Nieuwjaar - 1 januari 2022
Openbaring 19:1: En na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in den hemel, zeggende: Hallelujah; de zaligheid en de heerlijkheid en de eer en de kracht zij den Heere onzen God;
INLEIDING
Het oude jaar ging voorbij, en menigeen schudt de weemoed van de oudejaarsavond snel weer van zich af — maar na ons einde komt een nieuw begin dat nooit meer eindigt. In Openbaring 19 hoort Johannes een grote schare in de hemel zingen: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God; deze leespreek bepaalt u bij de grote nieuwjaarsmorgen die voor u ligt.
De grote nieuwjaarsmorgen
OPENBARING 19:1-8
1 En na dezen hoorde ik als een grote stem ener grote schare in den hemel, zeggende: Hallelujah; de zaligheid en de heerlijkheid en de eer en de kracht zij den Heere onzen God;
2 Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig, dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft.
3 En zij zeiden ten tweeden male: Hallelujah. En haar rook gaat op in alle eeuwigheid.
4 En de vier en twintig ouderlingen en de vier dieren vielen neder en aanbaden God, Die op den troon zat, zeggende: Amen, Hallelujah.
5 En een stem kwam uit den troon, zeggende: Looft onzen God, gij al Zijn dienstknechten, en gij die Hem vreest, beide klein en groot.
6 En ik hoorde als een stem ener grote schare en als een stem veler wateren en als een stem van sterke donderslagen, zeggende: Hallelujah; want de Heere, de almachtige God, heeft als Koning geheerst.
7 Laat ons blijde zijn en vreugde bedrijven, en Hem de heerlijkheid geven; want de bruiloft des Lams is gekomen, en Zijn vrouw heeft zichzelve bereid;
8 En haar is gegeven dat zij bekleed worde met rein en blinkend fijn lijnwaad; want dit fijn lijnwaad zijn de rechtvaardigmakingen der heiligen.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - Openbaring 19:1
THEMA
De grote nieuwjaarsmorgen
Gemeente, we leven in een tijd van voorbijgaan. Het oude jaar ging voorbij, het nieuwe jaar is weer begonnen. Meerderen van ons hebben het verdriet en de zorgen van gisteren meegenomen naar de dag van vandaag. En zullen die ook mee blijven dragen: verdriet om geliefden die heengegaan zijn of zorgen vanwege ernstige ziekte. Het zijn dingen die ons (samen met heel veel andere dingen) laten zien en voelen, dat alles van hier voorbijgaat. Zoals de apostel Johannes schrijft: De wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die de wil van God doet, blijft in der eeuwigheid (1 Joh. 2:17En de wereld gaat voorbij, en haar begeerlijkheid; maar die den wil van God doet, blijft in der eeuwigheid.).
Onze oudejaarsavonden, onze oudejaarsdiensten zijn vaak wat weemoedig gestemd. Ze herinneren ons aan geleden verliezen, aan degenen die ons ontvallen zijn, en zij wijzen ons daarmee ook naar onze eigen vergankelijkheid. Maar menigeen schudt deze bedrukte stemming in de loop van de avond van zich af. Gezelligheid, lekkere hapjes, een lekker drankje en mooi vuurwerk kunnen die ernstige stemming snel laten verdwijnen. En zo komt het merendeel van ons in het nieuwe jaar weer goedsmoeds naar de kerk. Met een zucht van verlichting: de somberheid van de oudejaarsavond is gelukkig weer voorbij. Daarmee lijkt het alsof onze vergankelijkheid, het feit dat wij voorbijgaande mensen zijn, het feit dat wij allemaal sterven moeten, iets is dat ons even mag hinderen, maar daarna kunnen we gelukkig weer gewoon verder. Gemeente, dat is een vergissing. Dat is een grote misvatting.
En daarbij: als de oudejaarsavond een symbool is (zoals onder ons gebruikelijk) van ons naderende levenseinde, dan is de nieuwjaarsmorgen, dan is het begin van het nieuwe jaar een voorafspiegeling van de tijd na ons sterven, en dus van het begin van de eindeloze eeuwigheid.
Lieve mensen, leef niet zo onbezonnen door. Even geraakt, even weemoedig gestemd, even een traan…, zo van: ‘daar hebben we allemaal weleens even last van, en zeker op oudejaarsavond, maar nu kunnen we gelukkig weer gewoon verder.’ Nee! Want na de oudejaarsavond komt de nieuwjaarsmorgen. Na ons schijnbare einde, na ons sterven, komt een nieuw begin. En dat nieuwe begin is een definitief begin van een eindeloze eeuwigheid. Dat wordt het begin van het jaar dat geen jaar meer is, en van de tijd die geen tijd meer is. En ik wil u met Gods hulp daar vanmorgen met ernst bij bepalen. Want de tijd is voorts kort. (…) En de gedaante van deze wereld gaat voorbij (1 Korinthe 7:29Maar dit zeg ik, broeders, dat de tijd voorts kort is; opdat ook die vrouwen hebben, zouden zijn als niet hebbende;).
We kijken en luisteren vanmorgen naar dat, wat zonder enige twijfel te gebeuren staat op de grote nieuwjaarsmorgen. En ik bid u, neem dit Woord van God ter harte, want uw eeuwig heil is ermee gemoeid.
De tekst voor vanmorgen vindt u in de eerste drie verzen van Openbaring 19. We overdenken met Gods hulp Openbaring 19:1-3, waar we het Woord van God als volgt lezen: En na dezen hoorde ik als een grote stem van een grote schare in de hemel, zeggende: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God. Want Zijn oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig; dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft. En zij zeiden ten tweeden maal: Halleluja! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid. En u zult merken, gemeente, dat ik in de preek vooral uw aandacht wil vragen voor vers 1 en voor het tweede gedeelte van vers 3, waar de aanhef van dit hemelse spreekkoor nogmaals wordt herhaald, als er staat: En zij zeiden ten tweeden maal: Halleluja! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid.
Het thema voor de preek van vanmorgen is: De grote nieuwjaarsmorgen. We kijken op deze nieuwjaarsmorgen (of: op deze eerste zondag van het nieuwe jaar) naar de grote nieuwjaarsmorgen die voor ons ligt. En we letten op een tweetal aandachtspunten: op een uitroep van eeuwige vreugde, en op een uitzicht op eeuwige ondergang. Dus: De grote nieuwjaarsmorgen. 1. Een uitroep van eeuwige vreugde 2. Een uitzicht op eeuwige ondergang Als eerste dus:
Gemeente, onze tekst schetst ons scherp het contrast tussen redding en ondergang, tussen eeuwige leven en eeuwige dood. Wij schipperen graag een beetje. We schuren liefst wat weg van de gouden randen van de hemel, en van de scherpe randen van de hel. Wij zouden graag in plaats van twee uiterste bestemmingen, daar een derde of vierde aan toevoegen. Bijvoorbeeld een blijde plaats zoals de hemel, maar dan zonder God, en meer gericht op ons eigen plezier dan op de eer en de glorie van God. Of een weliswaar droevige plaats zoals de hel, maar dan wel met een speciale VIP-plaats voor ons, die zichzelf beschouwd hebben als goede en goedbedoelende kerkmensen. Maar de Bijbel tekent ons de werkelijkheid altijd scherp en eerlijk in de vorm van twee wegen en twee uitkomsten, waarbij geen andere weg of uitkomst mogelijk is. Zo ook in onze tekst. Hier wordt trouwens geen tweeërlei einde geschetst, maar een tweeërlei begin. Een tweeërlei begin zonder eind.
Zo’n schets van een tweeërlei eind of een tweeërlei begin zonder eind, vinden we in de Bijbel niet alleen hier. Denk maar aan twee andere, u ongetwijfeld bekende geschiedenissen uit de Bijbel. Denk maar aan de ondergang van Sodom en Gomorra, en aan de redding van Lot en zijn dochters. We lezen in Genesis 19: De zon ging op boven de aarde, toen Lot te Zoar inkwam. Toen deed de HEERE zwavel en vuur over Sodom en Gomorra regenen, van de HEERE uit de hemel. En Hij keerde deze steden om, en die ganse vlakte, en alle inwoners dezer steden, ook het gewas des lands (Genesis 19:23-25). Lot en zijn dochters zijn gered. Maar de inwoners van Sodom en Gomorra zijn levend verbrand en hun plaats is tot in eeuwigheid verwoest.
Denk ook maar (en dan komen we dichterbij de tekst van vanmorgen), denk ook maar aan de uittocht van het volk Israël uit Egypte. Het volk Israël wordt door God door de Rode Zee geleid. God baant een weg, een nooit ontdekt spoor, dwars door de kolkende zee, op weg naar Kanaän. Maar, farao en zijn ruiters verdrinken in datzelfde, kolkende water en komen voor eeuwig om. Twee wegen, twee uiteinden. Israël gered, farao verdronken.
En zoals in onze tekst na redding en oordeel gezongen wordt, zo was dat destijds ook bij de Rode Zee. Mozes zingt een lied. Het ‘lied van Mozes’: Ik zal de HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft de vijand verbroken! (Exodus 15:1-6Toen zong Mozes en de kinderen Israëls den HEERE dit lied, en spraken, zeggende: Ik zal den HEERE zingen; want Hij is hogelijk verheven! Het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen. De HEERE is mijn Kracht en Lied, en Hij is mij tot een Heil geweest; deze is mijn God; daarom zal ik Hem een liefelijke woning maken; Hij is mijns vaders God, dies zal ik Hem verheffen! De HEERE is een krijgsman; HEERE is Zijn Naam! Hij heeft Farao's wagenen en zijn heir in de zee geworpen; en de keure zijner hoofdlieden zijn verdronken in de Schelfzee. De afgronden hebben hen bedekt; zij zijn in de diepten gezonken als een steen. O HEERE! Uw rechterhand is verheerlijkt geworden in macht; Uw rechterhand, o HEERE! heeft den vijand verbroken!)
Het ‘lied van Mozes’. Hij zingt (net als in onze tekst): Gods lof! Waarom…? Om twee dingen. En daar moeten we vanmorgen heel goed over nadenken. Hij zingt Gods lof om de redding van het volk Israël: God is mij, God is ons tot heil, tot redding geweest! En(!), hij zingt ook Gods lof omdat God farao en de keur van zijn soldaten in de zee geworpen en verdronken heeft. Een lofzang dus: om redding en… ondergang! En eenzelfde beeld wordt ons vanmorgen in onze tekst geschilderd. Maar, nog scherper!
Het is een beeld van…? Van het einde? Van de laatste dag? Nee, die is hier in Openbaring 19 voorbijgegaan. Dat is nu verleden tijd. Gisteren werd gezegd: De Zoon des mensen is gekomen op de wolken van de hemel, met al Zijn heilige engelen. Hij zat op Zijn troon en zei: voor Mij zullen al de volken vergaderd worden. En Ik zal ze van elkaar scheiden, zoals de herder de schapen van de bokken scheidt. Gisteren heeft Hij van Zijn schapen gezegd: zet die aan Mijn rechterhand, en van de bokken: zet die aan Mijn linkerhand.
Gisteren zei de Koning tot degenen die aan Zijn rechterhand stonden: Komt, gezegenden Mijns Vaders, en beërft dat Koninkrijk, hetwelk u bereid is van de grondlegging der wereld. Gisteren zei Hij tegen degenen die aan Zijn linkerhand stonden: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk de duivel en zijn engelen bereid is (Mattheüs 25:41Dan zal Hij zeggen ook tot degenen, die ter linkerhand zijn: Gaat weg van Mij, gij vervloekten, in het eeuwige vuur, hetwelk den duivel en zijn engelen bereid is.). Dat was gisteren. Maar nu, hier in Openbaring 19, is dat voorbijgegaan. De tijd is overgegaan in de eeuwigheid. De nieuwe dag is aangebroken, de tijd die geen tijd meer kent, en die ook nooit meer zal ophouden.
Gemeente, kijk en luister in gedachten met me mee. Johannes, de verbannen apostel op het eiland Patmos, tilt ons als het ware op (zoals je ook je kleine kinderen weleens even kan optillen, om ze iets te laten zien), hij tilt ons als het ware even op en zegt: ‘Kom, kijk met me mee, over de muur die er is tussen onze tijd nu en de eeuwigheid van straks. Kom, kijk en luister!’
Hij schrijft (kijkt en luistert u in gedachten met hem mee?), hij schrijft in vers 1: En na dezen hoorde ik als een grote stem van een grote schare in de hemel (het is een groot hemels spreekkoor van ontelbaar veel geredde zondaars en miljoenen engelen), zeggende: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God. De zaligheid zij onzen God, die op den troon zit, en het Lam (Openbaring 7:10En zij riepen met grote stem, zeggende: De zaligheid zij onzen God, Die op den troon zit, en het Lam.).
Wat een heerlijkheid! Wat een vreugde, wat een blijdschap! In God! Want, halleluja, dat woord wil zeggen: de lof en de glorie zij aan onze God. Dat is wat de Israëlieten ook eeuwenlang hebben gezongen, vooral bij de paasmaaltijd. Bij de herinnering aan de redding van Israël uit Egypte, en aan de ondergang van Farao en zijn ruiters.
Halleluja! Dat wil zeggen lof en glorie zij aan onze God. Wat we zien (als we samen proberen te kijken over die muur tussen onze tijd en de eeuwigheid), is een ontelbare menigte van mensen en engelen in een ongestoorde vreugde en hemelse blijdschap, gericht op God. En zij zingen lof voor God. Alles is op God gericht! Want de hemel is geen plaats van plezier en van genieten voor onszelf. Nee, God is het middelpunt van de hemel, en Christus is de hemel van de hemel.
Ze zeggen: ‘De zaligheid is van God!’ Dat wil zeggen: God heeft die uitgedacht, in de eindeloze eeuwigheid voor ons. Hij verkoor ons, zonder iets van ons mee te wegen, uit enkele liefde en genade om gered te worden van de eeuwige ondergang, die… wij daar… zien! Hij heeft ons uitverkoren tot heerlijkheid van Zijn genade (Efeze 1:6Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;). En Hij stuurde Zijn eniggeliefde Zoon om voor onze schuld te lijden en te sterven, om de prijs te betalen van onze zielen. Ze zingen de lof van God en de lof van het geslachte Godslam. Zoals Johannes schrijft in Openbaring 5:12Zeggende met een grote stem: Het Lam, Dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.: Zeggende met een grote stem: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom, en wijsheid, en sterkte, en eer, en heerlijkheid, en dankzegging.
Wij hadden hetzelfde hart als (kijk daar…) zij. We waren even slecht als die mensen (kijk…) daar. Maar U, o grote God, hebt ons liefgehad met een eeuwige liefde, en daarom hebt U ons getrokken met koorden van goedertierenheid. En daar was helemaal niets van ons bij. U hebt het gedaan! Uw Naam moet eeuwig eer ontvangen!
Wat een spreekkoor! Dit gaat over God en over God alleen. Deze mensen (de engelen waren altijd al zo, maar), deze mensen zijn verlost van het praten over zichzelf. Ze zeggen: de zaligheid en de heerlijkheid, de glorie, de eer en de kracht, het is alles van God!
Hier, kinderen van God, oprecht gelovigen, ziet u (terwijl u een ogenblik over de muur tussen de tijd en de eeuwigheid heen kijkt) iets van uw heerlijke toekomst. Wees ervan doordrongen, dat dit nieuwe jaar u geen blijvende vreugde en blijdschap geven zal. Immers onze Heere heeft gezegd: In de wereld zult u verdrukking lijden. Maar, hebt goede moed. Ik heb de wereld overwonnen (Johannes 16:33Deze dingen heb Ik tot u gesproken, opdat gij in Mij vrede hebt. In de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goeden moed, Ik heb de wereld overwonnen.). Zegt de apostel niet: Onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbijgaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid, dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig (2 Korinthe 4:17-18Want onze lichte verdrukking, die zeer haast voorbij gaat, werkt ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid; Dewijl wij niet aanmerken de dingen, die men ziet, maar de dingen, die men niet ziet; want de dingen, die men ziet, zijn tijdelijk, maar de dingen, die men niet ziet, zijn eeuwig.). Laten we dan in de tijd die voor ons ligt, ook vanuit die wetenschap leven. Als onze eeuwige, door God bepaalde, door Christus verdiende en door de Heilige Geest gegeven erfenis hierboven is, laten we dan niet doen, en spreken en leven alsof we altijd hier zullen blijven. Dit leven gaat voorbij. Deze tijd is slechts voorbereidingstijd voor de grote eeuwigheid.
En is er trouwens ook niet alle reden om hier op de aarde, ondanks alle verdriet en tranen, ondanks alle zonden en tekorten, al een begin te maken met dit heerlijke lied? Zegt de Heere Zelf niet: Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen (Jesaja 43:21Dit volk heb Ik Mij geformeerd, zij zullen Mijn lof vertellen.)?
Zijn lof vertellen… Niet altijd praten over jezelf. Niet altijd weer datzelfde verhaal over je eigen ervaringen, over wat je beleefd hebt, en over wat al niet, dat alleen maar de aandacht richt op jezelf. En al pratend en al vertellend zou je nog tranen in de ogen krijgen, om… jezelf. Nee, zo niet. Hier moeten we iets van hebben, van dit: De zaligheid (dat wat God gedaan heeft, dat wat de Heere gewerkt heeft), is van God! Hem zijn alle lof. Halleluja! Lof aan God.
En is het geen bemoediging aan het begin van dit nieuwe jaar, dat dat wat straks voor eeuwig zijn zal, ook nu hier in beginsel al zo is? Immers de tijd verandert straks in de eeuwigheid, maar God is niet veranderlijk.
Ook nu, ook hier geldt: De zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij den Heere, onzen God. Wees dan toch niet bang, kinderen van God, voor de tijd die voor ons ligt. We leven, zoals ik u al zei, onder de schaduw van een lichte verdrukking die zeer haast voorbijgaat. En die ons een gans zeer uitnemend eeuwig gewicht der heerlijkheid werkt. Omdat we niet zien op de tijdelijke dingen die voorbijgaan, maar op de eeuwige dingen die blijven. Daarom, laten we ons hoofd en ons hart omhoog heffen. Want hierbeneden is het niet. Als we het leven gevonden hebben in God, in de dingen die boven zijn, dan is er toch geen reden om weer terug te gaan naar de dingen van deze tijd, en die bovenmatig lief te hebben?
Laat u vanmorgen optillen door Johannes, laat hem u helpen om over de muur te kijken. Zo zal het straks zijn! Verlangt er niet naar? Om God eeuwig groot te maken? Onze blijdschap zal dan onbepaald door het licht dat van Zijn aangezicht straalt, ten hoogste toppunt stijgen. Zal het niet goed zijn, om nabij God te zijn? Zal het niet verreweg het beste zijn, om ontbonden te zijn en met Christus te zijn? Zal sterven geen gewin zijn? Als u denkt aan het vermoeiende van de zonde? Als u denkt aan het blijde vooruitzicht van dit eeuwige, blijvende gezang, dat zonder einde door de hemelse gewesten zal klinken: Halleluja! Lof aan God! We zullen eeuwige zingen van Gods goedertierenheid!
Laten we het samen gaan zingen uit Psalm 89, daarvan het eerste vers: 'k Zal eeuwig zingen van Gods goedertierenheên; Uw waarheid t' allen tijd vermelden door mijn reên. Ik weet, hoe 't vast gebouw van Uwe gunstbewijzen, Naar Uw gemaakt bestek, in eeuwigheid zal rijzen; Zo min de hemel ooit uit zijnen stand zal wijken, Zo min zal Uwe trouw ooit wank'len of bezwijken.
Mozes zong, het lied van Mozes: Ik zal de HEERE zingen; want Hij is hoog verheven! Dat is duidelijk. Maar dat wat daarop volgt, Mozes, hoe bedoelt u dat…? Ik zal God zingen, want…(!) het paard en zijn ruiter heeft Hij in de zee geworpen?
Ontelbare gezaligden en miljoenen engelen zeggen in spreekkoor: Halleluja, de zaligheid, en de heerlijkheid, en de eer, en de kracht zij de Heere, onze God. Dat is duidelijk. Maar dat wat daarop volgt, gezaligden, engelen, hoe bedoelt u dat…? Luister, dit is hun antwoord: Want… (!) Zijn (Gods) oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig; dewijl Hij de grote hoer geoordeeld heeft, die de aarde verdorven heeft met haar hoererij, en Hij het bloed Zijner dienaren van haar hand gewroken heeft. En zij zeiden ten tweeden male: Halleluja! En haar rook gaat op in alle eeuwigheid!
Mozes zag de lichamen van de verdronken Egyptenaars liggen op de oever van de Schelfzee. En kijkend naar die dode lichamen, zong hij, in verrukking: het paard en zijn ruiter heeft God in de zee geworpen. Hij zag… en zong.
Zal dat straks ook zo zijn? Zij zingen. Maar zien ze ook, letterlijk: de rook van de put van de afgrond? (Openbaring 14:11En de rook van hun pijniging gaat op in alle eeuwigheid, en zij hebben geen rust dag en nacht, die het beest aanbidden en zijn beeld, en zo iemand het merkteken zijns naams ontvangt.)
Is het echt zo, dat er straks vanuit de hemel (op welke manier dan ook) zicht zal zijn op de hel? Ja, als we goed in de Bijbel lezen, dan blijkt dat inderdaad zo te zijn: Er zal vanuit de hel een blik zijn op de hemel. En er zal vanuit de hemel een blik zijn op de hel.
Voor alle werkers van ongerechtigheid geldt: Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer u zult zien(!) Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods (in de hemel!), maar u buiten uitgeworpen (Lukas 13:28Aldaar zal zijn wening en knersing der tanden, wanneer gij zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen.). Er is zicht vanuit de hel, op de hemel.
Maar andersom is het ook zo. En zo staat het hier ook in onze tekst. Net zoals Jesaja dat schrijft in het laatste hoofdstuk van zijn profetie, waar staat: En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien(!), die tegen Mij overtreden hebben (Jesaja 66:24En zij zullen henen uitgaan, en zij zullen de dode lichamen der lieden zien, die tegen Mij overtreden hebben; want hun worm zal niet sterven, en hun vuur zal niet uitgeblust worden, en zij zullen allen vlees een afgrijzing wezen.) En Johannes heeft het in Openbaring 14 over: Gepijnigd worden met vuur en sulfer voor(!) de heilige engelen en voor(!) het Lam. Dus, er is niet alleen zicht vanuit de hel op de hemel, maar er is ook zicht vanuit de hemel op de hel.
Kijkend vanuit de hemel (dat is een diep aangrijpend gedachte, maar ik vraag u dringend: denk mee, kijk mee, luister mee, en geloof dit woord in al zijn reikwijdte en in al zijn consequenties), kijkend vanuit de hemel zullen de geredde, gezaligde hemelbewoners en de engelen in de hel de verdoemden zien. En ze zullen zien dat hun rook opgaat in alle eeuwigheid
En? Verder? Ze zullen ze zien, en (net als Mozes op de oever van de Schelfzee)… zingen! Echt waar! Het is een onvoorstelbare gedachte, maar zo staat het hier. En dus is het waar. Zij zullen zingen: Heere, Uw oordelen zijn waarachtig en rechtvaardig.
Dit is (laat ik eerst nadrukkelijk zeggen wat het niet is), dit is geen haat, geen rauw menselijk leedvermaak in de ellende van anderen. Haat en leedvermaak zijn niet uit God. God heeft deze geredde zondaars in de hemel, toen ze nog op aarde waren, geleerd om hun naasten lief te hebben als zichzelf. Dit is ook geen ontlading van een eerder verborgen zucht om wraak en vergelding, voor wat de goddelozen de gelovigen in het verleden hebben aangedaan. Dat hebben ze wel.
Ze hebben het bloed van de martelaren vergoten. Maar God heeft Zijn kinderen op aarde al geleerd: wreekt uzelf niet, beminden. Dus het is geen haat, geen rauw menselijk leedvermaak, en ook geen ontlading van een eerder verborgen zucht om wraak en vergelding.
Maar wat is het dan? Want het lijkt zo ondenkbaar, dat (om een voorbeeld te noemen) een vrouw vanuit de hemel zal zingen, in de wetenschap dat haar lieve man en echtgenoot in het oordeel van haar gescheiden is en nu verblijft in die zichtbare plaats, vanwaar de rook opgaat in alle eeuwigheid. Het lijkt zo ondenkbaar dat zij vanuit de hemel zal zingen: Halleluja. Hun rook gaat op in alle eeuwigheid! Ouders, zal je zo kunnen zingen bij de ondergang van je kinderen? Kinderen, zal je zo kunnen zingen bij het verderf van je ouders?
Je zegt: Nee! En ik zeg en denk het ook: Heere, ik denk dat ik dat (zoals ik nu ben) niet zal willen en kunnen!
En gelukkig hoeft dat nu ook niet. Nu zingen we anders. Nu zingen we met al de liefde van ons hart, met verborgen tranen en in verborgen gebeden: Kom, kom gaan met ons en doe als wij. En de Geest en de Bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet (Openbaring 22:17En de Geest en de bruid zeggen: Kom! En die het hoort, zegge: Kom! En die dorst heeft, kome; en die wil, neme het water des levens om niet.). ‘Wij zijn door Gods genade tot Jezus gebracht. Laat je toch ook tot Hem brengen. Wij zijn in de nood van ons leven tot Hem, als tot de Redder en Zaligmaker van zondaars gevlucht. Wij hebben Hem vastgegrepen en Hem niet meer losgelaten. Kom, doe toch hetzelfde als wij!’
‘Breek toch met je zonden en bekeer je. Bekeer je en leef! Het is zo goed om de Heere te dienen. En kijk eens, wat een vooruitzicht voor straks! We hebben zo’n goede God. Hij zoekt het verlorene.’ ‘Ik wachtte niet op Hem, maar Hij wachtte op mij. En Hij wacht ook op jou. Hij wil je hebben. Hij wil je redden!’
Zegt de Heere Zelf niet, dat er blijdschap zal zijn in de hemel over één zondaar die zich bekeert? (Lukas 15:7Ik zeg ulieden, dat er alzo blijdschap zal zijn in den hemel over een zondaar, die zich bekeert, meer dan over negen en negentig rechtvaardigen, die de bekering niet van node hebben.) En schrijft apostel Petrus niet dat God lankmoedig is, dat Hij geduldig is: Niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen (2 Petrus 3:9De Heere vertraagt de belofte niet (gelijk enigen dat traagheid achten), maar is lankmoedig over ons, niet willende, dat enigen verloren gaan, maar dat zij allen tot bekering komen.)? God wil niet dat je verloren gaat! En daarom nodigt Hij je, hartelijk, vriendelijk, oprecht gemeend, liefdevol en dringend: Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! (…) Verlaat de slechtigheden, en leeft! (Spreuken 9:4-6Wie is slecht? Hij kere zich herwaarts! Tot de verstandeloze zegt Zij: Komt, eet van Mijn brood, en drinkt van den wijn, dien Ik gemengd heb. Verlaat de slechtigheden, en leeft; en treedt in den weg des verstands., zie ook Jesaja 1:16-18Wast u, reinigt u, doet de boosheid uwer handelingen van voor Mijn ogen weg, laat af van kwaad te doen. Leert goed te doen, zoekt het recht, helpt den verdrukte, doet den wees recht, handelt de twistzaak der weduwe. Komt dan, en laat ons samen rechten, zegt de HEERE; al waren uw zonden als scharlaken, zij zullen wit worden als sneeuw, al waren zij rood als karmozijn, zij zullen worden als witte wol.).
We hopen en bidden en wensen dat niemand van u zal omkomen in die rokende oven, vanwaar de rook opgaat tot in alle eeuwigheid. Voor altijd zonder de liefde van God, voor altijd straf lijdend in de hel.
En, lieve mensen, dat hoeft ook niet! Als dat straks wel zo zal zijn, wat God verhoede, dan komt dat omdat u daar zelf voor gekozen hebt. Omdat u niet wilde komen, tot Jezus, en door Hem tot God. Maar u mag komen. U moet komen. En u bent welkom. En u zult hartelijk ontvangen worden, als u komt zoals u bent, als een arme zondaar. God zal u met open armen ontvangen, zoals de vader van de verloren zoon, zijn weggelopen kind met open armen ontving.
Waarom ik dat zo stellig weet en zegt? Omdat God het Zelf zegt. En omdat Hij het Zelf met de druppels van het doopwater op uw voorhoofd geschreven heeft. Kijk in de spiegel. Het staat op uw voorhoofd: Zondaar! Verloren zondaar! Kind des toorns. Maar genodigd om gewassen te worden in het bloed van Jezus Christus. Het staat op uw voorhoofd: Ik heb u apart gezet, uit liefde en oprechte bewogenheid, om u te redden van het verderf.
Want het teken van de Heilige Doop is het teken van de Rode Zee. Er is bij Mij, zegt God, dwars door de vloed van Mijn toorn tegen de zonde heen, een pad. En daar wil Ik u op leiden. Maar vergeet niet, lieve vrienden (het staat niet alleen hier in de Bijbel, maar ook dat staat als een belofte, als een dreigende belofte op uw voorhoofd geschreven): Zo niet, als u Mijn verbond weigert, als u Mijn verbond breekt, als u niet wilt, als u zich afkeert en niet wilt luisteren, als u Mijn roep onbeantwoord laat, dan zal Ik u net als farao (die ook zo vaak gewaarschuwd was) laten verdrinken!
En dan zal er (en dat is de indringende waarheid van onze tekst), dan zal er over de grens van de eeuwigheid (als de tijd van lokken en nodigen voorbij is), gezongen worden bij uw ondergang. Dan zal daar, ook om u, gezongen worden van Gods rechtvaardigheid en van Gods trouw. Want Hij heeft Zijn Woord gehouden. Hij heeft het woord van Zijn belofte gehouden in het bewijzen van Zijn genade aan degenen die voor eeuwig halleluja zingen. En Hij heeft Zijn Woord gehouden in het bedreigen van hen, die Zijn genade veracht hebben en het bloed van Zijn Zoon vertrapt hebben.
Maar, lieve mensen, laat het toch zover niet komen. Dat er straks gezongen zou worden, zelfs door uw geliefden, vanwege de trouw van God in het vervullen van Zijn dreigende beloftewoord. Loop toch niet met ogen open recht op uw eigen ondergang af. Bekeer u toch. Breek met uw zonden. En kom tot Christus. Hij ontvangt de zondaars en eet met hen.
Waarom zingen de hemelingen bij de ondergang van de verdoemden? Nogmaals, niet uit haat, niet uit leedvermaak, en niet vanwege eerdere wraakgevoelens. Maar ze zingen om God. Ze zingen van Gods rechtvaardigheid, van Zijn waarachtigheid, van Zijn betrouwbaarheid. Ze zingen omdat de rechtvaardigheid van God op Golgotha in al zijn hevigheid voor hen is uitgestort over Zijn enig geliefde Zoon Jezus Christus. Daarom zingen ze: de zaligheid is van onze God!
En ze zingen omdat ze nu ook zien, dat de rechtvaardigheid van God in die rokende oven uitgegoten wordt over hen, die zoveel liefde en bewogenheid hebben veracht (Zie Psalm 11:7Want de HEERE is rechtvaardig, Hij heeft gerechtigheden lief; Zijn aangezicht aanschouwt den oprechte.). De hemelingen staan hier in het oordeel, tot in alle eeuwigheid, aan Gods kant. Ze scharen zich aan de kant van Zijn volmaakte deugden, aan de kant van Zijn waarheid en gerechtigheid. En daarom, degenen die zij eerst liefhadden en zo graag tot Christus hadden zien komen, nu zij blijken (meer dan ooit) Gods vijanden te zijn, nu kunnen en willen zij niets anders doen, dan aan Gods kant gaan staan en Hem lof toe te zingen. Ook om Zijn oordeel.
God is waarachtig en rechtvaardig. Hij beloofde de zaligheid aan zondaars, die door Jezus tot Hem zouden komen. En kijk! Daar zijn ze: Halleluja zingend. De zaligheid zij onze God! En Hij beloofde straf en ondergang aan weigeraars, die niet wilden dat Jezus Koning over hen zou zijn. En kijk! Daar zijn ze: Hun rook gaat op tot in alle eeuwigheid. Dus nu blijkt dat God niet A zegt en B doet, maar dat Hij betrouwbaar is: oprecht, eerlijk en waarheidlievend. En dus zingen de hemelingen: van God en voor God de lofzang op Zijn rechtvaardigheid en waarheid.
Onbekeerde vrienden, is een ernstige waarschuwing vanmorgen niet op zijn plaats? U zegt: Als de zaak er zo voorstaat, dan moet ik in dit nieuwe jaar echt heel erg mijn best doen om de Heere te zoeken. Stop! Dit is een dodelijke vergissing: Jakobus zegt: U, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt. (Jakobus 4:14Gij, die niet weet, wat morgen geschieden zal, want hoedanig is uw leven? Want het is een damp, die voor een weinig tijds gezien wordt, en daarna verdwijnt.) Wie zegt, dat u een heel nieuw jaar krijgt? Dit kan uw laatste dag zijn. Nu kijkt u met ons in gedachten mee over de muur tussen de tijd en de eeuwigheid. Maar vanmiddag of vanavond kan u er overheen getild worden, ja, zelfs voordat u uit de kerk thuis bent gekomen. Plotseling, ongedacht, onverwachts, geen tijd meer over om na te denken, geen tijd meer voor bekering… Net zoals destijds bij Sodom en Gomorra. Plotseling! Het was een dag als alle andere dagen. Maar onverwachts regende het vuur en zwavel van de hemel. Plotseling, zo zegt de dichter van Psalm 11, zal God: Op de goddelozen regenen strikken, vuur en zwavel; en een geweldige stormwind zal het deel huns bekers zijn. En weer staat daar datzelfde achter: want… Want de HEERE is rechtvaardig (Psalm 11:6-7).
Hoe zwaar zal uw oordeel zijn. Vooral ook omdat u die andere plaats in zicht hebt. Wanneer u zult zien Abraham, en Izak, en Jakob, en al de profeten in het Koninkrijk Gods, maar ulieden buiten uitgeworpen (Lukas 13:28). En als u dan vandaaruit terugdenkt en u realiseert: Ik ben heel vaak gewaarschuwd, en ik ben heel vaak vriendelijk genodigd. Ik heb de situatie waarin u in ben, levenslang als een tekening om mijn voorhoofd getekend gehad. En ik heb het zo vaak gehoord in het gebed van het doopformulier:
O almachtige, eeuwige God, U die de verstokten Farao met al zijn volk in de Rode Zee verdronken hebt, en Uw volk Israël droogvoets daardoor geleid, door hetwelk de Doop beduid werd…
Ik was gedoopt, maar ik wilde niet. Ik was verstokt, ik heb mijn eigen hart verhardt. Lieve vrienden, bid dan nu (op de weg naar huis kunt u verongelukken en kan het te laat zijn): Heere, bij Uw grondeloze barmhartigheid, wilt U me toch genadig aanzien, en door Uw Heiligen Geest Uw Zoon Jezus Christus inlijven!
Hoor, nogmaals de liefdevolle boodschap van onze God: Bekeer u, u afgekeerde Israël! spreekt de HEERE, zo zal Ik Mijn toorn op ulieden niet doen vallen; want Ik ben goedertieren, spreekt de HEERE. Ik zal de toorn niet in eeuwigheid behouden. Alleen ken uw ongerechtigheid, dat u tegen den HEERE, uw God, hebt overtreden Keert weder, u afkerige kinderen! Ik zal uw afkeringen genezen.
Wilt u dan niet antwoorden: (Heere,) zie, hier zijn wij, wij komen tot U, want U bent de HEERE, onze God !
Ga, hoe dan ook, zo niet door. Straks zal God lachen in uw verderf en spotten als uw vrees komt. Dan zult u tot Hem roepen, maar Ik zal u niet meer antwoorden; dan zult u Hem zoeken, maar niet meer kunnen vinden (zie Spreuken 1:23-28Keert u tot Mijn bestraffing; ziet, Ik zal Mijn Geest ulieden overvloediglijk uitstorten; Ik zal Mijn woorden u bekend maken. Dewijl Ik geroepen heb, en gijlieden geweigerd hebt; Mijn hand uitgestrekt heb, en er niemand was, die opmerkte; En gij al Mijn raad verworpen, en Mijn bestraffing niet gewild hebt; Zo zal Ik ook in ulieder verderf lachen; Ik zal spotten, wanneer uw vreze komt. Wanneer uw vreze komt gelijk een verwoesting, en uw verderf aankomt als een wervelwind; wanneer u benauwdheid en angst overkomt; Dan zullen zij tot Mij roepen, maar Ik zal niet antwoorden; zij zullen Mij vroeg zoeken, maar zullen Mij niet vinden;).
Geliefde gemeente, weet en geloof, zo zeker als Gods rechtvaardigheid u straffen zal, als u zich niet bekeert hebt, zo zeker zal Hij nu uw geroep horen, als u breekt met uw zonden en met berouw en belijdenis van uw kwaad tot Hem vlucht. Verhard u dan niet, maar laat u leiden.
De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk (Jesaja 55:7De goddeloze verlate zijn weg, en de ongerechtige man zijn gedachten; en hij bekere zich tot den HEERE, zo zal Hij Zich Zijner ontfermen, en tot onzen God, want Hij vergeeft menigvuldiglijk.).
Amen.
Andere preken over Openbaring
Andere preken voor Nieuwjaar
Andere gerelateerde preken