst en vol van liefde tot de samenkomsten, waar de Naam van de Heere aangeroepen wordt. En dood voor de wereld en voor het zondige leven van die tijd en van deze tijd. Wandelen met God, dat wil zeggen biddend en afhankelijk leven. Zoals we straks zullen zingen: Gods verborgen omgang vinden zielen waar Zijn vrees in woont.

Wandelen met God, geleid worden door Gods hand. Vol liefde in je hart tot de geboden van de Heere en ver bij de zonde vandaan. En dat alles was in de gunst van de Heere, want er staat in Hebreeën 11: hij heeft voor zijn wegneming, voor zijn hemelvaart, getuigenis gehad in zijn ziel dat hij Gode behaagde. Dat wil zeggen: hij mocht op die manier leven onder de goedkeuring van de Heere en in vrede met God.

En u voelt, als ik dat zo zeg: dat is een andere manier van leven dan het leven van die mensen uit de lijn van Kaïn. Zij willen aanzien. Zij willen gezien worden. Daar wordt alles aangejaagd door trots, hoogmoed en gewichtigdoenerij. Maar het leven van Henoch kenmerkt zich veel meer door eenvoud. Zijn leven is een eenvoudig, biddend, afhankelijk leven met God. Is dat het wat ook uw leven, wat ook jullie leven, jongelui, siert?

Biddend, afhankelijk leven. Buigend onder Gods Woord. Met hartelijke liefde tot de dienst van de Heere, tot Zijn Woord, tot de samenkomsten rondom het Woord en ver bij de zonde vandaan? Wandelen wij, net als Henoch, met God? Trouwens, goed lezen. Niet alleen naar God, niet alleen naar Gods wil en naar Gods geboden, maar veel persoonlijker: leven met God Zelf. Altijd Hem voor onze ogen, altijd de Heere in onze gedachten en ons altijd bewust dat we leven onder Zijn alziende ogen. Zoals ik in het begin zei: in een bijzondere omgang, een persoonlijke vriendschap met God.

Is dat het wat ons leven in deze tijd siert? Ons persoonlijke leven? Is dat ook, vraag ik ook aan mezelf, wat ons gemeenteleven siert? Want alleen zo overleefde de lijn van Seth, Enos, Kenan, Mahalaleël, Jered, Henoch, Methusalach, Lamech en Noach de tijd van die eerste goddeloze wereld totdat de zondvloed kwam. En alleen zo overleeft de kerk, de gemeente van nu, ook hier in [plaatsnaam], de tijd van onze goddeloze wereld tot de dag van de terugkomst van de Zoon des mensen. Door een eenvoudig, biddend, afhankelijk leven als christenen bij Gods Woord, in verborgen gebeden en in het dagelijkse leven.

Wandelen met God zoals Henoch dat deed in de eerste wereld. Zoals de eerste christenen dat deden in de vroege kerk. Wandelen met God. Dat deed Henoch. Dat was hij niet uit zichzelf gaan doen. De Heere had ingegrepen in zijn leven. De Heere had hem geleerd dat hij, net als zijn vader Adam, God verlaten had.

De Heere had hem geleerd hoe groot zijn zonde en ellende was. De Heere had hem geleerd wat genade was en had hem sindsdien meegenomen aan Zijn hand. Als, zoals Jesaja eeuwen later schrijft: als een blinde die van zichzelf de weg niet weet.

Dat was en dat is een arm leven, geestelijk arm in jezelf. En dat was, en dat is een rijk leven, als je mag leven van de rijkdom van Gods onverdiende genade.

Wandelen met God. Doet u dat? Doen jullie dat, jongelui? Dan bepaalt God de weg van je leven. Iedere dag. Wat je doet, wat je niet doet. De beslissingen die je neemt. De keuzes die je maakt. De koers, de weg die je gaat. Dan loop je mee aan Gods hand. Niet op zelfgekozen, nieuw ontdekte wegen, maar biddend met de dichter van Psalm 119: Doe mijn treden, Heere, op het pad van Uw geboden. Want daarin — en dan voel je iets van hoe goed de dienst van de Heere is — daarin heb ik lust. Dat is de blijdschap van mijn hart. Iedere dag. Net als bij Henoch. 300 jaar lang. Nooit is het te veel. Je krijgt er nooit genoeg van. Van dat goede, gelukkige leven met God in vrede met Hem.

Al leidt het tot verzet, net als bij Henoch. Al leidt het tot tegenstand, tot tegenwerking. Al brengt het je misschien zelfs in gevaar. Zelfs al gaat alles door de onbegrijpelijke leiding van de Heere anders dan je voorheen dacht of zelf wilde. Zelfs al wordt het geestelijk donker. Zelfs al zie je de hand niet meer die je vasthoudt. En al moet je uitroepen met David: Mijn God, waarom hebt U mij verlaten? Dan nog mag de hand van je geloof zich vasthouden aan de Heere en aan Zijn beloftewoord. Wetend en gelovend dat je meer dan ooit door Hem wordt vastgehouden in dit moeilijke leven.

Het is een weg, het is een wandelen vol rust, vol vrede, midden in dit vaak moeilijke leven. Moeilijk vooral ook omdat we zo graag zouden willen, dat anderen met ons mee zouden gaan op die goede weg van het leven met God. Je vader of moeder, je broers, je zussen, je man, je vrouw, je kinderen, je kleinkinderen. Dus heeft Henoch de mensen om hem heen ongetwijfeld geprobeerd om die goede weg te wijzen. Door aan hen te laten voelen en te laten zien hoe gelukkig hij was met zijn God.

Maar hij heeft ze, weten we uit de brief van Judas, ook indringend gewaarschuwd met woorden. De apostel Judas schrijft in zijn brief in vers 14 en 15: En van dezen heeft ook Henoch, de zevende van Adam, geprofeteerd, zeggende: Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden tegen allen en te straffen alle goddelozen onder hen. Vanwege al hun goddeloze werken die zij goddeloos gedaan hebben en vanwege de harde woorden die de goddeloze zondaars tegen God gesproken hebben. Dus hij heeft de mensen in die tijd, de mensen om hem heen, eerlijk gewaarschuwd. Mensen, je leeft in de zonde. Je leeft zonder God en dus ben je letterlijk goddeloos. En

lieve mensen, als je daarmee doorgaat, dan kom je straks in het oordeel, in het gericht terecht. Een ernstige en indringende waarschuwing om mensen wakker te schudden.

Die nodig is in de kerk. Lieve mensen, onbekeerde vrienden. Wij zijn allemaal van onszelf verloren zondaars, vijanden van God, die op weg zijn naar het oordeel. En wie zonder God blijft leven, komt straks voor altijd om. Ik zeg niet, luister goed, ik zeg niet: wie niet over God praat of over Jezus zingt, of wie niet meedoet met alle activiteiten van de kerk. Nee, ik zeg: wie niet biddend, buigend, afhankelijk, met al de liefde van zijn of haar hart wandelt of gaat wandelen met God, die gaat ongetwijfeld omkomen in het komende gericht.

Een ernstige en indringende waarschuwing om mensen wakker te schudden in die tijd en in deze tijd, die ook nodig is in onze samenleving. Een eerlijke boodschap. Niet de boodschap van: God heeft alle mensen lief, dus Hij houdt ook van jou. Want Psalm 11 zegt: de Heere haat de goddelozen. De eerlijke boodschap in de kerk en daarbuiten is dat ons leven neigt naar het komende oordeel. En dat we als zondaars van onszelf zonder genade in dat gericht niet kunnen bestaan, tenzij ons ondergaande leven gered wordt door de Heere Zelf. De boodschap in de kerk en buiten de kerk is, als het goed is, een boodschap van zonde en genade. Gekleurd door de absolute heiligheid van God. Gekleurd door de diepe ernst van de zonde. Gekleurd door de ongeëvenaarde zondaarsliefde van Christus. En dat alles in het perspectief van het komende oordeel.

Hoe kon Henoch eigenlijk zo leven? Hoe kon Henoch die ernstige boodschap in zijn tijd brengen? Wat was het geheim van zijn leven? De apostel zegt het in Hebreeën 11 met een paar woorden: hij leefde door het geloof. Door het geloof in God en Zijn heiligheid bleef hij ver bij de zonde vandaan, had hij de dingen van de voorbijgaande wereld niet lief en waarschuwde hij anderen voor het gevaar waar zij in waren. En door het geloof in God en Zijn genade vanwege de toen nog komende Messias, die hij afgebeeld zag in de bloedige offers, leefde hij heilig, gericht op God, gericht op de komende dag van de eeuwigheid. Leefde hij van wat hij niet had verdiend, van vergeving van zonde en schuld. Diep geraakt door het gevaar waar anderen om hem heen in leefden en tegelijkertijd zelf diep verlangend in zijn hart om na dit moeilijke leven thuis te komen bij God.

Lieve mensen, kent u dit geheim? Is dat ook het geheim van uw, van jullie leven? Levend met oog op de eeuwigheid. Levend in het diepe besef van Gods heiligheid. Je bewust van de ernst van je zonden. Levend van genade, van onverdiende goedheid bij God vandaan. Levend met God, met een diep verlangen om vroeg of laat thuis te komen bij God Zelf. Kenmerkt dat, typeert dat je dagelijkse leven? Typeert dat ons kerkelijke leven? Al trouwen we dan niet, net als destijds met de kinderen van de wereld. Maar u zult het met me eens zijn: het wereldse denken, de wereldse manier van leven dringt meer dan ooit door, ook in ons kerkelijke leven.

Ik bedoel: leven voor nu. Geloven voor nu. Samen genieten van de dingen van nu, van het beleven, van van alles en nog wat van nu.

Als we als gemeente het zicht op de heiligheid van God, op de ernst van de zonde en op de komende eeuwigheid gaan verliezen, gaan we vroeg of laat, of we het nu willen of niet, verworden tot een plaats van onderlinge gezelligheid. Dan gaan we samen gezellig genieten van de dingen die we nu met elkaar hebben. Zo gezellig, zo fijn. Ons niet bewust van het feit dat boven de deur van de kerk langzaam en onzichtbaar geschreven kan worden, met Goddelijke hand geschreven: Ikabod, de heerlijkheid is van hier geweken.

Lieve mensen, we hebben meer dan ooit een geestelijke opwekking nodig in de laatste dagen waarin we leven. Dus laten we de oproep van de profeet Jeremia ter harte nemen uit Klaagliederen 3: laat ons onze wegen doorzoeken en onderzoeken en laat ons wederkeren, terugkeren tot de Heere. Ons derde aandachtspunt:

3. Wat er met hem, met Henoch, gebeurt.

Wat er met hem gebeurt? Dit: ineens is hij vermist. Waar is hij? Net was hij er nog, maar ineens is hij verdwenen. Zijn vrouw, zijn kinderen, zijn kleinkinderen, ze zoeken hem overal. Waar is hij, Henoch? Maar ze vinden hem niet. In Hebreeën 11 staat: hij werd niet gevonden.

Of is er toch iets anders gebeurd? Want Genesis 5 vers 24 zegt: hij was niet meer, verdwenen, weg, want God nam hem weg. God nam hem. God greep hem. Verlost uit gevaar, uit doodsgevaar wellicht, waarmee hij op dat moment werd bedreigd? Hoe dan ook, Henoch is er niet meer, althans niet meer op de aarde.

Zonder sterfbed, zonder lijden. Verhuisd van het Lagerhuis van de aarde naar het Hogerhuis van de hemel. Bevorderd tot heerlijkheid. Zoals later in het Oude Testament de profeet Elia, de tweede uit het Oude Testament, zonder sterven ten hemel voer. En zoals in de volheid van de tijd de Heere Jezus Zelf met Zijn verheerlijkte lichaam naar de hemel ging, opgenomen door de Vader in heerlijkheid. Zoals op de dag van Zijn wederkomst al Gods kinderen die dan nog leven zullen, opgenomen zullen worden.

Want de hemel is geopend, er is een thuis bij God door de ten hemel gevaren Christus. Voor die mensen en voor die mensen alleen, die door Gods genade hier wandelen met God. Om Hem, om Christus Die ons voorgegaan is. Christus Jezus, de Rechtvaardige, de Heilige, Hij werd een verzoening voor onze zonden. Hij leerde ons, kinderen van God, door Zijn Geest (met veel struikelen, vallen en opgeraapt worden) leven met God.

Henoch is niet meer. Ingegaan in de rust die overblijft voor het volk van God. Voor hem is de verdrukking van tien dagen, zoals de apostel het noemt, voorbij. Hij ontvangt de kroon des levens.

Zijn vijanden hebben vast een zucht van verlichting geslagen: Die man zijn we eindelijk kwijt. Zijn leven was één grote waarschuwing voor ze. Maar let op: zijn heengaan net zo goed! Groot was en is ook nu het geduld van de Heere. Ik denk aan de woorden van Petrus in 2 Petrus 3:9: De Heere vertraagt de belofte van Zijn terugkomst niet, zoals sommigen dat traagheid achten; maar is lankmoedig, geduldig over ons, niet willende dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.

Gods geduld is groot. Groter dan u denkt. Het is niet voor niets dat de man met die dreigende naam Methusalach (wat betekent: als hij gestorven is, dan zal het gezonden worden, dan zal het oordeel komen), dat uitgerekend die man de oudste is geworden van alle mensen die ooit op de aarde hebben geleefd. Zo groot is Gods geduld met u, onbekeerde vrienden.

Maar ooit komt er een einde aan dat geduld. God zal niet blijven twisten met de mens. Dus luister alsjeblieft, als je niet wandelt met God. Dit woord wil je vanmorgen indringend waarschuwen. Ik denk aan de woorden van Psalm 50, waar de dichter zegt: Onze God zal komen en niet zwijgen. Een vuur zal voor Zijn aangezicht verteren en rondom Hem zal het zeer stormen. De dag komt echt dat je moet verschijnen, onbekeerde vrienden, voor het Goddelijke gericht. Geef eens antwoord op de vraag: Zul je de dag van de toekomst van de Zoon des mensen kunnen verdragen? Als je uit die grote mensenmassa voor de troon zult aangewezen worden en naar voren gehaald zult worden om te verschijnen voor de grote God met Wie je hier op aarde nooit gewandeld hebt. Het einde van je genadetijd. Wie weet hoe snel. Het begin van je eeuwige ondergang…

Vóór de ondergang van de eerste wereld werden de mensen gewaarschuwd door Henoch. Zie, de Heere is gekomen met Zijn vele duizenden heiligen om gericht te houden tegen alle goddelozen. En vóór de ondergang van deze wereld, voor de ondergang van u persoonlijk, wordt ook u gewaarschuwd door de woorden van de Heere Christus Zelf, Die ooit zei en nu opnieuw persoonlijk tegen u en jou zegt: Alsdan, als Ik terugkom, zal in de hemel verschijnen het teken van de Zoon des mensen. En dan zullen al de geslachten van de aarde wenen en zullen de Zoon des mensen zien komen op de wolken des hemels, met grote kracht en heerlijkheid. En Hij zal Zijn engelen uitzenden met een bazuin van groot geluid, en zij zullen Zijn uitverkorenen bijeen vergaderen uit de vier winden, van het ene uiterste van de hemelen tot het andere uiterste derzelve. Bent u, ben jij dan bereid? Heb je dan, terugkijkend naar je leven, met God geleefd?

Wat zal je toekomst verschrikkelijk zijn als dat niet zo was. En wat zal je toekomst heerlijk zijn als je wel zo geleefd hebt.

En wat is vanmorgen het vooruitzicht daarop dan troostvol: de hoop van het eeuwige leven met God. Die het middelpunt zal zijn van de hemel zelf.

Al is ons leven moeilijk, al wordt ons, kinderen van God, geliefde medechristenen, misschien wel onrecht aangedaan. Al worden we niet begrepen. Al wordt ons leven misschien wel moeilijk gemaakt door mensen die leven zonder God. Ze minachten onze liefde voor de Heere, Zijn Woord en Zijn dienst. Ze halen hun neus op voor onze ernst. Ze glimlachen om onze verwachting van het komende oordeel. En ze smalen meesmuilend om de last die we ervaren van ons zondige hart. Maar aan dat alles komt een einde. Onze Heere komt terug en Hij zal recht doen. Hij zal al de Zijnen tot Zich nemen. Tot Hemzelf.

Twee manieren van leven, ook als kerkmensen… Twee lijnen, met twee doelen voor ogen. En met twee eindbestemmingen... De lijn van Kaïn: levend, altijd maar weer levend voor hier en nu. Verdronken in de zondvloed, omgekomen in het oordeel. En de lijn van Seth: levend met God, met oog op de komende eeuwigheid. Voor altijd thuisgehaald. Lieve mensen, waar gaat uw weg heen? Bent u op weg naar de hemel of bent u op weg naar de hel?

Hoe leeft u? Leeft u doordeweeks in de zonde? In dezelfde zonde als waarin je buren en collega's leven? Ken je een verborgen leven van gebed? Gods verborgen omgang vinden, zielen waar Zijn vrees in woont. Staat de dienst van de Heere voor jou doordeweeks op de tweede plaats? Is die alleen maar voor vandaag? Alleen voor vandaag, morgen leef je weer anders? Valt het je zwaar om doordeweeks te luisteren naar Gods Woord, naar Gods stem, omdat je het veel te druk hebt met je eigen dingen van hier en nu? Een zondagswandelaar. Met zichtbare godsdienst. Maar zonder God. Wandelt u samen met alles en iedereen die van de wereld is, totdat het één keer per week zondag wordt? Luister eens. Wandel je dan wel echt met God? Ben je dan niet, als je eerlijk naar jezelf kijkt, op de verkeerde weg aan het lopen? Is het dan niet verstandig dat je je op deze zondagmorgen laat waarschuwen? Kom dan alsjeblieft tot jezelf.

Het is niet genoeg om in deze goddeloze wereld één keer per zondag of twee keer per zondag naar de Gereformeerde Gemeente te gaan. Het is niet genoeg om voor het oog van iedereen christelijk te zijn of christelijk te doen. Het gaat om de vraag: wandel je in je dagelijkse leven met God, zoals Henoch dat deed?

Hoe moet je dat gaan doen als je dat nog niet doet? Dan moet je eerlijk zijn en eerlijk bekennen en belijden (doe dat nu maar, in je hart), dat je hart dat niet wil. Dat je daar helemaal geen zin in hebt. En dat je dit hart ook niet kan en wil veranderen.

Je moet erkennen dat het zo is. Je moet het eens worden met God, Die dat in de Bijbel tegen je zegt. Dat je zelf de wereld bent. Dat je zelf zonde bent. En met die belijdenis, doe dat alsjeblieft lieve mensen, met die belijdenis moet je bukken en buigen aan de voeten van de Heere en zeggen: Heere, alstublieft, vergeef me al mijn zonden. Geef me genade, Heere, vergeving en verzoening vanwege het bloed van Uw kruis en leer mij leven met U. En dat niet vandaag één keer en morgen nog een keer, maar net zoveel en net zo lang totdat je echt gaat leven met God.

Want je leven hangt ervan af. En vooral de eer van God in je leven. Lieve mensen, ik nodig u uit vanmorgen in de Naam van mijn hemelse Zender om vanaf nu, deze goede weg met ons te gaan. Kom, ga met ons en doe als wij. Op de weg van dat gelukkige leven met God. Een weg, zoals ik zei, die begint met bukken, buigen, belijden, vragen. Een weg die verder gaat met bukken, buigen, belijden, vragen, steeds weer vragen om genade. Vragend: Heere, leid me toch aan Uw hand op de weg van het leven?

Bezin u ernstig op de vraag: wandel ik met God? Nee, de vraag is niet of je dat zegt. De vraag is of dat de praktijk is van je leven. Iedere dag. En als dat niet zo is, dan kan je nog zulke mooie dingen zeggen, maar dan ben je in dodelijk gevaar. Henoch zegt: de Heere komt met Zijn vele duizenden heiligen. En de ten hemel gevaren Heere Jezus zegt: ziet, Ik kom haastelijk en Mijn loon is met Mij om eenieder te vergelden, gelijk zijn of haar werk is geweest. Leefde je met God, dan kom je voor altijd thuis. Leefde je zonder God, goddeloos, dan wacht je een eeuwige ondergang.

Geliefde gemeente van [plaatsnaam], wandel voor Gods aangezicht en wees oprecht. En laat ons leven zijn, zoals Paulus schrijft in Filippenzen 3:20: Maar onze wandel is in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten. Want Hij komt terug. Amen.

Slotzang Psalm 1:3,4