Pasen - 5 april 2026
Openbaring 1:17: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
INLEIDING
Johannes valt als dood aan de voeten van de verhoogde Christus, verpletterd door Zijn heiligheid. Maar Christus legt Zijn hand op hem en spreekt drievoudige troost: Ik ben dood geweest, voor u; Ik ben levend, voor u; en Ik heb de sleutels van hel en dood, voor u. Daarom hoeft Gods kind niet te vrezen in verlating, verzoeking, lijden, dood of hel, want de levende Christus draagt en voleindigt wat Hij begon.
Drievoudige troost gegrond op de feiten
OPENBARING 1:17-20
17 En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste;
18 En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.
19 Schrijf hetgeen gij gezien hebt, en hetgeen is, en hetgeen geschieden zal na dezen;
20 De verborgenheid der zeven sterren, die gij gezien hebt in Mijn rechterhand, en de zeven gouden kandelaren. De zeven sterren zijn de engelen der zeven gemeenten; en de zeven kandelaren die gij gezien hebt, zijn de zeven gemeenten.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Openbaring 1:17
THEMA
Drievoudige troost gegrond op de feiten
AANDACHTSPUNTEN
Geliefde gemeente, ik preek u op deze (eerste of tweede) Paasdag het Woord van God vanuit Openbaring 1:17-18En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij leide Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste; En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods., waar staat: En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten; en Hij legde Zijn rechterhand op mij, zeggende tot mij: Vrees niet; Ik ben de Eerste en de Laatste; En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods.
Johannes is al een oude man, als hij dit Bijbelboek schrijft: de Openbaring aan Johannes. Het is ergens rond het jaar 95 na Christus. Hij is als gevangene verbannen naar het eiland Patmos.
En daar is hij (vers 10) in de geest (in een bijzondere geestelijke toestand) op de dag des Heeren. De eerste dag van de week, de dag van de opstanding van de Heere Jezus, wordt hier voor het eerst ‘de dag des Heeren’ genoemd. De dag van de Heere, de dag voor de Heere, de dag aan Hem gewijd.
Maar dan ineens, plotseling, hoort hij achter zich een stem, als een bazuin, als een trompet. Het is duidelijk, dit is een stem uit de hemel. Die zegt (vers 11): Ik ben de Alfa en de Omega, de Eerste en de Laatste.
Johannes draait zich om, om te zien Wie het is, Die hem aanspreekt. Het is (vers 13): Eén, de Zoon des mensen gelijk. Het is de levende Heere Jezus Christus, Die wandelt tussen de zeven gouden kandelaren. Die wandelt in het midden van Zijn gemeenten, die licht verspreiden in deze donkere wereld.
Gekleed als Hogepriester in een lang gewaad, met een gouden gordel (vers 14). Zijn hoofd en haar zijn wit als sneeuw. Zo heilig! En Zijn ogen als een vlam vuur. Zo allesdoordringend, niets ontgaat Zijn oog! Zijn voeten gloeien als blinkend metaal, als een gloeiende oven (vers 15). En Zijn stem is als een stem van vele wateren. Die het gebulder van de golven van de zee meer dan overstemt. Die het bruisen der zeeën stilt, het bruisen harer golven en het rumoer der volken. En die op de einden wonen, vrezen voor [Zijn] tekenen (Ps. 65:8-9Die het bruisen der zeeën stilt, het bruisen harer golven, en het rumoer der volken. En die op de einden wonen, vrezen voor Uw tekenen; Gij doet de uitgangen des morgens en des avonds juichen.).
Zeven sterren (vers 16) heeft Hij in Zijn rechterhand, boodschappers van Zijn Evangelie. Een tweesnijdend zwaard gaat uit Zijn mond. Met andere woorden: Zijn woorden, die levend en krachtig zijn, die raken alles van de mens en niets van ons blijft voor dat Woord verborgen (zie Hebr. 4:12Want het Woord Gods is levend en krachtig, en scherpsnijdender dan enig tweesnijdend zwaard, en gaat door tot de verdeling der ziel, en des geestes, en der samenvoegselen, en des mergs, en is een oordeler der gedachten en der overleggingen des harten.). En Zijn gezicht, schrijft Johannes, schijnt als de zon in haar kracht, te fel, te intens om naar te kijken.
De Zoon des mensen bekleed met macht en majesteit, met ontzag en verschrikking, … Dat lange koninklijke gewaad, die gouden gordel om de borst gespeld… Dat haar dat zo wit glinstert, als sneeuw waar de zon op schijnt… Die ogen die vuur uitstralen, die elk hart lezen en elk verborgen hoekje binnendringen… Die voeten die gloeien om de goddelozen te vertrappen… Die luide stem, die als een machtige branding tegen de rotskust van Patmos beukt… Dat scherpe, lange, grote zwaard, met zijn twee snijdende randen… Die hele verschijning, zoals de zon schijnt in haar kracht, te intens voor menselijke ogen om naar te staren… Dat hele beeld is symbolisch voor Christus, de grote en heilige Mensenzoon. Die komt (zo blijkt uit de volgende hoofdstukken) om Zijn gemeenten te zuiveren en om degenen te straffen, die Zijn uitverkorenen vervolgen (Openb. 2:16Bekeer u; en zo niet, Ik zal u haastelijk bij komen, en zal tegen hen krijg voeren met het zwaard Mijns monds., 8:5)
Maar, het is voor Johannes te intens, te veel… Hij schrijft in vers 17: En toen ik Hem zag, viel ik als dood (niet letterlijk ‘dood’, maar ‘als dood’) aan Zijn voeten
Waarom? Waardoor? Door het zien van Zijn glorie, tegenover zijn eigen uiterste kleinheid en onwaardigheid. Het zien van die verhoogde Christus, legt hem op de grond. In diepe eerbied, maar ook vol verschrikking en vrees.
Zoals Jesaja ooit zei, toen de Heere hem riep. Toen hij iets zag van de heerlijkheid van de Heere. Toen hij uitriep: Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden van een volk dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen, gezien (Jes. 6:5Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien.). Johannes valt als nietig, zondig mens, als dood aan Zijn voeten. Overweldigd door Zijn glorie en heerlijkheid. Door het licht dat van Zijn gezicht straalt. Zijn zwakheid, zijn zonde, zijn onheiligheid doen hem neervallen aan Zijn voeten: als dood.
De heilige Johannes ziet iets van de majesteit en van de heiligheid van de verhoogde Christus, wat hem direct zo(!) de grote wanverhouding tussen hem en de Heere laat voelen, dat hij vervuld wordt met heilig ontzag, en met vrees en schrik. De les is wel deze: Wie oppervlakkig of helemaal niet denkt over Gods heiligheid en over de ernst van zijn of haar eigen zonde, die kent (in het beste geval) maar weinig van Christus.
Die wil misschien wel blij zijn en blij over Jezus praten, maar wie echt iets van Jezus kent en Hem ontmoet (zoals Hij is, als de verhoogde Koning), die valt als dood aan Zijn voeten, vol vrees en ontzag voor de Goddelijke Mensenzoon.
Maar dan, dan komt de Heere dichterbij, en zegt: ‘Vrees niet’. Vers 17: Hij legde Zijn rechterhand op mij, Hij bukt, neerbuigend, troostvol, helpend, zeggende tot mij: Vrees niet. Datzelfde als wat Hij eerder ook zei tegen Zijn discipelen na Zijn opstanding (inmiddels al jaren geleden): Vrees niet. De Heere is in al die jaren niet veranderd!
Ik ben de Eerste en de Laatste. Ik ben de Eerste, de Schepper. Het Woord dat in den beginne was, was bij God. Het was God (Joh. 1:1-3In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit was in den beginne bij God. Alle dingen zijn door Hetzelve gemaakt, en zonder Hetzelve is geen ding gemaakt, dat gemaakt is.). Eer Abraham was (zei de Heere in Johannes 8:58Jezus zeide tot hen: Voorwaar, voorwaar zeg Ik u: Eer Abraham was, ben Ik.), ben Ik. De grote IK BEN. Ik ben, ook de Eerstgeborene uit de doden (Kol. 1:18En Hij is het Hoofd des lichaams, namelijk der Gemeente, Hij, Die het Begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.). De Eerste, Die ook alle dingen tot vervulling en tot voltooiing zal brengen, als… de Laatste. Ik ben de Eerste en de Laatste.
En Die leef, en Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. Letterlijk: De Levende. Die eeuwig leven heb in Mijzelf (Joh. 5:26Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelven, alzo heeft Hij ook den Zoon gegeven, het leven te hebben in Zichzelven;). En Die aan de Mijnen het eeuwige leven geeft (Joh. 6:33Want het Brood Gods is Hij, Die uit den hemel nederdaalt, en Die der wereld het leven geeft.).
En: Ik was dood. Mijn dood was een feit, dat was historische werkelijkheid. Ik ben gestorven en begraven. Laat daarover geen twijfel bestaan. Maar: Zie! Het klinkt als een uitroep van overwinning. Als triomf! En zie! Ik ben levend in alle eeuwigheid. Onsterfelijk onoverwinnelijk, onveranderlijk! En ik heb de sleutels over de macht van de hel en van de dood. Die machten heb Ik door Mijn opstanding overwonnen. En die machten zijn nu in Mijn hand.
Hier verschijnt de opgestane Christus in al Zijn heerlijkheid en glorie. En Hij legt Zijn rechterhand op (een als dood op de grond liggende) Johannes. Terwijl Hij hem bemoedigend toespreekt.
Gemeente, kinderen van God in het bijzonder, dit is een volmaakte tekening van de verhoogde Zaligmaker. Van wat Hij deed, en van de troost die Hij geeft. Vol van majesteit en heerlijkheid, woont Hij (na Zijn hemelvaart) in de hemel der hemelen. Waar Hij Zich zonder ophouden neerbuigt over Zijn kinderen. Zoals hier over de eenzame apostel Johannes. Uitgestoten door de mensen. Op een eenzaam en verlaten eiland. Van binnen bezorgd vanwege de gevaren die de gemeenten in Klein-Azië bedreigen.
Maar de Heere laat hem niet alleen. Hij troost hem. En Hij is nog steeds Dezelfde! Onze Heere in de hemel is niet onbewogen met de zorgen van ons hart. Hij heeft niet het alleen uiterlijk van een Koning, maar Hij heeft ook een vaderlijk, meelijdend, bewogen hart.
En Hij verstaat als geen ander, de kunst van troosten, opbeuren en helpen. Hij kan Zijn kinderen niet ongetroost laten. Hij moet ze troosten. Hij kan hun tranen niet nat laten. Hij moet ze drogen. Hij kan Zijn werk niet loslaten. Hij moet het afmaken. Hij kan Zijn beloftewoorden niet vergeten. Hij moet ze vervullen. Hij kan degenen die op Hem wachten niet beschaamd maken. Hij moet ze te hulp komen. En de manier waarop Hij dat doet, is altijd ver boven wat wij verwacht hadden. Boven bidden en denken (Ef. 3:20).
Hij is de Alfa en de Omega, Die het goede werk dat Hij begon, zeker ook zal voltooien. Het leven dat Hij gaf, zal Hij Zelf onderhouden. De honger, de dorst die Hij gaf, zal Hij Zelf stillen. De woorden, die Hij sprak, zal Hij Zelf waarmaken. De genade die Hij gaf, zal Hij Zelf in stand houden.
Wie? De levende, opgestane Christus Die van Zichzelf zegt: Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen. En Ik heb de sleutels der hel en des doods. We gaan samen met Gods hulp zoeken naar de troost in deze woorden, uit de mond van de opgestane en levende Christus.
Het thema voor de preek van deze morgen/middag is: Drievoudige troost gegrond op de feiten
En dit zijn de feiten: 1. Ik ben dood geweest 2. Ik ben levend 3. En Ik heb de sleutels van de hel en van de dood
Troost, gegrond op feiten, gebaseerd op historische feiten. Maar zo troostvol, voor Johannes, en voor al Gods kinderen. Je kan het kort samenvatten met deze woorden: ‘Dat alles, Johannes, Mijn kinderen, deed Ik voor u. Ik voor u…’ Ik nam u mee in Mijn dood. Ik nam u mee in Mijn opstandig. En nu Ik leef, nu Ik eeuwig leef, nu zult u ook leven door Mij.
Dat garandeer Ik u. Mijn woorden zijn getrouw en waarachtig. Ik zal nooit herroepen wat Ik eenmaal heb gesproken. Want, Ik ben de Eerste en de Laatste. En Ik laat nooit varen wat Mijn hand begon. Als Koning zal Ik over u heersen, in liefde en trouw. En niemand zal u ooit uit Mijn hand kunnen rukken. Want Ik heb de sleutels van de dood en van de hel.
Voordat we die driedubbele troost met elkaar gaan overdenken, zingen we uit Psalm 89, daarvan het eerste vers:
'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên; enz. Een drievoudige troost, gebaseerd op feiten. Als eerste:
1. Het feit en de troost van: Ik ben dood geweest a. Dat is een feit. Hij was het vleesgeworden Woord. Hij nam de menselijke natuur aan. Hij leed Zijn leven lang, maar vooral aan het einde van Zijn leven. Hij worstelde in Gethsémané. Hij werd gehangen aan het kruis. Zijn lijden was zwaar. Verstoten door de mensen, verlaten door Zijn Vader. En dat brak Zijn hart (Ps. 69:21De versmaadheid heeft mijn hart gebroken, en ik ben zeer zwak; en ik heb gewacht naar medelijden, maar er is geen; en naar vertroosters, maar heb ze niet gevonden.).
Hij stierf aan het kruis. Hij gaf de geest. De soldaten op Golgotha zagen, dat Hij gestorven was. En een speerstoot in Zijn hart bevestigde dat. En dus werd Zijn dode lichaam, gewikkeld in doeken, gelegd in een graf. Hij heeft Zijn ziel gegeven tot een rantsoen voor velen. En de losprijs die Hij betaalde, was tot volkomen tevredenheid van Zijn Vader.
Dat is het, wat de kerk eeuwenlang beleden heeft in onze Apostolische Geloofsbelijdenis: Hij is gekruisigd, gestorven en begraven. Dat is het feit.
b. En dit is de troost, Johannes, Mijn kinderen: Dat deed Ik voor u…! Ik werd een dode, voor u. U had door uw zonde de eeuwige dood moeten sterven. Maar Ik ben uw dood gestorven. En dus hoeft u niets meer te vrezen. Vrees niet!
Ik ben (ook nu) gekomen om u te troosten. Uw hart worde niet ontroerd. De angst, de vrees die u vroeger had, vanwege uw zonde, dat hoeft niet meer. Want Ik heb voor u, alles voldaan. De hitte van Gods gramschap heb Ik voor u geblust. En nu is er geen verdoemenis meer voor u, die in Mij bent (Rom. 8:1Zo is er dan nu geen verdoemenis voor degenen, die in Christus Jezus zijn, die niet naar het vlees wandelen, maar naar den Geest.).
Hoewel Mijn gezicht blinkt als de zon, en hoewel vlekkeloze heiligheid van Mij afstraalt, grimmigheid is bij Mij niet, maar milde handen en vriendelijke ogen (Jes. 27:4Grimmigheid is bij Mij niet; wie zou Mij als een doorn en distel in oorlog stellen, dat Ik tegen hem zou aanvallen, en hem te gelijk verbranden zou?). Johannes, je hoeft niet ‘als dood’ te zijn. Laat Mij je tranen drogen. Er is door Mij weer vrede met God voor u. Vrede, troost en blijdschap, door Mijn dood, voor u…
En zo, medediscipel, kind van de Heere, staat de verhoogde Christus ook nu naast u! Midden in uw nood en dood, midden in uw zorg en twijfel, zegt Hij vriendelijk, hartelijk en vol medelijden: ‘Ik heb Mij aan het kruis voor u, in uw dood geworpen. Ik ben dood geweest voor u. Maar, dat is nu voorbij. En nu is er door Mijn opstanding voor u leven, eeuwig leven. En Ik geef u dat eeuwige leven.
Ons tweede aandachtspunt: 2. Het feit en de troost van: En ziet, de Levende ben Ik. a. Dat is een feit. Christus is door Zijn Vader opgewekt uit de dood. In Handelingen 2:24Welken God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was, dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden. zegt Petrus: Welke God opgewekt heeft, de smarten des doods ontbonden hebbende, alzo het niet mogelijk was dat Hij van denzelven dood zou gehouden worden. En Christus Zelf is door Zijn Eigen kracht opgestaan uit de doden. Zoals Paulus zegt Romeinen 1:4Die krachtelijk bewezen is te zijn de Zoon van God, naar den Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden) namelijk Jezus Christus, onzen Heere:: Die krachtig bewezen is te zijn de Zoon van God naar de Geest der heiligmaking, uit de opstanding der doden, namelijk Jezus Christus, onze Heere.
Hij heeft Zichzelf levend vertoond, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen die het Koninkrijk Gods aangaan (Hand. 1:3Aan welke Hij ook, nadat Hij geleden had, Zichzelven levend vertoond heeft, met vele gewisse kentekenen, veertig dagen lang, zijnde van hen gezien, en sprekende van de dingen, die het Koninkrijk Gods aangaan.). De feiten liegen er niet om! Dat is wat de kerk eeuwenlang beleden heeft in onze Apostolische Geloofsbelijdenis: Hij is ten derde dage wederom opgestaan van de doden, opgevaren ten hemel, zittende ter rechterhand Gods, des almachtigen Vaders, vanwaar Hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Dat is het feit.
b. En dat is vol van troost. De Heere Jezus, Die aan Johannes in grote heerlijkheid verschijnt, geeft hem het bevel om te kijken: Zie! Kijk! Kijk, Johannes! En Ik Zelf zal je ogen geven om te zien. Ik Zelf zal je blinde ogen opendoen. Om dwars door al je zorgen en bezwaren, om dwars door al je tranen en belemmeringen heen te kijken.
Kinderen van God, de Heere wil dat we kijken. Dat we naar Hem kijken. Dat we zien op Hem. Om te zien en te geloven, dat Hij leeft. Hij wil ons leren af te zien van onze vrees, van onze onwaardigheid en onze onheiligheid. Hij wil ons leren zien op Hem, door het geloof. Gelovend: Ik ben niet alleen dood geweest… voor u. Maar nu ben Ik ook de Levende… voor u!
We hebben, midden in onze nood en dood, een levende Heere. Die ook vanmorgen/- middag Zijn rechterhand op ons legt, en zegt: ‘Vrees niet. Ik ben levend in alle eeuwigheid. Ik ben voor u… een levende Heere.’ Die u ziet: uw vragen, uw zorgen, uw nood, uw tranen. Die u hoort: uw gebeden, uw zuchten, uw vragen, uw smeken. Die u met Mijn rechterhand troost en leidt. Die met ben en blijf.
En Die zegt: ‘Ik ben tot in eeuwigheid als de Levende alles voor u!’ Ik ben Uw Profeet, Die nooit zal herroepen wat Ik eenmaal heb gesproken. Heb Ik het gezegd? Dan zal Ik het doen. Heb Ik het beloofd? Dan zal Ik Mijn belofte houden.
Ik zal u onderwijzen, en u leren van de weg die u gaan zult; Ik zal raad geven, Mijn oog zal op u zijn (Ps. 32:8Ik zal u onderwijzen, en u leren van den weg, dien gij gaan zult; ik zal raad geven, mijn oog zal op u zijn.). En Ik ben tot in eeuwigheid als de Levende uw Hogepriester. Zoals Hij geschetst wordt in vers 13: bekleed met een lang kleed tot de voeten, en omgord aan de borsten met een gouden gordel. Die Mijn leven voor u geofferd heb. Ik zegen u vanuit de hemel met Mijn doorboorde handen. En Ik ben uw Voorspraak voor het aangezicht van Mijn Vader en uw Vader. Waar Ik altijd voor u bid. Waar Ik altijd pleit voor de vergeving van uw dagelijkse zonden, wijzend op Mijn bloed (1 Joh. 2:1-2Mijn kinderkens, ik schrijf u deze dingen, opdat gij niet zondigt. En indien iemand gezondigd heeft, wij hebben een Voorspraak bij den Vader, Jezus Christus, den Rechtvaardige; En Hij is een verzoening voor onze zonden; en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden der gehele wereld.).
En Ik ben tot in eeuwigheid als de Levende uw Koning. En dus hoeft u nergens meer voor te vrezen. Weest niet bezorgd voor uw leven, wat u eten zult, noch voor het lichaam, waarmede u u kleden zult (Luk. 12:22En Hij zeide tot Zijn discipelen: Daarom zeg Ik u: Zijt niet bezorgd voor uw leven, wat gij eten zult, noch voor het lichaam, waarmede gij u kleden zult.). Wees niet bezorgd voor uw ziel: Uw ziel zal Ik bewaren (Ps. 121:7De HEERE zal u bewaren van alle kwaad; uw ziel zal Hij bewaren.). Ik zal u, als uw opperste Koning, nooit verloren laten gaan. Ik zal u altijd bewaren. Ik zal U altijd troosten met Mijn stok en met Mijn staf. Zelfs en vooral als u moet gaan door het dal van de schaduw van de dood (Ps. 23:4Al ging ik ook in een dal der schaduw des doods, ik zou geen kwaad vrezen, want Gij zijt met mij; Uw stok en Uw staf, die vertroosten mij.). En dus, vrees niet, gij klein kuddeken; want het is uws Vaders welbehagen ulieden het Koninkrijk te geven (Luk. 12:32). Met andere woorden gezegd: Straks wacht u een eeuwige, een koninklijke erfenis.
Ons derde aandachtspunt, het derde feit en de derde troost
3. De troost van (vers 13): Ik heb de sleutels van de hel en van de dood a. Dat is een feit. Want Ik heb beiden overwonnen: de hel en de dood. Ik heb de satan de kop vermorzeld. De kerker werd Mijn buit. En de dood is door Mij gedood. En dus heeft de kerk eeuwenlang beleden in onze Apostolische Geloofsbelijdenis: Ik geloof de vergeving der zonden, wederopstanding des vleses en een eeuwig leven. Dat is het feit.
b. En dus, Johannes, is ook hierin veel troost voor u en voor al Mijn kinderen. Deze troost, dat Ik alleen bij machte en bevoegd ben om de hel en de dood met Mijn sleutels open te doen of te sluiten. Dus, alles en iedereen kan wel dreigen, maar zonder Mij kan niemand iets aanrichten. De dood kan u wel bedreigen, maar niet schaden, laat staan overwinnen. De machten van hel kunnen u wel angst aanjagen, maar ze kunnen niets uitrichten. Want ze staan onder Mijn gezag. Mij is gegeven alle macht in de hemel en op de aarde. Ook over de dood en de hel.
In u, heilige Johannes, is geen heiligheid van uzelf. In u is geen kracht van uzelf. In u is geen leven van uzelf, maar in Mij, de Levende, is alles.
Gelooft u dat, Johannes? Gelooft u dat, discipel van de Heere, kind van God? Ook al voelt u het niet? Ook al ziet u het niet? Gelooft u dit woord van de opgestane, levende Christus? Gelooft u Hem op Zijn woord?
Dan valt alles van ons weg. Want het geloof bouwt niet op iets van ons. Niet op ellendekennis, niet op goede werken, niet op heiligheid. Het geloof grijpt alleen het woord van de Heere aan. Het ware geloof staat alleen op dit fundament: De Heere zegt het tegen mij. En Zijn woord is getrouw en waarachtig! Hij zegt tegen me: ‘Ik ben dood geweest, voor u. En zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. Amen (zo zeker!), voor u. En Ik heb de sleutels der hel en des doods, voor u.’
Kinderen van God, laten we ons geloof niet bouwen op gevoel of op emotie. Laten we ons geloof niet bouwen op tijdelijke zegeningen, op gevoelige indrukken of op losse Bijbelwoorden die misschien wel bij ons passen. Laten we ons geloof zelfs niet bouwen op de genade in ons. Maar laten we ons geloof bouwen op genade buiten u. En onze harten richten op het vaste en onwankelbare beloftewoord van Christus. - - -
Om deze woorden van Christus (Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels der hel en des doods) hoeft u, kinderen van God, niet te vrezen in verlating.
Christus was ook verlaten, oneindig veel meer dan wij ons ooit verlaten kunnen voelen. Niemand had medelijden met Hem, niemand antwoordde Hem. Luister daarom, als het gaat om uw gevoel van verlating, naar het woord van Heere uit Jesaja 49: Sion zegt: De Heere heeft mij verlaten, en de Heere heeft mij vergeten. Kan ook een vrouw haar zuigeling vergeten, dat zij zich niet ontferme over den zoon haars buiks? Ofschoon deze vergate, zo zal Ik toch u niet vergeten. Zie, Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd; uw muren zijn steeds voor Mij (Jes. 49:14-16).
Om deze woorden van Christus (Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels der hel en des doods) hoeven we, kinderen van God, niet te vrezen in verzoeking. Christus werd ook verzocht door de duivel. Die tot het uiterste ging. Maar Hij heeft de verzoeker een dodelijke wond toegebracht! Paulus zegt in Kolossenzen 2:15En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd.: En de overheden en de machten uitgetogen hebbende, heeft Hij die in het openbaar tentoongesteld, en heeft door hetzelve over hen getriomfeerd. Hij heeft de verzoeker overwonnen. En dus hebben wij niets te vrezen. We moeten wel waken en bidden. Want in onszelf is geen kracht tegen de verzoeker. Dus moeten we voortdurend onze kracht zoeken in Christus.
Om deze woorden van Christus (Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels der hel en des doods) hoeven wij, kinderen van God, niet te vrezen in lijden. Denkend aan wat Johannes zegt in Openbaring 2:10: Vrees geen der dingen die gij lijden zult. Zie, de duivel zal enigen van ulieden in de gevangenis werpen, opdat gij verzocht wordt; en u zult een verdrukking hebben van tien dagen. Zijt getrouw tot de dood, en Ik zal u geven de kroon des levens. Ons is geen gemakkelijke weg beloofd. Onze Heere is ons voorgegaan door lijden tot heerlijkheid. Zo zullen we Hem, hoe dan ook, mogen en moeten volgen. Wees getrouw tot de dood, en Hij zal u geven de kroon des levens (Openb. 2:10).
Om deze woorden van Christus (Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels der hel en des doods) hoeft u ook niet te vrezen voor de dood. Want Christus is gestorven. Hij stierf onze dood. In die zin gaan we geen onbekende weg. Die weg kan ons wel bezorgd maken en doen vrezen. Maar Hij is ons voorgegaan. Door de dood tot het leven. Hij zal ons dragen en redden. En ons tot onze troost laten ervaren, dat de prikkel van dood, door Zijn dood voor ons is weggenomen. Door de vergeving van onze zonde, is de prikkel, is de angel van de dood eruit (1 Kor. 15:55Dood, waar is uw prikkel? Hel, waar is uw overwinning?). Dus moeten we die weg wel gaan, maar we hoeven niet te vrezen.
Want Hij zal met ons zijn, ook in het donkere dal van de schaduw van de dood. Zijn stok zal ons bewaren, Zijn staf zal ons troosten en leiden. En als we op Gods tijd deze wereld en alles van hier achter gelaten zullen hebben, dan zal Hij ons tot Zich nemen. En dat zal oneindig veel beter zijn, dan alles wat we nu mogen hebben. Na de dood is ook ons het leven bereid. Met Christus te zijn, dat is zeer verre het beste (Filipp. 1:23Want ik word van deze twee gedrongen, hebbende begeerte, om ontbonden te worden en met Christus te zijn; want dat is zeer verre het beste.).
Om deze woorden van Christus (Ik ben dood geweest; en zie, Ik ben levend in alle eeuwigheid. En Ik heb de sleutels der hel en des doods) hoeft u zelfs niet te vrezen voor de hel. Want God zal geen tweede betaling vragen voor onze schuld. Als onze schuld uit Gods boek gedaan is, dan hoeft er niets meer betaald te worden. Christus heeft de helse pijn en verlating geleden in onze plaats. En zo onze hel veranderd in de hemel voor ons.
Die om Hem zo zeker is, dat Paulus het zo opschrijft, alsof we er al zijn. Als Hij schrijft in Efeze 2: Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, door Zijn grote liefde waarmede Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus (uit genade zijt gij zalig geworden), en heeft ons mede opgewekt, en heeft ons mede gezet in de hemel(!) in Christus Jezus; opdat Hij zou betonen in de toekomende eeuwen de uitnemende rijkdom Zijner genade, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus (Ef. 2:4-7).
Geliefde gemeente, ik heb u geprobeerd voor ogen te schilderen, iets van de heerlijkheid van de verhoogde Christus, en iets van het geluk van Zijn volk.
En daarom, tot slot, nog twee dingen: a. Onbekeerde vrienden, zie wat je mist, zie het gevaar van je leven! Je hebt geen toekomst. Dat wat de Heere Jezus leed, zal je tot in eeuwigheid niet kunnen lijden. En de dood die Hij stierf, zal je tot in eeuwigheid niet kunnen sterven. Maar, als je zo doorgaat, zal je het wel moeten… Kom tot inkeer. Bekeer je! Want waarom zou je sterven?
b. Kinderen van God, geliefde medechristenen, (zoals staat in vers 9) medegenoten in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de lijdzaamheid van Jezus Christus, we gaan door Gods genade een goede toekomst tegemoet. Door nood en dood, door kruis en lijden, door veel verdrukkingen en tranen, zal de levende Christus, Die dood geweest is en leeft tot in alle eeuwigheid, ons leiden door Zijn raad. En daarna zal Hij ons opnemen in Zijn heerlijkheid. Om eeuwig Hem alle lof en eer te geven. Want Hij leeft, en wij zullen leven door Hem!
Amen.
Slotzang Psalm 89:4,7:
God is op 't hoogst geducht in Zijner heil'gen raad, En vrees'lijk boven 't heir, dat om Zijn rijkstroon staat. Wie is als Gij, o HEER, o God der legerscharen? Wie is aan U gelijk? Wie kan U evenaren? Grootmachtig zijt G', o HEER’, ja eind'loos in vermogen, Uw onverbreekb're trouw omringt U voor elks ogen.
Hoe zalig is het volk, dat naar Uw klanken hoort! Zij wand'len, HEER’, in 't licht van 't Godd'lijk aanschijn voort; Zij zullen in Uw naam zich al den dag verblijden; Uw goedheid straalt hun toe; Uw macht schraagt hen in 't lijden; Uw onbezweken trouw zal nooit hun val gedogen, Maar Uw gerechtigheid hen naar Uw woord verhogen.
Andere preken over Openbaring
Andere preken voor Pasen
Andere gerelateerde preken