4 oktober 2015
1 Korinthe 2:14: Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
INLEIDING
Paulus onderscheidt twee soorten mensen. De geestelijke mens heeft de Geest van God ontvangen, kent bevindelijk wat God schenkt, en spreekt met geestelijke woorden. De natuurlijke mens aanvaardt de dingen van de Geest niet, vindt ze dwaasheid en kan ze niet verstaan, omdat hij geestelijk dood is. Een derde soort bestaat niet. Natuurlijke mensen worden opgeroepen hun blindheid te belijden en om genade te smeken; geestelijke mensen om meer te vragen naar het vernieuwende werk van de Heilige Geest.
Twee soorten mensen
1 KORINTHE 2:12-16
12 Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn;
13 Dewelke wij ook spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.
14 Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.
15 Doch de geestelijke mens onderscheidt wel alle dingen, maar hij zelf wordt van niemand onderscheiden.
16 Want wie heeft den zin des Heeren gekend, die Hem zou onderrichten? Maar wij hebben den zin van Christus.
VOLLEDIGE TEKST
ds. J. IJsselstein - 1 Korinthe 2:14
THEMA
Twee soorten mensen
AANDACHTSPUNTEN
Gemeente, de tekst voor de preek van vanmorgen kunt u vinden in 1 Korinthe 2:12-14Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; Dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden.. In 1 Korinthe 2 vers 12,13 en 14, lezen we het woord van God en onze tekst als volgt: Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest, Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen, die ons van God geschonken zijn; dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende. Maar de natuurlijke mens begrijpt niet de dingen, die des Geestes Gods zijn; want zij zijn hem dwaasheid, en hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. Als we goed kijken naar deze tekst, dan zien we dat het daarin gaat over twee soorten mensen. En dat is ook het thema van de preek van vanmorgen: Twee soorten mensen
Er zijn in de eerste plaats geestelijke mensen. Van die geestelijke mensen zegt Paulus in onze tekst drie dingen. Die geestelijke mensen hebben (in de eerste plaats) ontvangen. Ze hebben ontvangen, zo staat er: de Geest, die uit God is. En (in de tweede plaats) zij weten. Zij weten de dingen die hen door God geschonken gegeven zijn. Dat staat in vers 12. En in de derde plaats spreken die geestelijke mensen. Zij spreken met geestelijke woorden. Dat staat in vers 13. We gaan eerst kijken naar die geestelijke mensen. Als we die drie dingen met elkaar gezien hebben, dan zingen we eerst, en dan gaan we verder met de tweede soort van mensen: de natuurlijke mensen. Van die natuurlijke mensen zegt Paulus ook drie dingen. In de eerste plaats, ze aanvaarden niet de dingen van de Geest van God, ze vinden die (in de tweede plaats) dwaasheid, en in de derde plaats begrijpen ze die ook niet.
Dus: Twee soorten mensen 1. Geestelijke mensen, die ontvangen hebben, die weten en die spreken. 2. Natuurlijke mensen, die de dingen van de Geest van God niet aanvaarden, dwaasheid vinden en niet begrijpen.
In de eerste plaats dus:
Het thema van hoofdstuk 1 echoot nog na in het tweede hoofdstuk van de eerste Korinthe brief. Het thema van de wereldse wijsheid, die lijnrecht staat tegenover de wijsheid van God. Wij spreken, zo zegt Paulus in vers 6: niet de wijsheid van de wereld, maar de wijsheid van God.
Wat is dat eigenlijk precies voor een wijsheid, die wijsheid van God? Paulus zegt in vers 7: de wijsheid van God was in het verleden een verborgenheid. Het was een mysterie voor ons. Het was verborgen voor onze ogen. En die wijsheid was er al, zo zegt hij, voordat de wereld bestond (zie Romeinen 16:25Hem nu, Die machtig is u te bevestigen, naar mijn Evangelie en de prediking van Jezus Christus, naar de openbaring der verborgenheid, die van de tijden der eeuwen verzwegen is geweest;, Kolossenzen 1:26-27Namelijk de verborgenheid, die verborgen is geweest van alle eeuwen en van alle geslachten, maar nu geopenbaard is aan Zijn heiligen; Aan wie God heeft willen bekend maken, welke zij de rijkdom der heerlijkheid dezer verborgenheid onder de heidenen, welke is Christus onder u, de Hoop der heerlijkheid;, Efeze 1:4-6Gelijk Hij ons uitverkoren heeft in Hem, voor de grondlegging der wereld, opdat wij zouden heilig en onberispelijk zijn voor Hem in de liefde; Die ons te voren verordineerd heeft tot aanneming tot kinderen, door Jezus Christus, in Zichzelven, naar het welbehagen van Zijn wil. Tot prijs der heerlijkheid Zijner genade, door welke Hij ons begenadigd heeft in den Geliefde;). Die wijsheid was verborgen, die was als het ware achter een doek, achter een kleed verborgen. Zoals bijvoorbeeld een heel mooi schilderij of een nieuw standbeeld verborgen kan zijn achter een heel groot doek. Totdat het wordt onthuld, totdat het wordt (zo noemt de Bijbel dat) geopenbaard. En die verborgenheid, zegt Paulus, die is geopenbaard.
Maar wij, mensen, hadden er geen oog voor. En de grote leiders van het volk Israël kenden die verborgenheid, die kostbare schat achter dat doek, die voor hun ogen werd onthuld, ook niet. Anders hadden ze, zo staat in vers 8, de Zaligmaker niet gekruisigd. Niemand had er oog voor, niemand had er oren naar (9). Naar wat in Gods hart al in de eeuwigheid was voorbereid, voor degenen die Hem liefhebben.
Destijds, in de volheid van de tijd (Galaten 4:4Maar wanneer de volheid des tijds gekomen is, heeft God Zijn Zoon uitgezonden, geworden uit een vrouw, geworden onder de wet;), is die verborgenheid onthuld. Toen de Messias, Jezus Christus, de Zoon van God naar de aarde gekomen is om verloren Adamskinderen te redden van het verderf.
‘Ja, maar’, zeg je, ‘waar haalt Paulus, waar haalt u dat allemaal vandaan? En hoe komt u daarbij? Hebt u daar wel bewijzen voor? Want misschien is het wel helemaal niet waar! Volgens onze wereldse wijsheid moet je zoiets bewijzen. We moeten weten dat het geen eigen bedenksel, geen fantasie, eigen wijsheid, theorie of gedachtenspinsel is. Hoe komt u daar aan? Hoe komt u daar aan, Paulus?’
Paulus zegt: God heeft het ons geopenbaard. God heeft die verborgenheid Zelf onthuld. Het komt dus uit de meest objectieve Bron. God heeft het verordineerd (dat wil zeggen vastgelegd) in de eeuwigheid (vers 7) en Hij heeft het bereid (dat wil zeggen: klaargemaakt) (vers 9). En nu, met Pinksteren, is de Geest van God uitgestort. En Hij is de Geest, die in al de waarheid leidt (Johannes 16:13Maar wanneer Die zal gekomen zijn, namelijk de Geest der waarheid, Hij zal u in al de waarheid leiden; want Hij zal van Zichzelven niet spreken, maar zo wat Hij zal gehoord hebben, zal Hij spreken, en de toekomende dingen zal Hij u verkondigen., 1 Johannes 5:6Deze is het, Die gekomen is door water en bloed, namelijk Jezus, de Christus; niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest is het, Die getuigt, dat de Geest de waarheid is.). En die Geest is veel wijzer dan de mensen (1:25). De Geest weet alles van God (vers 10) en ook alles van het menselijke hart (vers 11).
En die Geest, die Heilige Geest van God hebben (zo zegt Paulus) Gods kinderen ontvangen (vers 12). Want zo staat het in vers 12: Doch wij hebben niet ontvangen de geest der wereld, maar de Geest, die uit God is.
a. Die Geest van God die hebben wij (dat was het eerste kenmerk van die geestelijke mensen) ontvangen. Die hebben Gods kinderen gekregen. Paulus zegt als het ware: Die hebben wij niet zelf gekozen, die hebben wij niet zelf gegrepen, die hebben wij niet zelf verdiend, maar God heeft Hem aan ons gegeven. Volgens Zijn eeuwige plan, naar Zijn welbehagen. Dat wil zeggen: Hij was het niet aan ons verplicht. En dat is ook zo, want wij waren tegen Hem opgestaan en leefden in de zonde (zie 6:10). Wij hadden de ‘geest van de wereld’: de geest van opstand tegen God, de geest van wetteloosheid, dwaling, wereldse wijsheid, en van een leven volgens eigen wetten en normen. Maar God trok ons, persoonlijk, door Zijn Heilige Geest, uit de duisternis tot Zijn wonderlijke licht (Kolossenzen 1:13). Hij kwam persoonlijk in ons leven. Hij gaf ons een nieuw hart. Hij overtuigde ons van onze zonde en schuld (Johannes 16:8), van onze onwil, blindheid en dwaasheid (vers 14). Maar Hij onthulde ook iets van het geheim (dat vastgelegd was in de eeuwigheid, en uitgevoerd was in de tijd), namelijk van dit geheim: dat Christus in de wereld gekomen is, om zondaars zalig te maken (1 Timotheüs 1:15Dit is een getrouw woord, en alle aanneming waardig, dat Christus Jezus in de wereld gekomen is, om de zondaren zalig te maken, van welke ik de voornaamste ben.).
En die Heilige Geest (zegt Paulus), Die is aan ons, aan Gods kinderen gegeven. Die hebben we ontvangen. Zoals Paulus zegt in Romeinen 5:5En de hoop beschaamt niet, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door den Heiligen Geest, Die ons is gegeven.: de liefde van God is in onze harten uitgestort door de heilige Geest, die ons gegeven is. En in Efeze 3:17Opdat Christus door het geloof in uw harten wone, en gij in de liefde geworteld en gegrond zijt; zegt Paulus: Hij is komen wonen in onze harten.
Wij hebben niet ontvangen (zo staat in vers 12) de geest der wereld, maar de Geest die uit God is. Kan je die twee onderscheiden? Hoe weet je het verschil tussen de geest van de wereld aan de ene kant en de Geest die uit God is aan de andere kant? Kan je bij jezelf ook weten ‘welke geest’ er in je hart woont?
Jazeker! Want je komt die beide ‘geesten’ tegen in de brief aan de gemeente van Korinthe. De geest der wereld, laten we daarmee beginnen. Die kan je herkennen. De geest van de wereld zoekt verdeeldheid (1:10-16). De geest van de wereld gaat prat op eigen wijsheid en verstand (1:17-20). Maar ondertussen kent de geest van de wereld God niet (1:21). En ze vindt de zaken zoals God die voorstelt maar dom en irritant (een ergernis en een dwaasheid; 1:23). En de geest van de wereld wentelt zich in hoogmoed en trots (1:29). Dat laatste, dat is het vooral: de geest van de wereld zoekt zichzelf. Ik zoek vooruit te
komen, ik wil omhoog. Ik wil aanzienlijker, ik wil meer worden. Ik zoek mezelf. Dat is de geest van de wereld.
Maar de Geest van Christus dan? Die zoekt niet zichzelf! Die zoekt iets anders. Die richt het oog en het hart van Gods kinderen naar ‘buiten hen’, op Christus. Zo was het ook voorzegd in Johannes 15: Die zal van Mij (van Christus) getuigen (Johannes 15:26). De Heere Jezus zei: Die zal Mij verheerlijken; want Hij zal het uit het Mijne nemen, en het u verkondigen (Johannes 16:14).
Dus als die Geest van God (en ik zeg dat tot onderzoek van ons eigen hart) in mijn hart leeft en woont, wat doet Hij dan? Dan richt hij mijn hart en mijn oog van mezelf af, en richt die op God, op Christus. Dan ga ik God zoeken, dan wordt Christus mijn leven. Dan breekt mijn ‘eigen ik’, mijn hoogmoed en trots. Dan val ik Hem nederig te voet. Dan zeg ik: Heere, wat wilt U dat ik doen zal? (Handelingen 9:6En hij, bevende en verbaasd zijnde, zeide: Heere, wat wilt Gij, dat ik doen zal? En de Heere zeide tot hem: Sta op, en ga in de stad, en u zal aldaar gezegd worden, wat gij doen moet.). Kortom: dan gaat ‘mijn eigen ik’ eraan.
Gemeente, welke ‘geest’ woont er in u? Dat kunt u weten. U zegt: ‘maar, is dat altijd wel zo helder?’ Ja, in zekere zin wel! Want de geest van de wereld en de Geest van God lijken in geen enkel opzicht op elkaar! En ze gaan ook nooit samen. Het verschil tussen die twee is niet als het verschil tussen blauw en paars, of tussen rood en roze. Het is een verschil van dag en nacht, het is een verschil van leven en dood. Kijk eens in uw hart: Hebt u de Geest ontvangen? Heeft Hij uw oog op God, op Christus gericht? Of is de geest van de wereld nog steeds in u? Bent u nog steeds gericht op uzelf?
b. Geestelijke mensen (dat is het eerste) hebben de Geest ontvangen. Opdat (en dat is het tweede wat de tekst noemt) zij zouden weten, de dingen die hen door God geschonken zijn. Met andere woorden: de Heilige Geest vertelt aan Gods kinderen wat ze gekregen hebben, wat aan hen gegeven is, zodat ze dat weten. Nee, Hij doet dat niet door bijzondere, door extra openbaringen, buiten het Woord van God om. Maar juist door die dingen, die ze gekregen hebben, in het Woord van God aan te wijzen. Door aan te wijzen ‘wat hen gegeven is’.
Hij leert ons de dingen die ons gegeven zijn. Hij wijst de schatten aan die we gekregen hebben. Bijvoorbeeld met woorden zoals die staan in hoofdstuk 1:30: Maar uit Hem zijt gij in Christus Jezus, Die ons geworden is wijsheid van God, en rechtvaardigheid, en heiligmaking, en verlossing.
Opdat wij die zouden weten. Opdat we die zouden kennen, uit ervaring. Opdat we die bevindelijk zouden weten en kennen. Bevindelijk, dat wil zeggen door persoonlijke ontmoeting met. Want het gaat hier niet om het kennen door het lezen van goede boeken, of om het kennen uit de verhalen van vader of moeder. Het gaat hier niet
om ‘van horen zeggen’, het gaat hier niet om boekenwijsheid. Het gaat hier om geestelijke wijsheid, om bevindelijke kennis. Die God ons geleerd heeft. Het gaat om de vraag: heeft de zaligmakende verlichting door God de Heilige Geest ons gebracht in een nieuwe wereld, die we eerder nooit gezien, nooit gekend hadden? Zegt u (kijkt u eens in uw hart) ook met de blindgeborene: ‘ik weet het… Nee, ik weet niet alles, het is nog zo beperkt, maar dit weet ik wel: Eén ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie (Johannes 9:25Hij dan antwoordde en zeide: Of Hij een zondaar is, weet ik niet; een ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie.)!’
Opdat we zouden weten, de dingen die ons door God geschonken zijn. Want Gods kinderen leven niet voor eens en altijd in het ongewisse, met een klein hoopje in een hart dat het ooit nog eens goed zal komen. Nee, de Heere leert door Zijn Geest wat Hij ons gegeven heeft, en brengt Gods kinderen zo ook tot meer vastheid en zekerheid in het geloof.
Opdat we zouden weten, de dingen die ons door God geschonken zijn. Welke dingen zijn dat eigenlijk. Onze belijdenis (DL I, 12) zegt het heel eenvoudig. Deze dingen (kijkt u maar in uw hart, of u er ook iets van kent), de ‘dingen die ons door Gods geschonken zijn’: ‘droefheid naar God, honger en dorst naar de gerechtigheid van Christus en kinderlijke vreze Gods.’ Kent u daar iets van? De dingen die ons door Gods geschonken zijn, deze dingen: bekering, berouw, droefheid naar God over zonden, terugkeer naar God. Deze dingen: enige kennis van God, van onszelf, van Christus. Van vergeving, van verzoening door Zijn bloed, van hartvernieuwende genade. Kent u daar iets van? Van deze dingen, die Paulus noemt: van vrede met God, van de aanneming tot kinderen, van de verwachting van en de hoop op de hemelse heerlijkheid? Kent u iets van deze dingen?
In dat weten is wel verschil. Want, jongens en meisjes, weet iedereen op school evenveel? Weet iedereen alles, weet iedereen direct alles? Nee, dat is heel verschillend. Er zijn oudere kinderen, die al heel lang op school zitten, en die al heel veel geleerd hebben. Er zijn kleuters, die nog maar net op school gekomen zijn. Zo is het ook op de school van de Heilige Geest. Er zijn (zo staat in 3:1) jonge kinderen. Geestelijk zijn ze nog als kleine kinderen. En er zijn volwassenen (in 2:6 worden ze volmaakten genoemd). Maar hoe het ook zij, het zijn wel allemaal kinderen die iets weten, die iets geleerd hebben. Ze hebben, klein als ze zijn, geleerd om de dwaasheid van de wereld te verachten, om die te minachten. Ze hebben geleerd om te buigen, hoewel hun hoogmoed en trots-zijn hen nog zo hinderen kan. Ze hebben geleerd dat ‘ik zondaar, dat ik zonde ben.’ En ze hebben geleerd dat ze dat uit zichzelf ook nooit meer goed kunnen maken (Romeinen 3:20Daarom zal uit de werken der wet geen vlees gerechtvaardigd worden, voor Hem; want door de wet is de kennis der zonde.). Ze hebben geleerd wat het betekent om zondaar voor God te worden. En om de zaligheid buiten zichzelf te zoeken, in de Heere Jezus Christus.
Sommigen hebben Hem van verre gezien, anderen hebben Hem van meer dichtbij geloofd en omhelsd. Zeker, er is verschil in dat weten. En het is voor iedereen nog allemaal ten dele. En we hebben allemaal een leven lang nodig, om te leren wat we leren moeten. Maar, één ding is helder: we (en dat bedoel ik Gods kinderen) hebben bevindelijke kennis gekregen, die we voorheen niet hadden. En een ander ding is ook helder: dat is allemaal niet van ons, het is ons door de Geest van God gegeven. En het is ook helder ‘wat Hij ons leert’ (zeker, alles stapsgewijs en in beginsel). In hoofdstuk 1:30 wordt het opgesomd: wijsheid van God, rechtvaardigheid, heiligmaking en verlossing.
Zeker, er is verschil in maat. Paulus zegt: Ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd (2 Timotheüs 1:12Om welke oorzaak ik ook deze dingen lijde, maar word niet beschaamd; want ik weet, Wien ik geloofd heb, en ik ben verzekerd, dat Hij machtig is, mijn pand, bij Hem weggelegd, te bewaren tot dien dag.) Job zegt: Ik weet mijn Verlosser leeft (Job 19:25Want ik weet: mijn Verlosser leeft, en Hij zal de laatste over het stof opstaan;). De blindgeborene zegt: Eén ding weet ik, dat ik blind was, en nu zie (Johannes 9:25). En dan is er ook nog Petrus, die het niet meer weet, maar zegt: Heere, U weet alle dingen (Johannes 21:17Hij zeide tot hem ten derden maal: Simon, zoon van Jonas, hebt gij Mij lief? Petrus werd bedroefd, omdat Hij ten derden maal tot hem zeide: Hebt gij Mij lief, en zeide tot Hem: Heere! Gij weet alle dingen, Gij weet, dat ik U liefheb. Jezus zeide tot hem: Weid Mijn schapen.). Want zo kan het zijn in je hart, dat je zegt: ‘Heere, ik kan het niet vertellen, wat ik weet of ken. Maar één ding weet ik wel: zonder U kan ik niet verder. Wat ik weet, dat weet ik niet. Maar er is wel licht opgegaan in mijn ziel. Er is een andere wereld voor me open gegaan. Ik zie mijn zonden en mijn schuld. En ik sta daarmee voor U. Ik ken iets van mezelf, en ik ken iets van U, voor wie ik sta. En mijn hart roept uit tot U, Die leeft. Wees mij zondaar genadig (Lukas 18:13)! Wist ik maar hoe ik verder moest…’
Hebt u iets van deze hartekennis, deze bevindelijke kennis? Van God? Van uw zonde? Is dat genoeg? Ben je dan klaar? Kan je dan rusten? Nee, dat weet u ook wel. Het moet heen naar Christus, het moet heen naar vergeving en verzoening en vrede met God. Maar (nee, ik wil u geen rust geven, maar ik wil u wel troost bieden), het is toch wonderlijk. Vroeger haatte u het licht, vroeger had u de duisternis liever dan het licht (Johannes 3:19En dit is het oordeel, dat het licht in de wereld gekomen is, en de mensen hebben de duisternis liever gehad dan het licht; want hun werken waren boos.). Maar nu is het anders geworden… Vraag maar meer om dat ontdekkende licht. En vraag maar of de Heere Zelf plaats wil maken in uw hart voor Zijn Christus. Opdat u ook iets van deze onmisbare zaken zou leren: van vergeving, van genade en verzoening, van vernieuwing van hart en leven. Heeft de Heilige Geest u iets van deze dingen geleerd? Kent u, weet u daar iets van? Van de dingen die ons door God geschonken zijn?
c. Er is nog een derde kenmerk van die geestelijke mensen. Vers 13 zegt: dewelke wij ook spreken, niet met woorden, die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden, die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegde. De Geest leert spreken. De Geest die woont in het hart van Gods kinderen maakt spraakzaam. Dat zie je ook op de Pinksterdag (Handelingen 2:11Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze talen de grote werken Gods spreken.): de Geest komt, en ieder tot wie Hij komt, die gaat de grote werken van God vertellen. Wij spreken, zegt Paulus, met woorden die de Heilige Geest leert.
Dat gold in de eerste plaats de Bijbelschrijvers. Dat gold Paulus bijvoorbeeld, die deze woorden heeft opgeschreven. Maar dat geldt in de tweede plaats ook al Gods kinderen: zij spreken (als het goed is) met woorden die op God gericht zijn. Nee, niet gericht op onszelf, maar op God. We doen geen poging om de bekeerde man of de bekeerde vrouw uit te hangen, we zijn als het goed is wars van trots en hoogmoed, en ook wars van het gebruiken van levenloze, vrome en geijkte termen, maar: we spreken goed van de Heere! Om anderen warm te maken voor Zijn dienst. We spreken met woorden die Hij ons geeft, en die wij naspreken. Want, zo zegt de Heere Jezus het toch in Mattheus 10:20: U bent het niet die spreekt, maar het is de Geest uws Vaders, die in u spreekt.
Met woorden, die de Heilige Geest leert (zo staat in vers 13), geestelijke dingen (geestelijke zaken) met geestelijke (woorden) samenvoegende. Dat wil zeggen: geestelijke zaken vertellend met geestelijke woorden.
Hebben wij de Geest die uit God is ontvangen, waardoor we weten de dingen die ons door God gegeven zijn? En spreken we op een geestelijke manier van Hem?
Ja? Dan mag u die dingen, als kind van God, met geestelijke blijdschap en heilige vermaking opmerken (herkennen), zo zegt onze belijdenis: als onfeilbare vruchten van uw verkiezing, zoals die in het Woord van God zijn aangewezen (DL, I, 12). Het goede werk dat God in u begonnen is, dat zal Hij zonder twijfel voleindigen tot op de dag van Jezus Christus (Filippenzen 1:6Vertrouwende ditzelve, dat Hij, Die in u een goed werk begonnen heeft, dat voleindigen zal tot op den dag van Jezus Christus;). Maar benaarstig u wel om uw roeping en verkiezing vast te maken (2 Petrus 1:10Daarom, broeders, benaarstigt u te meer, om uw roeping en verkiezing vast te maken; want dat doende zult gij nimmermeer struikelen.). Voordat we nu verder gaan met onze tweede gedachte, gaan we samen eerst zingen uit Psalm 143:10: Leer mij, o God van zaligheden, Mijn leven in Uw dienst besteden; Gij zijt mijn God, vat Gij mijn hand; Uw goede Geest bestier' mijn schreden, En leid' mij in een effen land.
De geestelijke mens, in wie de Geest van God woont, heeft de Geest ontvangen (door Gods genade), die kent en weet de dingen die God gegeven heeft, en die spreekt met geestelijke woorden (zo staat in vers 12 en 13). Drie dingen dus: ontvangen, kennen en spreken. Daardoor kunt u weten of de Geest van God in u woont. Nu ons tweede aandachtspunt:
Die natuurlijke mensen hebben ook drie kenmerken. a. Dit is het eerste kenmerk: de natuurlijke mens begrijpt niet, de dingen die des Geestes Gods zijn. Hij begrijpt niet. Letterlijk staat er: ‘hij weigert ze te ontvangen’.
Het tegenovergestelde dus van ‘ontvangen’. De natuurlijke mens neemt ze niet aan. Die zegt: nee! Die accepteert, die aanvaardt de dingen die van de Geest van God zijn niet. De grootste verborgenheid is onthuld. Het plan van God is in de eeuwigheid vastgesteld en voorbereid (vers 7,9). Dit is de verborgenheid van de godzaligheid: God is geopenbaard in het menselijke vlees (1 Timotheüs 3:16En buiten allen twijfel, de verborgenheid der godzaligheid is groot; God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in den Geest, is gezien van de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.). Hij kwam, Hij was gehoorzaam, Hij leed, Hij stierf, Hij stond op uit de doden en ging in in hemelse heerlijkheid. En vandaar stortte Hij Zijn Geest uit. Hij zond Zijn Woord uit in de wereld, en ze hebben het gehoord. Maar… ‘Nee! Geen interesse! We zijn bezig met andere dingen! Waar gaat dit eigenlijk over? Hier heb ik toch niet om gevraagd? Dit wil ik niet!’ Herken je dat niet in je hart? Dit: ‘Heere, dit wil ik niet, hier zit ik helemaal niet op te wachten!’
b. De natuurlijke mens wil de wijsheid van God niet aanvaarden, niet accepteren, en (dat is het tweede kenmerk van de natuurlijke mens, zo staat in vers 14): ze zijn hem dwaasheid (zie ook 1:23). ‘Ja, ik weet met mijn verstand wel dat het belangrijk is, dat spreken over zonde en schuld, over verzoening en zaligheid, over rechtvaardigheid en het eeuwige leven…, maar het voelt zo betekenisloos voor mezelf. Wat heb ik er eigenlijk aan? Het voelt zo irrelevant. Ik ben bezig met andere dingen.’
c. Ze zijn hem dwaasheid, en (dat is het derde kenmerk): hij kan ze niet verstaan, omdat zij geestelijk onderscheiden worden. Hier toont zich de diepte van onze ellendige toestand. Ik wil niet, ik weiger. Ik vind het dwaas. Maar vooral ook dit: ik kan het niet begrijpen, ik kan het niet zien. Omdat ik de Heilige Geest niet heb, daarom mis ik het geestelijk onderscheidingsvermogen. Ik zie geen verschil tussen licht en donker, tussen zwart en wit, want ik ben blind, want ik ben geestelijk dood.
Ik kan wel proberen zelf het lichtknopje aan te doen, maar het probleem is dat ik mezelf heb losgescheurd van de Bron van licht en leven. Als de hoogspanningskabel gebroken is, kan je het lichtknopje wel aantikken, maar er komt geen licht, zo komt er nooit licht. Want, en daar zit het probleem: de stroom is weg. Het licht, het leven is weg. En nu is het aardedonker. En ik zie ook geen verschil meer tussen licht en duisternis. Ik ben ziende, (geestelijk) blind en horende (geestelijk) doof. Hoe erg is uw toestand, geestelijk doden onder ons. U bent dood door de misdaden en de zonden (Efeze 2:5Ook toen wij dood waren door de misdaden, heeft ons levend gemaakt met Christus; (uit genade zijt gij zalig geworden),)! Ik kan u proberen de heerlijkheid van de hemel voor te spiegelen, ik kan proberen voor u de poorten van de hel te openen, maar u ziet niets en het zegt u helemaal niets. Ik kan proberen om voor uw ogen te schilderen de aantrekkelijkheid van een heilig leven voor God en de zwartheid en de slechtheid in de dwaasheid van de zonde.
Maar u bent (zoals Paulus zegt in Efeze 4:18Verduisterd in het verstand, vervreemd zijnde van het leven Gods, door de onwetendheid, die in hen is, door de verharding huns harten;): Verduisterd en het verstand, vervreemd van het leven Gods, door de onwetendheid, die in u is, door de verharding van uw hart.
Slechts één ding kan u brengen op het goede spoor. Het is wat Paulus zegt, als hij vertelt over zijn persoonlijke roeping tot het apostelschap. Ooit zei de Heere tegen hem: Ik zal u stellen tot een dienaar en getuige van deze dingen, en Ik zend u (en dan komt het): om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij (Handelingen 26:18Om hun ogen te openen, en hen te bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht des satans tot God; opdat zij vergeving der zonden ontvangen, en een erfdeel onder de geheiligden, door het geloof in Mij.). Dat is wat u nodig hebt! Dat God, door het Woord, uw ogen opent en u bekeert. Dat Hij u brengt uit de duisternis tot Zijn wonderbaar licht.
Gemeente, er zijn dus twee soorten mensen. Misschien hebt u diep in uw hart gehoopt dat er ineens ook nog een derde soort van mensen tevoorschijn zou komen, maar die is er niet. Er zijn er maar twee. Er zijn maar twee wegen. Als u erkennen moet: de Heilige Geest is mij niet gegeven, God ken ik niet en ik weet niet van zaligmakende dingen die God mij gegeven heeft, dan hoort u bij deze soort van mensen. Dan hoort u, ook al zit u al jarenlang in de kerk, bij de natuurlijke mensen. En die natuurlijke mens is weigerachtig, vol van onbegrip, geestelijk blind, geestelijk onvermogend, ja, geestelijk dood.
Laat me, gemeente, aan het einde van deze dienst, die twee soorten mensen nog twee verschillende boodschappen meegeven.
a. Als eerste een boodschap voor u, natuurlijke mensen. Een paar dingen moet je niet doen. 1. U moet niet denken: ‘God moet me bekeren, daar kan ik zelf niets aan doen.’ Zeker, het is vrije genade, als we de Geest ontvangen mogen en de Heere ons brengt op de weg des levens. Maar dat heeft de Heere u niet als een excuus in handen gegeven, om Hem de schuld te geven van uw weigering, onbegrip, blindheid en geestelijke dood. 2. U moet (in de tweede plaats) ook niet zeggen: ‘ik ken veel van de bevindelijke waarheid, ik weet hoe God een mens bekeert, en het doet me ook zo goed om daar over te horen vertellen, of daar zelf iets over te vertellen, maar als het om mij persoonlijk gaat, als me iets gevraagd wordt op huisbezoek, dan…, dan zeg ik: nee, zelf ken ik er niets van.’ Dat is ten voeten uit wat Paulus noemt: wereldse wijsheid. Het weten met je verstand, maar verder niet. En die wijsheid gaat voorbij. Die wijsheid zal God doen vergaan. God zal die wijsheid te niet maken (1:19-20). 3. U moet (in de derde plaats) ook niet meer praten zoals u praat. U moet niets meer zeggen. Praten is voor geestelijke mensen en niet voor natuurlijke mensen. Er is niet zoiets als ‘een natuurlijke mens die kennis en verstand heeft van geestelijke dingen’. Dat bestaat niet.
Dan gebruik je wel woorden en termen, maar ten diepste weet je helemaal niet waar het over gaat, waar je het over hebt.
Die drie dingen moet u niet doen. Wat u wel moet doen? 1. Begin maar te zeggen dat u het niet weet. Dat u de waarheid niet kent. Begin maar met uw hoofd te buigen en te zeggen en te belijden dat u een natuurlijk, een vijandig mens bent, die de Geest niet heeft (Judas:19). 2. Zoek een verborgen bidvertrek. En bid vanaf nu zonder ophouden (1 Thess. 5:17Bidt zonder ophouden.). Buig uw knieën. Erken uw blindheid, uw vijandschap en uw weigering. Meldt u als een zondaar, een verloren mens, als een opstandeling aan de deur van het hemelhof. Ga roepen en smeken om genade. Dat is de weg, de enige weg waardoor u nog gered kan worden. Bidden, roepen of de Geest van God u de ogen wil openen, en Hij u wil bekeren van de duisternis tot het licht, en van de macht van satan tot God. Smeken of u vergeving van zonde mag ontvangen (Handelingen 26:18). Wij Hem nederig valt te voet, zal van Hem Zijn wegen leren (Psalm 25:8Teth. De HEERE is goed en recht; daarom zal Hij de zondaars onderwijzen in den weg.,9).
Dit is (als laatste) de boodschap voor geestelijke mensen. Laten geestelijke mensen, laten wij, kinderen van God, meer vragen om de genadige invloeden van de Heilige Geest. Hij is het die levend maakt (Johannes 6:63De Geest is het, Die levend maakt; het vlees is niet nut. De woorden, die Ik tot u spreek, zijn geest en zijn leven., 2 Korinthe 3:6Die ons ook bekwaam gemaakt heeft, om te zijn dienaars des Nieuwen Testaments, niet der letter, maar des Geestes; want de letter doodt, maar de Geest maakt levend.). Laten we Hem dan vragen om meer geestelijk leven. Hij is het die ons ontdekt aan alles wat we te veel hebben, en aan alles wat ons nog ontbreekt. Laten we meer vragen om Zijn ontdekkende genade. Hij is het die ons meer wil laten zien van Christus en van Zijn werk. Die zal het uit het Mijne nemen en u verkondigen (Johannes 16:15). Laten we dan aan Hem vragen om meer kennis van de Middelaar, of Hij meer van Hem aan ons wil openbaren, aan ons wil onthullen. De Heilige Geest is ook de Trooster, die troost en leidt. En die onze harten ook meer wil losmaken van zonde en zondige begeerten. En die onze harten meer wil richten op de hemel, om te bedenken de dingen die boven zijn. Laten we daarom meer vragen om het vernieuwende en heiligmakende werk van de Heilige Geest. Denkend aan het woord van de apostel Paulus in Galaten 5:25Indien wij door den Geest leven, zo laat ons ook door den Geest wandelen., wat ik u vanmorgen meegeef als een laatste aansporing: Indien wij door de Geest leven, zo laat ons ook door de Geest wandelen. Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts (Efeze 5:8Want gij waart eertijds duisternis, maar nu zijt gij licht in den Heere; wandelt als kinderen des lichts.).
Amen.
Slotzang Psalm 92:3:
Hoe groot zijn, HEER’, Uw werken! Hoe ver gaat Uw beleid! Gij stelt, met mogendheid, Elk deel zijn juiste perken. Een ziel, aan 't stof gekluisterd, Beseft Uw daden niet; Geen dwaas weet, wat hij ziet; Zijn oordeel is verduisterd.
Andere preken over 1 Korinthe