Goede Vrijdag - 4 april 2026
Lukas 23:50-52: En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man (Deze had niet medebewilligd in hun raad en handel), van Arimathéa, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus.
INLEIDING
Jozef van Arimathea staat van verre op Golgotha, een geheime discipel vol mensenvrees, tot het moment waarop zijn hart breekt bij het zien van zijn stervende Zaligmaker. In Lukas 23:50-53 waagt het erop: hij treedt naar voren, begeert het lichaam van Jezus en begraft het met liefde—een teken dat Christus sterker is dan onze vrees.
Het thema voor de preek van vanavond is:
LUKAS 23:50-56
50 En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man
51 (Deze had niet medebewilligd in hun raad en handel), van Arimathéa, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte;
52 Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus.
53 En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.
54 En het was de dag der voorbereiding, en de sabbat kwam aan.
55 En ook de vrouwen die met Hem gekomen waren uit Galiléa, volgden na en aanschouwden het graf, en hoe Zijn lichaam gelegd werd.
56 En wedergekeerd zijnde, bereidden zij specerijen en zalven; en op den sabbat rustten zij naar het gebod.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 23:50-52
THEMA
Het thema voor de preek van vanavond is:
AANDACHTSPUNTEN
LITURGIE
Geloofsbelijdenis van Nicea
Lezen Lukas 23:49-56
Gemeente, wij staan vanavond op Golgotha. Samen met allerlei andere mensen. Lukas noemt ze op in zijn evangelie: nieuwsgierige toeschouwers, overpriesters en joodse leiders, een roepende hoofdman over honderd. En daarbij staan ook de vrouwen, aanvankelijk wat ‘van verre’, maar uit het evangelie van Johannes blijkt dat ze later dichter bij het kruis zijn komen staan. En verder staan daar op Golgotha wat Lukas noemt ‘Zijn bekenden’, Zijn vrienden, Zijn discipelen. En die staan van verre.
Totdat Jezus uitroept met grote stem (zoals staat in vers 46): Vader, in Uw handen beveel Ik Mijn geest. En dan wordt het stil op Golgotha. Dan gaat iedereen naar huis.
Maar, jongens en meisjes, als je goed kijkt, gaat toch niet iedereen naar huis. Eén man in ieder geval niet. Die man, daar gaan we vanavond naar kijken. Hij heet Jozef van Arimathea.
We lezen over hem in onze tekst, in de tekst voor de preek van vanavond op deze Goede Vrijdag: Lukas 23:50-53En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man, (Deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; Deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.: En zie, een man, met name Jozef, zijnde een raadsheer, een goed en rechtvaardig man, (deze had niet mede bewilligd in hun raad en handel) van Arimathea, een stad der Joden, en die ook zelf het Koninkrijk Gods verwachtte; deze ging tot Pilatus, en begeerde het lichaam van Jezus. En als hij hetzelve afgenomen had, wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een steenrots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.
Het thema voor de preek van vanavond is: Jozef van Arimathea en de begrafenis van de Heere Jezus Er zijn twee aandachtspunten: 1. Eerst staat hij, Jozef, van verre 2. Maar dan komt hij toch dichterbij Dus: en de begrafenis van Jezus Christus. Eerst staat Jozef van Arimathea van verre, maar, dan komt hij toch dichterbij.
Lukas zegt (in vers 50): En zie! Kijk! Een raadsheer. Een man uit het Sanhedrin, uit de hoge raad, een man van het hooggerechtshof. Markus geeft aan dat het een belangrijke man was, een prominent lid van het Sanhedrin, een man van gewicht. En daarbij is Jozef van Arimathea ‘goed en rechtvaardig’, dat wil zeggen eerlijk en oprecht in alles wat hij zegt en doet.
Van zichzelf is er (zo staat in Prediker 7:20Voorwaar, er is geen mens rechtvaardig op aarde, die goed doet, en niet zondigt.) geen mens rechtvaardig op de aarde, die goed doet en niet zondigt. Dus is Jozef van Arimathea een man die genade kent, een man die stil de Heere vreest.
Lukas zegt ook dat hij niet mee bewilligd had in de raad en handel van het Sanhedrin. Toen het Sanhedrin Jezus veroordeelde tot de dood, toen heeft hij tegen gestemd. Of, dat kan ook (en dat is misschien wel waarschijnlijker): hij was er niet bij.
En er is nog iets wat Lukas zegt van deze Jozef van Arimathea: Hij verwachtte, hij heeft voortdurend en steeds gewacht op: het Koninkrijk van God. Wat betekent dat, jongens en meisjes? Dat: Hij verwachtte, hij wachtte op de komst van het Koninkrijk? Als er zou staan: ‘hij wachtte op de koning’, dan zou het voor hem gaan om de vraag: wie zal straks de koning zijn? Maar dat staat er niet.
Er staat: ‘hij wachtte op het Koninkrijk.’ Dus dat wil zeggen: hij weet Wie er Koning zal worden. Maar hij wacht stilletjes en hoopvol op het moment dat het eindelijk zover zal zijn. Op het moment dat Hij, Jezus, echt als Koning zal gaan regeren.
Jozef van Arimathea weet dat de Heere Jezus de Messias is. Hij heeft Hem herkend. Toen de Heere Zelf zijn oren en ogen in geestelijke zin daarvoor open deed. En hij zag het en geloofde: Hij was Degene Die komen zou. Het heeft zijn hart en leven definitief veranderd. Zijn hart is blijvend aan de Heere Jezus verbonden geraakt.
En dus zegt Johannes (Joh. 19:38En daarna Jozef van Arimathea (die een discipel van Jezus was, maar bedekt om de vreze der Joden), bad Pilatus, dat hij mocht het lichaam van Jezus wegnemen; en Pilatus liet het toe. Hij dan ging en nam het lichaam van Jezus weg.), dat hij een discipel, een volgeling, een leerling van Jezus was. Maar, schrijft Johannes, niet openlijk, maar bedekt. Dus, jongens en meisjes, de andere discipelen zijn steeds met de Heere Jezus meegegaan. Dat kon je zien. Maar deze discipel, Jozef van Arimathea, is de Heere Jezus wèl gevolgd, maar onzichtbaar. Alleen in zijn hart. Dus de mensen weten niet dat hij ook een discipel is van de Heere Jezus. Dat houdt hij tot nu toe voor zichzelf.
Iets houdt hem tegen, om er nu al voor uit te komen, dat hij de Heere wil volgen. Maar zijn hart zit wel vast aan Zijn Meester.
Jozef van Arimathea wacht, hij verwacht stil bij zichzelf de grote dingen die komen gaan. Het komende ingrijpen van Hem, Die Hij in zijn hart heeft leren kennen als de gekomen, machtige Koning van Zijn Koninkrijk. Die toekomst vult zijn hart met hoop. Straks… dan kómt dat Koninkrijk, dat Hij zal oprichten (Hand. 1:6Zij dan, die samengekomen waren, vraagden Hem, zeggende: Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?). Maar ook voor hem is alles zo anders gelopen. Het werd geen troon, maar een kruis. En het werd geen gouden kroon, maar een doornenkroon. En nu staat hij daar, tussen die anderen, meest mannen, die van verre staan. En als je veraf staat, meisjes en jongens, dan kan je het allemaal niet zo goed zien. En het is allemaal ook zo moeilijk te begrijpen. Waarom gaat het toch allemaal zo? Hij had het zo anders gehoopt en verwacht…
Al de bekenden van de Heere Jezus staan van verre, op een zekere afstand van het kruis. Kijk, daar staan ze, allerlei discipelen… Maar die gewone discipelen (Petrus, Jakobus, Thomas), die weten niet dat die Jozef van Arimathea net zo goed een discipel van Jezus is. Misschien denken ze wel: ‘Nou, dat is ook zo iemand van het Sanhedrin…’ Misschien zijn ze wel bang voor hem.
Maar, het is wel waar: Jozef van Arimathea is een echte discipel van Jezus. Maar geheim, verstopt, verborgen. Niemand weet het van hem. En zo kan het nog wel zijn. Dat je zelf een discipel van Jezus bent, een kind van de Heere, maar dat je niet weet dat een ander ook een discipel van de Heere is. Misschien denk je wel het tegenovergestelde. Dat die ander lid is van de andere partij, van het Sanhedrin. Of je bent in je hart (dat vol verdriet en vragen zit) een volgeling van Heere, maar de mensen om je heen, die de Heere ook volgen, kijken je aan, met zo’n blik van: Jij hoort niet bij ons…! Maar gelukkig, er is er Eén die ze allemaal kent. En dat is de Heere Zelf.
Jozef is een discipel van Jezus. Maar in het geheim. Niemand weet het. Waarom is dat eigenlijk zo? Waarom vertelt hij het niet gewoon eerlijk en open? Lukas zegt toch (vers 50) dat hij zo goed en rechtvaardig, dat hij zo eerlijk was? Waarom komt hij er dan niet eerlijk voor uit? De Bijbel zegt: het was ‘om de vrees der Joden’. Jozef is bang voor mensen. Misschien is hij wel een beetje bang van karakter. Maar dat is toch ook weer niet zo waarschijnlijk, voor zo’n belangrijke man op zo’n belangrijke post. Misschien heeft het te maken met zijn geld, met zijn rijkdom. Misschien is hij bang, dat hij zijn voorname positie kwijt zal raken. Misschien is het vanwege de dreiging die hij voelt. Want de Joden hebben ondertussen een besluit genomen, dat als iemand belijdt dat Jezus de Christus is, dat die uit de synagoge geworpen zal worden. Hoe dan ook: Jozef is bang voor de prijs, die het hem gaat kosten, als Hij openlijk gaat belijden dat de Heere Jezus de Messias is.
Daar moet je even over na denken... Hij is bang voor de prijs die het hem… zal gaan kosten. Hij is bang voor mensen. Mensenvrees... En dus staat hij van verre.
Misschien herkent u wel iets bij uzelf van deze Jozef. Als u ondertussen bij uzelf terugdenkt aan de afgelopen tijd, aan de zondag kortgeleden waarin het Heilig Avondmaal bediend werd. Misschien herkent u wel iets bij uzelf van deze mensenvrees, die ook u op afstand hield, die ook u van verre deed staan…
Ja, dat kan. Dat je als oprecht discipel van Jezus een poosje en misschien soms wel lang op afstand blijft staan. Uit angst voor wat mensen van je vinden. Totdat…? Totdat dat niet meer gaat. Het lukt gewoon niet meer. Waarom niet?
Nou, dat kan je denk ik wel begrijpen, als je daar in gedachten staat tussen die mensen op Golgotha. Daar staat hij, Jozef van Arimathea. Te kijken, te luisteren naar zijn Meester. Naar Hem, Die hem lief geworden is. Naar Hem, van Wie hij een volgeling geworden is. Hij luistert. Hij hoort dat wonderlijke gebed: Vader, vergeef het hun, want ze weten niet wat ze doen. En daarna, na die drie uur durende duisternis, hoort ook hij plotseling die indringende roep: Mijn God, Mijn God, waarom hebt U Mij verlaten?
Hij luistert. Hij kijkt. Van verre. Op afstand. En dan, even later, zijn er die aangrijpende dingen: die aardbeving, dat scheuren van de rotsen, de doden die opstaan uit hun graven. Maar, het is vooral het zien van Hem, van Wie hij discipel geworden is. Het is vooral het zien van de stervende Jezus, stervend aan het kruis.
De Heere had het tevoren gezegd. En Jozef heeft het ongetwijfeld gehoord. Ik moet lijden, Ik moet gedood worden. En nu hangt Hij daar aan het kruis: Jezus, zijn Meester, stervend.
Duizend handen houden hem vast, in zijn geheim: niemand weet wie ik ben… Als hij daar, van verre, iets ziet van dat wonderlijke: Ik voor u, Jozef, daar u anders deze dood had moeten sterven. Als hij Zijn stem, als hij de bittere klacht hoort uit Zijn mond. Als hij het bloed en water uit Zijn zijde ziet spatten. Als hij ziet hoe Hij Zijn hoofd buigt, na het uitroepen van Zijn laatste woorden: Vader in Uw handen beveel Ik Mijn geest.
Duizend handen houden hem vast, in zijn geheim: niemand weet wie ik ben… Maar, die woorden, die blik, dat bloedende hart, die stroom van bloed en water uit Zijn zijde, ze overrompelen hem. Als hij dat ziet, als hij dat hoort, dan wordt zijn hart zo geraakt, dan kan hij maar één ding doen. Hij rukt zijn masker af. Hij komt naar voren. En doorbreekt zijn geheim. Iedereen mag het zien en weten. Weg mensenvrees! Wat er ook gebeurt. Al word ik uit de raad gezet, al word ik uit de synagoge gegooid, al word ik door alle mensen met de nek aangekeken: ‘deze dode Jezus is mijn Heere en Zaligmaker. Ik heb Zijn kroon gevlochten, ik heb Zijn beker gevuld. En Hij…? Stierf voor mij.
Of breekt uw hart niet, verborgen discipelen van Jezus? Misschien al jarenlang van verre staand en zwijgend… Breekt uw hart niet, bij het zien van Hem(!), uw Zaligmaker, hangend aan het kruis?
Het hart van Jozef van Arimathea breekt wel. Weg angst, weg vrees! Heel beslist. Hij weet wat hij moet doen. Hij gaat naar Pilatus. Lukas schrijft in vers 52: Deze ging tot Pilatus en begeerde het lichaam van Jezus.
Ja, dat klinkt wel simpel, maar dat was het zeker niet. Want zal dat wel gaan lukken? Markus schrijft: Hij verstoutte zich, met andere woorden: hij waagde het erop. Want daar moest je moed, daar moest je lef voor hebben. Want volgens de Romeinen had een terdoodveroordeelde misdadiger geen recht op een begrafenis. Zo iemand lieten ze gewoon een poos hangen aan het kruis. En Pilatus haatte de Joden ook. Kort tevoren had hij nog een verzoek van hen geweigerd, dat verzoek om het bordje boven het kruis te veranderen. Maar hij waagt het erop. Nu, nu hij openlijk gaat belijden dat hij in Jezus gelooft. Geen mens, geen vrome jood, geen heidense Pilatus kan hem hiervan weerhouden.
Gaat u, die (misschien al heel lang) ook zo van verre staat, vanavond ook die stap vooruit zetten, en uw geheimzinnige stilte doorbreken? Hij overwint zijn vrees, hij vat moed en waagt het erop. Hij gaat naar Pilatus.
Maar gelukkig, Pilatus is vriendelijk. Hij (zo schrijft Markus) verwondert zich over het feit dat de Heere Jezus al gestorven is. Hij roept de hoofdman over honderd en vraagt hem of Hij al lang gestorven is. En hij gunt de Heere Jezus de eer van een begrafenis. Hij vraagt ook geen geld aan Jozef, maar hij zegt: Het is goed.
Hij, Jozef, zegt vers 52, begeerde het lichaam van Jezus. Van Jezus, Die alles voor hem geworden is. Zijn liefde is, zoals staat in Hooglied 8:6Zet mij als een zegel op Uw hart, als een zegel op Uw arm; want de liefde is sterk als de dood; de ijver is hard als het graf; haar kolen zijn vurige kolen, vlammen des HEEREN.: hard als het graf.
De kanttekening zegt bij dat vers: de geestelijke liefde van bruid (van Jozef) tot Christus en ook de liefde van Christus tot Zijn kerk (tot Jozef), zij kan in ons niet uitgeblust worden, zelfs niet door den dood.
En zo is(!) het ook bij Jozef. Hij begeerde het lichaam van Jezus Het zijn maar een paar woorden, gemeente. Maar ze trekken vanavond wel een onzichtbare lijn door de gemeente. Want voor de een geldt, wat Jesaja schrijft: Hij heeft voor u geen gedaante of heerlijkheid, en als u Hem aanziet, dan heeft Hij geen gestalte dat u Hem begeerd zou hebben (Jes. 53:2Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten, en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; als wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben.). Jezus niet begeerd, Jezus nooit begeerd... En voor de ander geldt, iets wat daar lijnrecht tegenover staat: die Jezus, die gestorven Jezus, dat is uw Liefste, dat is uw Eén en al. En dus begeert u, met Jozef van Arimathea, met heel uw hart deze Jezus. Zelfs nu Hij gestorven is. Bij welke van de twee groepen hoort u?
Lijkt u op deze Jozef van Arimathea? Stond u ook van verre. Maar nu…: ‘Pilatus, mensen, collega’s, het mag me alles kosten, maar mijn geheim is nu voorbij. Dit is mijn Zaligmaker! Hij Die leefde en Die stierf voor mij.
Pilatus stemt in. Hij schenkt het lichaam van Jezus aan Jozef van Arimathea. En dan gaat Jozef terug, naar Golgotha. Wat een moed. Wat een voorbeeld voor ons, als het gaat om ‘zeggen wie je Liefste is’. Niet alleen in je hart, maar ook met je mond en met heel je leven. Wat de prijs ook is.
Jozef van Arimathea stond van verre. Dat was ons eerste punt. Maar hij komt dichterbij, Dat is ons tweede aandachtspunt. Maar laten we eerst zingen, uit Psalm 31, het 16e vers: Gij zult uw volk een schuilplaats wezen; Gij bergt hen in het licht, Van 't Godd'lijk aangezicht, Daar zij geen leed van trotsen vrezen; Een hut, waarin zij 't woelen, De twist der tong niet voelen. - - -
Het gaat in de preek van vanavond over: Jozef van Arimathea en de begrafenis van de Heere Jezus. We hebben als eerste gezien dat Jozef van verre stond. Maar (ons tweede aandachtspunt):
Want, zo schrijft Lukas in vers 53: En als hij hetzelve (het lichaam van de Heere Jezus) afgenomen had (van het kruis), wond hij dat in een fijn lijnwaad, en legde het in een graf, in een rots gehouwen, waarin nog nooit iemand gelegd was.
Jozef van Arimathea heeft toestemming gekregen van Pilatus. En nu neemt hij het lichaam van de Heere Jezus af van het kruis. Dat heeft hij niet alleen kunnen doen. Hij heeft daar vast hulp bij gehad van een paar van zijn knechten. En (zo schrijft Johannes) ook Nicodemus komt hem helpen. Hij is ook lid van het Sanhedrin. Hij is ook een geheime discipel van de Heere Jezus. Die nu ook voor de dag komt.
Samen nemen ze voorzichtig het lichaam van de Heere af van het kruis. Ze halen Zijn handen en voeten van de spijkers af. En dan doen ze in stilte hun werk. Je leest helemaal niets van gehuil of geklaag, maar hun hart zal in stilte weggesmolten zijn: Mijn gestorven Zaligmaker. Gestorven voor mij... Ik verwachtte Zijn Koninkrijk. Maar dit moest het zijn: een gestorven Koning, voor mij.
En zeg nu vanavond niet, gemeente: dat geloofden ze allemaal nog niet, want het was nog geen Pasen geweest. Ons geloof is vast niet groter dan hun geloof. Weg met onze geestelijke hoogmoed. Zeker, er was in hun hart nog veel duister, nog veel wat ze niet begrepen. Maar dat is ongetwijfeld bij ons niet beter.
Jozef stond van verre. En Nicodemus stond ook van verre. Maar nu staan ze dichtbij. Heel dichtbij… Je zegt: Jammer, maar nu is het te laat. Ze hadden eerder voor de Heere Jezus uit moeten komen. Nu is Hij gestorven.
Maar ik zeg: Nee, het is niet te laat. Het is precies op tijd, op Gods tijd. Nu de Heere Zelf Jozef van Arimathea en Nicodemus naar Zich toe trekt. Eerst stervend, en nu gestorven aan het kruis... Maar niet vergeten: Hij leeft, want Hij is ook God! Het is de Heere Jezus Zelf die Jozef van Arimathea en Nicodemus trekt. Uit hun van veraf staan. Naar dichterbij. Uit hun geheim. Naar Hem toe. Naar zo dicht bij Hem, dat ze het met hun eigen ogen kunnen zien. Zo dichtbij, dat ze Hem zelfs kunnen aanraken.
Ze wisten zelf niet hoe ze dichterbij konden komen. Ze waren vol verwarring en vol van mensenvrees. Maar nu trekt de gestorven, maar levende Zaligmaker, hen Zelf. En dat doet Hij nog steeds. Ook nu. Zulke van verre staande mensen, vol verwarring en mensenvrees, trekken door Zijn Geest en Woord. Ze staan zo van verre, maar worden (zoals Paulus zegt) nabij gebracht door het bloed van Christus.
Het lijkt allemaal te laat. Immers alles lijkt voorbij. En iedereen gaat naar huis. Maar, nee, ze blijven staan. Jozef van Arimathea en Nicodemus.
Het is niet te laat. Want nu zien ze Hem, van heel dichtbij. De wonden van de doornenkroon, de littekens op Zijn rug, de gaten in Zijn handen en voeten, de wond in Zijn zij. Ze zien Hem: hun Heere en Meester! En in stilte betuigen ze Hem samen hun hartelijke liefde tot Hem.
Wat Maria deed toen Hij nog leefde. Ze zalfde Hem (zo staat in Johannes 12:3Maria dan, genomen hebbende een pond zalf van onvervalsten, zeer kostelijken nardus, heeft de voeten van Jezus gezalfd, en met haar haren Zijn voeten afgedroogd; en het huis werd vervuld van den reuk der zalf.) met kostelijke, zuivere nardus, en de liefdegeur van olie vervulde het huis, als voorbereiding op de dag van Zijn begrafenis. Wat Maria toen deed, dat doen Jozef van Arimathea en Nicodemus hier. Met de specerijen die Nicodemus gebracht heeft, wikkelen ze samen hun Meester, met al de liefde van hun hart, in de linnen doeken.
Kom, verborgen discipelen in [Woerden]. Kom, Jozefs van Arimathea. Kom, Nicodemussen, Kom vanavond ook zo tevoorschijn! Te lang hebt u van verre gestaan. Met de verwachting van een koninkrijk. U bent de Heere tot nu toe in stilte gevolgd. Maar nu, op deze dag, is het de dag om naar voren te komen. Zo had u het niet verwacht. Het liep allemaal anders dan u voorheen dacht. U bent alles kwijtgeraakt. Alles waar uw hoop op was gericht. Maar dit is juist de dag, waarop Hij als Koning Zijn Koninkrijk vestigt. In Zijn overwinning, in Zijn heerlijkheid. Door Zijn dood. Voor u. Nee, vrees geen mensen. Maar kom dichterbij. Laat de liefde van Christus u trekken.
Zie Hem. Met een oog van geloof, met verwondering, verbazing en blijdschap. De liefde van de Vader drong Hem om Zichzelf over te geven voor uw zonden. En Zijn liefde drong Hem om voor u te lijden en te sterven aan het kruis. Zie, hier is uw Meester, van verre staande discipelen.
Kom. Kom dichterbij. En laat ondertussen maar zien, dat u ook Zijn discipel bent. Kom, was Hem met uw tranen. Met tranen van liefde, verwondering en verbazing. Kom, zalf Hem met de olie van uw wederliefde, om zoveel liefde van Hem voor u. Kom, blijf vanavond niet opnieuw van verre staan. Maar kom dichterbij. Zeg het maar met de woorden van Hooglied 1:4Trek mij, wij zullen U nalopen! De Koning heeft mij gebracht in Zijn binnenkameren; wij zullen ons verheugen en in U verblijden; wij zullen Uw uitnemende liefde vermelden, meer dan den wijn; de oprechten hebben U lief.: Trek mij, Heere, wij zullen U nalopen!
In stilte en met liefde doen ze hun werk. Niet in een zee van tranen, althans daar lezen we niets van. Maar ongetwijfeld wel met een gebroken, met een wegsmeltend hart. Misschien hebben ze het lichaam van de Heere Jezus met water gewassen, zoals de joden dat gewend waren bij het begraven. Schoongewassen van bloed en modder. En dan wikkelen ze het dode lichaam van hun Meester in linnen doeken, in stroken van stof. En daartussen doen ze de specerijen, de mirre en aloë, van de honderd ponden die Nicodemus gebracht heeft.
Het moet waarschijnlijk allemaal een beetje met haast. Want de sabbat komt eraan.
Het kan zelfs zo geweest zijn, dat ze niet genoeg tijd hebben gehad om het lichaam in te smeren met zalf. En dat daarom de vrouwen later (na de sabbat) weer terug gaan, om dat voor een deel alsnog te doen. We weten het niet precies.
En als uiteindelijk alles klaar is, dan leggen ze dat in linnen gewikkelde lichaam van de Heere Jezus in het graf. Mattheüs zegt: In een graf, dat hij (Jozef) had laten uithakken in een rots. Mogelijk was dat graf zelfs voor hemzelf bedoeld. Voor later. Het is alsof je Jozef van Arimathea hoort denken: ‘Heere, toen U nog leefde had U geen rustplaats om in te wonen. Niets om Uw hoofd op neer te leggen. Leg nu Uw hoofd maar op mijn plaats’. Wat een liefde, wat een wederliefde! Niets is Jozef teveel. Hij koopt fijn lijnwaad, Nicodemus brengt een schat aan specerijen en Jozef geeft zijn eigen laatste rustplaats aan de Heere Jezus.
Was het eigenlijk wel nodig, zeg je, dat de Heere Jezus begraven zou worden? Ja, dat was echt nodig. Lees thuis nog maar eens na wat Zondag 16 van de catechismus daarover zegt. Het was echt nodig, zodat iedereen er zeker van zou zijn dat Hij echt gestorven was. En dit alles is ook vervulling van de profetie. Van de profetie van Jesaja 53:9: Hij is bij de rijken (Jozef was rijk) in Zijn dood geweest. Maar het was ook nodig om helemaal, om volledig Plaatsvervanger te zijn. Hij droeg vrijwillig de vernedering van Zijn lijden, tot het allerlaatste toe. Ook in Zijn begraven worden.
Maar Hij wordt ook begraven om te laten zien: Wie de overwinnaar is! Je zegt: De dood dan toch? Hij is toch gestorven? Nu is het echt voorbij. Nee, in het graf is het niet voorbij. Dat lijkt wel zo. Maar nog even, en dan staat de Heere Jezus op uit de dood. Als Overwinnaar over dood en graf.
En in dit alles is Hij ons, die Zijn kinderen mogen zijn, voorgegaan. a. Eerst ging Hij voor ons, tot in het binnenste heiligdom. Door het gescheurde voorhangsel naderde Hij tot God, met Zijn bloed, voor ons. En nu mogen al Gods kinderen Hem volgen. Nu mogen ook wij met vrijmoedigheid tot God gaan, tot de troon van Gods genade.
b. En nu gaat Hij ons, kinderen van God, ook voor in het graf. En daardoor is het graf voor ons definitief anders geworden. Wat hier gebeurt, laat Paulus roemen in 1 Korinthe 15:55-57Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde; en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onzen Heere Jezus Christus.: Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning? De prikkel nu des doods is de zonde en de kracht der zonde is de wet. Maar Gode zij dank, Die ons de overwinning geeft door onze Heere Jezus Christus. Nu onze zonde uit Gods boek gedaan is, nu is de prikkel, nu is de angel van de dood weg. Nu is het graf voor ons echt heel anders geworden.
Nu is het graf voor ons een rustplaats geworden, om te rusten van ons vreemdelingschap hier beneden. Nu is het graf voor ons een kleedkamer geworden, om het lichaam van de zonde af te leggen. Nu is het graf voor ons een wachtkamer geworden, waar we in stilte wachten op de komst van deze onze Bruidegom.
Hier op Golgotha zien we, dat de dood van een kind van God geen betaling is voor de zonde. Want de zonde is betaald. Het is volbracht. En dus gebeurt er maar één ding als wij sterven: wij sterven aan onze grootste vijand, wij sterven aan de zonde! O grote dag, o gelukkige dag, waarop we voor altijd de zonde, het verlaten en vergeten van de Heere vaarwel zullen zeggen. En de Heere nooit meer verdriet zullen doen. Ons sterven is (vanwege dat sterven van Christus) voor ons een deur geworden (en dat zal het zijn!), een deur naar het eeuwige zalige hemelleven met Hem.
Lieve vrienden, reist u zo uw dood tegemoet? Zeker, ik wil daar niet gemakkelijk over spreken. De laatste vijand(!), zegt Paulus, die te niet gedaan wordt, is de dood (1 Kor. 15:26). En dan moeten wij voor God verschijnen.
Maar, kinderen van God, dit is de troost van het sterven van Christus en van Zijn begrafenis: Hij deed het als Eerste, voor ons: sterven en begraven worden. En daardoor is de dood, en daardoor is het graf voor ons zo anders geworden. En dus zeg ik toch: wees toch niet zo bevreesd voor de dood en voor het graf. Want daar mogen we op Gods tijd rusten in hoop. Denkend aan wat David zegt in Handelingen 2: Ik zag den Heere allen tijd voor mij; want Hij is aan mijn rechter hand, opdat ik niet bewogen worde. Daarom is mijn hart verblijd; en mijn tong verheugt zich; ja, ook mijn(!) vlees zal rusten in hoop (Hand. 2:25-26)
Het graf is voor ons een rustplaats, een slaapplaats. Zoals de profeet Jesaja daar ooit van profeteerde, toen hij zei: Hij (de rechtvaardige) zal ingaan in de vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk, die in zijn oprechtheid gewandeld heeft (Jes. 57:2Hij zal ingaan in den vrede; zij zullen rusten op hun slaapsteden, een iegelijk, die in zijn oprechtheid gewandeld heeft.).
En zoals op de derde dag dit graf, deze rustplaats van onze Heere en Zaligmaker geopend is, zo zullen ook onze graven eens geopend worden, op de dag dat onze Bruidegom ons wakker roepen zal. En dan zal ten volle vervuld worden, wat Paulus schrijft in 1 Korinthe 15: En wanneer dit verderfelijke zal onverderfelijkheid aangedaan hebben, en dit sterfelijke zal onsterfelijkheid aangedaan hebben, alsdan zal het woord geschieden dat geschreven is: De dood is verslonden tot overwinning.
De Goede Vrijdag wil voor al Gods kinderen een dag van blijdschap, rust en vrede zijn. Want ons behoud ligt vast, eeuwig vast in Christus. In Zijn dood. En in Zijn leven. De drie-enige God zij daarvoor eeuwig lof en eer. Halleluja! Amen.
Slotzang Psalm 118:3:
Ik werd benauwd van alle zijden, En riep den HEER ootmoedig aan. De HEER verhoorde mij in 't lijden, En deed mij in de ruimte gaan. De HEER is bij mij, 'k zal niet vrezen; De HEER zal mij getrouw behoên; Daar God mijn schild en hulp wil wezen, Wat zal een nietig mens mij doen?
Andere preken over Lukas
Andere preken voor Goede Vrijdag
Andere gerelateerde preken