Pasen - 4 mei 2026
Lukas 24:47: En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
INLEIDING
Wat een wonder ligt er verscholen in dat kleine woordje “beginnende” uit Lukas 24:47, waar de opgestane Heere Jezus Zijn discipelen opdraagt bekering en vergeving der zonden te prediken, beginnende van Jeruzalem, de stad van Zijn eigen moordenaars. Deze leespreek laat u zien waarom juist de grootste van de zondaren als eerste genodigd worden, en waarom in Christus’ bloed onbegrensde ruimte is voor wie zichzelf te slecht acht om te komen.
Beginnende van Jeruzalem
LUKAS 24:45-49
45 Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden;
46 En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage;
47 En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
48 En gij zijt getuigen van deze dingen.
49 En zie, Ik zend de belofte Mijns Vaders op u; maar blijft gij in de stad Jeruzalem, totdat gij zult aangedaan zijn met kracht uit de hoogte.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Lukas 24:47
THEMA
Beginnende van Jeruzalem
Wat is er de laatste tijd veel gebeurd in het leven van de discipelen. Wat is veel veranderd in hun leven. Ze hebben meer dan ooit gezien, wie zij zelf zijn. Ze hebben hun Meester verlaten en verloochend. Ze zijn allemaal gevlucht: zondig, ontrouw, totaal mislukt.
Voorheen hadden ze nog zo weinig oog voor de noodzaak van het lijden en sterven, en van de opstanding van hun Meester, de Heere Jezus Christus. Totdat ze gingen zien, wie ze waren voor God. Totdat de Heere de Schriften opende, en hun harten opende, om te geloven. Dat onbegrijpelijke plan van God, dat hun Meester moest lijden en sterven. En dat Hij leed en stierf in hun plaats.
Hij opende de Schriften, Hij opende hun verstand. Kijk maar in vers 45-46: Toen opende Hij hun verstand, opdat zij de Schriften verstonden. En zeide tot hen: Alzo is er geschreven, en alzo moest de Christus lijden, en van de doden opstaan ten derden dage.
En nu, nu opent Hij ook hun mond, de mond van Zijn discipelen, om die boodschap, die boodschap van totale mislukking aan de kant van de mens en van vrije genade van Gods kant, te gaan preken: onder alle volken, beginnende te Jeruzalem.
We overdenken vanmorgen met Gods hulp Lukas 24:47En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem., waar we lezen: En in Zijn Naam gepredikt worden bekering en vergeving der zonden, onder alle volken, beginnende van Jeruzalem.
We zouden deze tekst kunnen bekijken vanuit zendingsperspectief. We zouden kunnen letten op de prediking van bekering en vergeving van zonden onder alle volken. Maar ik wil vanmorgen het accent vooral leggen bij dat wonderlijke begin van de verkondiging van dit Evangelie door de prediking van bekering en vergeving van zonden: beginnende van Jeruzalem. Bekering en vergeving van zonden, dat is de inhoud van Gods boodschap.
1. We preken bekering. We zeggen niet: ‘Neem Jezus aan, want Hij is ook voor jou gestorven.’ Nee, we preken: bekering. Zoals de Bijbel dat ook overal doet.
Door de mond van de profeet Ezechiël zegt de Heere: Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom, bekeert u en leeft (Ezech. 18:32Want Ik heb geen lust aan den dood des stervenden, spreekt de Heere HEERE; daarom bekeert u en leeft.). En: Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls? (Ezech. 33:11Zeg tot hen: Zo waarachtig als Ik leef, spreekt de Heere HEERE, zo Ik lust heb in den dood des goddelozen! maar daarin heb Ik lust, dat de goddeloze zich bekere van zijn weg en leve. Bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zoudt gij sterven, o huis Israëls?) En de profeet Joël roept het volk Israël op: En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot de HEERE uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade (Joël 2:13En scheurt uw hart en niet uw klederen, en bekeert u tot den HEERE, uw God; want Hij is genadig en barmhartig, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwade.).
Het Oude Testament is er vol van, maar ook het Nieuwe Testament. Petrus zegt op de Pinksterdag: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen (Hand. 2:38En Petrus zeide tot hen: Bekeert u, en een iegelijk van u worde gedoopt in den Naam van Jezus Christus, tot vergeving der zonden; en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.). En Paulus zegt in Handelingen 17: God dan de tijden der onwetendheid overgezien hebbende, verkondigt nu alle mensen alom dat zij zich bekeren (Hand. 17:30).
Bekeert u! Wat betekent dat? Dat betekent eigenlijk letterlijk: Ga anders denken. Ga anders denken over jezelf, over God en over de Heere Jezus Christus.
Ga anders denken over jezelf. Ga eerlijk denken over wie je bent voor God. Niet goed, maar vol slechtheid. Niet heilig, maar vol zonde. Niet vroom, maar vol goddeloosheid. Ga anders denken over jezelf.
En ga anders denken over God. Ga eerlijk onder ogen zien voor Wie je staat. Niet voor een god die alles door de vingers ziet, maar voor die God, Die alle dag over de zonde toornt (Ps. 7:12God is een rechtvaardige Rechter, en een God, Die te allen dage toornt.). Niet voor een god met wie je zomaar vriendschap kan sluiten, want je hebt Hem verlaten. En sindsdien heb je niet anders gedaan dan Hem getergd, geminacht en de nek toegekeerd (Jer. 2:27Die tot een hout zeggen: Gij zijt mijn vader; en tot een steen: Gij hebt mij gegenereerd; want zij keren Mij den nek toe, en niet het aangezicht; maar ten tijde huns kwaads zeggen zij: Sta op en verlos ons.). Ga anders denken over jezelf en over God.
En ga anders denken over Christus. Die niet naar deze wereld kwam voor goede mensen, maar voor verloren mensen. Die niet kwam voor goed willende mensen, maar voor vijanden. Ga anders denken! Dat wil zeggen: Heb berouw over wie je bent en over alles wat je gedacht en gedaan hebt. Tegen God. Je hebt met Hem gebroken. Tegen Christus. Je hebt Hem veracht. En heb berouw van al dat kwaad! Omdat je dat allemaal gedaan hebt tegen een zonde-vergevend God, tegen een bloedende Zaligmaker, tegen een heilige wet en tegen een liefdevol Evangelie (C.H. Spurgeon).
En heb blijvend berouw. Niet zomaar voor een moment en daarna nooit meer. Maar laat je tranen blijvende tranen zijn. En laat je schaamte blijvende schaamte zijn. Om zoveel kwaad gedaan tegenover zoveel goed. Dat (zegt vers 46 en 47) moest en moet gepredikt worden. En dat preken wij: Bekeer u, heb berouw, belijd uw zonden en breek ermee!
En we preken ook de bron, de oorsprong van die bekering en van dat berouw. Want ook dat is niet iets van jezelf: geen eigen beslissing, geen eigen keus, geen eigen prestatie. Petrus zegt in Handelingen 5:31Deze heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven bekering en vergeving der zonden.: Deze (deze Jezus) heeft God door Zijn rechterhand verhoogd tot een Vorst en Zaligmaker, om Israël te geven(!) bekering en vergeving der zonden (Hand. 5:31).
Dus, bekering is -gelukkig maar- iets wat de Heere geven wil en geeft. Dus die oproep, bekeert u, bekeert u van uw boze wegen, want waarom zou u sterven, die wil aan de voeten van de Heere brengen. Met de roep in het hart: Heere, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn (Klaagl. 5:21HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als van ouds.).
2. Dus, het gaat in de tekst van vanmorgen om bekering. Wij preken bekering, en (dat is het tweede): vergeving van zonden. Dat is het andere, het tweede, wat de opgestane Heere Jezus geven wil: vergeving. Totale, volledige vergeving van zonden, voor altijd.
Maar niet zonder dat eerste, niet zonder bekering en berouw. Niet dat dat een voorwaarde is. Want ik zei het net al: bekering is niet iets wat wij presteren. Maar iedereen kan het met zijn of haar gezonde verstand begrijpen: Waarom zou je vergeving vragen, als je je zonden niet ziet? En wat moet je met vergeving doen, als je gewoon doorgaat met zonden doen? Dan heb je toch geen Zaligmaker nodig, Die redt van verlorenheid en schuld? Wie geen berouw heeft, wil niet om genade vragen. Wie geen berouw heeft, wil zich niet bekeren, en die kan en zal nooit geloven.
3. Predikt bekering en vergeving van zonden (zegt onze tekst) beginnende van Jeruzalem. In Jeruzalem, daar woonden de mensen die God had uitverkoren boven alle andere volken (Deut. 7:7De HEERE heeft geen lust tot u gehad, noch u verkoren, om uw veelheid boven alle andere volken; want gij waart het weinigste van alle volken.). Daar had God Zijn huis, de tempel. Daar werden de offers gebracht. Geen stad op aarde was meer bevoorrecht en gezegend dan Jeruzalem. Maar Jeruzalem had ook een inktzwarte schaduwkant. Jeruzalem was verworden tot een centrum van huichelarij en geveinsdheid (Luk. 3:7Hij zeide dan tot de scharen, die uitkwamen, om van hem gedoopt te worden: Gij adderengebroedsels, wie heeft u aangewezen te vlieden van den toekomenden toorn?). Een stad vol moord, onrecht en onderdrukking (Matt. 21:13En Hij zeide tot hen: Er is geschreven: Mijn huis zal een huis des gebeds genaamd worden; maar gij hebt dat tot een moordenaarskuil gemaakt., Luk. 20:47Die der weduwen huizen opeten, en onder een schijn lange gebeden doen; dezen zullen zwaarder oordeel ontvangen.). De stad waar Christus, de mens geworden Zoon van God, was bespot, geslagen en vermoord.
Jeruzalem staat symbool voor goddeloosheid en haat, voor vijandschap en moord. De mensen die er wonen, hebben Gods verbond veracht en verbroken. Ze hebben gezondigd tegen al Gods geboden. Ze zijn de grootste zondaars. Ze hebben Jezus van Nazareth gekruisigd. Ze zijn Zijn grootste vijanden. Maar nu, in deze nieuwe tijd, nu moet het Evangelie gepreekt worden. Ook nu, ook hier! Het Evangelie van bekering en vergeving van zonden. Juist tegen zulke mensen: beginnende van Jeruzalem.
Waarom? Waarom moeten de discipelen zo meteen beginnen in Jeruzalem? a. Zeker, omdat dat zo was voorzegd in het Oude Testament. Dat was ook een reden dat het moest. De profeet Jesaja had geprofeteerd: Want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem (Jes. 2:3En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem.). De profeet Joël had geprofeteerd: Op de berg Sion en te Jeruzalem zal ontkoming zijn (Joël 2:32). En de profeet Zacharia had gesproken over levend water, stromend uit Jeruzalem (Zach. 14:8Ook zal het te dien dage geschieden, dat er levende wateren uit Jeruzalem vlieten zullen, de helft van die naar de oostzee, en de helft van die naar de achterste zee aan; zij zullen des zomers en des winters zijn.). En de profetie moest vervuld worden.
b. En zeker, het was ook omdat in Jeruzalem kort geleden alles gebeurd was. Daar was de Heere Jezus gestorven en begraven, daar was Hij opgestaan en verschenen.
Maar er zijn nog meer redenen te noemen. Waarom stuurt God Zijn knechten naar bepaalde plaatsen om te preken? Zoals naar de stad Jeruzalem? Of hier naar [plaatsnaam]?
c. Dat is (in de derde plaats) ook omdat de tijd voor Jeruzalem nog maar kort is. Jeruzalem zal verwoest worden. En daarom, gemeente, heeft de Heere mij ook naar u toegestuurd, omdat ook uw genadetijd nog maar kort is. d. God stuurt Zijn discipelen (in de vierde plaats) ook als eerste naar Jeruzalem, omdat daar oppositie te verwachten is. Daar waar mensen wonen, die het Evangelie al jaren kennen. Daar zal het gaan gisten. Want daar leeft diepe vijandschap tegen Jezus, haat tegen Hem Die zij moeten gaan preken. De discipelen zijn er bang voor (begrijpelijk). Ze doen de deur op slot, om de vrees der Joden. Maar God stuurt ze rechtstreeks op hen af. Want genade zal dat verzet breken! Waarom stuurt de Heere Zijn discipelen als eerste naar Jeruzalem? e. In de vijfde plaats vooral omdat daar (hoewel de mensen zich daar uitermate godsdienstig en goed voelen), vooral omdat daar (en hier) de grootste zondaars wonen. Daarom moeten de discipelen beginnen in Jeruzalem.
En wat dat laat zien? Wat dat schetst? Twee dingen: a. De weergaloze liefde van Christus tot zondaars. Dit schetst Zijn onbegrijpelijke liefde. Dat Hij de hemelse heerlijkheid bij Zijn Vader verliet. Dat Hij de walg van de zonde in deze wereld verdroeg. Dat Hij leed en stierf aan het kruis. En… dat Hij de vrucht, het resultaat daarvan wil geven aan de allerslechtste mensen.
Dat was trouwens heel Zijn leven al te merken geweest: aan wie Hij opzocht, en aan wat Hij zei. Hij zei: Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in de hemel over één
zondaar die zich bekeert, meer dan over negenennegentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben (Luk. 15:7Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.). In de hemel wordt niet gezongen van blijdschap over godsdienstige en goed gelovende mensen. Maar over zondaars, die berouw hebben en zich bekeren!
En die bekering van zondaars was het liefste werk van de Heere Jezus. Daarom zocht Hij Levi, Zacheüs, de Kananese vrouw, de Samaritaanse vrouw, de moordenaar aan het kruis. Kortom: hoeren en tollenaars. En die weergaloze, ongeëvenaarde liefde van Christus is nog steeds dezelfde. Die is niet veranderd. Hij zoekt nog steeds slechte, verloren, vijandige en verharde mensen, die van zichzelf niet willen.
De discipelen moeten beginnen in Jeruzalem. Dat schetst als eerste, de weergaloze liefde van Christus tot zondaars
b. En dat schetst als tweede, geliefde gemeente, voor het oog van ons allemaal ook de ruimte die er is in Zijn bloed. Er is in Zijn vergevende genade geen tekort. De Dordtse Leerregels zeggen (DL II, 3): De dood van de Zoon van God is de enige en volmaakte offerande en genoegdoening voor de zonden; van oneindige kracht en waardigheid, overvloedig genoegzaam tot verzoening van de zonden der ganse wereld. Kortom: oneindige liefde en oneindige ruimte voor de allerslechtsten.
Wij zijn geneigd om de beste mensen voorrang te geven. Maar de Heere geeft voorrang aan de slechtsten. Want, meisjes en jongens, wie moet er het eerst gewassen worden? Wie een beetje vies is, of wie heel erg vies is? Klopt: wie het meest vies is, die gaat het eerst onder de douche. Zondaars, erge zondaars, slechte zondaars, allerslechtste zondaars, u wordt als eerste door God genodigd. De Meester is hier en Hij roept u. Om u als eerste te helpen.
Ja, ik weet het: juist u bent geneigd om te denken, dat het voor u niet kan. Maar denk niet, dat u te slecht bent. En denk ook zeker niet, dat u eerst uzelf moet opknappen. Dat is een rechtstreekse afwijzing van dit Evangelie-aanbod. De Heere heeft Zelf gezegd: predik bekering en vergeving van zonden, en… begin bij Mijn vijanden en moordenaars.
Als u zich zo slecht niet voelt, dan kan ik me voorstellen dat u dit mateloos irriteert. Maar als dit uw leven is, vijand, moordenaar, zondaar, goddeloze, verwerper van de Zaligmaker, dan moet dit een blijde boodschap voor u zijn! U kunt het van blijdschap misschien wel niet geloven (vers 41). Maar het is waar. De Heere roept juist u, als eerste. Kom dan, zoals u bent: ellendig, arm, jammerlijk, blind en naakt (Openb. 3:17Want gij zegt: Ik ben rijk, en verrijkt geworden, en heb geens dings gebrek; en gij weet niet, dat gij zijt ellendig, en jammerlijk, en arm, en blind, en naakt.).
Bent u te hard, te koud, te vijandig, te slecht (denkt u)? Omdat u nog steeds in zonde leeft? Tegen beter weten in? Omdat u de Zaligmaker hebt veracht? Omdat u Zijn bloed hebt vertrapt? Denkt u dat? Maar dan hoort u toch juist bij dit soort van mensen? Bij de grootste van de zondaars?
Ik preek u in Jezus’ Naam bekering. Die Hij u geven wil. Roep dan de Naam des Heeren aan: Heere, bekeer me, dan zal ik bekeerd zijn! En breek dan met uw zonden. En kom, met berouw en belijdenis van schuld.
Ik preek u in Jezus’ Naam vergeving van zonden! Leg uw hemelhoge schuld vanmorgen toch op het hoofd van het Lam Gods. Dat door God gegeven is tot bekering en vergeving van zonden.
Voordat we verder gaan met ons tweede aandachtspunt, zingen we nu eerst uit Psalm 95:4: Want Hij is onze God, en wij Zijn 't volk van Zijne heerschappij, De schapen, die Zijn hand wil weiden; Zo gij Zijn stem dan heden hoort, Gelooft Zijn heil- en troostrijk woord; Verhardt u niet, maar laat u leiden. - - -
Waarom moeten de discipelen beginnen in Jeruzalem? Ik noemde u zojuist al een paar redenen: dat was door de profeten voorzegd, daar was ook alles gebeurd, en de tijd voor Jeruzalem was nog maar kort. En bovendien, daar was oppositie, daar was onrust te verwachten. Maar genade overwint. Niet door kracht, noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen (Zach. 4:6Toen antwoordde Hij, en sprak tot mij, zeggende: Dit is het woord des HEEREN tot Zerubbabel, zeggende: Niet door kracht noch door geweld, maar door Mijn Geest zal het geschieden, zegt de HEERE der heirscharen.).
Maar laten we nog wat meer proberen door te dringen tot de kern. Waarom is genade bestemd voor de grootste van de zondaars? Voor vijanden en niet voor goedwillende vrienden? Waarom wordt genade aangeboden, nu, aan de slechtsten van ons?
Wie wordt er op de spoedeisende hulp van het ziekenhuis als eerste geholpen? De ergste gewonde, de ergste zieke, toch? Naar wie wordt de reddingsboei gegooid? Naar degene die bezig is te verdrinken, toch?
En zo is het ook hier en nu. Ik mag namens mijn Meester genade aanbieden, vrije en onverdiende genade, oprecht en welgemeend. Als eerste: aan de grootste van de zondaars.
Waarom?
a. Omdat (dat is de eerste reden), omdat u die genade het meest nodig hebt. U, die dreigt onder te gaan onder de golven van Gods toorn over uw hemelhoge schuld, luister: Er is genade beschikbaar, genade voor de allergrootste van de zondaars. Want Jezus is gekomen om te zoeken en zalig te maken dat verloren was. De Heere heeft het toch Zelf gezegd: Die gezond zijn, hebben de medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn (Luk. 5:31En Jezus, antwoordende, zeide tot hen: Die gezond zijn, hebben den medicijnmeester niet van node, maar die ziek zijn.)? Daarom at Hij met tollenaars en zondaars. En daarom nodigt Hij u, nu!
Die genade past niet bij eigen gerechtigheid, bij eigen gemaakt geloof, bij eigen keuze of eigen goede werken. Genade past bij schuld. Bij ellende, nood en dood. Bij totale mislukking. Gratie wordt gegeven aan ter dood veroordeelden. En het wordt u vanmorgen aangeboden voor niets… Zonder geld, zonder prijs (Jes. 55:1O alle gij dorstigen! komt tot de wateren, en gij, die geen geld hebt, komt, koopt en eet, ja komt, koopt zonder geld, en zonder prijs, wijn en melk!). Dus, genade wordt aangeboden aan de grootste van de zondaars, omdat u die genade het meeste nodig hebt.
b. En (dat is de tweede reden) omdat zo de Naam van Christus meest verheerlijkt wordt. Die wordt niet verheerlijkt, die wordt zelfs gelasterd, zolang wij denken dat het wel meevalt met onze zonden. Zolang wij denken dat we onszelf wel kunnen verbeteren. Zolang wij denken dat we zonder bekering en berouw kunnen geloven of dat we in eigen kracht kunnen geloven.
Maar Christus wordt groot, Hij krijgt glorie en heerlijkheid, als Zijn bloed gedrupt wordt op verloren mensenharten. Op harten van mensen zoals Adam, Lot, Simson, David, Manasse, Zacheüs, Petrus, de moordenaar aan het kruis en Saulus van Tarsen. Kleine zondaars (als die al zouden bestaan) brengen Christus weinig eer. Grote zondaars brengen Hem veel eer. Maar de allergrootste zondaars brengen Hem de meeste eer. Omdat ze Hem de meeste zonden brengen. O, kom dan, geef uw zonden die veel zijn, aan Christus! Het geeft Hem alle eer.
c. En het zal ook (als derde) anderen aanmoedigen uw voorbeeld te volgen. Adam, die brak met God, kreeg genade. Waarom? Om ons die sprekend op hem lijken, aan te moedigen. David, die overspel deed met Bathseba en die Uria vermoordde, kreeg genade. Waarom? Om ons die sprekend op hem lijken, aan te moedigen. U mag moed scheppen uit zijn behoudenis. Paulus, een man vol trots en eigen gerechtigheid, maar vijand van genade, kreeg genade. Waarom? Om u die sprekend op hem lijkt, aan te moedigen.
Hij zegt het zelf: Ik was tevoren een godslasteraar en een vervolger en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied (1 Tim. 1:13Die te voren een gods lasteraar was, en een vervolger, en een verdrukker; maar mij is barmhartigheid geschied, dewijl ik het ontwetende gedaan heb in mijn ongelovigheid.). Maar daarom(!) is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld(!) dergenen die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven (1 Tim. 1:16).
U, die een groot zondaar bent, u bent geneigd te denken dat uw zonden te groot en te veel zijn. Maar dat is niet waar. Christus is veel gewilliger u genade te geven, dan dat u bent om die genade te vragen. Want om dat te doen, moet u heel diep buigen. En zeggen: ‘Ja, Heere, zo’n zondaar ben ik.’ En heel veel mensen gaan verloren omdat ze dat helaas niet willen…
Maar, kom, buig uw hoofd en zeg: ‘Ja, Heere, zo ben ik. Ik belijd U al mijn ongerechtigheid. Drup toch Uw verzoenende bloed op mijn hemelhoge schuld?’
d. Er is nog een vierde reden, waarom de allergrootste zondaars zoals die van Jeruzalem, als eerste geholpen worden. Zij zullen, als de Heere hun zonden vergeeft, Hem het meeste gaan liefhebben. Als je nooit met tranen van berouw en schaamte de voeten van Jezus hebt natgemaakt, dan heb je Hem maar weinig lief. Maar als je met tranen aan Zijn voeten komt, en weer komt, en terugkomt, dan zegt de Heere: Wie veel vergeven is, heeft veel lief (Luk. 7:47Daarom zeg Ik u: Haar zonden zijn haar vergeven, die vele waren; want zij heeft veel liefgehad; maar dien weinig vergeven wordt, die heeft weinig lief.). En Christus wordt hoog geëerd door zulke liefde van zondaars tot Hem.
e. God nodigt ook (als vijfde en laatste) als eerste de allerslechtsten van de mensen, zodat niemand op de dag van het oordeel ook maar één enkel excuus zou hebben. Nooit zult u (met Kaïn) kunnen zeggen: Mijn zonden waren te groot (Gen. 4:13En Kaïn zeide tot den HEERE: Mijn misdaad is groter, dan dat zij vergeven worde.).
Want u hoorde de nodiging en de belofte daarin, hier: Komt dan, en laat ons tezamen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw; al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol (Jes. 1:18Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.). U hoorde hier de nodiging. En straks zult u de bewijzen zien van de waarheid van de Evangeliebelofte daarin. Aan Gods rechterhand, stralend van hemelse vreugde: Adam, Lot, Simson, David, Manasse, Petrus, Saulus van Tarsen… De hemel zal vol zijn van geredde zondaars, van de allerslechtste soort. Die eeuwig zullen zingen van genade en goedheid.
En als u dan buiten staat, dan zult u maar één ding kunnen concluderen. Mijn zonden waren niet de reden van mijn ondergang. Maar ik wilde niet horen bij de zondaars, daar voelde ik me te goed voor. En ik geloofde de hartelijke en liefdevolle woorden van Jezus niet. Ik maakte God uit voor een leugenaar. Ik wilde niet buigen.
Lieve mensen, weet en geloof: de meest liefdevolle nodiging om tot genade te komen, zal u in de dag van het gericht in het gezicht slaan, als u zich niet bekeert. Het zal Tyrus en Sidon verdraaglijker zijn in den dag des oordeels dan ulieden (Matt. 11:22Doch Ik zeg u: Het zal Tyrus en Sidon verdragelijker zijn in den dag des oordeels, dan ulieden.).
Gemeente, nog een paar laatste woorden. Bekering en vergeving moet gepredikt worden en wordt gepredikt, beginnende in Jeruzalem. Hebt u zich al bekeerd? Hebt u al berouw gehad over uw zonden? Bent u al gekomen met smeking en geween, om uw schuld voor de Heere te belijden? En hebt u al gezien en persoonlijk ervaren, dat de Heere genade geeft aan de grootste van de zondaren?
Als dat niet zo is, mag ik u dan vragen wat de reden daarvan is? Gelooft u niet, dat u op weg bent naar de eeuwigheid? Hebt u geen onsterfelijke ziel? Denkt u dat u zelf een manier zult vinden om het oordeel te ontgaan?
Of…, vertrouwt u het aanbod niet? Maar dan wantrouwt u Christus. Of… voelt u zich er te goed voor?
Denkt u niet, dat u de Zaligmaker heel veel verdriet doet? De laatste weken hebt u gehoord, wat Hij allemaal gedaan heeft voor zondaars. En nu biedt Hij u gratis genade en vergeving aan, aan u, als de allerslechtste. Vergeving van uw hemelhoge schuld, vergeving van al uw zonden en misdaden. En nu zegt u: Laat maar, aan de kennis van Uw wegen hebben wij geen lust (Job 21:14Nochtans zeggen zij tot God: Wijk van ons, want aan de kennis Uwer wegen hebben wij geen lust.).
Moet u dan, net als ik, ook niet onwillekeurig denken aan de tranen die Jezus over Jeruzalem huilde, toen Hij zei: Jeruzalem, Jeruzalem, u die de profeten doodt, en stenigt die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeen vergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert, en gijlieden hebt niet gewild (Luk. 13:34Jeruzalem, Jeruzalem! gij, die de profeten doodt, en stenigt, die tot u gezonden zijn, hoe menigmaal heb Ik uw kinderen willen bijeenvergaderen, gelijkerwijs een hen haar kiekens onder de vleugelen vergadert; en gijlieden hebt niet gewild?).
Wat is uw antwoord op Zijn hartelijke uitnodiging? Daar hangt echt alles van af: uw leven, uw toekomst, uw eeuwigheid...
Bekeert u en gelooft het Evangelie! Bukt u? Buigt u? Breekt u? Dan zult u zalig worden!
Blijft u staan? Aarzelend? Bijna christen? Maar dit is uiteindelijk toch teveel gevraagd: Erkennen dat u zo slecht bent? Dan gaat u zeker voor eeuwig verloren. Kom dan toch! Door de weg die de Heere u wijst. Niet hoogmoedig, niet zonder berouw en bekering. Want dat zou klinkklare hoogmoed zijn. Trouwens, zonder uw zonden te zien en te geloven, zult u ook nooit tot Christus komen.
Kom met berouw, als een vernederde zondaar, met een gebogen hoofd, en breek met uw zonden. En kom en draag die, uw zonden, tot Christus. Dan zal Hij ze wegdragen. Geloof in de Heere Jezus Christus, Die kwam om vuile zondaars te redden van hun ondergang, en u zult zalig worden.
Maar laat tot slot dit ook tot u doordringen: het aanbod van het Evangelie is slechts een dagaanbieding. Morgen kan het te laat zijn. Kom nu! God zal niet altijd twisten met de mens (Gen. 6:3Toen zeide de HEERE: Mijn Geest zal niet in eeuwigheid twisten met den mens, dewijl hij ook vlees is; doch zijn dagen zullen zijn honderd en twintig jaren.). En Christus zal niet blijven nodigen. Het afwijzen van de allervriendelijkste nodiging doet Hem bitter verdriet. Dat kan en zal niet eindeloos duren.
Daarom: Draal niet, slaap niet, weiger niet, maar kom! Ziet toe (zegt de Hebreeënbrief) dat u Die, Die spreekt (Christus), niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf (dat was: Mozes), veel meer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Die afkeren Die van de hemelen is. Namelijk van de verhoogde Christus, Die zit aan de rechterhand van Zijn Vader in de hemel (Hebr. 12:25Ziet toe, dat gij Dien, Die spreekt, niet verwerpt; want indien dezen niet zijn ontvloden, die dengene verwierpen, welke op aarde Goddelijke antwoorden gaf, veelmeer zullen wij niet ontvlieden, zo wij ons van Dien afkeren, Die van de hemelen is;). Gemeente, verhard u niet, maar laat u leiden.
Tot slot, kinderen van God, geliefde medechristenen, het was genade, onverdiende genade, vrije genade. Dat de Heere ons zocht en riep en trok uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht. Laten we alle eer daarvoor aan Hem geven. En laten we niet en nooit vergeten, dat we zondaars waren, van de allerslechtste soort. En dat we zondaars zijn. En dat we zondaars blijven. Zondaars, die alleen maar van genade kunnen leven. Dan en zo alleen, wordt Gods lof vergroot! Als wij leven bij wat Paulus schrijft in 1 Timotheüs 1: Dit is een getrouw woord en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben. Maar daarom is mij barmhartigheid geschied, opdat Jezus Christus in mij, die de voornaamste ben, al Zijn lankmoedigheid zou betonen, tot een voorbeeld dergenen die in Hem geloven zullen ten eeuwigen leven. Den Koning nu der eeuwen, de onverderfelijke, de onzienlijke, de alleen wijze God, zij eer en heerlijkheid in alle eeuwigheid. Amen. (1 Tim 1:15-17)
Slotzang Psalm 86:2,3:
Wie toch is, als Gij, weldadig? Wees mij dan, o HEER’, genadig; Want mijn roepen en geklag Klimt tot U de ganse dag.
HEER’, door goedheid aangedreven, Zijt Gij mild in ’t schuld vergeven. Wie U aanroept in de nood, Vindt Uw gunst oneindig groot.
Andere preken over Lukas
Andere preken voor Pasen
Andere gerelateerde preken